Op deze pagina vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over onderstaande onderwerpen. De vragen zijn per onderwerp genummerd. Om die reden vindt u de nieuwste vragen onderaan het onderwerp. Mocht er een nummer ontbreken, dan is deze vraag inmiddels vervallen. 

Doelgroepenvervoer

1. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor verschillende vormen van vervoer. Welke afspraken worden gemaakt over vergoeding van de gevolgen van corona?

In verband met het coronavirus en de maatregelen die de overheid genomen heeft om verspreiding van het virus te beperken is het gebruik van doelgroepenvervoer sinds maart 2020 fors gedaald. Als gevolg daarvan genieten vervoerders nagenoeg geen inkomsten uit vervoer, terwijl de vaste kosten van de ondernemingen doorlopen. Deze kosten bedragen ongeveer 80% van de totale kosten. Dit is onderbouwd vanuit berekeningen die recent door Panteia op verzoek van taxibranche KNV zijn uitgevoerd.

Er worden nog steeds ritten uitgevoerd (zoals urgente ritten van bijvoorbeeld kinderen en ouderen). Bij uitvoering van deze ritten is het van belang dat de opgestelde protocollen voor taxi- en zorgvervoer worden gevolgd. De uitgevoerde ritten worden volgens de afspraken in de contracten vergoed. Voor uitgevallen ritten is de lijn van VWS, OCW en de VNG om in de periode maart 2020 t/m juni 2020 80% door te blijven financieren.

Oorspronkelijk was deze afspraak gemaakt tot 1 juni 2020 maar in overleg met de betrokken ministeries zijn de afspraken verlengd tot 1 juli. In overleg met betrokken partijen in de vervoersector en met aanbieders die dagbesteding voor volwassenen bieden, wordt bezien of en in welke vorm nadere verlenging daarna nodig is.

N.B.
Over de uitgevallen ritten hebben de VNG en de ministeries de lijn afgesproken dat onder weggevallen omzet ook wordt verstaan de weggevallen reizigersopbrengsten verbonden aan het vervoer. Deze opbrengsten zijn in veel contracten ingecalculeerd en maken deel uit van de totale exploitatie van het contract voor de desbetreffende vervoerder. Het vergoeden van deze opbrengsten aan de vervoerders is bovendien analoog aan de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor gebruikers van doelgroepenvervoer. 

 

2. Voor welk type vervoer geldt de maatregel om voor uitgevallen ritten in de periode maart 2020 t/m juni 2020 80% door te blijven financieren?
Dit geldt voor al het vraagafhankelijk vervoer met als stromen CVV/Regiotaxi (vangnetfunctie OV), Wmo-vraagafhankelijk vervoer en alle routegebonden vervoer met als stromen leerlingenvervoer, Participatiewetvervoer, Wmo-dagbesteding en Jeugdwet (behandeling/dagbesteding).

 

3. Kunnen gemeenten afwijken van de lijn om voor uitgevallen ritten in de periode maart 2020 t/m juni 2020 80% door te blijven financieren?
Het is van groot belang om als gemeenten hierin 1 lijn te trekken. Met het oog op continuïteit van voorzieningen, een eenduidige bejegening van inwoners en om als gemeenten en Rijk goede afspraken over compensatie te kunnen maken. Daarnaast zijn veel vervoerders afhankelijk van meerdere (publieke) contracten. Alleen als alle publieke partners hun verantwoordelijkheid nemen kan de continuïteit worden gewaarborgd.

 

4. Is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) van toepassing op doelgroepenvervoer?
De NOW is bedoeld voor commerciële activiteiten die niet met publiek geld worden gefinancierd. Dat is bij doelgroepenvervoer niet het geval, dat werd al met publiek geld gefinancierd. Sommige vervoersbedrijven zullen zowel commerciële als publieke taken uitvoeren. Vanzelfsprekend vindt er geen cumulatie plaats. Vervoersbedrijven moeten daarin bij aanvraag duidelijk onderscheid maken.

 

5. Wat zijn de belangrijkste redenen voor doorbetaling van vervoerders?
Plotselinge terugval in inkomsten heeft directe gevolgen voor de solvabiliteit en daarmee voor de continuïteit van de vervoerders in de toekomst. Hierdoor ontstaat het gevaar van faillissementen, waardoor de voortzetting van het vervoer (na opheffing van de maatregelen aanpak corona) in gevaar komt.

 

6. Loopt de betaling van de eigen bijdrage (van ouders) door? 
Nee, de lijn is dat bij niet verstrekte ritten de eigen bijdrage wordt kwijtgescholden. 

 

7. Hoe financiert de gemeente de doorfinanciering van het doelgroepenvervoer en de kwijtschelding van de eigen bijdrage voor uitgevallen ritten? 
Gemeenten ontvangen voor het door hen georganiseerde doelgroepenvervoer middelen in hun reguliere uitkering vanuit het gemeentefonds. Deze middelen kunnen worden ingezet voor de doorfinanciering.

 

8. Worden meerkosten van vervoerders als gevolg van corona bij wél uitgevoerde ritten vergoed?
Er is een regiegroep ingesteld door het kabinet en mede-overheden  die de financiële effecten in kaart brengt, inclusief compensatie. (zie de kamerbrief daarover. De direct met COVID-19 verband houdende eventuele meerkosten bij vervoer dat doorgaat, zullen door het Rijk aan gemeenten worden vergoed. U kunt hierbij denken aan meerkosten als gevolg van het volgen van de protocollen voor veilig en verantwoord taxi- en zorgvervoer die op basis van de RIVM-maatregelen zijn opgesteld. Het is van belang deze meerkosten op een eenvoudige manier in beeld te brengen. 

In het leerlingenvervoer voor het (speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs hoeven leerlingen geen 1,5 meter afstand te houden van elkaar (zie het sectorprotocol leerlingenvervoer). In het leerlingenvervoer naar het voortgezet (speciaal) onderwijs hoeft dat ook niet, al is dan wel een chirurgisch (chauffeur) of niet chirurgisch (leerlingen) mondkapje verplicht. Daarom worden er naar huidig inzicht geen (substantiële) meerkosten verwacht. De hierboven genoemde afspraak is daarom niet van toepassing op het leerlingenvervoer. Het sectorprotocol voor zorgvervoer (o.a. dagbesteding) bevat een maximering van het aantal passagiers boven 18 jaar per vervoermiddel, daaruit komen mogelijk wél meerkosten voort.

 

10. Waar moeten gemeenten extra op letten bij vervoer dat in kader van het sociaal domein wordt ingekocht door zorgaanbieders?
Om de continuïteit van zorgaanbieders in het sociaal domein te ondersteunen zijn aparte afspraken gemaakt. Bij een aantal zorgproducten in het sociaal domein zorgen zorgaanbieders voor het vervoer. Dit vervoer wordt dan rechtstreeks door hen bij vervoersbedrijven ingekocht. Om de continuïteit in het doelgroepenvervoer te borgen is het belangrijk dat deze aanbieders de bovengenoemde afspraken doorvertalen in hun contracten met de vervoerders. Gemeenten kunnen daarvoor voorwaarden opnemen bij de toekenning van doorbetaling aan de zorgaanbieder.

 

11. Hoe vindt na afloop de verantwoording plaats?
Er wordt momenteel met de koepelorganisatie van vervoersbedrijven (KNV) overlegd om te komen tot een model. Dit kunnen gemeenten en vervoersbedrijven gebruiken om bij het opstellen van de jaarrekeningen op een goede manier te kunnen verantwoorden dat deze doorbetalingen een doelmatige en rechtmatige besteding van publiek geld zijn geweest. Het is voor vervoersbedrijven die voor meerdere gemeenten werken zeer wenselijk om middels één model verantwoording af te leggen.

Terug naar boven

Opvang kwetsbare kinderen en noodopvang kinderen

1. Hoe om te gaan met beroepen die niet staan vermeld op de lijst cruciale beroepen? 

In principe is de noodopvang alleen voor ouders in cruciale beroepen die op de lijst staan. Maar de lijst is niet compleet en wordt ook niet compleet gemaakt. De oproep van de overheid is dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Er hoeft niet aan de deur politieagent gespeeld te worden. Wij raden aan om bij twijfel te doen wat het beste lijkt. Zoals meer in deze noodsituatie is niet alles tot in detail uitgewerkt.

