Doelgroepenvervoer

1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor verschillende vormen van vervoer. Welke afspraken worden gemaakt over vergoeding van de gevolgen van corona?

In verband met het coronavirus en de maatregelen die de overheid genomen heeft om verspreiding van het virus te beperken is het gebruik van doelgroepenvervoer sinds maart 2020 fors gedaald. Als gevolg daarvan genieten vervoerders fors minder inkomsten uit vervoer, terwijl de vaste kosten van de ondernemingen doorlopen. 

De continuïteit van zorg en ondersteuning voor kwetsbare mensen, juist ook met de alle maatregelen die onderhevig zijn aan adviezen en dus kunnen vervallen of gewijzigd kunnen worden is van cruciaal belang. Zorgvervoer speelt een belangrijke rol in het faciliteren dat zorg en ondersteuning worden gecontinueerd (denk bijvoorbeeld aan vervoer van en naar dagbesteding, bezoek van ouderen aan familieleden of  vervoer naar kinderdagcentra). Bij uitvoering van de ritten is het van belang dat de opgestelde protocollen voor taxi- en zorgvervoer worden gevolgd. De uitgevoerde ritten worden volgens de afspraken in de contracten vergoed. 

In navolging op eerdere berichten is in de 'Notitie over doelgroepenvervoer: staatssteun door Covid-19 en werkwijze 2020' een uitleg over de periode(n) v.w.b. maatregelen, de gevraagde staatssteun en de wijze van berekenen en verrekenen voor gemeenten beschreven.

Zie de Notitie over doelgroepenvervoer: 

Zie ook: 

Vanaf 1 juli is de oproep om op basis van de lokale situatie en in overleg met de gecontacteerde vervoerder gerichte continuïteitsafspraken te maken op basis van maatwerk. Deze oproep gold aanvankelijk tot 1 september 2020 en is weer verlengd tot 1 januari 2021. Dit maatwerk zal daar waar nodig, ook de eerste helft van 2021 - en wellicht nog langer - nodig zijn. Het rijk en de VNG adviseren gemeenten om bij het maken van de continuiteitsafspraken rekening te houden met de nieuwe realiteit waaronder een te verwachten vraaguitval voor langere tijd, wat de nodige aanpassingen in bedrijfsvoering en vervoersnetwerk met zich meebrengt. Zij roepen alle betrokken partijen, gemeenten én vervoerders op, om verantwoordelijkheid te nemen voor instandhouding van het netwerk voor zorgvervoer. 

N.B. Over de uitgevallen ritten hebben de VNG en de ministeries de lijn afgesproken dat onder de weggevallen omzet ook wordt verstaan de weggevallen reizigersopbrengsten verbonden aan het vervoer. Deze opbrengsten zijn in veel contracten ingecalculeerd en maken deel uit van de totale exploitatie van het contract voor de desbetreffende vervoerder. Het vergoeden van deze opbrengsten aan de vervoerders is bovendien analoog aan de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor gebruikers van doelgroepenvervoer. 

 

2. Is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) van toepassing op doelgroepenvervoer?
De NOW is bedoeld voor commerciële activiteiten die niet met publiek geld worden gefinancierd. Dat is bij doelgroepenvervoer niet het geval, dat werd al met publiek geld gefinancierd. Sommige vervoersbedrijven zullen zowel commerciële als publieke taken uitvoeren. Vanzelfsprekend vindt er geen cumulatie plaats. Vervoersbedrijven moeten daarin bij aanvraag duidelijk onderscheid maken.

 

3. Loopt de betaling van de eigen bijdrage (van ouders) door? 
Nee, de lijn is dat bij niet verstrekte ritten de eigen bijdrage wordt kwijtgescholden. 

 

4. Hoe financiert de gemeente de doorfinanciering van het doelgroepenvervoer en de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor uitgevallen ritten? 
Gemeenten ontvangen voor het door hen georganiseerde doelgroepenvervoer middelen in hun reguliere uitkering vanuit het gemeentefonds. Deze middelen kunnen worden ingezet voor de doorfinanciering.

 

5. Worden de meerkosten van gemeenten in het doelgroepenvervoer door het Rijk gecompenseerd? 
Het Rijk en de VNG hebben eerder afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten in het sociaal domein die het gevolg zijn van het opvolgen van RIVM-adviezen. In de opeenvolgende oproepen aan gemeenten om de continuïteit te waarborgen vroegen Rijk en de VNG gemeenten om de middelen die ze voor het doelgroepenvervoer hebben begroot vanuit de reguliere uitkering van het gemeentefonds voor dit doel in te zetten. In opdracht van het Rijk en de VNG heeft AEF in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de meerkosten voor het sociaal domein. In dat onderzoek is geconcludeerd dat gemeenten vooralsnog niet verwachten in 2020 meerkosten voor doelgroepenvervoer te maken ten opzichte van de origineel begrote bedragen. Zolang dat  beeld in stand blijft, is er van compensatie van gemeenten vanuit het Rijk op dit terrein geen sprake. Om een beeld te krijgen van de meerkosten in 2021 zal genoemd onderzoek opnieuw worden gedaan. 

