Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over onderstaande onderwerpen. De vragen zijn per onderwerp genummerd. Om die reden vindt u de nieuwste vragen onderaan het onderwerp. Mocht er een nummer ontbreken, dan is deze vraag inmiddels vervallen.

Norm levensonderhoud

1. Hoe gaan gemeenten om met het inkomen als beide partners zelfstandige zijn?
Indien partners beiden zelfstandige zijn dan kan slechts 1 van hen een aanvraag voor aanvullende inkomensondersteuning indienen. Laat in dat geval degene met het laagste inkomen voor beide partners de aanvraag invullen. 

NB1 Er kan wel per zelfstandige een aanvraag voor bedrijfskapitaal worden gedaan

NB2 Beide partners moeten de aanvraag van elkaar ondertekenen

 

2. Wordt de kostendelersnorm toegepast?
Bij de Tozo is gekozen voor het niet toepassen van de kostendelersnorm, vanwege de uitzonderlijke omstandigheden. 

 

3. Geldt voor jongeren (18-21) de jongerennorm? Hoe zit het met jongeren die op zichzelf wonen waarvan de ouders hun onderhoudsplicht niet (kunnen) nakomen?
Voor jongeren geldt de jongerennorm. Als dit onvoldoende is, kan de gemeente een aanvulling verstrekken uit de bijzondere bijstand. Daarbij gelden de gebruikelijk voorwaarden.

 

4. Worden de gezinsuitkeringen fiscaal aan beide partners uitbetaald?
Ja, daarom moeten ook beide partners het aanvraagformulier ondertekenen.

 

5. Over welke periode kijkt de gemeente achteraf wat de inkomsten waren. Is dat bijvoorbeeld 1 maart - 1 juni of heel 2020?
De gemeente kijkt achteraf naar het inkomen over de periode dat de uitkering is verstrekt.

 

6. Kunnen zelfstandigen ook Woonkostentoeslag aanvragen, zoals bij het Bbz, indien ze een koopwoning en dus vermogen hebben?
De Tozo bevat geen Woonkostentoeslag. 

Terug naar boven

Bedrijfskapitaal

1. Wat zijn de voorwaarden voor het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal op grond van de Tozo?
Het bedrijfskapitaal moet noodzakelijk zijn vanwege een liquiditeitsprobleem door de coronacrisis. Bijvoorbeeld als de zelfstandige lopende zakelijke rekeningen niet meer kan betalen. Er moet aan de zelfstandige worden gevraagd dit via een beschrijving aannemelijk te maken. Daarbij moet de zelfstandige zicht geven op het vermogen en waarom daaruit de doorlopende zakelijke lasten niet meer kunnen worden betaald. De gemeente voert hierop een lichte toets uit (zie ook de handreiking Tozo). Als de gemeente dat nodig vindt, kan ze bewijsstukken opvragen.

Daarnaast geldt dat de gemeente de lening voor bedrijfskapitaal niet kan verstrekken als daardoor het de-minimisplafond wordt overschreden. 

Let op: wanneer een ondernemer in de periode tot en met 31 mei niet het maximumbedrag van 10.157 heeft aangevraagd, kan in de Tozo 2 (1 juni t/m 30 september) eventueel het resterende deel worden aangevraagd. Zie hiervoor de handreiking over Tozo 2. Ook geldt bij Tozo 2 dat ondernemers die een lening bedrijfskapitaal aanvragen, dienen te verklaren dat er bij hun onderneming geen sprake is van surseance van betaling of een staat van faillissement.
 

2. Hoe verhoudt de Tozo zich tot andere voorzieningen zoals het Noodloket (TOGS)?
In principe kunnen ondernemers aanspraak maken op meerdere noodregelingen tegelijk. Bijvoorbeeld horecaondernemers, zij kunnen een beroep doen op de Tozo en het Noodloket (TOGS). De gift uit de TOGS is geen inkomenssteun. Dat betekent dat de gift geen invloed heeft op de bijstand voor levensonderhoud. De zelfstandige die de gift krijgt, heeft mogelijk een lagere behoefte aan een lening, maar de TOGS kan samen met het bedrijfskrediet worden verstrekt.