Schoonmaak is bijvoorbeeld niet als apart beroep benoemd, maar dat wil niet zeggen dat een schoonmaker er niet onder kan vallen. Het maakt hier wel uit om welke schoonmaakwerkzaamheden het gaat. Als dit schoonmaakwerkzaamheden zijn die binnen de cruciale beroepen plaatsvinden, zoals de zorg, dan kan schoonmaak eronder vallen. Maar een makelaarskantoor dat schoongemaakt moet worden, valt er niet onder.

 

2. Waar vind ik meer informatie over de noodopvang voor kinderen?
U vindt vragen en antwoorden op de site van de Rijksoverheid en op de website van het NJi. Ook staat veel informatie op het VNG-forum Kinderopvang (onder Jeugd). 

 

3. Wat is nu precies noodopvang?
Alle reguliere kinderopvang en onderwijs is tot 10 mei gesloten. We spreken over noodopvang als het gaat om de opvang voor kinderen met 1 of 2 ouders in cruciale beroepen. De noodopvang vindt veelal plaats op de locaties voor kinderopvang en scholen met vertrouwd personeel. Voor de situatie vanaf 11 mei: zie vragen en antwoorden Verantwoorde openstelling, vraag 1.

 

4. Wat kunnen gemeenten doen op het gebied van opvang, onderwijs of begeleiding voor kwetsbare kinderen?
Er is mogelijkheid om opvang, onderwijs en begeleiding van kinderen én leerlingen voor wie thuis geen veilige basis is te bieden. Gemeenten hebben ook hier een coördinerende rol om te bepalen welke kinderen en jongeren hiervoor in aanmerking komen. Vanzelfsprekend gebeurt dit in overleg met betrokken instanties.

 

5. Worden ouders gecompenseerd voor de kinderopvangkosten (de eigen bijdrage) nu hun kind niet naar de opvang kan? 
Ja. Ouders die hun kind(eren) vanwege de coronacrisis tijdelijk niet naar de kinderopvang (inclusief gastouderopvang) kunnen brengen moeten eerst wel de volledige rekening betalen. Zij behouden kinderopvangtoeslag en worden gecompenseerd voor de eigen bijdrage. Het Rijk compenseert deze extra bijdrage tot het maximale uurtarief via de SVB. Deze eenmalige bijdrage zal worden uitgekeerd rond juli. Er is een intentieverklaring getekend met de branche dat zij de compensatie van het deel boven de maximale uurprijs voor hun rekening nemen. Na 11 mei loopt de compensatie vanuit het Rijk tot het maximale uurtarief voorlopig door. De afspraken over compensatie van de branche voor het deel boven het maximale uurtarief komen na 11 mei te vervallen.  

 

6. Wie betaalt de noodopvang van kinderen die normaal niet van kinderopvang gebruik maken? Of die nu extra uren nodig hebben? 
Ouders met cruciale beroepen hoeven niet te betalen voor de (extra) noodopvang die zij afnemen. De kinderopvangorganisatie kan deze kosten in principe dekken vanuit de reguliere financiering die doorloopt, ook door alle kinderen die nu geen gebruik maken van de opvang maar waarvan de ouders nog wel de factuur betalen. Mocht dit op bezwaren stuiten of mocht dit tot vertraging leiden, dan wordt van gemeenten gevraagd hier op korte termijn garant voor te staan, zodat de ouders tenminste kunnen gaan werken. Wij adviseren gemeenten om dit goed te administreren.

 

7. Kunnen uitvaartondernemers of werknemers in de uitvaartsector gebruik maken van noodopvang voor kinderen?
Ja, dat kan. Mensen die een cruciale functie vervullen bij een uitvaart worden aangemerkt als werkzaam in de zorg en hebben daarom een cruciaal beroep. Mensen met een cruciaal beroep kunnen gebruik maken van de noodopvang als zij niet zelf hun kinderen kunnen opvangen. Wie in aanmerking komt voor de noodopvang, is een kwestie van maatwerk.

 

8. Moeten beide ouders in een cruciale beroepsgroep werken om in aanmerking te komen voor de noodopvang? 
Nee. Slechts 1 van de ouders hoeft in een cruciale sector te werken. Het uitgangspunt is dat ouders in een cruciale beroepsgroep kunnen blijven werken. Als in een gezin 1 ouder een cruciaal beroep uitvoert, is het verzoek om zelf de kinderen op te vangen, als dat kan. Als dat niet lukt, kan er een beroep worden gedaan op de noodopvang. 

 

9. Kan de jeugdgezondheidszorg de gemeente helpen om kwetsbare gezinnen met kinderen in beeld te krijgen c.q. te ondersteunen?
De jeugdgezondheidszorg kent vrijwel alle kinderen in de gemeente en heeft zicht op de thuissituatie van schoolgaande kinderen, maar ook op die van kinderen in de leeftijd van 0  tot 4 jaar. De JGZ kan gemeenten daarom adviseren voor welke kinderen bijvoorbeeld noodopvang op scholen en kinderdagverblijven een noodzakelijke, zinvolle oplossing is.

NB: door de beperkende maatregelen door het coronavirus kan er in gezinnen en bij kinderen/jongeren onzekerheid, angst en/of stress ontstaan. Dit geldt voor alle gezinnen/jongeren, maar zeer zeker voor die gezinnen waar er al sprake was van stress. Het is de taak van JGZ om daar waar mogelijk én in samenspraak met de geboortezorgpartners, de kinderopvang, het onderwijs, sociale wijkteams, welzijnsorganisaties etc die gezinnen te ondersteunen.

 

11. Moeten gemeenten de ouders compenseren voor de ouderbijdrage voor gemeentelijke voorzieningen (VE, peuteropvang, SMI) voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag?
De staatssecretaris van SZW heeft eerder bekend gemaakt dat ouders met kinderopvangtoeslag de eigen bijdrage die zij betalen voor de kinderopvang grosso modo gecompenseerd krijgen. Dit geldt ook voor ouders die geen kinderopvangtoeslag hebben, maar een eigen bijdrage betalen via de gemeente in het kader van voorschoolse educatie, een peuteraanbod, of voor mensen met een sociaal-medische indicatie (SMI). In een brief van het ministerie van OCW wordt toegezegd dat gemeenten hiervoor extra middelen van het Rijk krijgen.

Deze afspraak loopt ook na 11 mei door, analoog aan de compensatie van eigen bijdrage die ouders met kinderopvangtoeslag ontvangen. Deze regeling geldt zolang de gedeeltelijke openstelling van het primair onderwijs voortduurt. Het Rijk heeft toegezegd gemeenten voor deze kosten compenseren. Over de precieze uitwerking daarvan wordt nog overlegd.

 

12. Wie moet optreden wanneer er signalen komen dat men zich in de noodopvang niet aan de richtlijnen van het RIVM houdt?
Als er signalen zijn dat de noodopvang zich niet aan de RIVM-richtlijn houdt en toch verkouden / zieke kinderen opvangt, kan de gemeente in eerste instantie in overleg met de noodopvang om de maatregelen en RIVM-richtlijn te benadrukken (of de toezichthouder vragen dit te doen). Kinderen die verkouden zijn, verhoging hebben etc. mogen niet naar de noodopvang, maar moeten in huis blijven.

Wanneer het vermoeden blijft bestaan dat er toch verkouden of zieke kinderen opgevangen blijven worden, geeft de gemeente dit signaal door aan de Veiligheidsregio. Vanuit de Wko zijn de toezichthouder en de gemeente niet bevoegd om te handhaven in deze. Omdat dit een coronagerelateerde maatregel is, is de Veiligheidsregio aan zet. Deze heeft eigen toezichthouders die wel bevoegd zijn. Gevolg van ingrijpen door de Veiligheidsregio kan een aanwijzing aan de houder zijn, maar ook sluiting van de noodopvang.

 

13. Zijn er ook richtlijnen voor wat bezetting betreft voor noodopvang op scholen?
Het ministerie van OCW verwijst hiervoor naar de RIVM-richtlijnen. Die dienen gehanteerd te worden.

 

14. Welke kinderen zijn leerlingen in een kwetsbare positie? 
In de brief van de minister van OCW van 20 maart worden 3 kwetsbare doelgroepen genoemd:

  1. Leerlingen die geen faciliteiten hebben voor onderwijs op afstand
  2. Leerlingen die thuis meer begeleiding nodig hebben
  3. Kinderen voor wie thuis geen veilige basis is

 

15. Wat moeten professionals doen in geval van onveiligheid?
Het is een professionele norm om (vermoedens van) acute en structurele onveiligheid altijd te melden bij Veilig Thuis. Kortom, bij zorgen over de veiligheid van een kind thuis dient de professional in het belang van de veiligheid van het kind contact op te nemen met Veilig Thuis volgens de meldcode.