 

6. Worden meerkosten van vervoerders als gevolg van corona bij wél uitgevoerde ritten vergoed?
Er is een regiegroep ingesteld door het kabinet en mede-overheden  die de financiële effecten in kaart brengt, inclusief compensatie (zie de kamerbrief daarover). De direct met COVID-19 verband houdende directe meerkosten bij vervoer dat doorgaat, worden door de gemeente aan de vervoerders betaald. U kunt hierbij denken aan meerkosten als gevolg van het volgen van de protocollen voor veilig en verantwoord zorg- en taxivervoer die op basis van de maatregelen van het Rijk en RIVM zijn opgesteld. Bijvoorbeeld spatschermen, mondkapjes en reinigingsmiddelen, of extra ritten omdat minder mensen per voertuig zijn toegestaan, of inhuur van een extra medewerker omdat een andere werknemer thuis zit in verband met quarantaine/testen. Het is van belang deze meerkosten op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Het hangt van de specifieke contractvorm af op welke manier dat het handigst kan worden geregeld. 

Indirecte meerkosten (extra inzet van middelen zoals voertuigen, kapitaal en/of arbeid door verminderde efficiency/combinatiemogelijkheden bij het vervoer) gelden in de basis als meerkosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Het advies is wel om deze meerkosten bij de afspraken over continuïteitssteun te betrekken. Uitgangspunt daarbij is om de infrastructuur van het doelgroepenvervoer in stand te houden en gefaseerd aan te passen aan de nieuwe realiteit en de (verwachte) toekomstsituatie. 

 

7. Waar moeten gemeenten extra op letten bij vervoer dat in kader van het sociaal domein wordt ingekocht door zorgaanbieders?
Om de continuïteit van zorgaanbieders in het sociaal domein te ondersteunen zijn aparte afspraken gemaakt. Bij een aantal zorgproducten in het sociaal domein zorgen zorgaanbieders voor het vervoer. Dit vervoer wordt dan rechtstreeks door hen bij vervoersbedrijven ingekocht. Om de continuïteit in het doelgroepenvervoer te borgen is het belangrijk dat deze aanbieders de bovengenoemde afspraken doorvertalen in hun contracten met de vervoerders. Gemeenten kunnen daarvoor voorwaarden opnemen bij de toekenning van doorbetaling aan de zorgaanbieder.

 

8. Hoe vindt na afloop de verantwoording plaats?
Samen met de brancheorganisatie voor ondernemers actief in het zorg- en taxivervoer (KNV) en met de beroepsorganisatie van accountants (NBA) is een notitie ontwikkeld voor verantwoording van de continuïteitsbijdragen. Deze kunnen gemeenten en vervoersbedrijven gebruiken om bij het opstellen van de jaarrekeningen op een goede manier te kunnen verantwoorden dat deze doorbetalingen een doelmatige en rechtmatige besteding van publiek geld zijn geweest. Het is voor vervoersbedrijven die voor verschillende gemeenten werken en voor gemeenten die met meer vervoersbedrijven werken zeer wenselijk om middels 1 model verantwoording af te leggen. Lees verder:

VNG-bericht: 'Verantwoording continuïteitsbijdrage doelgroepenvervoer 2020' (22 januari 2021)
 

9. Hoe weet de gemeente of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun is? (periode maart tot juli 2020 en periode juli tot en met 13 oktober 2020)
Het Rijk heeft voor de periode maart tot en met juni  de gecoördineerde staatssteunmelding Doelgroepenvervoer I gedaan bij de Europese Commissie. Zie het nieuwsbericht voor de volledige informatie en de circulaire. Later heeft het Rijk ook een tweede staatssteunmelding Doelgroepenvervoer II gedaan voor de periode juli tot 14 oktober 2020.  

Uit die circulaire volgt voor de gemeente het volgende stappenplan om te beoordelen of er sprake is van (geoorloofde) staatssteun: 

Allereerst bekijkt u als gemeente de financieringsconstructie van het onder punt 2 van de circulaire genoemde type vervoer. Uitgangspunt van het kader is dat het vervoer gecontracteerd is door de gemeente, met inachtneming van de aanbestedingsregels. Uw gemeente beziet of er ruimte is om op basis van het contract tot compensatie over te gaan. Is die situatie aan de orde, dan is er geen sprake van staatssteun en behoeft over de doorbetaling van het bedrag dat op basis van het contract betaald kan worden geen opgave wegens staatssteun conform dit kader te worden gedaan.