 

3. Mag aan een ondernemer die een lening voor bedrijfskapitaal heeft op grond van de Bbz ook een lening bedrijfskapitaal op grond van de Tozo worden verstrekt?
Dat is mogelijk. Als een zelfstandige al bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal ontvangt op grond van het Bbz 2004, dan kan de zelfstandige ook in aanmerking komen voor bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal in het kader van de Tozo. Er dient dan wel sprake te zijn van een liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis. Dit moet de ondernemer verklaren.

 

4. Is het de bedoeling dat we aanvragers van een lening voor bedrijfskapitaal eerst verwijzen naar de bank om aldaar een krediet aan te vragen?
De regeling Tozo is gebaseerd op de Bbz als onderdeel van de Participatiewet. Er geldt bij de aanvraag om een lening voor bedrijfskapitaal een sterk vereenvoudigde toets. Zo is er geen sprake van een levensvatbaarheidstoets. Omdat het daarnaast gaat om gevestigde zelfstandigen met een liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis is een verwijzing naar de bank als voorliggende voorziening niet aan de orde. 

 

5. Is voor een aanvraag van een lening voor bedrijfskapitaal een akte van schuldbekentenis nodig? 
Voor het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal op grond van Tozo is een beschikking van de gemeente vereist. Als er sprake is van meerdere eigenaren van de onderneming, is zo’n beschikking alleen mogelijk als duidelijk is dat alle vennoten (behalve de vennoot die alleen kapitaal inbrengt) of leden die samen het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen, hoofdelijk aansprakelijk zijn én deze aansprakelijkheid aanvaarden. Daartoe kunnen ze een akte van schuldbekentenis of leenovereenkomst gebruiken, maar hiervoor kan ook een verklaring van aanvaarding van hoofdelijke aansprakelijkheid worden gebruikt, conform artikel 30 Bbz.

 

6. Is het voor de Tozo-lening voor bedrijfskapitaal ook noodzakelijk dat de partner tekent, ook al heeft hij of zij een eigen inkomen en geen bemoeienis met het bedrijf?  
Ja, ook voor een aanvraag voor de Tozo-lening voor bedrijfskapitaal moet de partner tekenen. 

 

7. Als een zelfstandig ondernemer een lening van meer dan € 10.157 nodig heeft voor bedrijfskapitaal, kan hij of zij dan meer dan 1 aanvraag indienen?
Wanneer er meer dan € 10.157 nodig is, kan de zelfstandige een aanvraag doen voor het reguliere Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Daarbij kan de zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden voor de lening bedrijfskapitaal vanuit Tozo, ervoor kiezen om een deel van het benodigde bedrag op basis van Tozo aan te vragen en het overige deel op basis van het Bbz. 

 

8. In praktijk blijkt dat zelfstandigen vaak een lening bedrijfskapitaal aanvragen voor privébestedingen of een groot deel van de lening daarvoor gebruiken. Aanleiding is dat een uitkering op bijstandsniveau voor veel ondernemers niet genoeg is voor levensonderhoud en lopende verplichtingen. Mogen ze dit doen?
In de aanvraag van een lening bedrijfskapitaal moet de zelfstandige aannemelijk maken dat er onvoldoende liquide middelen zijn om zakelijke rekeningen of vaste bedrijfslasten te betalen. De gemeente mag hier aanvullende voorwaarden stellen. 

 

9. Wanneer wordt de lening voor bedrijfskapitaal rentedragend? De zelfstandig ondernemer moet vanaf 1 januari 2021 rente en aflossing gaan betalen. Moet de gemeente rente gaan berekenen vanaf 1 januari 2021 of vanaf het moment dat de lening is verstrekt?
De rente moet worden berekend vanaf de dag van verstrekking van de lening. Zelfstandigen hoeven die rente echter pas te betalen vanaf 1 januari 2021.

 

10. Als de partner tekent voor een lening voor bedrijfskapitaal, gelden dan ook de uitsluitingsgronden? Bijvoorbeeld als de partner, die geen bemoeienis heeft met de onderneming, in detentie zit? Of als de partner niet wil tekenen omdat hij/zij vanwege Wsnp geen nieuwe schulden wil maken?
Als een uitsluitingsgrond van art. 13 Participatiewet op de partner van toepassing is, heeft dat geen invloed op het recht op een lening bedrijfskapitaal. Wel moet de partner altijd de aanvraag voor Tozo ondertekenen.