 

16. Moet er in de meivakantie ook noodopvang en opvang voor kwetsbare kinderen worden geboden?

Uitgangspunt is dat het primair onderwijs en kinderopvang gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor het uitvoeren van de noodopvang in de meivakantie. Enerzijds gaat het om het opvangen van de kinderen van ouders in vitale beroepen. Anderzijds gaat het om de opvang voor kinderen in kwetsbare situaties. Dit zal in alle gevallen maatwerk zijn, in onderling overleg, waarbij de gemeente de regie neemt. Bij knelpunten en complexe situaties zoeken gemeente, onderwijs en kinderopvang samen naar oplossingen. Het belang van de leerlingen en hun ouders staat hierbij voorop.

Dit zijn de afspraken die gemeenten, kinderopvang en onderwijs hebben gemaakt op een rijtje:

  • De regie voor de noodopvang ligt bij de gemeenten. Maatwerk is hierbij van groot belang.
  • Gemeenten maken een inventarisatie van de lokale behoefte aan noodopvang via scholen en de kinderopvang.
  • Uitvoering van de noodopvang in de meivakantie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen en kinderopvang. Bij knelpunten spannen scholen en kinderopvang zich samen in om een oplossing te vinden. Gemeenten voeren hierover de coördinatie.

De opvang voor kwetsbare kinderen wordt ook in deze periode voortgezet, en is maatwerk.

 

17. Geldt nog steeds de verplichting van gemeenten om 16 uur VVE/ 960 uur aan te bieden aan doelgroep peuters per 1 augustus 2020 of wordt deze uitgesteld?

De VNG heeft kennisgenomen van de brandbrief van de brancheverenigingen, ouderverenigingen en de PO-Raad met het verzoek tot uitstel van de invoering van 10 naar 16 uur voor doelgroep peuters. Wij hebben aangegeven in overleg te willen treden met OCW om de mogelijkheden tot uitstel te onderzoeken samen met het departement. Dit overleg zal in mei worden opgestart.

 

18. Stel: de school is korter open dan normaal. Wie is verantwoordelijk voor de kinderen in de tijd tussen school en BSO?
De richtlijn is dat scholen hele dagen school aanbieden en de BSO in hun reguliere uren volgend is aan de schooldagen van kinderen. Wanneer de scholen ondanks de richtlijn toch kortere dagen onderwijs aanbieden, wordt vanuit het Rijk geen geld beschikbaar gesteld om de BSO extra open te laten zijn. Het is primair aan de school om de vrijvallende uren op te vangen. Scholen worden zeer nadrukkelijk verzocht om volledige schooldagen aan te bieden.

Terug naar boven

Participatie / werk en inkomen

1. Hoe kunnen gemeenten zelfstandig ondernemers met problemen door de coronacrisis ondersteunen?
Hiervoor verwijzen wij naar de aparte pagina over de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (Tozo)
 

2. Hoe moeten gemeenten omgaan met de 4 weken zoektijd voor jongeren in de Participatiewet?

In SZW gemeentenieuws van 29 mei heeft het ministerie van SZW hierover het volgende opgenomen: Gemeenten mochten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 afwijken van de regels rond de verplichte zoektermijn van vier weken voor jongeren van 18 tot 27 jaar. Daardoor kon individueel maatwerk worden toegepast bij het hanteren van de vier weken zoektermijn en daarmee konden financiële problemen bij jongeren die plotseling zonder werk en inkomsten komen te zitten als gevolg van de coronacrisis worden voorkomen. Met een verlenging van de tijdelijke mogelijkheid om af te wijken van de regels voor de vier weken zoektermijn blijft tot 1 oktober de mogelijkheid bestaan om maatwerk toe te passen. Wel wordt gemeenten gevraagd om de afweging zorgvuldig te maken en de kansen die de herstartende sectoren ook bieden te benutten en waar mogelijk jongeren te ondersteunen bij het zoeken naar werk en scholing. 


3. Hoe moeten gemeenten omgaan met loonwaardemetingen die niet fysiek op de werkplek kunnen worden uitgevoerd?

In SZW gemeentenieuws van 29 mei heeft het ministerie van SZW hierover het volgende opgenomen: Het was gemeenten op het gebied van de loonwaardebepaling toegestaan om de interviews van 1 maart tot 1 juni 2020 telefonisch uit te voeren, onder de voorwaarde dat de telefonisch vastgestelde loonwaarde voor maximaal zes maanden geldt en dat er zodra de omstandigheden zijn genormaliseerd zo spoedig mogelijk een werkplekbezoek plaatsvindt. Verder was toegestaan dat gemeenten, wanneer zij forfaitaire loonkostensubsidie hebben ingezet in de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020, de duur stilzwijgend mogen verlengen voor een periode van maximaal zes maanden, als er geen tijdige loonwaardebepaling kan plaatsvinden. Ook hierbij geldt de voorwaarde dat er alsnog zo spoedig mogelijk een loonwaardebepaling met werkplekbezoek plaatsvindt, zodra de omstandigheden genormaliseerd zijn. Voor de periode vanaf 1 juni tot 1 oktober zijn de genoemde coulancemaatregelen nog toegestaan, met dien verstande dat de loonwaardebepaling volgens de regels wordt toegepast als de werknemer op de werkplek aanwezig is en er maatregelen zijn getroffen ter beperking van besmettingsrisico’s. Hiermee kan de wachtlijst voor werkplekbezoeken die als gevolg van de coulancemaatregelen is ontstaan zoveel mogelijk worden beperkt. Uitgangspunt is dat de loonwaardebepaling per 1 oktober weer volgens de regels, met werkplekbezoek, kan plaatsvinden.


4. Hoe kunnen gemeenten omgaan met de dienstverlening rond schuldhulpverlening in verband met de coronamaatregelen?

Voor zover gemeenten dit al niet doen, roepen wij hen op het volgende te doen:

  • Neem als gemeente de regie om de ketenpartners ‘bij elkaar te brengen’. Bespreek met elkaar wat doorgang moet vinden. Wat heeft prioriteit? Wat is er mogelijk aan alternatieve hulpverlening? Bepaal wat voor welke doelgroepen nodig is.
  • Maak afspraken over de dienstverlening, (telefonische) bereikbaarheid en de continuïteit van ondersteuning aan (kwetsbare) inwoners met financiële problemen. Maak deze afspraken met de gemeentelijke afdelingen, organisaties die de schuldhulpverlening uitvoeren en ketenpartners zoals schuldeisers, sociaal raadslieden, wijkteams et cetera. Diverse gemeenten werken met vrijwilligers in het (voor)traject. Bedenk wat voor consequenties het heeft voor het hulpverleningstraject wanneer hun inzet niet meer mogelijk is en kom met alternatieven. 
  • Zorg voor alternatieven om het persoonlijk fysiek contact te minimaliseren. Waar het kan, kunt u de intakes en afspraken digitaal laten plaatsvinden via Whatsapp/videobellen. Kortom, face-to-face contact, maar dan op afstand. Wees hierbij wel alert op inwoners die minder digitaal- en taalvaardig zijn. 
  • Zorg ervoor dat nieuwe aanmeldingen nog steeds kunnen plaatsvinden bij de gemeente of ketenpartners. Daarnaast is het opsturen van verzoeken voor Wsnp en dwangakkoorden wel mogelijk, maar de rechtbanken zijn voorlopig voor zittingen gesloten. Houd dit voor uw eigen rechtbank in de gaten.
  • Zorg dat inwoners via diverse kanalen worden geïnformeerd en voorkom dat mensen een drempel ervaren om hulp in te roepen of uit beeld raken.
  • Zorg dat de dienstverlening doorgaat en stel als gemeente met ketenpartners prioriteiten. Te denken valt aan:
  1. Uitbetalingen van leefgeld gaan te allen tijde door. Wees flexibel en kijk wat nu het beste is voor de inwoner.
  2. De (door)betalingen (vaste lasten) die gemeenten namens de burger doen, gaan door.
  3. Blijf bereikbaar en communiceer op welke manier de inwoner zijn of haar vraag het beste kan stellen. 
  4. Overleg met elkaar bij een crisis/noodsituatie om gezamenlijk te komen tot een passende oplossing in deze periode. Voorkom huisuitzettingen en afsluitingen vanwege financiële problemen door te overleggen met partijen als woningcorporaties en energieleveranciers.