 Indien het contract geen ruimte tot compensatie voor niet-geleverde diensten door het vervoerbedrijf biedt, is er sprake van staatssteun en geeft deze circulaire uw gemeente een kader om geoorloofde staatssteun te verlenen. Daarvoor moeten de cumulatieve voorwaarden in deze circulaire worden nageleefd.

Voor ritten die wel zijn uitgevoerd, vindt uitbetaling op basis van het contract plaats. Die ritten vallen buiten de compensatie, zoals is opgenomen in de circulaire. In dat geval wordt dus een deel op basis van het contract doorbetaald en voor een ander deel moeten de staatssteunregels van de circulaire worden nageleefd.


13. Hoe kan de gemeente, indien er sprake is van staatssteun, doorbetalen aan het doelgroepenvervoer na Doelgroepenvervoer I en II ? (periode na 13 oktober 2020)

Gezien de huidige situatie blijft de oproep van Rijk en de VNG om op lokaal niveau actief met betrokken partijen te overleggen om met vervoerders gerichte continuïteitsafspraken te maken, overeind voor de start van 2021. Deze afspraken blijven gericht op de continuïteit van het regionale en lokale vervoer en staatssteunaspecten blijven een rol spelen. In samenspraak met het Rijk zal de VNG bezien of er voor die periode opnieuw een gecoördineerde melding mogelijk en noodzakelijk is.

 

14. Hoe moeten we omgaan met het wel/niet opgenomen artikel ‘ overmacht’ in de contracten?

Het staken van de activiteiten is een rechtstreeks gevolg van de afgekondigde maatregelen door het Kabinet. Van overmacht is geen sprake; van verwijtbaarheid evenmin.

 

15. Wat zijn de consequenties van te veel ontvangen compensatie?

Indien een vervoerder te veel compensatie heeft ontvangen is er mogelijk sprake van onrechtmatige staatssteun. De gemeente kan mogelijk met de vervoerder afspreken dat de overcompensatie later wordt verrekend.De kaders Doelgroepenvervoer I en II noemen immers terugvorderen en verrekenen beiden als mogelijkheid. De gemeente wordt aangeraden om met de vervoerder in dialoog te gaan en afspraken te maken over de afwikkeling van de overcompensatie.

 

17. Moeten wij een zogenoemde TAM-melding doen voor staatssteun aan het doelgroepenvervoer op basis van de goedgekeurde besluiten Doelgroepenvervoer I en II?

De gemeente moet mogelijk een individuele steunmaatregel op basis van alleen voor Doelgroepenvervoer II (juli tot 14 oktober 2020) aanmelden in de Transparancy Aid Module (TAM) van De Europese Commissie. De TAM-verplichting geldt voor iedere toegekende individuele steunverlening boven de €100.000.  In Doelgroepenvervoer I (maart t/m juni 2020) is deze verplichting niet opgenomen.

De gemeente zal de gegevens voor individuele steunverlening aan een vervoersbedrijf op grond van deze maatregel ter grootte van een bedrag boven 100.000 EUR in de TAM-systeem moeten invoeren. BZK is behulpzaam bij het uitgeven van een TAM-account en bij vragen over het invullen daarvan. Meer  informatie kunt u vinden op de website van Kenniscentrum Europa Decentraal via de volgende link.

 

18. Tot wanneer kunnen wij de gegevens voor de rapportageverplichting over Doelgroepenvervoer I en II aanleveren?

De gemeenten worden verzocht om uiterlijk 31 mei 2021 de gegevens over steun aan het doelgroepenvervoer aan te leveren via het online rapportageformulier op de website van Kenniscentrum Europa decentraal. Dit geldt voor de gegevens over steun op basis van doelgroepenvervoer I (maart t/m juni 2020) en doelgroepenvervoer II (juli tot 14 oktober 2020).

Terug naar boven

Participatie / werk en inkomen

 

2. Kunnen gemeenten net als in het voorjaar afwijken van de verplichte zoektijd voor jongeren in het kader van de Participatiewet?

De afwijkmogelijkheden voor de 4-wekenzoektermijn zijn inmiddels wettelijk geregeld tot 1 oktober 2021 met de tijdelijke wet Covid-19 SZW en JenV. Hierin is ook de motie Smeulders verwerkt met de mogelijkheden voor jongeren om tijdelijk bij te verdienen. Zie het gemeentenieuws van het ministerie van SZW

 

3. Hoe moeten gemeenten tijdens de lockdown omgaan met de loonwaardebepaling?

De periode waarin gemeenten toestemming hebben om onder voorwaarden af te wijken van de regels bij loonwaardebepaling is verlengd tot 1 oktober 2021. Zie het gemeentenieuws van het ministerie van SZW

 

