Doelgroepenvervoer

1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor verschillende vormen van vervoer. Welke afspraken worden gemaakt over vergoeding van de gevolgen van corona?

In verband met het coronavirus en de maatregelen die de overheid genomen heeft om verspreiding van het virus te beperken is het gebruik van doelgroepenvervoer sinds maart 2020 fors gedaald. Als gevolg daarvan genieten vervoerders fors minder inkomsten uit vervoer, terwijl de vaste kosten van de ondernemingen doorlopen. 

De continuïteit van zorg en ondersteuning voor kwetsbare mensen, juist ook met de aanvullende maatregelen voor de komende maand, is van cruciaal belang. Zorgvervoer speelt een belangrijke rol in het faciliteren dat zorg en ondersteuning worden gecontinueerd (denk bijvoorbeeld aan vervoer van en naar dagbesteding, bezoek van ouderen aan familieleden of  vervoer naar kinderdagcentra). Bij uitvoering van de ritten is het van belang dat de opgestelde protocollen voor taxi- en zorgvervoer worden gevolgd. De uitgevoerde ritten worden volgens de afspraken in de contracten vergoed. 

Vanaf 1 juli is de oproep om op basis van de lokale situatie en in overleg met de gecontacteerde vervoerder gerichte continuïteitsafspraken te maken op basis van maatwerk. Deze oproep gold aanvankelijk tot 1 september 2020 en is weer verlengd tot 1 januari 2021. Dit maatwerk zal ook voor in ieder geval de eerste helft van 2021 nodig zijn. 

Rijk en de VNG adviseren in de oproep om in het maatwerk ook afstemming op de nieuwe realiteit mee te nemen waaronder een te verwachten vraaguitval voor langere tijd, wat de nodige aanpassingen in bedrijfsvoering en vervoersnetwerk met zich meebrengt. Zij roepen alle betrokken partijen, gemeenten én vervoerders, om verantwoordelijkheid te nemen voor instandhouding van het netwerk voor zorgvervoer. 

N.B. Over de uitgevallen ritten hebben de VNG en de ministeries de lijn afgesproken dat onder de weggevallen omzet ook wordt verstaan de weggevallen reizigersopbrengsten verbonden aan het vervoer. Deze opbrengsten zijn in veel contracten ingecalculeerd en maken deel uit van de totale exploitatie van het contract voor de desbetreffende vervoerder. Het vergoeden van deze opbrengsten aan de vervoerders is bovendien analoog aan de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor gebruikers van doelgroepenvervoer. 

 

4. Is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) van toepassing op doelgroepenvervoer?
De NOW is bedoeld voor commerciële activiteiten die niet met publiek geld worden gefinancierd. Dat is bij doelgroepenvervoer niet het geval, dat werd al met publiek geld gefinancierd. Sommige vervoersbedrijven zullen zowel commerciële als publieke taken uitvoeren. Vanzelfsprekend vindt er geen cumulatie plaats. Vervoersbedrijven moeten daarin bij aanvraag duidelijk onderscheid maken.

 

6. Loopt de betaling van de eigen bijdrage (van ouders) door? 
Nee, de lijn is dat bij niet verstrekte ritten de eigen bijdrage wordt kwijtgescholden. 

 

7. Hoe financiert de gemeente de doorfinanciering van het doelgroepenvervoer en de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor uitgevallen ritten? 
Gemeenten ontvangen voor het door hen georganiseerde doelgroepenvervoer middelen in hun reguliere uitkering vanuit het gemeentefonds. Deze middelen kunnen worden ingezet voor de doorfinanciering.

 

8. Worden de meerkosten van gemeenten in het doelgroepenvervoer door het Rijk gecompenseerd? 
Het Rijk en de VNG hebben eerder afspraken gemaakt over de vergoeding van meerkosten in het sociaal domein die het gevolg zijn van het opvolgen van RIVM-adviezen. In de opeenvolgende oproepen aan gemeenten om de continuïteit te waarborgen vroegen Rijk en de VNG gemeenten om de middelen die ze voor het doelgroepenvervoer hebben begroot vanuit de reguliere uitkering van het gemeentefonds voor dit doel in te zetten. In opdracht van het Rijk en de VNG heeft AEF een onderzoek uitgevoerd naar de meerkosten voor het sociaal domein. In dat onderzoek is geconcludeerd dat gemeenten vooralsnog niet verwachten in 2020 meerkosten voor doelgroepenvervoer te maken ten opzichte van de origineel begrote bedragen. Zolang dat  beeld in stand blijft, is er van compensatie van gemeenten vanuit het Rijk op dit terrein geen sprake. Om een beeld te krijgen van de meerkosten in 2021 zal genoemd onderzoek opnieuw worden gedaan. 

 

9. Worden meerkosten van vervoerders als gevolg van corona bij wél uitgevoerde ritten vergoed?
Er is een regiegroep ingesteld door het kabinet en mede-overheden  die de financiële effecten in kaart brengt, inclusief compensatie (zie de kamerbrief daarover). De direct met COVID-19 verband houdende directe meerkosten bij vervoer dat doorgaat, worden door de gemeente aan de vervoerders betaald. U kunt hierbij denken aan meerkosten als gevolg van het volgen van de protocollen voor veilig en verantwoord zorg- en taxivervoer die op basis van de maatregelen van het Rijk en RIVM zijn opgesteld. Bijvoorbeeld spatschermen, mondkapjes en reinigingsmiddelen, of extra ritten omdat minder mensen per voertuig zijn toegestaan, of inhuur van een extra medewerker omdat een andere werknemer thuis zit in verband met quarantaine/testen. Het is van belang deze meerkosten op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Het hangt van de specifieke contractvorm af op welke manier dat het handigst kan worden geregeld. 

Indirecte meerkosten (extra inzet van middelen zoals voertuigen, kapitaal en/of arbeid door verminderde efficiency/combinatiemogelijkheden bij het vervoer) gelden in de basis als meerkosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Het advies is wel om deze meerkosten bij de afspraken over continuïteitssteun te betrekken. Uitgangspunt daarbij is om de infrastructuur van het doelgroepenvervoer in stand te houden en gefaseerd aan te passen aan de nieuwe realiteit en de (verwachte) toekomstsituatie. 

 

10. Waar moeten gemeenten extra op letten bij vervoer dat in kader van het sociaal domein wordt ingekocht door zorgaanbieders?
Om de continuïteit van zorgaanbieders in het sociaal domein te ondersteunen zijn aparte afspraken gemaakt. Bij een aantal zorgproducten in het sociaal domein zorgen zorgaanbieders voor het vervoer. Dit vervoer wordt dan rechtstreeks door hen bij vervoersbedrijven ingekocht. Om de continuïteit in het doelgroepenvervoer te borgen is het belangrijk dat deze aanbieders de bovengenoemde afspraken doorvertalen in hun contracten met de vervoerders. Gemeenten kunnen daarvoor voorwaarden opnemen bij de toekenning van doorbetaling aan de zorgaanbieder.

 

11. Hoe vindt na afloop de verantwoording plaats?
Samen met de brancheorganisatie voor ondernemers actief in het zorg- en taxivervoer (KNV) en met de beroepsorganisatie van accountants (NBA) is een notitie ontwikkeld voor verantwoording van de continuïteitsbijdragen. Deze kunnen gemeenten en vervoersbedrijven gebruiken om bij het opstellen van de jaarrekeningen op een goede manier te kunnen verantwoorden dat deze doorbetalingen een doelmatige en rechtmatige besteding van publiek geld zijn geweest. Het is voor vervoersbedrijven die voor verschillende gemeenten werken en voor gemeenten die met meer vervoersbedrijven werken zeer wenselijk om middels 1 model verantwoording af te leggen. Lees verder:

12a. Hoe weet de gemeente of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun is? (periode tot 1 juli)
Het Rijk heeft voor de periode maart tot en met juni  een gecoördineerde melding van staatssteun gedaan bij de Europese Commissie. Zie het nieuwsbericht voor de volledige informatie en de circulaire. Uit die circulaire volgt voor de gemeente het volgende stappenplan om te beoordelen of er sprake is van (geoorloofde) staatssteun: 

1. Allereerst bekijkt u als gemeente de financieringsconstructie van het onder punt 2 van de circulaire genoemde type vervoer. Uitgangspunt van het kader is dat het vervoer gecontracteerd is door de gemeente, met inachtneming van de aanbestedingsregels. Uw gemeente beziet of er ruimte is om op basis van het contract tot compensatie over te gaan. Is die situatie aan de orde, dan is er geen sprake van staatssteun en behoeft over de doorbetaling van het bedrag dat op basis van het contract betaald kan worden geen opgave wegens staatssteun conform dit kader te worden gedaan.