 

5. Is er een landelijke richtlijn over schulden en incasso in verband met het coronavirus?

Er is geen landelijke richtlijn. Wel ligt het in de rede om schuldeisers te vragen om begrip te tonen en zich coulant op te stellen. Door de uitbraak van het coronavirus kunnen mensen acuut in ernstige financiële problemen terechtkomen. Wij adviseren gemeenten om mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen op te roepen om snel in gesprek te gaan met hun schuldeiser(s). Gezamenlijk kunnen zij dan naar een oplossing zoeken. Dat kan zijn door

  • betalingsregelingen te treffen
  • tijdelijk de invordering op te schorten
  • terughoudend om te gaan met de inzet van dwangmaatregelen

Daarnaast zijn een aantal bestaande en nieuwe afspraken van toepassing. Zo zijn er wettelijke regels die mensen beschermen tegen afsluiting van voorzieningen en/of huisuitzetting. Er wordt in de winterperiode, tot 1 april, niemand afgesloten van gas en elektriciteit. In overige maanden worden mensen die gebruikmaken van schuldhulpverlening niet afgesloten. Daarnaast kunnen mensen niet zo maar uit hun huis gezet worden, dat kan alleen door tussenkomst van een rechter. De drinkwaterbedrijven hebben in verband met de corona-uitbraak besloten voorlopig niemand af te sluiten en afgesloten klanten kunnen weer aangesloten worden.

 

6. Welke maatregelen kunnen worden genomen bij de sociale werkvoorziening?

Cedris, de brancheorganisatie voor SW-bedrijven, informeert bijna dagelijks over de te nemen maatregelen en de gevolgen daarvan op haar website

 

7. Is er samenloop mogelijk tussen loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW)?

De NOW is ook van toepassing op mensen uit de doelgroep banenafspraak die met loonkostensubsidie werken. Staatssecretaris Van Ark (SWZ) vraagt gemeenten om de loonkostensubsidie door te laten lopen, met het oog op het belang van baanbehoud. Loonkostensubsidie wordt niet met de NOW verrekend vanwege uitvoeringstechnische bezwaren. Dat betekent dat dubbele financiering vanwege de huidige bijzondere omstandigheden wordt geaccepteerd.

 

8. Hoe kunnen gemeenten kinderen ondersteunen die om financiële redenen niet over digitale leermiddelen beschikken? 

Kinderen van ouders met een laag inkomen beschikken niet altijd over digitale leermiddelen om thuisonderwijs mogelijk te maken. Scholen zijn volop bezig om dit geregeld te krijgen voor al hun leerlingen, maar vragen misschien ook om hulp bij de gemeente. Gemeenten kunnen via bijzondere bijstand deze kinderen een computer, laptop of tablet verstrekken, eventueel in samenwerking met de lokale Stichting Leergeld.

Voor kinderen die niet over wifi beschikken kan een school contact opnemen met KPN.


10. Voert de Inspectie SZW nog controle uit op werkomstandigheden van arbeidsmigranten?

De inspectie SZW krijgt veel vragen, meldingen en klachten over de werkomstandigheden ten tijde van corona. De meldingen zijn divers en gaan bijvoorbeeld over zieke collega’s op de werkvloer, verplicht blijven werken, geen afstand kunnen houden, geen beschermende middelen om te werken.

Neem bij concrete klachten en meldingen over het coronavirus in relatie tot arbeid contact op met de Inspectie SZW. Er is een speciaal webformulier gemaakt voor corona-gerelateerde werksituaties, zodat uw concrete klacht snel en efficiënt behandeld kan worden. Het formulier vindt u op de website van de Inspectie.

Alle meldingen worden zoals gebruikelijk bekeken. Als de melding niet helemaal duidelijk is, wordt voor meer informatie contact gezocht met de melder. De melder wordt ook gevraagd welke actie hij/zij zelf heeft ondernomen. Gezien de uitzonderlijke situatie is besloten om bij de meldingen die de Inspectie verder wil onderzoeken, eerst telefonisch contact te leggen met de werkgever. De inspecteurs bespreken met de werkgever wat zijn verantwoordelijkheden zijn in de specifieke situatie. Als de werkgever zijn verantwoordelijkheid niet neemt, kan de Inspectie handhavend optreden, ook met een inspectie ter plaatse, al dan niet in samenwerking met partners, bijvoorbeeld gemeenten of politie. Bij iedere fysieke inspectie zal de veiligheid van de inspecteurs gewaarborgd moeten zijn.

 

11. In de voorjaarsnota wordt beschreven dat het macrobudget participatiewetuitkeringen 2020 met € 191 miljoen is verlaagd, wat heeft dit voor gevolgen?

Dit betreft het nader voorlopig budget participatiewetuitkeringen 2020 dat op basis van de reguliere systematiek is berekend. Dit heeft op dit moment geen gevolgen voor de maandelijkse uitkering die gemeenten ontvangen. SZW onderhoudt contact met de VNG en Divosa of zich komende maanden als gevolg van een verhoogde instroom in de bijstand liquiditeitsproblemen gaan voordoen.

Bij de rijksbegroting in september wordt het definitief budget 2020 vastgesteld waarbij actuele gegevens worden gebruikt. Aangezien de gebruikte CBS-data een vertraging hebben voor het inzicht in de stand van zaken van uitgaven BUIG hebben SZW en de VNG extra contacten met gemeenten om te zien hoe de meest actuele instroom in de bijstand zich ontwikkelt.

Terug naar boven

Wmo en jeugd

1. Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis voor de levering en het onderhoud van Wmo-hulpmiddelen?
De hulpmiddelenbranche behoort behoort tot de cruciale beroepsgroepen en vervult een vitale rol in de zorgketen. Deze branche doet er alles aan om ervoor te zorgen dat de hulpmiddelenzorg ook in deze bijzondere periode beschikbaar blijft. Gemeenten kunnen hun aanvragen van hulpmiddelen en woningaanpassingen gewoon door laten gaan. Ook kunnen reparaties worden uitgevoerd en is de spoed- en calamiteitendienst 24/7 beschikbaar.

Met vragen kunnen gemeenten terecht bij hun leveranciers of bij Firevaned, de branchevereniging voor aanbieders van revalidatie- en mobiliteitshulpmiddelen en bijbehorende dienstverlening.

Zie ook het nieuwsbericht Faillissement Hulpmiddelencentrum: gevolgen voor gemeenten.

 

3. Hoe moet ik als gemeente omgaan met lopende aanbestedingen in het sociaal domein? 
De impact op lopende aanbestedingen en subsidieverstrekkingen wordt steeds duidelijker. Zeker als de deadline voor inschrijvingen of subsidieaanvragen nadert, of in de vermoedelijke crisisperiode valt. Aanbieders zijn nu onvoldoende in staat om capaciteit vrij te maken om op de juiste wijze en tijdig een inschrijving of aanbesteding te doen. Voor Open House inkoopsystemen is dit mogelijk minder problematisch, omdat gemeenten hier kunnen kiezen de toelatingsprocedure makkelijker in te richten of later nog aanmeldingen te accepteren. 

Het is wenselijk om inschrijf- en aanvraagtermijnen met bijvoorbeeld 3 maanden te verlengen om aanbieders meer tijd te geven. Houd er rekening mee dat na deze fase veel capaciteit nodig zal zijn om de reguliere zorg en ondersteuning weer op te starten.  

Uitstel van de inschrijftermijn kan ertoe leiden dat gemeenten en aanbieders de implementatiedatum (van bijvoorbeeld 1 januari 2021) wellicht niet halen. 

Gemeenten kunnen onder deze bijzondere omstandigheden en gezien de urgentie, conform artikel 2.32 lid 1 sub c Aanbestedingswet 2012, direct gunnen voor een gelimiteerde periode (van bijvoorbeeld 3, 6 of 12 maanden). In het geval van subsidies kunnen gemeenten kiezen voor een incidentele subsidie (artikel 4:23 lid 3, sub c Algemene wet bestuursrecht).