4. Hoe kunnen gemeenten zelfstandig ondernemers met problemen door de coronacrisis ondersteunen?
Hiervoor verwijzen wij naar de aparte pagina over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo)

 

5. Hoe kunnen gemeenten omgaan met de dienstverlening rond schuldhulpverlening in verband met de coronamaatregelen?

Voor zover gemeenten dit al niet doen, roepen wij hen op het volgende te doen:

  • Neem als gemeente de regie om de ketenpartners ‘bij elkaar te brengen’. Bespreek met elkaar wat doorgang moet vinden. Wat heeft prioriteit? Wat is er mogelijk aan alternatieve hulpverlening? Bepaal wat voor welke doelgroepen nodig is.
  • Maak afspraken over de dienstverlening, (telefonische) bereikbaarheid en de continuïteit van ondersteuning aan (kwetsbare) inwoners met financiële problemen. Maak deze afspraken met de gemeentelijke afdelingen, organisaties die de schuldhulpverlening uitvoeren en ketenpartners zoals schuldeisers, sociaal raadslieden, wijkteams et cetera. Diverse gemeenten werken met vrijwilligers in het (voor)traject. Bedenk wat voor consequenties het heeft voor het hulpverleningstraject wanneer hun inzet niet meer mogelijk is en kom met alternatieven. 
  • Zorg voor alternatieven om het persoonlijk fysiek contact te minimaliseren. Waar het kan, kunt u de intakes en afspraken digitaal laten plaatsvinden via Whatsapp/videobellen. Kortom, face-to-face contact, maar dan op afstand. Wees hierbij wel alert op inwoners die minder digitaal- en taalvaardig zijn. 
  • Zorg ervoor dat nieuwe aanmeldingen nog steeds kunnen plaatsvinden bij de gemeente of ketenpartners. Daarnaast is het opsturen van verzoeken voor Wsnp en dwangakkoorden wel mogelijk, maar de rechtbanken zijn voorlopig voor zittingen gesloten. Houd dit voor uw eigen rechtbank in de gaten.
  • Zorg dat inwoners via diverse kanalen worden geïnformeerd en voorkom dat mensen een drempel ervaren om hulp in te roepen of uit beeld raken.
  • Zorg dat de dienstverlening doorgaat en stel als gemeente met ketenpartners prioriteiten. Te denken valt aan:
  1. Uitbetalingen van leefgeld gaan te allen tijde door. Wees flexibel en kijk wat nu het beste is voor de inwoner.
  2. De (door)betalingen (vaste lasten) die gemeenten namens de burger doen, gaan door.
  3. Blijf bereikbaar en communiceer op welke manier de inwoner zijn of haar vraag het beste kan stellen. 
  4. Overleg met elkaar bij een crisis/noodsituatie om gezamenlijk te komen tot een passende oplossing in deze periode. Voorkom huisuitzettingen en afsluitingen vanwege financiële problemen door te overleggen met partijen als woningcorporaties en energieleveranciers.

 

6. Is er een landelijke richtlijn over schulden en incasso in verband met het coronavirus?

Er is geen landelijke richtlijn. Wel ligt het in de rede om schuldeisers te vragen om begrip te tonen en zich coulant op te stellen. Door de uitbraak van het coronavirus kunnen mensen acuut in ernstige financiële problemen terechtkomen. Wij adviseren gemeenten om mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen op te roepen om snel in gesprek te gaan met hun schuldeiser(s). Gezamenlijk kunnen zij dan naar een oplossing zoeken. Dat kan zijn door

  • betalingsregelingen te treffen
  • tijdelijk de invordering op te schorten
  • terughoudend om te gaan met de inzet van dwangmaatregelen

Daarnaast zijn een aantal bestaande en nieuwe afspraken van toepassing. Zo zijn er wettelijke regels die mensen beschermen tegen afsluiting van voorzieningen en/of huisuitzetting. Er wordt in de winterperiode, tot 1 april, niemand afgesloten van gas en elektriciteit. In overige maanden worden mensen die gebruikmaken van schuldhulpverlening niet afgesloten. Daarnaast kunnen mensen niet zo maar uit hun huis gezet worden, dat kan alleen door tussenkomst van een rechter. De drinkwaterbedrijven hebben in verband met de corona-uitbraak besloten voorlopig niemand af te sluiten en afgesloten klanten kunnen weer aangesloten worden.

 

7. Is er samenloop mogelijk tussen loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW)?

De NOW is ook van toepassing op mensen uit de doelgroep banenafspraak die met loonkostensubsidie werken. Voormalig staatssecretaris Van Ark (SWZ) vraagt gemeenten om de loonkostensubsidie door te laten lopen, met het oog op het belang van baanbehoud. Loonkostensubsidie wordt niet met de NOW verrekend vanwege uitvoeringstechnische bezwaren. Dat betekent dat dubbele financiering vanwege de huidige bijzondere omstandigheden wordt geaccepteerd.