2. Indien het contract geen ruimte tot compensatie voor niet-geleverde diensten door het vervoerbedrijf biedt, is er sprake van staatssteun en geeft deze circulaire uw gemeente een kader om geoorloofde staatssteun te verlenen. Daarvoor moeten de cumulatieve voorwaarden in deze circulaire worden nageleefd.

3. Voor ritten die wel zijn uitgevoerd, vindt uitbetaling op basis van het contract plaats. Die ritten vallen buiten de compensatie, zoals is opgenomen in de circulaire. In dat geval wordt dus een deel op basis van het contract doorbetaald en voor een ander deel moeten de staatssteunregels van de circulaire worden nageleefd.

12b. Hoe moet de gemeente vervolgens handelen? (periode tot 1 juli)
Als de conclusie is dat u nog betalingen gaat verrichten en dat volgens bovenstaande stappen doet, zorgt u voor een goede vastlegging van betalingen conform de circulaire. Deze vastlegging is nodig voor de staatssteunrapportage die binnen een jaar moet plaatsvinden.. Kenniscentrum Europa decentraal ondersteunt het ministerie van BZK bij het verzamelen van de gegevens voor de jaarlijkse staatssteunrapportage. Het Kenniscentrum vraagt deze gegevens in het voorjaar van 2021 bij gemeenten uit.

Als u de compensatiebetaling tot nu toe als voorschot heeft verleend kunt u de compensatie nu definitief verlenen met inachtneming van de bovenstaande stappen, en zorgt u voor een goede vastlegging van betalingen conform de circulaire. Voor de rapportage zie hierboven onder a.

Als de conclusie is dat u reeds staatssteun heeft verleend dient u de betalingen te herberekenen conform de circulaire en indien er teveel is betaald het surplus terugvorderen of verrekenen met lopende vorderingen of toekomstige compensatie. Voor het tijdsaspect (betaling voorafgaand aan de melding bij de Europese Commissie) wordt een generieke oplossing gezocht.

 

13. Hoe weet de gemeente of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun is? (periode van 1 juli 2020 tot 1 januari 2021)
Vanaf 1 juli verviel de oproep aan gemeenten om niet-gereden ritten generiek voor 80% te blijven compenseren. De oproep aan gemeenten is om voor deze periode op lokaal niveau actief met betrokken partijen te overleggen om met vervoerders gerichte continuïteitsafspraken te maken voor de rest van 2020. Deze afspraken zijn gericht op de continuïteit van het regionale en lokale vervoer. Ook dan zal rekening moeten worden gehouden met de staatssteunaspecten.

Na aandringen van de VNG wordt eind 2020 alsnog onderzocht of het mogelijk is voor de periode van 1 juli tot 1 januari 2021 een nieuwe gecoördineerde melding bij de Europese Commissie te doen. Het is onzeker of een eventuele goedkeuring onder dezelfde voorwaarden zal worden verleend. 

 

14. Hoe weet de gemeente of de doorbetaling van het doelgroepenvervoer staatssteun is? (periode vanaf 1 januari 2021)
Gezien de huidige situatie blijft de oproep van Rijk en de VNG om op lokaal niveau actief met betrokken partijen te overleggen om met vervoerders gerichte continuïteitsafspraken te maken, overeind voor de start van 2021. Deze afspraken blijven gericht op de continuïteit van het regionale en lokale vervoer en staatssteunaspecten blijven een rol spelen. In samenspraak met het Rijk zal de VNG bezien of er voor die periode opnieuw een gecoördineerde melding mogelijk en noodzakelijk is. Wij beoordelen dat zodra de uitkomst van het traject voor de periode 1 juli - 1 januari bekend is.

 

15. Hoe zit het met het leerlingenvervoer nu het primair onderwijs sinds 8 februari 2021 weer open is? 

Het leerlingenvervoer kan weer plaatsvinden op de reguliere manier. Voor de rit vindt er een gezondheidscheck plaats. Leerlingen hoeven geen anderhalve meter afstand tot elkaar te houden. De anderhalvemeterregel blijft gelden voor de afstand tussen leerlingen en de chauffeur. Als dit niet mogelijk is, draagt de chauffeur een chirurgisch mondkapje. Chauffeurs, leerlingen, ouders en scholen moeten zich bij het vervoer verder houden aan richtlijnen ontwikkeld door het RIVM.

Terug naar boven

Participatie / werk en inkomen

 

1. Hoe kunnen gemeenten in de lockdown omgaan met re-integratieverplichtingen in het kader van de Participatiewet?

Er wordt niet categoraal afgeweken van re-integratieverplichtingen. Wel zullen gemeenten rekening moeten houden met de omstandigheden en de geldende coronamaatregelen.

 

2. Kunnen gemeenten net als in het voorjaar afwijken van de verplichte zoektijd voor jongeren in het kader van de Participatiewet?

De afwijkmogelijkheden voor de 4-wekenzoektermijn zijn inmiddels wettelijk geregeld tot 1 juli 2021 met de tijdelijke wet Covid-19 SZW en JenV. Hierin is ook de motie Smeulders verwerkt met de mogelijkheden voor jongeren om tijdelijk bij te verdienen. Zie het gemeentenieuws van het ministerie van SZW

 

3. Hoe moeten gemeenten tijdens de lockdown omgaan met de loonwaardebepaling?

De periode waarin gemeenten toestemming hebben om onder voorwaarden af te wijken van de regels bij loonwaardebepaling is verlengd tot 1 juli 2021. Zie het gemeentenieuws van het ministerie van SZW

 

4. Hoe kunnen gemeenten zelfstandig ondernemers met problemen door de coronacrisis ondersteunen?
Hiervoor verwijzen wij naar de aparte pagina over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo)

 

5. Hoe kunnen gemeenten omgaan met de dienstverlening rond schuldhulpverlening in verband met de coronamaatregelen?

Voor zover gemeenten dit al niet doen, roepen wij hen op het volgende te doen:

  • Neem als gemeente de regie om de ketenpartners ‘bij elkaar te brengen’. Bespreek met elkaar wat doorgang moet vinden. Wat heeft prioriteit? Wat is er mogelijk aan alternatieve hulpverlening? Bepaal wat voor welke doelgroepen nodig is.
  • Maak afspraken over de dienstverlening, (telefonische) bereikbaarheid en de continuïteit van ondersteuning aan (kwetsbare) inwoners met financiële problemen. Maak deze afspraken met de gemeentelijke afdelingen, organisaties die de schuldhulpverlening uitvoeren en ketenpartners zoals schuldeisers, sociaal raadslieden, wijkteams et cetera. Diverse gemeenten werken met vrijwilligers in het (voor)traject. Bedenk wat voor consequenties het heeft voor het hulpverleningstraject wanneer hun inzet niet meer mogelijk is en kom met alternatieven. 
  • Zorg voor alternatieven om het persoonlijk fysiek contact te minimaliseren. Waar het kan, kunt u de intakes en afspraken digitaal laten plaatsvinden via Whatsapp/videobellen. Kortom, face-to-face contact, maar dan op afstand. Wees hierbij wel alert op inwoners die minder digitaal- en taalvaardig zijn. 
  • Zorg ervoor dat nieuwe aanmeldingen nog steeds kunnen plaatsvinden bij de gemeente of ketenpartners. Daarnaast is het opsturen van verzoeken voor Wsnp en dwangakkoorden wel mogelijk, maar de rechtbanken zijn voorlopig voor zittingen gesloten. Houd dit voor uw eigen rechtbank in de gaten.
  • Zorg dat inwoners via diverse kanalen worden geïnformeerd en voorkom dat mensen een drempel ervaren om hulp in te roepen of uit beeld raken.
  • Zorg dat de dienstverlening doorgaat en stel als gemeente met ketenpartners prioriteiten. Te denken valt aan:
  1. Uitbetalingen van leefgeld gaan te allen tijde door. Wees flexibel en kijk wat nu het beste is voor de inwoner.
  2. De (door)betalingen (vaste lasten) die gemeenten namens de burger doen, gaan door.
  3. Blijf bereikbaar en communiceer op welke manier de inwoner zijn of haar vraag het beste kan stellen. 
  4. Overleg met elkaar bij een crisis/noodsituatie om gezamenlijk te komen tot een passende oplossing in deze periode. Voorkom huisuitzettingen en afsluitingen vanwege financiële problemen door te overleggen met partijen als woningcorporaties en energieleveranciers.

 

6. Is er een landelijke richtlijn over schulden en incasso in verband met het coronavirus?

Er is geen landelijke richtlijn. Wel ligt het in de rede om schuldeisers te vragen om begrip te tonen en zich coulant op te stellen. Door de uitbraak van het coronavirus kunnen mensen acuut in ernstige financiële problemen terechtkomen. Wij adviseren gemeenten om mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen op te roepen om snel in gesprek te gaan met hun schuldeiser(s). Gezamenlijk kunnen zij dan naar een oplossing zoeken. Dat kan zijn door

  • betalingsregelingen te treffen
  • tijdelijk de invordering op te schorten
  • terughoudend om te gaan met de inzet van dwangmaatregelen

Daarnaast zijn een aantal bestaande en nieuwe afspraken van toepassing. Zo zijn er wettelijke regels die mensen beschermen tegen afsluiting van voorzieningen en/of huisuitzetting. Er wordt in de winterperiode, tot 1 april, niemand afgesloten van gas en elektriciteit. In overige maanden worden mensen die gebruikmaken van schuldhulpverlening niet afgesloten. Daarnaast kunnen mensen niet zo maar uit hun huis gezet worden, dat kan alleen door tussenkomst van een rechter. De drinkwaterbedrijven hebben in verband met de corona-uitbraak besloten voorlopig niemand af te sluiten en afgesloten klanten kunnen weer aangesloten worden.

 

7. Is er samenloop mogelijk tussen loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW)?

De NOW is ook van toepassing op mensen uit de doelgroep banenafspraak die met loonkostensubsidie werken. Voormalig staatssecretaris Van Ark (SWZ) vraagt gemeenten om de loonkostensubsidie door te laten lopen, met het oog op het belang van baanbehoud. Loonkostensubsidie wordt niet met de NOW verrekend vanwege uitvoeringstechnische bezwaren. Dat betekent dat dubbele financiering vanwege de huidige bijzondere omstandigheden wordt geaccepteerd.

 

8. Voert de Inspectie SZW nog controle uit op werkomstandigheden van arbeidsmigranten?

De Inspectie SZW krijgt veel vragen, meldingen en klachten over de werkomstandigheden ten tijde van corona. De meldingen zijn divers en gaan bijvoorbeeld over zieke collega’s op de werkvloer, verplicht blijven werken, geen afstand kunnen houden, geen beschermende middelen om te werken.

Neem bij concrete klachten en meldingen over het coronavirus in relatie tot arbeid contact op met de Inspectie SZW. Er is een speciaal webformulier gemaakt voor coronagerelateerde werksituaties, zodat uw concrete klacht snel en efficiënt behandeld kan worden. Het formulier vindt u op de website van de Inspectie.

Alle meldingen worden zoals gebruikelijk bekeken. Als de melding niet helemaal duidelijk is, wordt voor meer informatie contact gezocht met de melder. De melder wordt ook gevraagd welke actie hij/zij zelf heeft ondernomen. De Inspectie SZW kan ervoor kiezen om eerst telefonisch contact te leggen met de werkgever of kiezen voor een inspectie ter plaatse, al dan niet in samenwerking met partners (bijvoorbeeld gemeenten of politie). De inspecteurs bespreken met de werkgever wat zijn verantwoordelijkheden zijn in de specifieke situatie. Als de werkgever zijn verantwoordelijkheid niet neemt, kan de Inspectie handhavend optreden. Bij iedere fysieke inspectie zal de veiligheid van de inspecteurs gewaarborgd moeten zijn.

 

9. Hoe kunnen gemeenten bedrijven helpen om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt samen te brengen?
Werkgevers kunnen met hun vraag naar personeel naar het platform www.NLwerktdoor.nl gaan. Het platform geleidt de vraag van werkgevers door naar 1 van de 35 regionale werkgeversservicepunten (WSP’s), een samenwerkingsverband tussen UWV, gemeenten en SW-bedrijven in de arbeidsmarktregio. Het WSP maakt vervolgens een match tussen een openstaande vacature en mensen die werkloos zijn geraakt. Dit gebeurt in samenwerking met de uitzendbranche. Ook onderwijspartners en kenniscentra zijn relevante partners hierbij. Zo blijft Nederland aan het werk, en helpen we mensen en bedrijven.

Daarnaast wordt er vanaf 1 oktober 2020 extra geïnvesteerd in een sociaal pakket om werkzoekenden te ondersteunen. Gemeenten krijgen extra middelen voor re-integratie, en er komen extra middelen voor arbeidsmarktregio’s om mobiliteitsteams op te zetten, ontschotte crisisdienstverlening in te zetten, en schoolverlaters extra te ondersteunen.

Meer informatie

Terug naar boven

Wmo en jeugd

1. Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis voor de levering en het onderhoud van Wmo-hulpmiddelen?
De hulpmiddelenbranche behoort behoort tot de cruciale beroepsgroepen en vervult een vitale rol in de zorgketen. Deze branche doet er alles aan om ervoor te zorgen dat de hulpmiddelenzorg ook in deze bijzondere periode beschikbaar blijft. Gemeenten kunnen hun aanvragen van hulpmiddelen en woningaanpassingen gewoon door laten gaan. Ook kunnen reparaties worden uitgevoerd en is de spoed- en calamiteitendienst 24/7 beschikbaar.

Met vragen kunnen gemeenten terecht bij hun leveranciers of bij Firevaned, de branchevereniging voor aanbieders van revalidatie- en mobiliteitshulpmiddelen en bijbehorende dienstverlening.

Zie ook het nieuwsbericht Faillissement Hulpmiddelencentrum: gevolgen voor gemeenten.

 

3. Hoe moet ik als gemeente omgaan met lopende aanbestedingen in het sociaal domein? 
De impact op lopende aanbestedingen en subsidieverstrekkingen wordt steeds duidelijker. Zeker als de deadline voor inschrijvingen of subsidieaanvragen nadert, of in de vermoedelijke crisisperiode valt. Aanbieders zijn nu onvoldoende in staat om capaciteit vrij te maken om op de juiste wijze en tijdig een inschrijving of aanbesteding te doen. Voor Open House inkoopsystemen is dit mogelijk minder problematisch, omdat gemeenten hier kunnen kiezen de toelatingsprocedure makkelijker in te richten of later nog aanmeldingen te accepteren. 

Het is wenselijk om inschrijf- en aanvraagtermijnen met bijvoorbeeld 3 maanden te verlengen om aanbieders meer tijd te geven. Houd er rekening mee dat na deze fase veel capaciteit nodig zal zijn om de reguliere zorg en ondersteuning weer op te starten.  