 

4. Mogen inwoners nog mantelzorg geven?
Voor vragen over mantelzorg kunt u terecht op mantelzorg.nl

 

    5. Waar vind ik informatie over het pgb in relatie tot het coronavirus?

    Het ministerie van VWS heeft in overleg met de VNG nadere afspraken gemaakt over pgb in relatie tot corona. Uitgangspunt is dat de zorg voor pgb-houders moet doorgaan. Daarom heeft VWS de regelgeving tijdelijk verruimd. In de notitie Coronacrisis: Specifieke maatregelen pgb jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning (pdf, 3 april) staan de maatregelen uitgelegd. Voor een handzaam overzicht zie het document van VWS over pgb (pdf, 3 april). Eerder al had de SVB met ZN, de VNG en VWS een aantal antwoorden over pgb opgesteld.

    5a. Hoe moeten en kunnen budgethouders niet geleverde zorg en eventuele meerkosten vanwege corona en de coronamaatregelen bijhouden?

    Er zijn formulieren beschikbaar die hiervoor kunnen worden gebruikt:

    Zie ook: VNG-bericht 'Registratieformulieren niet-geleverde pgb-zorg beschikbaar' (1 mei 2020)

    5b. Moeten gemeenten zelf de meerkosten voor pgb als gevolg van de coronamaatregelen bijhouden?

    Ja, gemeenten moeten dit zelf bijhouden. De SVB kan hierin niet ondersteunen. Een gemeente kan met de formulieren ​die de budgethouder instuurt zelf inzicht krijgen in de kosten. Het is niet zo dat het ministerie van VWS met dit bedrag gemeenten compenseert. De gesprekken over compensatie van de kosten voor gemeenten zijn onderdeel van de gesprekken tussen VWS en de VNG over uitwerking van de maatregelen voor de zorg in natura.

    Er is een procesbeschrijving voor de meerkosten:

    5c. Worden de pgb-maatregelen verlengd?

    De maatregelen voor pgb-houders worden verlengd tot 1 juli 2020. Zie: VNG-bericht 'Coronamaatregelen pgb-houders verlengd tot 1 juli' (29 mei 2020)

     

    6. Wat kan ik als gemeente doen om de reguliere dienstverlening voor mijn kwetsbare inwoners op gang te houden?
    Voor zover gemeenten dit niet al doen, roepen wij hen op het volgende te doen:

    Maak afspraken met lokale zorgaanbieders (voor de verschillende doelgroepen, zowel vanuit ZIN als PGB), het sociaal werk, de toegangsmedewerkers, de wijkteams en cliëntondersteuners et cetera over de continuïteit in de ondersteuning aan de kwetsbare inwoners (jong en oud) en hun mantelzorgers en breng in kaart welke alternatieven er voorhanden en mogelijk zijn.

    Bedenk met elkaar wat er voor cliënten geregeld moet worden voor bijvoorbeeld dagbesteding, ontmoetings- en wijkcentra, scholen voor speciaal onderwijs die tijdelijk sluiten en mensen die noodgedwongen thuis zitten en mantelzorgers die zwaarder belast worden. 

    Hoe kunt u hierbij te werk gaan:

    Maak een risico-inventarisatie waarbij u een inschatting maakt van de inwoners (en hun mantelzorgers) die waarschijnlijk extra aandacht nodig hebben en hoe u de ondersteuning kunt inzetten. 

    Neem de regie als gemeente om partijen ‘bij elkaar te brengen’. Bespreek met elkaar wat doorgang moet vinden. Wat kan er open blijven en welke maatregelen zijn hierbij nodig? Wat is er mogelijk aan alternatieve ondersteuning of hulp? Bepaal wat bij wie/welke doelgroepen nodig is. Bedenk dat mantelzorgers meer belast gaan worden nu voorzieningen sluiten en/of moeilijker bereikbaar zijn.

    Spreek als gemeente de lokale aanbieders aan op het organiseren van een alternatief aanbod voor als hun voorzieningen sluiten: Wat komt er in de plaats van de nu gesloten voorzieningen? Help mensen (waar nodig) ook in het zoeken naar naasten in hun omgeving die ook hulp en ondersteuning zouden willen en kunnen geven. Het kan gaan om schrijnende situaties bij inwoners die in een wankel evenwicht nog alleen of samen thuis wonen.

    Voorkom, met de lokale partners, dat mensen uit beeld raken en voorkom dat mantelzorgers nu overbelast raken en uitvallen. Hoe langer de maatregelen van kracht zijn, hoe groter de kans hierop. Het gaat niet alleen om mantelzorgers voor ouderen en dementerenden, maar ook om bijvoorbeeld kinderen met een beperking en mensen met een licht verstandelijke beperking die nu ook allemaal thuisblijven. 

     

    7. Welke maatregelen kunnen aanbieders nemen om het reguliere aanbod van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning zo goed mogelijk te houden?
    Wij adviseren gemeenten om creatief om te gaan met dagopvang en dagbesteding. Laat die bijvoorbeeld verspreid over de stad plaatsvinden of in kleinere groepen verspreid over de dag. Blijf hierbij uiteraard binnen de kaders van de RIVM-maatregelen.

    Ga eenzaamheid onder kwetsbare groepen mensen zoveel mogelijk tegen. Zorg bijvoorbeeld voor telefoonteams die actief mensen bellen (cliënten en mantelzorgers). Maak het ook mogelijk voor mensen  om zelf naar dit team te bellen. (Er zijn ook landelijke telefoonteams/lijnen waar mensen heen kunnen bellen, bijvoorbeeld de mantelzorglijn).

    Zorg voor goede communicatie over de meldpunten (ook landelijk) die hiervoor beschikbaar zijn, ook voor cliënten met ggz-problematiek.

    Zorg voor een goede bekendheid van de alternatieve vormen van ondersteuning.

    Houd bij huishoudelijke ondersteuning, maaltijdbezorging, kindzorg, etc. de richtlijnen van het RIVM in de gaten.

    Bekijk bij individuele begeleiding per inwoner of cliënt of het overgaan op telefonische of digitale ondersteuning een passende mogelijkheid is.

    Stimuleer bij al lopende contacten de cliëntondersteuner om outreachend te bellen en te informeren naar de situatie van de inwoner.

     

    8. Hoe zit het met het cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugd (CEO)?

    Het ministerie van VWS moedigt gemeenten aan het cliëntervaringsonderzoek (CEO) ook in 2020 uit te voeren, maar heeft er begrip voor als dat vanwege de coronacrisis niet voor de reguliere deadline van 1 juli lukt. Eind maart heeft de minister alle colleges van B en W hierover een brief gestuurd.

    Gemeenten die het CEO Wmo al hebben afgerond, kunnen de resultaten aanleveren via https://aanleveringwmo.nl/

     

    9. Hoe moeten gemeenten omgaan met de eigen bijdrage Wmo als er door de coronamaatregelen tijdelijk geen hulp en ondersteuning geboden wordt (en er ook geen andere Wmo-voorzieningen zijn)?

    De minister van VWS heeft het besluit genomen om in elk geval over de maanden april en mei geen eigen bijdrage te laten innen door het CAK bij alle cliënten die Wmo voorzieningen hebben die vallen onder het abonnementstarief. Het maakt niet uit of iemand nu alleen hulp bij het huishouden heeft en/of een traplift en of er een feitelijke pauze is geweest. De minister heeft het CAK gevraagd zorg te dragen voor de uitvoering van zijn besluit. Het CAK informeert cliënten op korte termijn over dit besluit en draagt zorg voor een correcte administratieve afhandeling en lastenverlichting voor gemeenten, zorgaanbieders en burgers. Hoe het CAK dit gaat doen is bij de VNG op dit moment nog niet bekend. Er is afgesproken dat het reguliere proces blijft bestaan en dat er na verwerking bij en door het CAK  geen factuur gestuurd wordt over in ieder geval deze 2 maanden.

    Ons advies voor nu is dat gemeenten doorgaan met het administreren van nieuwe cliënten en mutaties. Dus ook in deze 2 maanden. We gaan ervan uit dat voor de effectuering van het besluit er geen ‘start/stop eigen bijdrage’ berichten hoeven te worden aangeleverd door de gemeente aan het CAK. U hoeft dus hiervoor geen actie te ondernemen. In het berichtenverkeer tussen de gemeente en de zorgaanbieder adviseren wij echter de scenario’s te volgen zoals deze door het i-Sociaal Domein zijn uitgewerkt.

     

    10. Hoe kunnen gemeenten kinderen, ouders, opvoeders en professionals helpen in de huidige thuissituatie?
    Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) deelt op zijn website informatie over de huidige situatie waarin iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven. Op de webpagina staan tips voor ouders, kinderen en professionals over hoe zij met deze situatie om kunnen gaan. 