 

8. Voert de Inspectie SZW nog controle uit op werkomstandigheden van arbeidsmigranten?

De Inspectie SZW krijgt veel vragen, meldingen en klachten over de werkomstandigheden ten tijde van corona. De meldingen zijn divers en gaan bijvoorbeeld over zieke collega’s op de werkvloer, verplicht blijven werken, geen afstand kunnen houden, geen beschermende middelen om te werken.

Neem bij concrete klachten en meldingen over het coronavirus in relatie tot arbeid contact op met de Inspectie SZW. Er is een speciaal webformulier gemaakt voor coronagerelateerde werksituaties, zodat uw concrete klacht snel en efficiënt behandeld kan worden. Het formulier vindt u op de website van de Inspectie.

Alle meldingen worden zoals gebruikelijk bekeken. Als de melding niet helemaal duidelijk is, wordt voor meer informatie contact gezocht met de melder. De melder wordt ook gevraagd welke actie hij/zij zelf heeft ondernomen. De Inspectie SZW kan ervoor kiezen om eerst telefonisch contact te leggen met de werkgever of kiezen voor een inspectie ter plaatse, al dan niet in samenwerking met partners (bijvoorbeeld gemeenten of politie). De inspecteurs bespreken met de werkgever wat zijn verantwoordelijkheden zijn in de specifieke situatie. Als de werkgever zijn verantwoordelijkheid niet neemt, kan de Inspectie handhavend optreden. Bij iedere fysieke inspectie zal de veiligheid van de inspecteurs gewaarborgd moeten zijn.

 

9. Hoe kunnen gemeenten bedrijven helpen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samen te brengen?
Werkgevers kunnen met hun vraag naar personeel naar het platform www.NLwerktdoor.nl gaan. Het platform geleidt de vraag van werkgevers door naar 1 van de 35 regionale werkgeversservicepunten (WSP’s), een samenwerkingsverband tussen UWV, gemeenten en SW-bedrijven in de arbeidsmarktregio. Het WSP maakt vervolgens een match tussen een openstaande vacature en mensen die werkloos zijn geraakt. Dit gebeurt in samenwerking met de uitzendbranche. Ook onderwijspartners en kenniscentra zijn relevante partners hierbij. Zo blijft Nederland aan het werk, en helpen we mensen en bedrijven.

Terug naar boven

Wmo en jeugd

3. Hoe moet ik als gemeente omgaan met lopende aanbestedingen in het sociaal domein? 
De impact op lopende aanbestedingen en subsidieverstrekkingen wordt steeds duidelijker. Zeker als de deadline voor inschrijvingen of subsidieaanvragen nadert, of in de vermoedelijke crisisperiode valt. Aanbieders zijn nu onvoldoende in staat om capaciteit vrij te maken om op de juiste wijze en tijdig een inschrijving of aanbesteding te doen. Voor Open House inkoopsystemen is dit mogelijk minder problematisch, omdat gemeenten hier kunnen kiezen de toelatingsprocedure makkelijker in te richten of later nog aanmeldingen te accepteren. 

Het is wenselijk om inschrijf- en aanvraagtermijnen met bijvoorbeeld 3 maanden te verlengen om aanbieders meer tijd te geven. Houd er rekening mee dat na deze fase veel capaciteit nodig zal zijn om de reguliere zorg en ondersteuning weer op te starten.  

Uitstel van de inschrijftermijn kan ertoe leiden dat gemeenten en aanbieders de implementatiedatum (van bijvoorbeeld 1 januari 2021) wellicht niet halen. 

Gemeenten kunnen onder deze bijzondere omstandigheden en gezien de urgentie, conform artikel 2.32 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012, direct gunnen voor een gelimiteerde periode (van bijvoorbeeld 3, 6 of 12 maanden). In het geval van subsidies kunnen gemeenten kiezen voor een incidentele subsidie (artikel 4:23 lid 3, sub c Algemene wet bestuursrecht).

 

4. Mogen inwoners nog mantelzorg geven?
Voor vragen over mantelzorg kunt u terecht op mantelzorg.nl

 

5. Waar vind ik informatie over het pgb in relatie tot het coronavirus?

Zie ons nieuwsbericht: Het pgb-Jeugd & -Wmo en corona: maatregelen vanaf 1 juli

5a. Hoe moeten en kunnen budgethouders niet geleverde zorg en eventuele meerkosten vanwege corona en de coronamaatregelen bijhouden?

Zie ons nieuwsbericht: Het pgb-Jeugd & -Wmo en corona: maatregelen vanaf 1 juli

5b. Moeten gemeenten zelf de meerkosten voor pgb als gevolg van de coronamaatregelen bijhouden?