Uitstel van de inschrijftermijn kan ertoe leiden dat gemeenten en aanbieders de implementatiedatum (van bijvoorbeeld 1 januari 2021) wellicht niet halen. 

Gemeenten kunnen onder deze bijzondere omstandigheden en gezien de urgentie, conform artikel 2.32 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012, direct gunnen voor een gelimiteerde periode (van bijvoorbeeld 3, 6 of 12 maanden). In het geval van subsidies kunnen gemeenten kiezen voor een incidentele subsidie (artikel 4:23 lid 3, sub c Algemene wet bestuursrecht).

 

4. Mogen inwoners nog mantelzorg geven?
Voor vragen over mantelzorg kunt u terecht op mantelzorg.nl

 

5. Waar vind ik informatie over het pgb in relatie tot het coronavirus?

Het ministerie van VWS heeft in overleg met de VNG nadere afspraken gemaakt over pgb in relatie tot corona. Uitgangspunt is dat de zorg voor pgb-houders moet doorgaan. Daarom heeft VWS de regelgeving tijdelijk verruimd. In de notitie Coronacrisis: Specifieke maatregelen pgb jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning (pdf, 3 april) staan de maatregelen uitgelegd. Voor een handzaam overzicht zie het document van VWS over pgb (pdf, 3 april). Eerder al had de SVB met ZN, de VNG en VWS een aantal antwoorden over pgb opgesteld.

5a. Hoe moeten en kunnen budgethouders niet geleverde zorg en eventuele meerkosten vanwege corona en de coronamaatregelen bijhouden?

Er zijn formulieren beschikbaar die hiervoor kunnen worden gebruikt:

Zie ook: VNG-bericht 'Registratieformulieren niet-geleverde pgb-zorg beschikbaar' (1 mei 2020)

5b. Moeten gemeenten zelf de meerkosten voor pgb als gevolg van de coronamaatregelen bijhouden?

Ja, gemeenten moeten dit zelf bijhouden. De SVB kan hierin niet ondersteunen. Een gemeente kan met de formulieren ​die de budgethouder instuurt zelf inzicht krijgen in de kosten. Het is niet zo dat het ministerie van VWS met dit bedrag gemeenten compenseert. De gesprekken over compensatie van de kosten voor gemeenten zijn onderdeel van de gesprekken tussen VWS en de VNG over uitwerking van de maatregelen voor de zorg in natura.

Er is een procesbeschrijving voor de meerkosten:

5c. Worden de pgb-maatregelen verlengd?

De maatregelen voor pgb-houders worden verlengd tot 1 juli 2020. Zie: VNG-bericht 'Coronamaatregelen pgb-houders verlengd tot 1 juli' (29 mei 2020)

 

6. Wat kan ik als gemeente doen om de reguliere dienstverlening voor mijn kwetsbare inwoners op gang te houden?
Voor zover gemeenten dit niet al doen, roepen wij hen op het volgende te doen:

Maak afspraken met lokale zorgaanbieders (voor de verschillende doelgroepen, zowel vanuit ZIN als PGB), het sociaal werk, de toegangsmedewerkers, de wijkteams en cliëntondersteuners et cetera over de continuïteit in de ondersteuning aan de kwetsbare inwoners (jong en oud) en hun mantelzorgers en breng in kaart welke alternatieven er voorhanden en mogelijk zijn.

Bedenk met elkaar wat er voor cliënten geregeld moet worden voor bijvoorbeeld dagbesteding, ontmoetings- en wijkcentra, scholen voor speciaal onderwijs die tijdelijk sluiten en mensen die noodgedwongen thuis zitten en mantelzorgers die zwaarder belast worden. 

Hoe kunt u hierbij te werk gaan:

Maak een risico-inventarisatie waarbij u een inschatting maakt van de inwoners (en hun mantelzorgers) die waarschijnlijk extra aandacht nodig hebben en hoe u de ondersteuning kunt inzetten. 

Neem de regie als gemeente om partijen ‘bij elkaar te brengen’. Bespreek met elkaar wat doorgang moet vinden. Wat kan er open blijven en welke maatregelen zijn hierbij nodig? Wat is er mogelijk aan alternatieve ondersteuning of hulp? Bepaal wat bij wie/welke doelgroepen nodig is. Bedenk dat mantelzorgers meer belast gaan worden nu voorzieningen sluiten en/of moeilijker bereikbaar zijn.

Spreek als gemeente de lokale aanbieders aan op het organiseren van een alternatief aanbod voor als hun voorzieningen sluiten: Wat komt er in de plaats van de nu gesloten voorzieningen? Help mensen (waar nodig) ook in het zoeken naar naasten in hun omgeving die ook hulp en ondersteuning zouden willen en kunnen geven. Het kan gaan om schrijnende situaties bij inwoners die in een wankel evenwicht nog alleen of samen thuis wonen.

Voorkom, met de lokale partners, dat mensen uit beeld raken en voorkom dat mantelzorgers nu overbelast raken en uitvallen. Hoe langer de maatregelen van kracht zijn, hoe groter de kans hierop. Het gaat niet alleen om mantelzorgers voor ouderen en dementerenden, maar ook om bijvoorbeeld kinderen met een beperking en mensen met een licht verstandelijke beperking die nu ook allemaal thuisblijven. 

 

7. Welke maatregelen kunnen aanbieders nemen om het reguliere aanbod van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning zo goed mogelijk te houden?
Wij adviseren gemeenten om creatief om te gaan met dagopvang en dagbesteding. Laat die bijvoorbeeld verspreid over de stad plaatsvinden of in kleinere groepen verspreid over de dag. Blijf hierbij uiteraard binnen de kaders van de RIVM-maatregelen.

Ga eenzaamheid onder kwetsbare groepen mensen zoveel mogelijk tegen. Zorg bijvoorbeeld voor telefoonteams die actief mensen bellen (cliënten en mantelzorgers). Maak het ook mogelijk voor mensen  om zelf naar dit team te bellen. (Er zijn ook landelijke telefoonteams/lijnen waar mensen heen kunnen bellen, bijvoorbeeld de mantelzorglijn).

Zorg voor goede communicatie over de meldpunten (ook landelijk) die hiervoor beschikbaar zijn, ook voor cliënten met ggz-problematiek.

Zorg voor een goede bekendheid van de alternatieve vormen van ondersteuning.

Houd bij huishoudelijke ondersteuning, maaltijdbezorging, kindzorg, etc. de richtlijnen van het RIVM in de gaten.

Bekijk bij individuele begeleiding per inwoner of cliënt of het overgaan op telefonische of digitale ondersteuning een passende mogelijkheid is.

Stimuleer bij al lopende contacten de cliëntondersteuner om outreachend te bellen en te informeren naar de situatie van de inwoner.

 

8. Hoe zit het met het cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugd (CEO)?

Het ministerie van VWS moedigt gemeenten aan het cliëntervaringsonderzoek (CEO) ook in 2020 uit te voeren, maar heeft er begrip voor als dat vanwege de coronacrisis niet voor de reguliere deadline van 1 juli lukt. Eind maart heeft de minister alle colleges van B en W hierover een brief gestuurd.