 

11. Kunnen zelfstandig ondernemers in de AOW-gerechtigde leeftijd gebruikmaken van de Tozo? 
Zelfstandigen met de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen vanaf 8 mei binnen de Tozo-regeling alleen een bedrijfskrediet aanvragen tegen lage rente. De lening heeft een looptijd van 3 jaar en hoeft tot januari 2021 niet te worden afgelost. Zelfstandigen met de AOW-gerechtigde leeftijd komen niet in aanmerking voor de uitkering levensonderhoud Tozo.

Terug naar boven

Beoordeling van de aanvraag

1. Kan ik BRP/Suwi-net raadplegen?
Om vast te stellen of de zelfstandige recht heeft op een voorschot, is het toegestaan om gegevens via Suwi-net te raadplegen. Bijvoorbeeld voor een check op de woonplaats of de partnersituatie via de BRP. De SBR mag geraadpleegd worden voor een check op de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. De polis administratie voor een check op eventuele inkomsten uit loondienst en uitkering (de Inkomstenverhoudingen uit de Polis-administratie).

Raadplegen van deze gegevens is na publicatie van de regeling ook toegestaan bij het behandelen van de aanvraag in de aanloop naar de beschikking. Bij de meeste aanvragen is dit voor zowel voorschot als beschikking echter niet nodig, omdat afgegaan mag worden op de ingevulde gegevens van de aanvrager (die verklaart dat hij dit naar waarheid invult). Bij een vermoeden van het verstrekken van onjuiste informatie, of bijvoorbeeld check op de noodzaak van het voorschot in de polis-administratie, kunnen deze bronnen wel worden geraadpleegd.

Let op: Vanaf 1 juni 2020 (Tozo 2) geldt een partnerinkomenstoets. De ondernemer wordt gevraagd opgave te doen van deze inkomsten. Daarbij mag de gemeente uitgaan van de verklaring van de ondernemer. Alleen bij een vermoede van het verstrekken van onjuiste informatie of voor een check op de noodzaak van het voorschot, mogen deze partnerinkomensgegevens worden geraadpleegd.

 

2. Hoe kan ik alle contactpersonen van een onderneming inzien bij KvK-registratie?
Vanuit de KvK ontvangt het Suwibedrijvenregister (SBR) binnen Suwinet-Inkijk slechts één functionaris als contactpersoon van de onderneming. Wilt u weten wie de andere ingeschreven personen zijn dan kunt u aanvullende gegevens opvragen bij de KvK middels o.a. het digitale product KVK Dataservice.

 

3. Wat te doen als een van de bijlagen niet leesbaar is of informatie ontbreekt?
De gewone hersteltermijnen van de AWB zijn van toepassing.

 

5. Wat moeten we controleren bij de aanvraag?
Het is alleen nodig het noodzakelijke te vragen. Bekijk de checklist van wat u moet controleren op basis van bewijsstukken en waar u van de verklaring van de ondernemer kunt uitgaan. Als u twijfels heeft, kunt u uiteraard aanvullende informatie opvragen.

 

7. Kan een Tozo samenlopen met een rentedragende lening voor bedrijfskapitaal?
De zelfstandige kan al onder het Bbz 2004 een rentedragende lening voor bedrijfskapitaal ontvangen. Als deze zelfstandige door de coronacrisis (verder) in liquiditeitsproblemen komt, kan de zelfstandige ook aanspraak maken op bedrijfskapitaal op grond van de Tozo.

 

8. Mag er aan een ondernemer met een regulier Bbz ook uitkering voor levensonderhoud worden verstrekt? 
De reguliere Bbz-uitkering is bedoeld voor levensonderhoud en daarmee kan de ondernemer voorzien in het levensonderhoud tot het sociaal minimum. Een uitkering voor levensonderhoud o.g.v. de Tozo kan dus niet worden verstrekt.