Ja, gemeenten moeten dit zelf bijhouden. De SVB kan hierin niet ondersteunen. Een gemeente kan met de formulieren ​die de budgethouder instuurt zelf inzicht krijgen in de kosten. Het is niet zo dat het ministerie van VWS met dit bedrag gemeenten compenseert. De compensatie van de meerkosten zijn onderdeel van de afspraken hierover voor zorg in natura. Zie ook: Financiële compensatie coronamaatregelen.

Er is een procesbeschrijving voor de meerkosten:

11. Waar kan ik richtlijnen vinden voor de zorg aan kwetsbare mensen thuis en voor hun mantelzorgers?

 

Voor kwetsbare mensen thuis (waaronder ouderen) zijn 4 landelijke richtlijnen opgesteld en getoetst bij het RIVM:

  • Mantelzorgondersteuning
  • Huishoudelijke hulp 
  • Dagbesteding en -opvang
  • Hulpmiddelen

Bij kwetsbare mensen die thuis wonen, kunnen in deze crisistijd de problemen toenemen en crisissituaties ontstaan. Ook kan de mantelzorg overbelast raken of wegvallen, waardoor er onvoldoende zorg en ondersteuning overblijft. Uitgangspunt voor de zorg aan deze kwetsbare mensen is om zo lang mogelijk in te zetten op steun in de thuissituatie. Hierdoor wordt de druk op de medische zorg niet verder vergroot. Tijdig signaleren is hiervoor cruciaal. Het is daarom van groot belang dat de wijkteams, buurtteams en de aanbieders goed en regelmatig de vinger aan de pols houden bij deze kwetsbare mensen. 

Op de website van Movisie staat inmiddels een pagina over de richtlijn Mantelzorg. Movisie vraagt gemeenten om een korte survey in te vullen. In de komende tijd zal Movisie op deze pagina concrete voorbeelden en initiatieven publiceren die gemeenten (en aanbieders) kunnen helpen om mantelzorgers te blijven ondersteunen.

 

14. Mag ik afwijken van mijn begroting voor het onderwijsachterstandenbeleid, nu er gerichte acties nodig zijn als gevolg van de coronamaatregelen?
Ja, afwijken van een begroting mag zolang dit verantwoord wordt in het jaarverslag/de verantwoording.  De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag wel alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de Sisa (zie ook vraag 15).

 

15. Mag ik de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid vanwege de coronamaatregelen breder inzetten voor aan onderwijsachterstand gerelateerde zaken, ook al past dit niet binnen de SiSa-verantwoording?
Nee, dit mag niet. De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de SiSa. De gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen zijn bedoeld voor voorschoolse educatie en voor activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen, bedoeld om onderwijsachterstanden te voorkomen en bestrijden. Het is uiteindelijk ter beoordeling aan de gemeentelijke accountant of alle posten hieronder vallen.

Voor meer (algemene) informatie over de inzet van de GOAB-middelen zie ook deze handreiking gemaakt door het ondersteuningstraject voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

 

17. Wat betekent de routekaart voor mensen met een kwetsbare gezondheid voor de afbouw van maatschappelijke opvang?
In deze routekaart staat kort en bondig, dat we per 1/6 a.s. kunnen overgaan tot ‘maximaal opschalen binnen RIVM-richtlijn’. VNG is in overleg met het Rijk en andere partijen aan het uitwerken wat dit betekent voor de afbouw van maatschappelijke opvang.  Er wordt nagedacht over de afbouw van de opvang van niet-rechthebbenden , mits dat op een verantwoorde manier kan.  Verder heeft de VNG bij het Rijk er aandacht voor gevraagd

  • dat vooral in de maatschappelijke opvang na 1/6 de situatie niet terug kan naar normaal, als we de 1,5 meter respecteren
  • dat gemeenten daar ook de komende maanden nog extra kosten voor zullen maken
  • dat de extra voorzieningen, die gemeenten de afgelopen maanden hebben ingehuurd (denk aan hotels en sporthallen), steeds vaker niet meer beschikbaar zullen zijn
  • of niet meer beschikbaar zijn tegen de voorwaarden die de afgelopen tijd golden.

 

18. Met welke stappen worden de corona maatregelen versoepeld voor mensen met een kwetsbare gezondheid?
Voor het veilig opschalen van de sociale contacten voor mensen met een kwetsbare gezondheid zijn zogenaamde routekaarten opgesteld. Hiermee wordt meer ruimte geboden voor bezoek, zowel thuis als bij instellingen, en voor het opschalen van de zorg en ondersteuning. Het Rijk heeft de routekaarten opgesteld in overleg met de organisaties die zorg en ondersteuning bieden.

Uiteraard blijven hierbij de algemene hygiëne-adviezen van het RIVM gelden en dient men niet op bezoek te gaan als bezochte persoon dan wel de bezoeker(s) klachten heeft of met COVID-19 is besmet.