     

    11. Waar kan ik richtlijnen vinden voor de zorg aan kwetsbare mensen thuis en voor hun mantelzorgers?
    Voor kwetsbare mensen thuis (waaronder ouderen) zijn 4 landelijke richtlijnen opgesteld en getoetst bij het RIVM:

    • Mantelzorgondersteuning
    • Huishoudelijke hulp 
    • Dagbesteding en -opvang
    • Hulpmiddelen

    Bij kwetsbare mensen die thuis wonen, kunnen in deze crisistijd de problemen toenemen en crisissituaties ontstaan. Ook kan de mantelzorg overbelast raken of wegvallen, waardoor er onvoldoende zorg en ondersteuning overblijft. Uitgangspunt voor de zorg aan deze kwetsbare mensen is om zo lang mogelijk in te zetten op steun in de thuissituatie. Hierdoor wordt de druk op de medische zorg niet verder vergroot. Tijdig signaleren is hiervoor cruciaal. Het is daarom van groot belang dat de wijkteams, buurtteams en de aanbieders goed en regelmatig de vinger aan de pols houden bij deze kwetsbare mensen. 

    Op de website van Movisie staat inmiddels een pagina over de richtlijn Mantelzorg. Movisie vraagt gemeenten om een korte survey in te vullen. In de komende tijd zal Movisie op deze pagina concrete voorbeelden en initiatieven publiceren die gemeenten (en aanbieders) kunnen helpen om mantelzorgers te blijven ondersteunen.

     

    13. Hoe kan de gemeente de continuïteit van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) borgen?
    De uitvoering van de taken van de JGZ zijn sinds het begin van de coronacrisis deels stopgezet of uitgesteld. Veel JGZ-medewerkers worden tijdelijk ingezet voor de ondersteuning van de afdeling infectieziektepreventie van de GGD. Daar waar jeugdgezondheidsmedewerkers niet in dienst zijn van een GGD, zijn regionaal afspraken gemaakt met andere partijen (zoals thuiszorgorganisaties en stichtingen met medewerkers in dienst die ingezet kunnen worden voor publiek geneeskundige taken) voor het inzetten van personeel.

    We adviseren gemeenten afspraken te maken met de JGZ-organisatie over de uitvoering van de taken, waarbij de gezondheid van kinderen voorop staat. De JGZ volgt de adviezen van het RIVM bij de uitvoering van de taken. Sommige taken zullen niet uitgevoerd kunnen worden, ofwel vanwege de maatregelen ofwel vanwege de beschikbaarheid van personeel. Hiervoor zullen later inhaalacties moeten worden uitgevoerd.

    Net als voor de zorgtaken in het sociaal domein raden wij gemeenten aan coulance met de JGZ-organisaties te betrachten waar het de financiële afspraken voor de uitvoering van JGZ-taken betreft. Verbindt dus geen financiële consequenties aan het niet volledig uitvoeringen van de afgesproken taken. De VNG is met het Rijk in gesprek over compensatie van de eventuele meerkosten als gevolg van de coronacrisis.

     

    14. Mag ik afwijken van mijn begroting voor het onderwijsachterstandenbeleid, nu er gerichte acties nodig zijn als gevolg van de coronamaatregelen?
    Ja, afwijken van een begroting mag zolang dit verantwoord wordt in het jaarverslag/de verantwoording.  De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag wel alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de Sisa (zie ook vraag 15).

     

    15. Mag ik de specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid vanwege de coronamaatregelen breder inzetten voor aan onderwijsachterstand gerelateerde zaken, ook al past dit niet binnen de SiSa-verantwoording?
    Nee, dit mag niet. De specifieke uitkering gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid mag alleen uitgegeven worden aan zaken die passen binnen de SiSa. De gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen zijn bedoeld voor voorschoolse educatie en voor activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen, bedoeld om onderwijsachterstanden te voorkomen en bestrijden. Het is uiteindelijk ter beoordeling aan de gemeentelijke accountant of alle posten hieronder vallen.

    Voor meer (algemene) informatie over de inzet van de GOAB-middelen zie ook deze handreiking gemaakt door het ondersteuningstraject voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

    ​​​​​Terug naar boven

    Continuïteit financiering aanbieders Wmo en Jeugd

    1. Wat heeft de VNG afgesproken met het Rijk over de continuïteit van financiering in het sociaal domein tijdens de coronacrisis?
    De VNG krijgt vragen over de gemaakte afspraken tussen het Rijk en de VNG over continuïteit van de financiering van zorgaanbieders. Ook krijgt de VNG signalen dat er gemeenten zijn die zorgaanbieders eerst verwijzen naar de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW). Dat is niet de bedoeling. Het haalt de landelijk bestuurlijk gemaakte afspraken onderuit en veroorzaakt onrust. Dit is niet wenselijk is in deze crisistijd.

    Dit zijn de gemaakte afspraken: 

    1. Als blijkt dat zorgaanbieders overduidelijke meerkosten maken als gevolg van de coronacrisis (voortkomend uit de RIVM maatregelen), dan zal het Rijk deze extra kosten van gemeenten aan hen vergoeden.
    2. Als zorgaanbieders als gevolg van de coronacrisis op andere wijze zorg gaan verlenen, vraagt dit om ruimte en flexibiliteit in de verantwoording.
    3. Als blijkt dat zorgaanbieders minder zorg leveren en dus te maken hebben met omzetdaling, is het uitgangspunt de financiering aan aanbieders onverminderd door te laten gaan en de gecontracteerde aanbieders niet door te verwijzen naar de NOW. De NOW is bedoeld voor ondernemers die niet betaald worden uit publieke middelen (zorgaanbieders zijn dat wel). Doorbetaling is meer dan liquiditeitssteun, het gaat om financiering van kosten, ook als daar geen prestatie tegenover staat in deze buitengewone omstandigheden. 

    Ad 1. De verlening van zorg en ondersteuning leidt soms tot meerkosten als gevolg van de coronacrisis, in het bijzonder door het volgen van de richtlijnen van het RIVM. De meerkosten die direct voortkomen uit het volgen van deze maatregelen zullen vergoed worden. Het is van belang deze meerkosten op een eenvoudige manier in beeld te brengen. Het Rijk zal gemeenten compenseren voor de meerkosten die zij aan hun aanbieders betalen voor de extra maatregelen vanwege corona.

    Ad 2. Professionals zullen de komende tijd door de coronacrisis op een andere manier zorg verlenen of op een andere plek werkzaam zijn, omdat dat nodig is. Dit vraagt om ruimte en soepelheid in de verantwoording. Het Rijk is bereid dit te ondersteunen, waar dat nodig en mogelijk is.

    Ad 3. Door vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel (door verhoogd ziekteverzuim) zal de omvang van zorg en ondersteuning tijdelijk feitelijk afwijken van de normale situatie. Het is nu van belang dat de financiering van de omzet onverminderd plaatsvindt, zoals die contractueel overeengekomen was, dan wel een zo goed mogelijke inschatting daarvan. Met als doel de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële positie in 2020 van deze zorgaanbieders zoveel mogelijk te neutraliseren. Overigens kunnen aanbieders van cruciale jeugdzorg die in liquiditeitsproblemen komen, ook gebruik maken van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ en zich melden bij de Jeugdautoriteit.

    Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij zich inspannen om de professionele inzet zo goed mogelijk te benutten (binnen hun organisatie, dan wel op andere plaatsen waar de acute behoeften bestaan) en daarmee de eventuele omzetdaling te beperken. Gemeenten kunnen dat bevorderen door daarover actief in gesprek te gaan met de aanbieders. Voor de zomer gaan Rijk en gemeenten in gesprek over de compensatiemogelijkheden van de effecten die optreden na afloop van de coronacrisis. Dan gaat het om de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd.

     

    2. Voor welke onderdelen gelden deze afspraken?
    Deze afspraken gelden voor aanbieders van diensten in het kader van de Jeugdwet en de Wmo, die een contract hadden op het moment dat landelijke maatregelen ter bestrijding van corona zijn gaan gelden (vanaf 12 maart).

     

    3. Waarom loopt de afspraak over het onverminderd doorbetalen van de omzet tot 1 juli?
    Voor deze deadline is ook gekozen in de Zorgverzekeringswet. Eind mei heeft het kabinet een routekaart naar buiten gebracht, op basis waarvan aanbieders zorg die gestopt is, weer kunnen opstarten. Er is de komende weken gelegenheid om dat feitelijk te doen, na 1 juli loopt de omzetgarantie af. Voor vervoer en dagbesteding volwassenen wordt in juni uitgewerkt of de omzetgarantie na 1 juli kan afvallen.

