De Omgevingswet heeft voor elke overheidslaag financiële gevolgen, zowel bij de implementatie als in de structurele situatie. Het Rijk, de provincies, waterschappen en gemeenten hebben afspraken gemaakt over hoe de kosten en baten per bevoegd gezag verdeeld worden en hoe de financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt worden.

Afspraken rondom de verdeling van de kosten

De afspraken rondom de financiën van de Omgevingswet zijn in drie akkoorden vastgelegd, het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet (2015), het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken Stelselwijziging Omgevingswet (2016) en het Beheerakkoord DSO-LV (2018).

De kern van de akkoorden is:

  • De transitiekosten worden gedragen door de ‘eigen’ organisatie
  • Besparingen die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet komen ten gunste van de betrokken partijen ter dekking van de te maken transitiekosten
  • Alle bevoegd gezagen dragen via een verdeelsleutel bij aan de beheerkosten van het DSO-LV, de gemeenten dragen samen 70% van deze kosten.
  • Er worden verschillende onderzoeken en evaluaties uitgevoerd die gezamenlijk zullen leiden tot een integraal beeld van de effecten van de stelselwijziging. Daarvoor zijn de volgende momenten afgesproken:
    • 1. Integraal beeld op basis van de onderzoeken een half jaar voor inwerkingtreding (najaar 2020)
    • 2. Evaluatie een jaar na inwerkingtreding (verwacht 2023)
    • 3. Evaluatie vijf jaar na inwerkingtreding (verwacht 2027)

Deze onderzoeksresultaten kunnen leiden tot herijking van de gemaakte afspraken.

Onderzoeken om financiële gevolgen inzichtelijk te krijgen

In het Financieel Akkoord, het Bestuursakkoord en de Beheerovereenkomst is vastgelegd dat de kosten en baten van de Omgevingswet op afgesproken momenten in beeld worden gebracht. Vanaf 2015 zijn er voor individuele wetsonderdelen onderzoeken uitgevoerd om de kosten in beeld te brengen, de zogenaamde “artikel 2” onderzoeken. Artikel 2 onderzoeken zijn wettelijk verplichte onderzoeken naar de financiële impact van wetswijzigingen en beleidswijzigingen. De onderzoeken geven een macrobeeld van de financiële impact van de wetswijziging. Op basis daarvan ontstaat een Integraal Financieel Beeld, dat eind 2020 opgeleverd wordt. In het spoorboekje effectonderzoeken Omgevingswet staat een volledig overzicht en stand van zaken van de onderzoeken, met een duiding van de voorlopige uitkomsten vanuit de VNG.

Inbreng van gemeenten

De onderzoeken worden begeleid door een Interbestuurlijke Werkgroep Financiën Omgevingswet, met deelname van het Rijk, IPO, UvW en de VNG. De VNG vertegenwoordigt de inbreng vanuit de gemeentelijke praktijk. Deze inbreng wordt onder meer gevormd door de uitkomsten uit het financieel dialoogmodel en gesprekken met gemeenten. Onder andere op basis van deze inbreng is in de werkgroep bijvoorbeeld vastgesteld dat een aantal onderzoeken herzien dient te worden, omdat de uitkomsten niet worden herkend in de (gemeentelijke) praktijk. Meer uitleg over de lopende onderzoeken staat in het spoorboekje. Wilt u graag met ons meedenken over de financiële impact of heeft u vragen? Meld u dan via omgevingswet@vng.nl.

Meer informatie