 

25. Kunnen aanbieders tijdens de coronacrisis alternatieve vormen van ondersteuning leveren binnen een bestaande beschikking?

Dat kan in de meeste gevallen en wordt ook aangeraden om verdere bureaucratische lasten bij ook (vooral kleinere) aanbieders te voorkomen. Als blijkt dat maatschappelijke ondersteuning aan een cliënt als gevolg van corona (tijdelijk) niet meer mogelijk is (bijvoorbeeld naar de dagbesteding gaan), kan een gemeente daarop flexibel en snel inspelen door een alternatieve vorm van ondersteuning te (laten) aanbieden. In de meeste gevallen zal hiervoor geen nieuwe beschikking noodzakelijk zijn.

​​​​​Terug naar boven

Continuïteit financiering aanbieders Wmo en Jeugd tot 1 juli 2020

1. Wat heeft de VNG afgesproken met het Rijk over de continuïteit van financiering in het sociaal domein tijdens de coronacrisis?

Er is voor 2021 geen generieke regeling meer over de continuïteit van financiering in het sociaal domein zoals die in de eerste helft van 2020 van kracht was. Voor specifieke omstandigheden waarbij de continuïteit van zorgverlening of het zorglandschap in het geding is een gespreksleidraad opgesteld.

 

8. Worden meerkosten die gemeenten maken, vergoed?
Meerkosten die rechtstreeks voortvloeien uit (te nemen) maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus worden door het Rijk vergoed. De vergoeding gaat via een ophoging van de bestaande uitkeringen in het Gemeentefonds. Zie hiervoor de uitgewerkte afspraken met het Rijk.

Ook voor 2021 heeft de VNG met het Rijk afspraken gemaakt over vergoeding van meerkosten aan aanbieders.

 

9. Waarom is het vangnet Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) niet beschikbaar voor zorgaanbieders bij vraaguitval?
De publieke financiers bieden continuïteit van de reguliere financiële middelen, ook als daar niet de reguliere zorg voor wordt geleverd. Waar direct meerkosten ontstaan, vergoedt het kabinet deze. Zo kunnen reguliere voorzieningen/diensten waar nodig op alternatieve wijze worden aangeboden. Ook kan het personeel op een andere manier worden ingezet. Professionals in het sociaal domein zijn nu immers heel hard nodig. Daarom kiest het kabinet ervoor om de gehele zorgsector uit te sluiten van deze maatregel, dus ook zorgverzekeraars (Zvw) en zorgkantoren (Wlz).

 

11. Hoe kunnen gemeente het beste omgaan met re-integratiebedrijven?
Probeer waar mogelijk afspraken te maken met re-integratiebedrijven over het continueren van de activiteiten, waar mogelijk in aangepaste vorm. Als dit niet mogelijk is en er niet geleverd wordt, kunnen re-integratiebedrijven worden gewezen op de ondersteuningsmogelijkheden die het kabinet heeft ingesteld voor ondernemers.

 

16. Is de gemeente btw verschuldigd als zij voor de rechtmatigheid van de betalingen een overeenkomst of een subsidie-overeenkomst aangaat, ook al worden er geen prestaties verricht?
In beginsel geldt: wanneer er geen prestatie wordt verricht, is ook geen btw verschuldigd. Het is echter afhankelijk van de specifieke casus of er daadwerkelijk geen prestatie wordt geleverd in een bepaalde situatie, bijvoorbeeld over de vraag op basis waarvan in concrete situaties wordt besloten de betalingen toch voort te zetten (vrijwillig of contractueel verplicht). Voor specifieke gevallen kan de situatie dus anders liggen en moet contact op worden genomen met de btw-inspecteur om zekerheid te krijgen over de btw-gevolgen van die situatie. Het vastleggen in een (subsidie)overeenkomst  voor de rechtmatigheid van de betalingen leidt op zichzelf niet tot btw-heffing. Maar de feiten en omstandigheden kunnen zo zijn dat er in feite wel een prestatie wordt geleverd.


17. Kunnen vrijgevestigden gebruik maken van de Tozo-regeling?

Deze vraag wordt op de website van de rijksoverheid over de Tozo beantwoord. Financiering door een gemeente of door een zorgverzekeraar in het kader van een continuïteitsbijdrage is voorliggend. In sommige gevallen voldoet die financiering niet, bijvoorbeeld omdat een vrijgevestigde naast publiek gefinancierde inkomsten ook veel zorg heeft die door inwoners zelf wordt betaald. Op het moment dat dat wegvalt, kan een beroep worden gedaan op de Tozo-regeling.