 

9. Wij krijgen veel aanvragen van zorgaanbieders. In hoeverre is de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars een voorliggende voorziening op de Tozo?

Het ministerie van VWS heeft met zorgverzekeraars en gemeenten afspraken gemaakt over de ondersteuning van zorgaanbieders tijdens de coronacrisis. Zorgaanbieders moeten zich voor ondersteuning in eerste instantie wenden tot de inkopers (zorgverzekeraars en gemeenten) en met hen nagaan of zij steun kunnen krijgen. Als dat niet het geval is, óf als hiermee het inkomen onder het sociaal minimum blijft, kunnen zelfstandige zorgaanbieders - als zij voldoen aan de voorwaarden - in aanmerking komen voor Tozo. Voor het indienen van een aanvraag kunnen zij terecht bij hun woongemeente.

Meer informatie over de continuïteitsbijdrage

 

10. Komt een zelfstandige die nog geen AOW heeft, maar wel een oudere partner met een AOW-uitkering, in aanmerking voor een Tozo-uitkering? 
De zelfstandige kan zich wenden tot de gemeente voor Tozo-inkomensondersteuning. De gemeente laat de AOW-uitkering van de partner buiten beschouwing bij de bepaling of er recht is op zo’n uitkering. Voor Tozo geldt, anders dan voor de reguliere bijstand, geen partnerinkomenstoets.

 

11. Valt het privévermogen van de zelfstandige buiten de beoordeling van de aanvraag voor Tozo?
Het ontbreken van de vermogenstoets geldt voor de aanvraag voor inkomensondersteuning en in mindere mate voor de lening bedrijfskapitaal. Om de noodzaak van een lening voor bedrijfskapitaal aan te tonen, moet de zelfstandige aannemelijk maken dat er niet voldoende liquide middelen zijn om zakelijke rekeningen en/of vaste bedrijfslasten te kunnen betalen. Hierbij zal de gemeente ook kijken naar het eigen vermogen van de zelfstandige. Of, als hij of zij een partner heeft, naar de helft van het gedeeld vermogen met die partner. 

 

12. Komt een zelfstandige met studiefinanciering in aanmerking voor een uitkering?
Studenten die (naast hun studie) als zelfstandige werken, jonger zijn dan 27 jaar en aanspraak kunnen maken op studiefinanciering, hebben geen recht op reguliere bijstand (artikel 13, lid 2, onderdeel c, van de Participatiewet) en evenmin op Tozo.

 

13. Een DGA hoeft normaal niet aan te tonen dat hij voldoet aan het urencriterium. Hoe werkt dat bij Tozo?
De DGA moet desgevraagd kunnen aantonen dat hij minimaal gemiddeld 23,5 uur in de onderneming werkt, bijvoorbeeld op basis van facturen voor verricht werk. Net als voor andere zelfstandigen, geldt in Tozo voor een DGA dus wél een urencriterium. 

 

14. Wat als de zelfstandige niet over heel 2019 voldeed aan het urencriterium, maar wel kan aantonen dat hij of zij vanaf december 2019 tot in maart 2020 minimaal gemiddeld 23,5 uur per week heeft gewerkt?
Wanneer een zelfstandig ondernemer, bijvoorbeeld met een opstartend bedrijf, kan aantonen dat hij of zij de laatste maanden aan het urencriterium heeft voldaan, komt hij of zij in aanmerking voor Tozo.

 

15. Wat moeten gemeenten doen met zelfstandig ondernemers die een flink spaarbedrag op de rekening hebben, dit niet wensen te besteden voor hun bedrijf, maar nu wel aanspraak maken op Tozo?
Tozo kent geen vermogenstoets voor aanvullende inkomensondersteuning. Wel doet het kabinet een moreel appel op mensen om alleen een beroep te doen op noodregelingen als dat echt nodig is. Gemeenten zouden zelfstandigen die inkomensondersteuning aanvragen, daar nog eens op kunnen wijzen. 

Bij een aanvraag voor een lening bedrijfskapitaal moet de zelfstandige wel aannemelijk maken dat er onvoldoende liquide middelen zijn, dus dat er geen spaargeld is waarmee hij of zij zakelijke rekeningen en/of vaste bedrijfslasten kan betalen.