     

    4. Wat is de stand van zaken van de verdere uitwerking van deze afspraken met het Rijk?
    Vanaf eind maart zijn de volgende groepen aan de slag:

    1. Meerkosten
    2. Doorfinanciering/bekostiging
    3. Rechtmatigheid
    4. Gevolgen corona voor PGB
    5. Financiële effecten en compensatie na corona

    In deze themagroepen zitten medewerkers van de VNG, het Rijk en ook diverse experts vanuit gemeenten. Zodra deeluitwerkingen zijn afgerond, worden die gepubliceerd.

     

    6. Is het nodig dat gemeenten met aanbieders aanvullende afspraken op hun reguliere contracten opstellen voor de continuïteit van financiering in coronatijd?
    Aanvankelijk is door de VNG en het Rijk aangegeven dat er geen aanvullingen op contracten hoeven te komen die iedere gemeente of regio met afzonderlijke aanbieders moet afspreken.

    Bij de uitwerking van de teksten over rechtmatigheid wordt toch als 1 van de oplossingsrichtingen aangedragen om een aanvullende overeenkomst te sluiten voor het doorzetten van de omzet bij vraaguitval. De VNG zal een aantal voorbeelden publiceren van gemeenten die dit al gedaan hebben.

     

    7. Hoe moeten we omgaan met het berichtenverkeer tussen gemeenten en zorgaanbieders tijdens de coronacrisis?
    Het ketenbureau I-sociaal domein heeft hiervoor 3 scenario’s uitgewerkt.

     

    8. Stelt het kabinet extra middelen ter beschikking?
    Meerkosten die rechtstreeks voortvloeien uit (te nemen) maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus worden door het Rijk vergoed. Denk daarbij bijvoorbeeld aan meerkosten als gevolg van de noodzaak om afstand te houden, of voor beschermingsmiddelen. De kosten komen voort uit de naleving van de adviezen van het RIVM.

     

    9. Waarom is het vangnet Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) niet beschikbaar voor zorgaanbieders bij vraaguitval?
    De publieke financiers bieden continuïteit van de reguliere financiële middelen, ook als daar niet de reguliere zorg voor wordt geleverd. Waar direct meerkosten ontstaan, vergoedt het kabinet deze. Zo kunnen reguliere voorzieningen/diensten waar nodig op alternatieve wijze worden aangeboden. Ook kan het personeel op een andere manier worden ingezet. Professionals in het sociaal domein zijn nu immers heel hard nodig. Daarom kiest het kabinet ervoor om de gehele zorgsector uit te sluiten van deze maatregel, dus ook zorgverzekeraars (Zvw) en zorgkantoren (Wlz).

     

    10. Wat gebeurt er met kosten voor zorg en ondersteuning die pas weer na afloop van de maatregelen geboden kan worden?
    Er worden nadere afspraken gemaakt over financiële compensatie voor gevolgen na corona, als bijvoorbeeld na corona een uitgestelde vraag voor zorg en ondersteuning komt.

     

    11. Hoe kunnen gemeente het beste omgaan met re-integratiebedrijven?
    Probeer waar mogelijk afspraken te maken met re-integratiebedrijven over het continueren van de activiteiten, waar mogelijk in aangepaste vorm. Als dit niet mogelijk is en er niet geleverd wordt, kunnen re-integratiebedrijven worden gewezen op de ondersteuningsmogelijkheden die het kabinet heeft ingesteld voor ondernemers.

     

    12. Zijn de afspraken over continuïteit bij vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel al meer uitgewerkt?
    De verdere uitwerking wat betreft continuïteit bij vraaguitval of verminderde inzetbaarheid van personeel is gereed en te lezen in de Uitwerking continuïteit van financiering Jeugdwet en Wmo.

     

    13. De VNG raadt aan de gemiddelde omzet van het voorgaande jaar als ijkpunt te gebruiken voor die van het jaar erna. Wat als de omzet van aanbieders in 2019 niet representatief is voor de omzet vlak voor corona?
    In de Uitwerking continuïteit van financiering Jeugdwet en Wmo – VNG en Rijk staat daarover de volgende passage:

    Daar waar het maandgemiddelde op basis van een jaaromzet een atypische uitkomst heeft, zullen gemeenten en aanbieder gezamenlijk moeten bepalen welke periode representatief is voor de maandomzet (bijvoorbeeld als een aanbieder maar in een deel van 2019 geleverd heeft).
     
    Een voorbeeld: als de maandomzet over de eerste 2 maanden van 2020 significant hoger was, dan kunnen gemeente en aanbieder onderling besluiten de compensatie te baseren op het gemiddelde van die 2 maanden.

     

    14. Welke afspraken zijn er gemaakt over de continuïteit van onderaannemers in het sociaal domein?
    De uitgewerkte afspraken over de continuïteit van financiering tussen Rijk en VNG hebben betrekking op de hoofdaannemers. De hoofdaannemers dienen dit door te vertalen naar hun onderaannemers om te zorgen dat ook de doorlopende kosten van onderaannemers worden vergoed. We krijgen verschillende signalen dat niet alle hoofdaannemers de continuïteit van financiering laten doorwerken voor hun onderaannemers. Wij raden gemeenten aan om bij concrete signalen contact op te nemen met desbetreffende hoofdaannemers. Voor meer informatie, zie de uitgewerkte afspraak (pdf).

     

    15. Kan ik de voorschoolse educatie doorbetalen nu de kinderopvang dicht is, zonder problemen met de jaarlijkse SiSa-verantwoording?
    Ja. Gemeenten kopen VE-plekken in voor doelgroeppeuters. Door overmacht kunnen de kinderopvangorganisaties die VE nu niet bieden. Om te zorgen voor continuïteit van het aanbod is het belangrijk om deze financiering vanuit de gemeente wel voort te zetten. Vanuit rechtmatigheid kan dit: de middelen zijn immers nog steeds bedoeld om te zorgen voor voldoende aanbod in aantal en spreiding van VE voor kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal.

     

    16. Is de gemeente btw verschuldigd als zij voor de rechtmatigheid van de betalingen een overeenkomst of een subsidie-overeenkomst aangaat, ook al worden er geen prestaties verricht?
    In beginsel geldt: wanneer er geen prestatie wordt verricht, is ook geen btw verschuldigd. Het is echter afhankelijk van de specifieke casus of er daadwerkelijk geen prestatie wordt geleverd in een bepaalde situatie, bijvoorbeeld over de vraag op basis waarvan in concrete situaties wordt besloten de betalingen toch voort te zetten (vrijwillig of contractueel verplicht). Voor specifieke gevallen kan de situatie dus anders liggen en moet contact op worden genomen met de btw-inspecteur om zekerheid te krijgen over de btw-gevolgen van die situatie. Het vastleggen in een (subsidie)overeenkomst  voor de rechtmatigheid van de betalingen leidt op zichzelf niet tot btw-heffing. Maar de feiten en omstandigheden kunnen zo zijn dat er in feite wel een prestatie wordt geleverd.

    Terug naar boven

    Maatschappelijke opvang / beschermd wonen / vrouwenopvang / huiselijk geweld / mensenhandel

    1. Welke maatregelen kunnen aanbieders nemen om de kwaliteit van het aanbod voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zo hoog mogelijk te houden?
    Via deze websitepagina van Valente vindt u een lijst met maatregelen die organisaties voor vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen in samenwerking met gemeenten, al hebben ingezet. Bijvoorbeeld dat enkele grote steden de koudweerregeling hebben uitgeroepen om meer opvangplekken beschikbaar te stellen en dakloze mensen van de straat te krijgen.

    In een aantal gemeenten zijn aparte locaties ingericht met meer afstand of met aparte 1- persoons slaapkamers, of hotelkamers voor de groep die lichte verschijnselen heeft (verkouden / hoesten) de groep die zwaardere verschijnselen heeft (hoesten, koorts, grieperig) en de groep die besmet is (isolatiekamers afdelingen). Dit geldt voor vrouwenopvang, groepshuizen beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

     

    2. Hoe kunnen aanbieders omgaan met zieke mensen en hygiënevoorschriften in maatschappelijke opvang en andere instellingen?
    De VNG adviseert gemeenten in overleg met de aanbieders voor maatschappelijke opvang en andere zorg- en welzijnsinstellingen om te kijken wat er nodig is om naast isolatieplekken voldoende ruimte in de opvang én mogelijkheden voor verblijf overdag te garanderen. Mogelijk zijn daarbij creatieve oplossingen uitvoerbaar zoals het tijdelijk gebruiken van leegstaand vastgoed.