Gemeenten die het CEO Wmo al hebben afgerond, kunnen de resultaten aanleveren via https://aanleveringwmo.nl/

 

11. Waar kan ik richtlijnen vinden voor de zorg aan kwetsbare mensen thuis en voor hun mantelzorgers?
Voor kwetsbare mensen thuis (waaronder ouderen) zijn 4 landelijke richtlijnen opgesteld en getoetst bij het RIVM:

  • Mantelzorgondersteuning
  • Huishoudelijke hulp 
  • Dagbesteding en -opvang
  • Hulpmiddelen

Bij kwetsbare mensen die thuis wonen, kunnen in deze crisistijd de problemen toenemen en crisissituaties ontstaan. Ook kan de mantelzorg overbelast raken of wegvallen, waardoor er onvoldoende zorg en ondersteuning overblijft. Uitgangspunt voor de zorg aan deze kwetsbare mensen is om zo lang mogelijk in te zetten op steun in de thuissituatie. Hierdoor wordt de druk op de medische zorg niet verder vergroot. Tijdig signaleren is hiervoor cruciaal. Het is daarom van groot belang dat de wijkteams, buurtteams en de aanbieders goed en regelmatig de vinger aan de pols houden bij deze kwetsbare mensen. 

Op de website van Movisie staat inmiddels een pagina over de richtlijn Mantelzorg. Movisie vraagt gemeenten om een korte survey in te vullen. In de komende tijd zal Movisie op deze pagina concrete voorbeelden en initiatieven publiceren die gemeenten (en aanbieders) kunnen helpen om mantelzorgers te blijven ondersteunen.

 

13. Hoe kan de gemeente de continuïteit van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) borgen?
De uitvoering van de taken van de JGZ zijn sinds het begin van de coronacrisis deels stopgezet of uitgesteld. Veel JGZ-medewerkers worden tijdelijk ingezet voor de ondersteuning van de afdeling infectieziektepreventie van de GGD. Daar waar jeugdgezondheidsmedewerkers niet in dienst zijn van een GGD, zijn regionaal afspraken gemaakt met andere partijen (zoals thuiszorgorganisaties en stichtingen met medewerkers in dienst die ingezet kunnen worden voor publiek geneeskundige taken) voor het inzetten van personeel.

We adviseren gemeenten afspraken te maken met de JGZ-organisatie over de uitvoering van de taken, waarbij de gezondheid van kinderen voorop staat. De JGZ volgt de adviezen van het RIVM bij de uitvoering van de taken. Sommige taken zullen niet uitgevoerd kunnen worden, ofwel vanwege de maatregelen ofwel vanwege de beschikbaarheid van personeel. Hiervoor zullen later inhaalacties moeten worden uitgevoerd.

Net als voor de zorgtaken in het sociaal domein raden wij gemeenten aan coulance met de JGZ-organisaties te betrachten waar het de financiële afspraken voor de uitvoering van JGZ-taken betreft. Verbindt dus geen financiële consequenties aan het niet volledig uitvoeringen van de afgesproken taken. De VNG is met het Rijk in gesprek over compensatie van de eventuele meerkosten als gevolg van de coronacrisis.

 

14. Mag ik afwijken van mijn begroting voor het onderwijsachterstandenbeleid, nu er gerichte acties nodig zijn als gevolg van de coronamaatregelen?
Ja, afwijken van een begroting mag zolang dit verantwoord wordt in het jaarverslag/de verantwoording.  De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag wel alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de Sisa (zie ook vraag 15).

 

15. Mag ik de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid vanwege de coronamaatregelen breder inzetten voor aan onderwijsachterstand gerelateerde zaken, ook al past dit niet binnen de SiSa-verantwoording?
Nee, dit mag niet. De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de SiSa. De gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen zijn bedoeld voor voorschoolse educatie en voor activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen, bedoeld om onderwijsachterstanden te voorkomen en bestrijden. Het is uiteindelijk ter beoordeling aan de gemeentelijke accountant of alle posten hieronder vallen.

Voor meer (algemene) informatie over de inzet van de GOAB-middelen zie ook deze handreiking gemaakt door het ondersteuningstraject voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

 

16. Wordt er gewerkt aan scenario’s rond de coronacrisis voor de middellange en lange termijn?
De minister van VWS heeft opdracht gegeven aan de Directeuren Publieke Gezondheid (DPG) om op regionaal niveau met de verschillende partners en Veiligheidsregio zorgplannen te maken. Het gaat daarbij om zaken zoals vroegsignalering en advanced care planning, het realiseren van (tijdelijke) zorglocaties (waaronder coronacentra) voor het bieden van cohortverpleging en een coördinatiepunt voor toeleiding van kwetsbare patiënten naar de juiste zorg op de juiste plek. 

Het organiseren van de informatie-uitwisseling binnen de regio en bovenregionaal/landelijk over de beschikbare capaciteit aan niet-ziekenhuisbedden in verband met deze crisis maakt ook deel uit van de aanpak. Ook de verdeling van het zorgpersoneel en de persoonlijke beschermingsmiddelen komt aan de orde.

De DPG'en moeten deze acties coördineren, het ligt voor de hand dat hierover niet alleen met de regionale zorgpartners maar ook met andere gemeentelijke diensten en afdelingen afspraken gemaakt moeten worden. 

Over deze activiteit kunt u het best contact opnemen met uw eigen GGD / DPG en/of uw eigen veiligheidsregio.

 

17. Wat betekent de routekaart voor mensen met een kwetsbare gezondheid voor de afbouw van maatschappelijke opvang?
In deze routekaart staat kort en bondig, dat we per 1/6 a.s. kunnen overgaan tot ‘maximaal opschalen binnen RIVM-richtlijn’. VNG is in overleg met het Rijk en andere partijen aan het uitwerken wat dit betekent voor de afbouw van maatschappelijke opvang.  Er wordt nagedacht over de afbouw van de opvang van niet-rechthebbenden , mits dat op een verantwoorde manier kan.  Verder heeft de VNG bij het Rijk er aandacht voor gevraagd

  • dat vooral in de maatschappelijke opvang na 1/6 de situatie niet terug kan naar normaal, als we de 1,5 meter respecteren
  • dat gemeenten daar ook de komende maanden nog extra kosten voor zullen maken
  • dat de extra voorzieningen, die gemeenten de afgelopen maanden hebben ingehuurd (denk aan hotels en sporthallen), steeds vaker niet meer beschikbaar zullen zijn
  • of niet meer beschikbaar zijn tegen de voorwaarden die de afgelopen tijd golden.

 

18. Met welke stappen worden de corona maatregelen versoepeld voor mensen met een kwetsbare gezondheid?
Voor het veilig opschalen van de sociale contacten voor mensen met een kwetsbare gezondheid zijn zogenaamde routekaarten opgesteld. Hiermee wordt meer ruimte geboden voor bezoek, zowel thuis als bij instellingen, en voor het opschalen van de zorg en ondersteuning. Het Rijk heeft de routekaarten opgesteld in overleg met de organisaties die zorg en ondersteuning bieden.

Uiteraard blijven hierbij de algemene hygiëne-adviezen van het RIVM gelden en dient men niet op bezoek te gaan als bezochte persoon dan wel de bezoeker(s) klachten heeft of met COVID-19 is besmet.

 

19. Kunnen mensen die niet in opdracht van of in dienst van een zorgaanbieder werken, persoonlijk beschermingsmiddelen krijgen?
Ja, dat kan als de persoon waarvoor gezorgd wordt (symptomen heeft van) corona en de afstand van 1,5 meter niet kan worden aangehouden bij de zorgverlening. Dit geldt voor mantelzorgers, vrijwilligers in de palliatieve zorg en pgb-gefinancierde zorg Mantelzorgers, vrijwilligers in de palliatieve zorg en pgb-gefinancierde (in)formele zorgverleners, niet in dienst of werkend in opdracht van een zorgaanbieder.

Voor meer informatie kijkt u op de website van Rijksoverheid.

 

20. Wat kunnen gemeenten doen om isolatie bij kwetsbare ouderen te voorkomen?
De NVKG (Klinische Geriatrie), Alzheimer Nederland en de seniorenverenigingen (ouderenbonden) stuurden aan alle gemeenten en de VNG een brief met de oproep om de coördinatie bij de huisbezoeken aan ouderen op te pakken. Ze maken zich zorgen over een grote groep ouderen die lijden onder hun geïsoleerde situatie.