Terug naar boven

Maatschappelijke opvang / beschermd wonen / vrouwenopvang / huiselijk geweld / mensenhandel

2. Hoe kunnen aanbieders omgaan met zieke mensen en hygiënevoorschriften in maatschappelijke opvang en andere instellingen?
De VNG adviseert gemeenten in overleg met de aanbieders voor maatschappelijke opvang en andere zorg- en welzijnsinstellingen om te kijken wat er nodig is om naast isolatieplekken voldoende ruimte in de opvang én mogelijkheden voor verblijf overdag te garanderen. Mogelijk zijn daarbij creatieve oplossingen uitvoerbaar zoals het tijdelijk gebruiken van leegstaand vastgoed.

Voor vragen over persoonlijke beschermingsmiddelen voor personeel kunnen organisaties terecht bij hun eigen bedrijfsarts. Deze arts is aangesloten op de richtlijnen van het RIVM.

De richtlijn heeft de status van een oproep van VWS. Wanneer gemeenten de richtlijn niet opvolgen, kan VWS in het kader van Interbestuurlijk Toezicht gemeenten oproepen of verplichten om de afspraken uit de richtlijn na te komen. 

Zorgaanbieders die een dringend tekort aan beschermingsmiddelen hebben en te maken krijgen met een mogelijk besmette patiënt, kunnen contact opnemen met hun regionale ROAZ-coördinator. Dat geldt ook voor zorgaanbieders die niet direct bij het ROAZ (Regionale overleg Acute Zorg) zijn aangesloten, zoals de GGZ. De ROAZ zijn een onderverdeling van de GGD/GHOR. Zie: Regionale coördinatoren persoonlijke beschermingsmiddelen corona.

 

8. Hoe gaan aanbieders om met een zieke in opvang of beschermd wonen die zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
Hiervoor biedt de Wpg artikel 31 en verder mogelijk een oplossing. Hierin staat wat de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester in zo’n geval kan doen, namelijk de zieke gedwongen laten opnemen in een ziekenhuis ter isolatie, en welke stappen hiervoor gezet kunnen worden.

 

9. Kan de kostendelersnorm tijdelijk worden opgeschort zodat mensen zonder consequenties voor hun inkomen een dakloze onderdak kunnen bieden?
De Participatiewet kent al de mogelijkheid om maatwerk toe passen. Gemeenten kunnen op individuele basis een uitzondering op de kostendelersnorm uit de Participatiewet maken. De dakloze kan tijdelijk onderdak worden verleend zonder dat dit ten koste gaat van de bijstandsuitkering van degene die onderdak verleent. Daarmee wordt de druk op de opvang ook verminderd.

 

10. Kunnen mensen die beschermd wonen nog steeds bezocht worden?
Hiervoor kunt u de afspraken volgen uit de GGZ richtlijn

 

11. Kan de Wvggz worden toegepast wanneer een zieke in opvang of beschermd wonen zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
De aanwezigheid van een psychische stoornis is geen reden op zich om de Wvggz toe te passen. Als er alleen gevaar voor de volksgezondheid is, er verder geen reden is om iemand op te nemen op een psychiatrische afdeling, en de betrokkene niet meewerkt aan noodzakelijke maatregelen lijkt de Wpg de aangewezen wet. De centrale actoren zijn hierbij de GGD, de voorzitter van de veiligheidsregio en de rechter.

Terug naar boven

Crisisbanen

1. Mag ik er vanuit gaan dat middels een opdrachtverstrekking werknemers kunnen worden aangetrokken?

Ja dit is mogelijk. De BTW die gecompenseerd wordt middels het compensatiefonds of andere compensatie is echter niet subsidiabel. De BTW die niet wordt gecompenseerd kan worden meegenomen in de aanvraag.


2. Wat is de kostprijs per uur?  (Belangrijk voor inhuur.)

De kostprijs per uur is 120% van het wettelijk minimumloon. Het wettelijk minimumloon is te vinden op Bedragen minimumloon 2021 | Minimumloon Rijksoverheid.nl.
 

3. Mogen de kosten meer of minder zijn dan 120% van het minimumloon.

Dat mag, echter loonkosten boven de 120% en andere meerkosten komen niet in aanmerking voor een bijdrage.


4. Kan deze ondersteuning ook rechtstreeks ingezet worden voor de inhuur van extra BOA’s (in plaats van of naast kosten die gemaakt worden voor arbeidskrachten die een deel van de taken van onze BOA’s uit handen nemen)?

Deze kosten komen in aanmerking voor vergoeding. De vergoeding is maximaal 120% wml en gaat niet over de kosten voor opleiding of enige vergoeding daarvoor richting de werknemer (denk aan opleidingsuren die vergoed worden).


5. Wat moet ik doen als ik/mijn gemeente het formulier niet heb/heeft gekregen?

U kunt contact opnemen met coronabanen@minjenv.nl.

Terug naar boven