    Voor vragen over persoonlijke beschermingsmiddelen voor personeel kunnen organisaties terecht bij hun eigen bedrijfsarts. Deze arts is aangesloten op de richtlijnen van het RIVM.

    De richtlijn heeft de status van een oproep van het VWS. Wanneer gemeenten de richtlijn niet opvolgen, kan VWS in het kader van Interbestuurlijk Toezicht gemeenten oproepen of verplichten om de afspraken uit de richtlijn na te komen. 

    Zorgaanbieders die een dringend tekort aan beschermingsmiddelen hebben en te maken krijgen met een mogelijk besmette patiënt, kunnen contact opnemen met hun regionale ROAZ-coördinator. Dat geldt ook voor zorgaanbieders die niet direct bij het ROAZ (Regionale overleg Acute Zorg) zijn aangesloten, zoals de GGZ. De ROAZ zijn een onderverdeling van de GGD/GHOR. Zie: Regionale coördinatoren persoonlijke beschermingsmiddelen corona.

     

    3. Wat kan ik als gemeente doen als de vraag naar opvang toeneemt?

    Bespreek als centrumgemeente(n) en opvanginstellingen, hoe de toename van de vraag naar opvang eruit ziet, of er nieuwe groepen bijkomen en hoe hiermee om kan worden gegaan. Zie onze ledenbrief hierover. Een mogelijkheid is ook om leegstaande hotels, congrescentra of pensions te benutten.

    Corona kan de stress bij mensen verhogen doordat ze meer thuis zijn, dicht op elkaar zitten, door de onzekerheid die de crisis met zich meebrengt en door mogelijke financiële zorgen. Hierdoor wordt het risico op huiselijk geweld groter. Dit kan tot een groter beroep op de capaciteit in de vrouwenopvang leiden.

    Er kan ook een toename zijn van beroep op de opvang doordat mensen op straat komen te staan die normaal gesproken niet rechthebbend zijn op grond van de Wmo. Denk hierbij aan seizoenarbeiders en sekswerkers. Er is een richtlijn opgesteld voor dak- en thuislozen door het ministerie van VWS.

    Hierin staat vanuit humanitaire overwegingen is het wenselijk tijdelijk (voor de duur van de aanvullende maatregelen van het kabinet) plekken te realiseren voor niet-rechthebbenden. Hier vallen ook mensen onder uit de categorie seizoenswerkers en sekswerkers, die nu hun baan en onderdak verliezen, omdat ze op straat worden gezet. VWS heeft met de VNG afgesproken dat VWS garant staat voor extra kosten die hieruit voortkomen.

     

    4. Hoe gaan aanbieders om met een zieke in opvang of beschermd wonen die toch naar buiten gaat omdat hij drugs wil gebruiken?
    Ook zware drugsgebruikers moeten bij verdenking van besmetting binnen blijven. Advies is om desnoods coulant om te gaan met de voorschriften rond drugs, zodat men niet naar buiten gaat. Op de website van het Trimbos instituut vindt u informatie over het verminderen van risico’s in relatie tot corona en verslavingsbeleid (gebruikersruimtes, verstrekking van methadon, laagdrempelige voorzieningen, opvanglocaties, etc).

     

    5. Kunnen aanbieders de dagopvang en dagbesteding voor daklozen open houden?
    Het is van belang voor de volksgezondheid dat er overdag voldoende plekken beschikbaar zijn waar dak- en thuisloze mensen, bij voorkeur zo lang als zij willen, warm kunnen worden, terecht kunnen voor hun sanitaire behoeften, een maaltijd en/of andere vormen van ondersteuning. Gemeenten en aanbieders zorgen hiervoor (en het maatschappelijk middenveld, zoals kerken en particuliere initiatieven, worden opgeroepen waar nodig hierbij te helpen). Daarbij moeten de regels inzake 1,5 meter afstand in acht worden genomen.

    Andere aanpassingen zijn afhankelijk van de mogelijkheden om te kunnen voldoen aan de richtlijnen van het RIVM. Denk aan het verkorten van de openingstijden of minder mensen tegelijkertijd naar binnen laten. Onderzoek de mogelijkheden om verspreid over de stad of in kleinere groepen verspreid over de dag de opvang en dagbesteding voort te zetten. Van groot belang is de beschikbaarheid van schoon sanitair.

     

    6. Kunnen aanbieders de nachtopvang voor daklozen open houden?
    Het is belangrijk dat dak- en thuisloze mensen in de nacht een slaapplek hebben. Daarom moeten gemeenten de nachtopvang open houden voor rechthebbenden volgens de Wmo 2015. Vanuit humanitaire overwegingen is het wenselijk tijdelijk (voor de duur van de aanvullende maatregelen van het kabinet) plekken te realiseren voor niet-rechthebbenden.

    • De bedden in de nachtopvang moeten ten minste 1,5 meter uit elkaar worden geplaatst.
    • Concentraties van mensen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Probeer slaapplekken voor grotere groepen zoveel mogelijk op te delen in kleinere compartimenten, bijvoorbeeld door het plaatsen van schotten.
    • Zoek – indien dit niet lukt – naar meerdere locaties waar dak- en thuisloze mensen ’s nachts kunnen worden ondergebracht. Denk hierbij bijvoorbeeld in eerste instantie aan gymzalen of leegstaand maatschappelijk (zorg)vastgoed.
    • Aanbieders zien er op toe dat mensen die gebruik maken van de nachtopvang, zich overdag niet begeven in de buurt van deze nachtopvang.

     

    7. Kunnen arbeidsmigranten die hun onderkomen verliezen of thuis niet in quarantaine kunnen blijven ook terecht bij maatschappelijke opvang in geval van ziekte/nood? 
    Mensen die geen huis hebben, dienen zich te melden bij het toegangsloket voor maatschappelijke opvang van de centrumgemeente. Het toegangsloket van de centrumgemeente onderzoekt of men voldoet aan de wettelijke voorwaarden (Wmo) om in aanmerking te komen voor een plek in de maatschappelijke opvang. Ook als mensen niet aan de voorwaarden voldoen, dienen ze zich te melden bij het toegangsloket. Gemeenten hebben in het belang van de volksgezondheid (Wpg) de plicht deze mensen tijdelijk van een dak boven het hoofd  te voorzien en samen met de opvanginstellingen naar oplossingen te zoeken. Er kan contact opgenomen worden met de GGD voor advies.

     

    8. Hoe gaan aanbieders om met een zieke in opvang of beschermd wonen die zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
    Hiervoor biedt de Wpg artikel 31 en verder mogelijk een oplossing. Hierin staat wat de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester in zo’n geval kan doen, namelijk de zieke gedwongen laten opnemen in een ziekenhuis ter isolatie, en welke stappen hiervoor gezet kunnen worden.

     

    9. Kan de kostendelersnorm tijdelijk worden opgeschort zodat mensen zonder consequenties voor hun inkomen een dakloze onderdak kunnen bieden?
    De Participatiewet kent al de mogelijkheid om maatwerk toe passen. Gemeenten kunnen op individuele basis een uitzondering op de kostendelersnorm uit de Participatiewet maken. De dakloze kan tijdelijk onderdak worden verleend zonder dat dit ten koste gaat van de bijstandsuitkering van degene die onderdak verleent. Daarmee wordt de druk op de opvang ook verminderd.

     

    10. Kunnen mensen die beschermd wonen nog steeds bezocht worden?
    Hiervoor kunt u de afspraken volgen uit de GGZ richtlijn

     

    11. Kan de Wvggz worden toegepast wanneer een zieke in opvang of beschermd wonen zich niet aan de voorschriften voor isolatie houdt?
    De aanwezigheid van een psychische stoornis is geen reden op zich om de Wvggz toe te passen. Als er alleen gevaar voor de volksgezondheid is, er verder geen reden is om iemand op te nemen op een psychiatrische afdeling, en de betrokkene niet meewerkt aan noodzakelijke maatregelen lijkt de Wpg de aangewezen wet. De centrale actoren zijn hierbij de GGD, de voorzitter van de veiligheidsregio en de rechter.

    Terug naar boven