Dat geldt ook voor ouderen die normaliter gebruik maken van Wmo-zorg en -ondersteuning, maar om uiteenlopende redenen dit nu niet krijgen. Ze zijn zelf huiverig om bezoek toe te laten of de ondersteuning is gestopt. Het doel is dat kwetsbare ouderen door één of twee vaste bezoekers op een veilige manier worden bezocht, passend binnen de coronarichtlijnen. Voorbeelden hiervoor zijn te vinden op de website van Movisie en Een tegen eenzaamheid.

De VNG ondersteunt deze oproep, maar gaat er tegelijkertijd vanuit dat dit al gebeurt in de meeste gemeenten, passend bij de lokale situatie en samenwerking.

 

21. Welke medewerkers behoren in de vaccinatiestrategie tot de medewerkers wijkverpleging en Wmo-ondersteuning?

  • Zorgpersoneel dat verpleging (inclusief de kinderverpleegkundige in de thuissituatie), verzorging of huishoudelijke hulp, inclusief maaltijdondersteuning, biedt bij en aan cliënten thuis (jeugd en volwassenen).
  • Medewerkers van dagbesteding voor dementerende ouderen.
  • Het gaat in alle groepen om zorgmedewerkers van 18 jaar en ouder, inclusief artsen stagiaires, leerlingen, uitzendkrachten en zzp’ers die voor een zorgaanbieder werken. Vrijwilligers en mantelzorgers vallen niet binnen deze groepen (zorg)medewerkers. 
  • Over de vaccinatie van zzp’ers die niet voor een zorgaanbieder werken zal binnenkort duidelijkheid worden gegeven.

Nota bene!; Medewerkers kunnen pas een afspraak met de GGD maken nadat zij een persoonlijke uitnodigingsbrief hebben ontvangen van hun werkgever.

Bij Wmo-ondersteuning gaat het hier niet om:

  • Medewerkers van maatwerkvoorzieningen thuis voor ouderen en mensen met GGZ-problematiek of psychosociale problematiek, met uitzondering van huishoudelijke hulp, verzorging of maaltijd ondersteuning.
  • Medewerkers van dagbesteding en/of dagopvang (welzijnswerk ouderen) voor niet-dementerende ouderen en mensen met GGZ-problematiek en of psychosociale problematiek.
  • Ambulante medewerkers beschermd wonen niet zijnde medewerkers beschermd wonen in een intramurale setting.
  • Medewerkers van de maatschappelijke opvang.
  • Medewerkers van (gemeentelijke) wijkteams.
  • Medewerkers in het doelgroepenvervoer in het kader van (gemeentelijke) voorzieningen.
  • Medewerkers van Veilig Thuis.
  • Vrijwiligers en mantelzorgers.

De bovenstaande groepen zorgmedewerkers behoren in het kader van de vaccinatiestrategie tot de groep ’overige zorgverleners’.

 

22. Als een zorgmedewerker de vaccinatie haalt, kunnen die uren dan worden doorbetaald door werkgevers in de zorg?

Medewerkers in de zorg voor kwetsbare mensen halen de vaccinatie als het kan buiten werktijd. Alleen als het echt nodig is dat iemand zich, in overleg met de werkgever, in werktijd laat prikken, dan worden de uren doorbetaald. Kosten voor de inzet van vervangend personeel kunnen ten laste worden gebracht van één van de zogenaamde meerkostenregelingen, waar werkgevers een beroep op kunnen doen. 

 

23. Kunnen zorgmedewerkers hun reiskosten naar de priklocatie en terug declareren?

Ja, dat kan. Over de reiskosten naar een priklocatie en terug maken werknemers en werkgevers onderling afspraken. Dit geldt ook voor zzp'ers en hun opdrachtgevers. Een werkgever kan ervoor kiezen om collectief vervoer te organiseren. Kosten kunnen ten laste worden gebracht van één van de zogenaamde meerkostenregelingen waar werkgevers een beroep op kunnen doen. 

 

24. Wat is de vaccinatieplanning voor Wmo-consulenten?

In de recente kamerbrieven over de organisatie van de vaccinatie (van 17 december 2020 en van 4 januari 2021) wordt gesproken over vaccineren van Wmo-ondersteuners. Werknemers ontvangen hierover een brief van hun werkgever. Wmo-consulenten van de gemeenten vallen niet onder de doelgroep Wmo-zorgverleners en behoren niet tot de groepen die voorrang krijgen bij de COVID-vaccinatie.

Een consulent beoordeelt of een burger in aanmerking komt voor een Wmo-voorziening. Hij/zij brengt een bezoek aan de cliënt thuis en stelt vragen en maakt een verslag van zijn bevindingen. Vervolgens besluit hij/zij over de toekenning van de voorziening en beschikt deze. In die zin is een consulent geen zorgverlener en kan gewoon de anderhalve meter afstand houden.

 

25 Kunnen aanbieders tijdens de coronacrisis alternatieve vormen van ondersteuning leveren binnen een bestaande beschikking?

Dat kan in de meeste gevallen en wordt ook aangeraden om verdere bureaucratische lasten bij ook (vooral kleinere) aanbieders te voorkomen. Als blijkt dat maatschappelijke ondersteuning aan een cliënt als gevolg van corona (tijdelijk) niet meer mogelijk is (bijvoorbeeld naar de dagbesteding gaan), kan een gemeente daarop flexibel en snel inspelen door een alternatieve vorm van ondersteuning te (laten) aanbieden. In de meeste gevallen zal hiervoor geen nieuwe beschikking noodzakelijk zijn.

​​​​​Terug naar boven

Continuïteit financiering aanbieders Wmo en Jeugd tot 1 juli 2020

1. Wat heeft de VNG afgesproken met het Rijk over de continuïteit van financiering in het sociaal domein tijdens de coronacrisis?

 

2. Voor welke onderdelen gelden deze afspraken?
Deze afspraken gelden voor aanbieders van diensten in het kader van de Jeugdwet en de Wmo, die een contract hadden op het moment dat landelijke maatregelen ter bestrijding van corona zijn gaan gelden (vanaf 12 maart).

 

3. Waarom loopt de afspraak over het onverminderd doorbetalen van de omzet tot 1 juli 2020?
Voor deze deadline is ook gekozen in de Zorgverzekeringswet. Eind mei heeft het kabinet een routekaart naar buiten gebracht, op basis waarvan aanbieders zorg die gestopt is, weer konden opstarten. Na 1 juli loopt de omzetgarantie af. 

 

6. Is het nodig dat gemeenten met aanbieders aanvullende afspraken op hun reguliere contracten opstellen voor de continuïteit van financiering in coronatijd?
Aanvankelijk is door de VNG en het Rijk aangegeven dat er geen aanvullingen op contracten hoeven te komen die iedere gemeente of regio met afzonderlijke aanbieders moet afspreken.

Bij de uitwerking van de teksten over rechtmatigheid wordt toch als 1 van de oplossingsrichtingen aangedragen om een aanvullende overeenkomst te sluiten voor het doorzetten van de omzet bij vraaguitval. 

Om de administratieve lasten voor aanbieders en gemeenten zoveel mogelijk te beperken heeft het Ketenbureau i sociaal domein een format registratieformulier continuïteit financiering opgesteld. We roepen gemeenten en aanbieders op deze te gebruiken. 

 

7. Hoe moeten we omgaan met het berichtenverkeer tussen gemeenten en zorgaanbieders tijdens de coronacrisis?
Het ketenbureau I-sociaal domein heeft hiervoor 3 scenario’s uitgewerkt.

 

8. Worden meerkosten die gemeenten maken, vergoed?
Meerkosten die rechtstreeks voortvloeien uit (te nemen) maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus worden door het Rijk vergoed. De vergoeding gaat via een ophoging van de bestaande uitkeringen in het Gemeentefonds. Zie hiervoor de uitgewerkte afspraken met het Rijk. In juni heeft de minister in een Kamerbrief een eerste vergoeding aangekondigd. In oktober zijn afspraken gemaakt over de vergoeding voor meerkosten in 2020.

