In deze stap bepaal je je invoeringsstrategie, die moet aansluiten bij het verandertype dat het beste bij je gemeente past.

Wat en wie?

De invoeringsstrategieën zijn bedoeld om richting te geven aan de aanpak van de invoering Omgevingswet. Wat ga je doen om de wet in te voeren en je ambities ermee te realiseren?

De invoeringsstrategieën zijn geen blauwdruk. Je kunt elementen uit de verschillende strategieën combineren en zo een lokale strategie maken die het beste bij jouw gemeente past. De kans is groot dat je strategie in de loop van het invoeringsproces verandert, of dat je voor de verschillende sporen verschillende strategieën hanteert. De onderstaande invoeringsstrategieën zijn ter inspiratie; maak je eigen strategie op maat.

De consoliderende strategie

  • Je gaat uit van de bestaande regels, visies en beleidskaders in jouw gemeente; die vormen de basis, van daaruit ga je doorontwikkelen om te voldoen aan de wet.
  • Je begint in huis, met een focus op de eigen organisatie: wat moet de gemeente doen om de wet in te voeren?
  • Je gaat planmatig te werk, veelal met een thematische insteek.
  • Je begint met het juridisch instrumentarium en start met desk research, bijvoorbeeld met een inventarisatie van alle verordeningen enerzijds en de nieuwe wettelijke eisen anderzijds.
  • De vakinhoud is leidend bij het maken van keuzes in de uitwerking en toepassing van de wet.
  • Je onderzoekt hoe je de huidige dienstverlening aanpast aan de eisen van de wet: verkorting van de procedures en verandering in houding en gedrag.
  • Je bent gericht op interne samenwerking tussen de verschillende vakafdelingen, met name de beleidsinhoudelijke afdelingen.

De calculerende strategie

  • Je gaat uit van de nieuwe situatie waarin je je ambities met de Omgevingswet hebt gerealiseerd; daar werk je naartoe.
  • Je begint in huis, met een focus op de eigen organisatie: je analyseert wat er in de organisatie moet gebeuren om de nieuwe situatie te bereiken.
  • Je gaat resultaatgericht te werk; welke activiteiten en investeringen leveren het meeste resultaat op?
  • Je begint met het maken van een impactanalyse zodat je zicht krijgt op de opgave waar de organisatie voor staat. Daar wordt vervolgens een businesscase bij gemaakt, zodat je weet waar de kosten en baten liggen.
  • Efficiency en effectiviteit zijn leidend bij het maken van keuzes in de uitwerking en toepassing van de wet.
  • Je onderzoekt hoe je de huidige dienstverlening aanpast aan de wet en gericht op efficiency en kosten: korte procedures en efficiënt klantcontact. 
  • Je bent gericht op interne samenwerking tussen de verschillende inhoudelijke vakafdelingen en de afdelingen financiën en informatievoorziening.

De onderscheidende strategie

  • Je begint buiten; bij de verschillende gebieden in de gemeente en bij de initiatiefnemers.
  • Je gaat uit van de bestaande opgaven in die gebieden – transformatie, leegstand, krimp – en bedenkt hoe de Omgevingswet bij de aanpak daarvan kan helpen.
  • Je gaat gebiedsgericht te werk: waar kun je met behulp van de Omgevingswet het verschil maken?
  • Je begint met pilots en experimenten om te ondervinden hoe het werken met de Omgevingswet kan bijdragen aan de aanpak van bepaalde opgaven.
  • De gebiedsopgaven zijn leidend bij het maken van keuzes in de uitwerking en toepassing van de wet.
  • Je hebt een visie op dienstverlening waarbij het gebeid en het initiatief centraal staan. Je richt de dienstverlening zo in dat het klantcontact eenvoudig en beter wordt en in dienst staat van de gebiedsopgaven.
  • Je bent gericht op externe samenwerking met initiatiefnemers, projectontwikkelaars en ketenpartners.

De vernieuwende strategie

  • Je begint buiten; bij de mensen die in de gemeente wonen, werken en recreëren en die ideeën hebben over de ontwikkeling van de gemeente.
  • Je gaat uit van de nieuwe situatie waarin je je ambities met de Omgevingswet hebt gerealiseerd; daar werk je naartoe.
  • Je gaat procesmatig te werk; je ontwerpt een proces waarin je de mensen in de gemeente met elkaar in gesprek brengt zodat zij hun ideeën en opvattingen kunnen uitwisselen.
  • Je start met dialoog in de samenleving; om te horen wat mensen van de gemeente vinden, hoe zij naar hun leefomgeving kijken en wat hun ideeën voor gebiedsontwikkeling zijn.
  • De uitkomsten van deze dialoog zijn leidend bij het maken van keuzes in de uitwerking en toepassing van de wet.
  • Je hebt een innovatieve visie op dienstverlening waarbij de initiatiefnemer en de belanghebbende centraal staan. Je richt de dienstverlening zo in dat de continue dialoog met de samenleving centraal staat.
  • Je bent gericht op externe samenwerking met burgers, ondernemers en andere maatschappelijke partners, maar ook met andere bestuurlijke en regionale partners.

Meer informatie

Zie ook

  • Klik bovenaan de pagina op Bekijk de andere artikelen in dit boek voor meer informatie.