 

16. Is het Bbz een voorliggende voorziening op de Tozo? 
Deels. Zelfstandige ondernemers die al bijstand voor levensonderhoud vanuit het Bbz ontvangen, kunnen geen aanspraak maken op Tozo inkomensondersteuning. Wel kan men, indien het aannemelijk is te maken dat de problemen veroorzaakt zijn door de coronacrisis, een Tozo lening voor bedrijfskapitaal aanvragen.

 

17. Hoe moet de gemeente omgaan met zelfstandig ondernemers die een verzekering hebben tegen urenverlies (verzekering gewaarborgd inkomen)? Wordt dit gezien als inkomen? Wat als de gemeente wel een verzekering vermoedt, maar de aanvrager dit niet meldt?
Tozo-inkomensondersteuning is bedoeld voor ondernemers die door de coronacrisis onder het sociaal minimum terechtkomen. Bij de berekening van de hoogte van de uitkering moet de gemeente rekening houden met al het beschikbare inkomen, dus uit loondienst, uitkering en/of onderneming. Zelfstandigen hebben de verzekering nu juist afgesloten voor urenverlies in de onderneming door onvoorziene omstandigheden. Dit betekent dan ook dat de uitkering via deze verzekering een vorm is van inkomen uit onderneming. 

Het niet vermelden van de verzekering is een schending van de inlichtingenplicht. De handreiking Tozo gaat (op pagina 16/17) in op controle en handhaving. Belangrijk is dat de gemeente een goede balans vindt tussen aan de ene kant het doen van nader onderzoek en aan de andere kant (behoud van) snelheid en minder administratieve lasten. Op een later moment komen de VNG/Divosa en SZW met nadere instructies over controle en handhaving. 

 

18. Kan een zelfstandig ondernemer zelf een ingangsdatum voor de Tozo bepalen? Anders dan de 1e van de maand?
De regeling is tijdelijk en geldt voor 3 maanden. De uitkering moet aangevraagd worden in de periode 1 maart t/m 31 mei en wordt toegekend voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden in de periode maart 2020 t/m augustus 2020 (art. 9 Tozo).

Uitgangspunt is dat alle aanvragen ingediend voor 1 juni geacht worden te zijn ingediend op 1 maart. Dat betekent dat in principe alle aanvragen per 1 maart worden toegekend, tenzij de ondernemer een andere datum aangeeft. Het is mogelijk om een uitkering vanaf een willekeurige datum aan te vragen, bijvoorbeeld vanaf 20 april.

Geadviseerd wordt om de Tozo-uitkering de 1e van de maand te laten ingaan. Dit sluit aan op de werkprocessen van de gemeente. Dat kan met terugwerkende kracht per 1 maart (als de aanvrager dat heeft aangeven) of op de 1e van de volgende maand als de aanvrager heeft aangeven de uitkering te willen laten ingaan op een datum anders dan de 1e van de maand.

Dus stel dat de zelfstandige per 16 maart aanvraagt en niet met terugwerkende kracht bijstand wil ontvangen, dan gaat de uitkering in per 1 april, voor de duur van maximaal 3 maanden. Dit voorkomt dat de aanvrager over een deel van de kalendermaand uitkering mist, aangezien in de AMvB Tozo is geregeld dat de uitkering wordt verleend over ten hoogste 3 aaneengesloten kalendermaanden.

 

19. Wat moet de gemeente doen als een zelfstandig ondernemer bewust geen opdrachten meer aanneemt om zo de Tozo-uitkering te behouden?
Tozo is een zogeheten ‘vangnetregeling’. Wanneer een zelfstandig ondernemer inkomen kan verdienen, dan wordt hij of zij geacht dit te doen. De zelfstandig ondernemer moet naar waarheid verklaren dat hij of zij door de coronacrisis een inkomen onder het sociaal minimum heeft en/of een liquiditeitsprobleem. Als de gemeente misbruik vermoedt, kan ze aanvullende bewijsstukken vragen. De gemeente kan de aanvraag vervolgens afwijzen. Is een uitkering al verstrekt, dan kan de gemeente deze terugvorderen. Bij misbruik moet de gemeente daarnaast ook een boete opleggen.

