Gemeenten zetten met de 'Propositie Samen cultuur borgen' koers naar het nieuwe cultuurbestel. Het uitgangspunt van deze propositie is om cultuur voor alle inwoners toegankelijk, bereikbaar en aantrekkelijk te houden.

Lees de propositie Samen cultuur borgen (pdf, 494 kB)

Pijlers

De propositie is langs 4 pijlers opgebouwd:

  • Cultuurwaarde 
  • Cultuurstimulering
  • Cultuurspreiding
  • Cultuurfinanciering 

Vertrekpunten

Bij alle pijlers geven we aan welke inzet we van de verantwoordelijke spelers verwachten.

1. Cultuur is fundament voor de samenleving. Cultuur verbindt, verrijkt en is een bron van educatie en plezier voor iedereen. Ze is in zichzelf van onschatbare waarde en biedt bovendien onnoemelijke maatschappelijke meerwaarde: voor gezondheid, welzijn, kansengelijkheid, economie, ruimtelijke inrichting, toerisme en veel meer. Haar onderscheidende scheppende kracht ligt in de toevoeging van creativiteit, symboliek, traditie of ritueel. 

2. Cultuur is een publiek goed dat vraagt om structurele publieke investeringen. Net als bij welzijn, gezondheid en onderwijs is er meer nodig dan het vrije spel van de markt of incidentele en politiekafhankelijke keuzes. Cultuurbeleid dient daarom structureel en voor de lange termijn geborgd te zijn.   

3. In het cultuurbeleid is samenhang cruciaal: 1. tussen top en basis; 2. tussen continuïteit en vernieuwing; 3. tussen regio’s. Om deze samenhang in de toekomst te bewaken en versterken, is een gezamenlijke benadering en aanpak van alle overheden nodig. 

4. Zonder basis geen top en vice versa. De basisinfrastructuur begint bij gemeenten die cultuur breed verankeren via onder meer gemeentelijke meerjarige cultuurvisies. Percentageafdracht vanuit andere domeinen (fysiek, sociaal) behoort tot de mogelijkheden. Ook is een visie vanuit scholen op geïntegreerd cultuuronderwijs een voorwaarde.  

5. Vernieuwing, ook van de top, blijft nodig en berust op twee pijlers. Ten eerste de garantie van voldoende culturele voorzieningen en aanbod op gemeentelijk niveau, ten tweede minder concurrentie op incidentele subsidies. Om vernieuwing te borgen zijn continuïteit in financiering en langetermijnimpulsen nodig.   

6. Cultuurregio’s zijn van meerwaarde als ze niet zijn opgelegd. Regionale verschillen zijn niet erg zolang ze uitgaan van regionale kracht en identiteit. Elke regio moet zich, vanuit een nog te bepalen norm als basis, optimaal kunnen ontplooien. Samenwerking binnen en tussen regio’s gebeurt van onderop en is duurzaam geborgd vanuit een landelijke visie en in een provinciale infrastructuur.   

7. Een vastgestelde (mogelijk wettelijke) basis voor cultuur met structurele publieke investeringen verdient als tegenhanger een stevige cultuursector. Professionalisering van de sector is nodig door meer zelfbewustheid, gebruik van data, zichtbaarheid van boegbeelden en een gedegen kennisinfrastructuur vanuit top en basis.   

8. Gemeenten zijn als eerste overheid de belangrijkste cultuurfinancier. Zij zien de waarde van een kwalitatieve, levensvatbare cultuursector als werkgever. Gemeenten gaan daarbij uit van fair pay. Om dit te kunnen betalen zijn structurele, extra landelijke investeringen nodig. 

9. Het streven is dat elke gemeente vanaf 2029 een (al of geen fysieke) voorziening voor cultuureducatie en -participatie (inclusief erfgoedparticipatie) kent, nauw verweven met het onderwijs en maatschappelijke partners. Cultuurbeoefening in groepsverband is voor iedereen toegankelijk. Talenten krijgen de ruimte om, waar nodig elders, door te groeien.     

10. Tot slot: om de vorige 9 punten te bereiken staan gemeenten voor goed opdrachtgeverschap (voorbij politieke waan en verkiezingen), voor vanzelfsprekende onderlinge samenwerking en voor duidelijke, vanuit visie gedragen keuzes. Het rijk biedt, in overleg, de wettelijke en financiële randvoorwaarden. 

Aanleiding

In maart 2023 kondigde het demissionair kabinet de vernieuwingsagenda cultuurbestel 2029 aan en vroeg hierover advies aan de Raad voor Cultuur dat eind januari 2024 volgt. Vanuit de 'Verenigingsvisie 2030 -  een stap naar voren' was dit hét moment om als VNG, voor gemeenten als stelselpartner, om hierop te anticiperen. 

Totstandkoming

De aanzet voor de propositie cultuur vond plaats bij een startbijeenkomst dit voorjaar onder leiding van de ‘cultuurdelegatie’ van de VNG-commissie ZJO: Janita Tabak (wethouder De Fryske Marren) en Marcelle Hendrickx (wethouder Tilburg). 

Cultuurwethouders en - ambtenaren uit kleine en (middel)grote gemeenten uit heel het land spraken met elkaar en met genodigde vertegenwoordigers van de culturele sector over prangende bestuurlijke dilemma’s in cultuurbeleid op zowel lokaal als nationaal niveau. Vanuit hún gemeentelijk perspectief gaven zij ervaringen, wensen én noden mee als antwoord op de centrale vraag: 'Hoe werken we als gemeenten toe naar versterking van de culturele sector uitgaande van een stelsel met toegankelijke, bereikbare en betaalbare culturele voorzieningen, voor iedere inwoner?'.

Het draagvlak voor de vertrekpunten en de uitwerking in de propositie bleek uit tussentijdse raadplegingen van betrokkenen in de eigen achterban en met de culturele sector waaronder Kunsten 92 en vertegenwoordigers via De Creatieve Coalitie en Federatie Cultuur. Maar ook ambtelijk met het ministerie van OCW alsook bestuurlijk met het IPO.  

De VNG vertaalt in de propositie het geluid van het gros van gemeenten dat het belang van cultuurparticipatie en de toegang tot cultuur van alle inwoners in Nederland onderschrijft.

Zie ook

Over het vraagstuk en de dilemma’s ten aanzien van lokaal cultuurbeleid in het huidige bestel, leest u meer in het interview met Janita Tabak met VNG Magazine.

Leonard Geluk (algemeen directeur VNG) en Janita Tabak vertellen in deze video over het belang van een cultuurpropositie.

Vragen?

Heeft u vragen of wilt u meer informatie, mail naar vraag@vng.nl