 

9. Waarom is het vangnet Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) niet beschikbaar voor zorgaanbieders bij vraaguitval?
De publieke financiers bieden continuïteit van de reguliere financiële middelen, ook als daar niet de reguliere zorg voor wordt geleverd. Waar direct meerkosten ontstaan, vergoedt het kabinet deze. Zo kunnen reguliere voorzieningen/diensten waar nodig op alternatieve wijze worden aangeboden. Ook kan het personeel op een andere manier worden ingezet. Professionals in het sociaal domein zijn nu immers heel hard nodig. Daarom kiest het kabinet ervoor om de gehele zorgsector uit te sluiten van deze maatregel, dus ook zorgverzekeraars (Zvw) en zorgkantoren (Wlz).

 

10. Wat gebeurt er met kosten voor zorg en ondersteuning die pas weer na afloop van de maatregelen geboden kan worden?
Naast de vergoeding voor meerkosten in 2020 is ook een bedrag opgenomen voor inhaalzorg in 2020.

 

11. Hoe kunnen gemeente het beste omgaan met re-integratiebedrijven?
Probeer waar mogelijk afspraken te maken met re-integratiebedrijven over het continueren van de activiteiten, waar mogelijk in aangepaste vorm. Als dit niet mogelijk is en er niet geleverd wordt, kunnen re-integratiebedrijven worden gewezen op de ondersteuningsmogelijkheden die het kabinet heeft ingesteld voor ondernemers.

 

12. Zijn de afspraken over continuïteit bij vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel al meer uitgewerkt?
De verdere uitwerking wat betreft continuïteit bij vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel is gereed en te lezen in de Uitwerking continuïteit van financiering Jeugdwet en Wmo.

 

13. De VNG raadt aan de gemiddelde omzet van het voorgaande jaar als ijkpunt te gebruiken voor die van het jaar erna. Wat als de omzet van aanbieders in 2019 niet representatief is voor de omzet vlak voor corona?
In de Uitwerking continuïteit van financiering Jeugdwet en Wmo – VNG en Rijk staat daarover de volgende passage:

Daar waar het maandgemiddelde op basis van een jaaromzet een atypische uitkomst heeft, zullen gemeenten en aanbieder gezamenlijk moeten bepalen welke periode representatief is voor de maandomzet (bijvoorbeeld als een aanbieder maar in een deel van 2019 geleverd heeft).
 
Een voorbeeld: als de maandomzet over de eerste 2 maanden van 2020 significant hoger was, dan kunnen gemeente en aanbieder onderling besluiten de compensatie te baseren op het gemiddelde van die 2 maanden.

 

14. Welke afspraken zijn er gemaakt over de continuïteit van onderaannemers in het sociaal domein?
De uitgewerkte afspraken over de continuïteit van financiering tussen Rijk en VNG hebben betrekking op de hoofdaannemers. De hoofdaannemers dienen dit door te vertalen naar hun onderaannemers om te zorgen dat ook de doorlopende kosten van onderaannemers worden vergoed. We krijgen verschillende signalen dat niet alle hoofdaannemers de continuïteit van financiering laten doorwerken voor hun onderaannemers. Wij raden gemeenten aan om bij concrete signalen contact op te nemen met desbetreffende hoofdaannemers. Voor meer informatie, zie de uitgewerkte afspraak (pdf).

 

16. Is de gemeente btw verschuldigd als zij voor de rechtmatigheid van de betalingen een overeenkomst of een subsidie-overeenkomst aangaat, ook al worden er geen prestaties verricht?
In beginsel geldt: wanneer er geen prestatie wordt verricht, is ook geen btw verschuldigd. Het is echter afhankelijk van de specifieke casus of er daadwerkelijk geen prestatie wordt geleverd in een bepaalde situatie, bijvoorbeeld over de vraag op basis waarvan in concrete situaties wordt besloten de betalingen toch voort te zetten (vrijwillig of contractueel verplicht). Voor specifieke gevallen kan de situatie dus anders liggen en moet contact op worden genomen met de btw-inspecteur om zekerheid te krijgen over de btw-gevolgen van die situatie. Het vastleggen in een (subsidie)overeenkomst  voor de rechtmatigheid van de betalingen leidt op zichzelf niet tot btw-heffing. Maar de feiten en omstandigheden kunnen zo zijn dat er in feite wel een prestatie wordt geleverd.


17. Kunnen vrijgevestigden gebruik maken van de Tozo-regeling?

Deze vraag wordt op de website van de rijksoverheid over de Tozo beantwoord. Financiering door een gemeente of door een zorgverzekeraar in het kader van een continuïteitsbijdrage is voorliggend. In sommige gevallen voldoet die financiering niet, bijvoorbeeld omdat een vrijgevestigde naast publiek gefinancierde inkomsten ook veel zorg heeft die door inwoners zelf wordt betaald. Op het moment dat dat wegvalt, kan een beroep worden gedaan op de Tozo-regeling.


18. Welke afspraken gelden er voor het landelijk transitie arrangement (LTA) Wmo en Jeugd?

De VNG heeft de landelijke afspraken over de continuïteit van financiering uitwerkt voor het LTA. Zie: Uitwerking continuïteit bij corona voor het LTA (pdf) Vanwege het grote maatschappelijk belang dat de taken die vallen onder de jeugdhulp en de Wmo in stand blijven, hebben het Rijk en de VNG afspraken gemaakt over de continuïteit van de financiering voor deze taken. Deze afspraken zijn in april 2020 uitgewerkt in de handreiking continuïteit van financiering voor de Jeugdwet en de Wmo. In deze handreiking staat aangegeven dat de VNG de consequenties voor de landelijke inkoop (LTA) verder uitwerkt. Deze uitwerking gaat over de toepassing van de continuïteit van financiering gedurende corona voor het LTA.

De uitwerking geeft antwoord op de volgende vragen:

  1. Hoe wordt voor het LTA de omzetniveau bepaald voor de landelijk gecontracteerde zorgfuncties?
  2. Hoe wordt voor het LTA de omzetgarantie verdeeld over de individuele gemeenten?

In de aankomende periode zal de VNG de regeling meerkosten uitwerken met gemeenten en aanbieders.

Terug naar boven

Maatschappelijke opvang / beschermd wonen / vrouwenopvang / huiselijk geweld / mensenhandel

1. Welke maatregelen kunnen aanbieders nemen om de kwaliteit van het aanbod voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zo hoog mogelijk te houden?
Via deze websitepagina van Valente vindt u een lijst met maatregelen die organisaties voor vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen in samenwerking met gemeenten, al hebben ingezet. Bijvoorbeeld dat enkele grote steden de koudweerregeling hebben uitgeroepen om meer opvangplekken beschikbaar te stellen en dakloze mensen van de straat te krijgen.

In een aantal gemeenten zijn aparte locaties ingericht met meer afstand of met aparte 1- persoons slaapkamers, of hotelkamers voor de groep die lichte verschijnselen heeft (verkouden / hoesten) de groep die zwaardere verschijnselen heeft (hoesten, koorts, grieperig) en de groep die besmet is (isolatiekamers afdelingen). Dit geldt voor vrouwenopvang, groepshuizen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

 

2. Hoe kunnen aanbieders omgaan met zieke mensen en hygiënevoorschriften in maatschappelijke opvang en andere instellingen?
De VNG adviseert gemeenten in overleg met de aanbieders voor maatschappelijke opvang en andere zorg- en welzijnsinstellingen om te kijken wat er nodig is om naast isolatieplekken voldoende ruimte in de opvang én mogelijkheden voor verblijf overdag te garanderen. Mogelijk zijn daarbij creatieve oplossingen uitvoerbaar zoals het tijdelijk gebruiken van leegstaand vastgoed.