 

20. Gezin met meerderjarig kind. De man heeft met zijn vrouw Tozo-inkomensondersteuning aangevraagd. Een inwonende meerderjarige zoon die medevennoot is, vraagt deze vervolgens ook aan. Kunnen we in deze situatie max. € 1.503,31 verstrekken aan de man en max. € 1.052,32 aan de zoon?
Dit bedrijf kent 2 eigenaren die beiden hun inkomen kwijtraakten door de coronacrisis. Aangezien de kostendelersnorm niet van toepassing is, kan de zoon ook Tozo-inkomensondersteuning aanvragen. Beide eigenaren kunnen echter slechts één keer een lening aanvragen voor bedrijfskapitaal op grond van Tozo.

Wat betreft de Tozo-inkomensondersteuning heeft de zoon overigens geen recht op een uitkering als hij onder een uitsluitingsgrond valt (bijv. als hij studiefinanciering ontvangt). Als hij wel recht heeft, maar tussen 18 en 21 jaar is, krijgt hij een aanvulling tot het sociaal minimum voor jongeren (€ 259,78).

 

21. Kan een zelfstandig ondernemer in aanmerking komen voor Tozo als hij of zij bijvoorbeeld al 5 weken in het buitenland zit en niet naar Nederland kan komen vanwege beperkingen in het vliegverkeer?
Door maatregelen van landen om het coronavirus te bestrijden (o.a. beperkingen in het vliegverkeer), kunnen gemeenten te maken krijgen met zelfstandigen die noodgedwongen langer in het buitenland verblijven. Op grond van artikel 13, eerste lid, sub e van de Participatiewet is het niet mogelijk om verblijf in het buitenland langer dan 4 weken toe te staan.

De gemeente kan echter wel bijstand verlenen op grond van de uitzonderingsbepaling in artikel 16 van de Participatiewet. Er moet dan sprake zijn van een acute noodsituatie (een situatie die levensbedreigend is of kan leiden tot blijvend ernstig letsel of invaliditeit) én de problemen van de zelfstandige moeten op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen.

Er zijn zeer goede argumenten voor gemeenten om in dit geval de uitzonderingsbepaling te gebruiken.  Reizen kan op dit moment namelijk ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van de betrokken zelfstandige (van levensbedreigende aard). Ook is reizen risicovol voor de internationale samenleving als geheel. Het is aan de gemeente om in het individuele geval te beoordelen of de zelfstandige in aanmerking komt voor Tozo en hoe de gemeente kan vaststellen wanneer de zelfstandige redelijkerwijs weer naar Nederland kan of kon terugkeren (en daarmee de acute noodsituatie vervalt).

 

22. Kunnen 2 partners (echtpaar) die beiden zelfstandig ondernemer zijn met ieder een eigen onderneming, aanspraak maken op een Tozo-lening voor bedrijfskapitaal?
Dat kan, als zij aan de voorwaarden voldoen. De gemeente kan dan 2 keer een lening van ten hoogste € 10.157,- verstrekken.

 

23. Tozo houdt geen rekening met het vermogen van de ondernemer en diens partner. Hoe moet de gemeente omgaan met inkomsten uit vastgoed dat wordt verhuurd?
De gemeente moet rekening houden met inkomsten zoals uit verhuur bij het bepalen van recht op en hoogte van aanvullende inkomensondersteuning. Bij een lening voor bedrijfskapitaal is het nadrukkelijk de bedoeling dat de aanvrager aannemelijk maakt dat er onvoldoende liquide middelen zijn en dat deze problemen zijn ontstaan door de coronacrisis.

De aanvrager moet dus zicht geven op wat er in de kas zit en op de bank staat. Inkomsten uit verhuur dragen uiteraard bij aan deze liquide middelen.

 

24. Telt alimentatie mee bij netto-inkomen?
Zowel de partner- als de kinderalimentatie behoren tot het inkomen. Dit is namelijk het gebruik in de Participatiewet en de Tozo valt hieronder. Meer informatie hierover vindt u in de Handreiking Tozo voor gemeenten (hoofdstuk 5.4, vanaf pagina 20).

Terug naar boven