Het rijk reserveert voor de periode 2026 tot en met 2030 circa € 3,7 miljard voor de kosten die gemeenten en provincies maken voor het uitvoeren van klimaat- en energietaken.
Basisfinanciering
Deze middelen zijn een uitvloeisel van het in het Klimaatakkoord afgesproken artikel 2 (Wfv) onderzoek. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft dit onderzoek naar de uitvoeringslasten van de klimaattaken voor decentrale overheden laten uitvoeren en daarover geadviseerd.
In het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte 4 zijn vervolgens middelen gereserveerd voor gemeenten en provincies. Die middelen zijn in 2023 tot en met 2025 uitgekeerd via de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE).
Omdat de tijdelijke SPUK-regeling CDOKE in 2025 afloopt, is voor 2026 en verder afgesproken om de middelen uit te keren via het Gemeentefonds/Provinciefonds. In 2026 zal uitkering plaatsvinden via de decentralisatie-uitkering (DU) en vanaf 2027 is de inzet om dit om te zetten naar een bijzondere fondsuitkering. Deze BFU is een nieuwe uitkeringsvorm die de DU zal vervangen. De uitkeringsvorm moet nog worden geïmplementeerd, het is nog niet zeker of de implementatietermijn van 1 januari 2027 wordt gehaald.
Voor de periode 2026 tot 2030 heeft de minister aangegeven dat gemeenten in ieder geval kunnen rekenen op het bedrag dat zij ook in 2025 in de basisfinanciering hebben ontvangen. Eerder is afgesproken met de financiële toezichthouders dat gemeenten de middelen als structureel mogen beschouwen in de begroting.
- Lees de update uitvoeringsmiddelen van de minister van KGG (pdf, 114 kB)
- Lees de FAQs over de uitvoeringsmiddelen CDOKE (forum)
Planfinanciering
Naast deze basisfinanciering ontvangen gemeenten ook aanvullende middelen uit de zogenoemde planfinanciering. Die is bedoeld voor concrete plannen van gemeenten voor zero-emissiezones, zonneweides, windparken of woningen aardgasvrij maken.
Gemeenten konden voor deze specifieke plannen tussen 2023 tot 2025 in 3 rondes een aanvraag tot planfinanciering indienen bij de RVO. Er is in totaal een (jaarlijks) budget van € 90 miljoen toegekend. Er zijn voor de periode 2026 en verder nog geen nieuwe rondes ingepland.
De al toegekende middelen voor planfinanciering lopen ook door binnen de vervolgregeling van de decentralisatie-uitkering (DU) in 2026. Dit betekent dat gemeenten die in 2024 en/of 2025 planfinanciering ontvingen via de CDOKE, in 2026 diezelfde middelen aan planfinanciering ontvangen via de DU.
Ook is het de inzet om deze uitkering voort te zetten voor 2027 en verder via de bijzondere fondsuitkering (BFU). Omdat er nog onduidelijkheid is over de definitieve vorm van de BFU en de mogelijkheden van planfinanciering binnen deze uitkeringsvorm, zal pas op een later moment definitief besloten worden over de uitkering voor 2027 en verder.
Gemeenten die planfinanciering hebben aangevraagd rekenen in veel gevallen meerjarig op de financiering om hun plannen te kunnen uitvoeren. De maximale termijnen dat gemeenten middelen kunnen ontvangen via de planfinanciering staan ook opgenomen in de aanvraag:
- zonneparken: maximaal 4 jaar
- windparken: maximaal 6 jaar
- woningen aardgasvrij maken: maximaal 8 jaar
- zero-emissiezones: 4 jaar voor instelling en nogmaals 4 jaar voor toezicht/instandhouding
De inzet is dan ook dat in ieder geval de maximale termijnen waarvoor planfinanciering kan worden aangevraagd en toegekend ook binnen de vervolgregeling worden gerespecteerd. Hierbij de kanttekening dat er op dit moment middelen zijn tot en met 2030. Dit betekent dat er maximaal tot en met 2030 middelen kunnen worden uitgekeerd voor planfinanciering op basis van de huidige situatie.
Lees meer over planfinanciering
Herijking
Sinds het verschijnen van het ROB-advies zijn de klimaattaken van gemeenten fors veranderd. Daarom is het advies van de ROB herijkt. Het Onderzoek kosten decentrale uitvoering van het klimaat- en energiebeleid, dat in februari 2024 verscheen, is onderdeel van deze herijking.
In het nieuwe ROB-advies (april 2024) concludeert de Raad dat extra middelen nodig zijn voor gemeenten en provincies voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Ook moet er nader onderzoek worden gedaan naar de investeringskosten en moet er snel meer duidelijkheid komen over de financiering en bekostiging na 2030.
Het kabinet heeft nog altijd geen opvolging gegeven aan het ROB-advies om de uitvoeringsmiddelen op te hogen, de middelen voor gemeenten vanaf 2026 tot 2030 zijn zelfs met 10% gekort. Wel heeft de minister opdracht gegeven aan de ROB om het vervolgonderzoek op te starten naar de investeringskosten. Dit onderzoek zal eind 2025 worden uitgevoerd, zodat de Raad begin 2026 advies kan uitbrengen.
Taken en middelen in balans
Dat het ROB-advies Koersen op Klimaatneutraal niet is opgevolgd, heeft grote gevolgen voor de uitvoering en creëert bij gemeenten een steeds grotere disbalans tussen taken en middelen. We blijven in gesprek met het rijk om deze balans te herstellen en staan daarover ook in een actieve dialoog met onze achterban.
Om gemeenten bij te praten over dit proces en de stand van zaken rondom de uitvoeringsmiddelen voor klimaat en energie organiseren we periodiek online sessies. De eerstvolgende sessie vindt u in de agenda.
Lees meer over het proces Balans taken en middelen in de energietransitie (forum)