Voor vragen over persoonlijke beschermingsmiddelen voor personeel kunnen organisaties terecht bij hun eigen bedrijfsarts. Deze arts is aangesloten op de richtlijnen van het RIVM.

De richtlijn heeft de status van een oproep van VWS. Wanneer gemeenten de richtlijn niet opvolgen, kan VWS in het kader van Interbestuurlijk Toezicht gemeenten oproepen of verplichten om de afspraken uit de richtlijn na te komen. 

Zorgaanbieders die een dringend tekort aan beschermingsmiddelen hebben en te maken krijgen met een mogelijk besmette patiënt, kunnen contact opnemen met hun regionale ROAZ-coördinator. Dat geldt ook voor zorgaanbieders die niet direct bij het ROAZ (Regionale overleg Acute Zorg) zijn aangesloten, zoals de GGZ. De ROAZ zijn een onderverdeling van de GGD/GHOR. Zie: Regionale coördinatoren persoonlijke beschermingsmiddelen corona.

 

3. Wat kan ik als gemeente doen als de vraag naar opvang toeneemt?

Bespreek als centrumgemeente(n) en opvanginstellingen, hoe de toename van de vraag naar opvang eruit ziet, of er nieuwe groepen bijkomen en hoe hiermee om kan worden gegaan. Zie onze ledenbrief hierover. Een mogelijkheid is ook om leegstaande hotels, congrescentra of pensions te benutten.

Corona kan de stress bij mensen verhogen doordat ze meer thuis zijn, dicht op elkaar zitten, door de onzekerheid die de crisis met zich meebrengt en door mogelijke financiële zorgen. Hierdoor wordt het risico op huiselijk geweld groter. Dit kan tot een groter beroep op de capaciteit in de vrouwenopvang leiden.

Er kan ook een toename zijn van beroep op de opvang doordat mensen op straat komen te staan die normaal gesproken niet rechthebbend zijn op grond van de Wmo. Denk hierbij aan seizoenarbeiders en sekswerkers. Er is een richtlijn opgesteld voor dak- en thuislozen door het ministerie van VWS.

Hierin staat vanuit humanitaire overwegingen is het wenselijk tijdelijk (voor de duur van de aanvullende maatregelen van het kabinet) plekken te realiseren voor niet-rechthebbenden. Hier vallen ook mensen onder uit de categorie seizoenswerkers en sekswerkers, die nu hun baan en onderdak verliezen, omdat ze op straat worden gezet. VWS heeft met de VNG afgesproken dat VWS garant staat voor extra kosten die hieruit voortkomen.

 

8. Hoe gaan aanbieders om met een zieke in opvang of beschermd wonen die zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
Hiervoor biedt de Wpg artikel 31 en verder mogelijk een oplossing. Hierin staat wat de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester in zo’n geval kan doen, namelijk de zieke gedwongen laten opnemen in een ziekenhuis ter isolatie, en welke stappen hiervoor gezet kunnen worden.

 

9. Kan de kostendelersnorm tijdelijk worden opgeschort zodat mensen zonder consequenties voor hun inkomen een dakloze onderdak kunnen bieden?
De Participatiewet kent al de mogelijkheid om maatwerk toe passen. Gemeenten kunnen op individuele basis een uitzondering op de kostendelersnorm uit de Participatiewet maken. De dakloze kan tijdelijk onderdak worden verleend zonder dat dit ten koste gaat van de bijstandsuitkering van degene die onderdak verleent. Daarmee wordt de druk op de opvang ook verminderd.

 

10. Kunnen mensen die beschermd wonen nog steeds bezocht worden?
Hiervoor kunt u de afspraken volgen uit de GGZ richtlijn

 

11. Kan de Wvggz worden toegepast wanneer een zieke in opvang of beschermd wonen zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
De aanwezigheid van een psychische stoornis is geen reden op zich om de Wvggz toe te passen. Als er alleen gevaar voor de volksgezondheid is, er verder geen reden is om iemand op te nemen op een psychiatrische afdeling, en de betrokkene niet meewerkt aan noodzakelijke maatregelen lijkt de Wpg de aangewezen wet. De centrale actoren zijn hierbij de GGD, de voorzitter van de veiligheidsregio en de rechter.

 

12. Welke medewerkers in de intramurale GGZ-zorg behoren tot de groep die als eerste wordt gevaccineerd?

Dat geldt voor:

  • medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, specifiek gericht op ziektebeelden van psychische aard, zoals algemeen psychiatrische  ziekenhuizen, kinder-  en jeugdpsychiatrische klinieken en anorexiazorg;
  • klinieken voor behandeling van en verpleging van verslaafden met overnachting (verslavingsklinieken);
  • instellingen voor verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving van psychiatrische patiënten met psychosociale problemen en verminderde zelfredzaamheid (jeugd en volwassenen);
  • psychiatrische dag- c.q. nachtbehandeling van psychiatrische patiënten en autisten (jeugd en volwassenen);
  • behandelcentra met overnachting van mensen die een misdrijf hebben gepleegd (of dreigen te plegen) voor psychiatrische stoornissen, zoals forensisch-psychiatrische klinieken, Tbs-inrichtingen, Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen.

Nota bene!; Medewerkers in de intramurale GGZ zorg kunnen pas een afspraak maken nadat zij worden opgeroepen door hun werkgever.

 

13. Als een zorgmedewerker de vaccinatie haalt, kunnen die uren dan worden doorbetaald door werkgevers in de zorg?

Medewerkers in de zorg voor kwetsbare mensen halen de vaccinatie als het kan buiten werktijd. Alleen als het echt nodig is dat iemand zich, in overleg met de werkgever, in werktijd laat prikken, dan worden de uren doorbetaald. Kosten voor de inzet van vervangend personeel kunnen ten laste worden gebracht van één van de zogenaamde meerkostenregelingen, waar werkgevers een beroep op kunnen doen. 

 

14. Kunnen zorgmedewerkers hun reiskosten naar de priklocatie en terug declareren?

Ja, dat kan. Over de reiskosten naar een priklocatie en terug maken werknemers en werkgevers onderling afspraken. Dit geldt ook voor zzp'ers en hun opdrachtgevers. Een werkgever kan ervoor kiezen om collectief vervoer te organiseren. Kosten kunnen ten laste worden gebracht van één van de zogenaamde meerkostenregelingen waar werkgevers een beroep op kunnen doen. 

Terug naar boven

Crisisbanen

1. Mag ik er vanuit gaan dat middels een opdrachtverstrekking werknemers kunnen worden aangetrokken?

Ja dit is mogelijk. De BTW die gecompenseerd wordt middels het compensatiefonds of andere compensatie is echter niet subsidiabel. De BTW die niet wordt gecompenseerd kan worden meegenomen in de aanvraag.


2. Wat is de kostprijs per uur?  (Belangrijk voor inhuur.)

De kostprijs per uur is 120% van het wettelijk minimumloon. Het wettelijk minimumloon is te vinden op Bedragen minimumloon 2021 | Minimumloon Rijksoverheid.nl.
 

3. Mogen de kosten meer of minder zijn dan 120% van het minimumloon.

Dat mag, echter loonkosten boven de 120% en andere meerkosten komen niet in aanmerking voor een bijdrage.


4. Kan deze ondersteuning ook rechtstreeks ingezet worden voor de inhuur van extra BOA’s (in plaats van of naast kosten die gemaakt worden voor arbeidskrachten die een deel van de taken van onze BOA’s uit handen nemen)?

Deze kosten komen in aanmerking voor vergoeding. De vergoeding is maximaal 120% wml en gaat niet over de kosten voor opleiding of enige vergoeding daarvoor richting de werknemer (denk aan opleidingsuren die vergoed worden).


5. Wat moet ik doen als ik/mijn gemeente het formulier niet heb/heeft gekregen?

U kunt contact opnemen met coronabanen@minjenv.nl.

Terug naar boven