Laatst bijgewerkt: 02 april 2026

Het rijk reserveert voor de periode 2026 tot en met 2030 circa € 3,7 miljard voor de kosten die gemeenten en provincies maken voor het uitvoeren van klimaat- en energietaken. In 2026 ontvangen gemeenten de uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid voor het eerst via de decentralisatieuitkering (DU).

Het bedrag dat gemeenten aan uitvoeringsmiddelen ontvangen, bestaat uit 2 componenten: 

  • Alle gemeenten ontvangen een bedrag aan zogenoemde basisfinanciering
  • Daarnaast hebben gemeenten de afgelopen jaren extra middelen kunnen aanvragen voor specifieke plannen, de zogenoemde planfinanciering

In de circulaires van het gemeentefonds wordt het bedrag gepubliceerd waarop gemeenten kunnen rekenen voor de aankomende jaren. Daarin staat nog maar 1 bedrag weergegeven, het totaal van basisfinanciering en planfinanciering. De VNG heeft per gemeente een uitsplitsing gemaakt.

Bekijk het overzicht van toegekende basis- en planfinanciering (pdf, 786 kB, versie maart 2026)

Basisfinanciering

Deze middelen zijn een uitvloeisel van het in het Klimaatakkoord afgesproken artikel 2 (Wfv) onderzoek. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft dit onderzoek naar de uitvoeringslasten van de klimaattaken voor decentrale overheden laten uitvoeren en daarover geadviseerd.

De middelen zijn in 2023 tot en met 2025 uitgekeerd via de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Voor 2026 en verder is afgesproken om de middelen uit te keren via het Gemeentefonds/Provinciefonds.

In 2026 vindt uitkering plaats via de decentralisatie-uitkering (DU) en vanaf 2027 is de inzet om dit om te zetten naar een bijzondere fondsuitkering. Deze BFU is een nieuwe uitkeringsvorm die de DU zal vervangen. De uitkeringsvorm moet nog worden geïmplementeerd, het is nog niet zeker of de implementatietermijn van 1 januari 2027 wordt gehaald. Mogelijk wordt deze pas in 2028 van kracht.

Voor de periode 2026 tot 2030 heeft de minister aangegeven dat gemeenten in ieder geval kunnen rekenen op het bedrag dat zij ook in 2025 in de basisfinanciering hebben ontvangen. Eerder is afgesproken met de financiële toezichthouders dat gemeenten de middelen als structureel mogen beschouwen in de begroting.

In het coalitieakkoord van kabinet-Jetten zijn ook middelen opgenomen voor gemeenten om deze uitvoering na 2030 voort te zetten. Voor de periode 2031 tot 2040 is € 800 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor de continuering van de uitvoering klimaatbeleid door medeoverheden. Dit betekent concreet dat gemeenten ook na 2030 op het basisbedrag van 2025 moeten kunnen rekenen. Deze middelen zijn ook overgenomen in de recent verschenen voorjaarsnota. 

Lees de update uitvoeringsmiddelen van de minister van KGG (pdf, 114 kB, juli 2025)

Planfinanciering

Naast deze basisfinanciering ontvangen gemeenten ook aanvullende middelen uit de zogenoemde planfinanciering. Die is bedoeld voor concrete plannen van gemeenten voor zero-emissiezones, zonneweides, windparken of woningen aardgasvrij maken.

Gemeenten konden voor deze specifieke plannen tussen 2023 tot 2025 een aanvraag tot planfinanciering indienen bij de RVO. Er is in totaal een (jaarlijks) budget van € 90 miljoen toegekend. Er zijn voor de periode 2026 en verder nog geen nieuwe rondes ingepland. 

De al toegekende middelen voor planfinanciering lopen ook door binnen de vervolgregeling van de decentralisatie-uitkering (DU) in 2026. Dit betekent dat gemeenten die in 2024 en/of 2025 planfinanciering ontvingen via de CDOKE, in 2026 diezelfde middelen aan planfinanciering ontvangen via de DU.

Ook is het de inzet om deze uitkering voort te zetten voor 2027 en verder via de bijzondere fondsuitkering (BFU). Omdat er nog onduidelijkheid is over de definitieve vorm van de BFU en de mogelijkheden van planfinanciering binnen deze uitkeringsvorm, zal pas op een later moment definitief besloten worden over de uitkering voor 2027 en verder.

Gemeenten die planfinanciering hebben aangevraagd rekenen in veel gevallen meerjarig op de financiering om hun plannen te kunnen uitvoeren. De maximale termijnen dat gemeenten middelen kunnen ontvangen via de planfinanciering staan ook opgenomen in de aanvraag:

  • zonneparken: maximaal 4 jaar
  • windparken: maximaal 6 jaar
  • woningen aardgasvrij maken: maximaal 8 jaar
  • zero-emissiezones: 4 jaar voor instelling en nogmaals 4 jaar voor toezicht/instandhouding

De inzet is dan ook dat in ieder geval de maximale termijnen waarvoor planfinanciering kan worden aangevraagd en toegekend ook binnen de vervolgregeling worden gerespecteerd. Dit betekent in veel gevallen dat gemeenten ook na 2030 moeten kunnen rekenen op deze middelen. In het coalitieakkoord van kabinet-Jetten en de voorjaarsnota 2026 zijn ook middelen opgenomen om deze uitvoering voort te zetten. 

Lees meer over planfinanciering

Herijking

Sinds het verschijnen van het ROB-advies zijn de klimaattaken van gemeenten fors veranderd. Daarom is het advies van de ROB herijkt. Het Onderzoek kosten decentrale uitvoering van het klimaat- en energiebeleid, dat in februari 2024 verscheen, is onderdeel van deze herijking.

In het nieuwe ROB-advies (april 2024) concludeert de Raad dat extra middelen nodig zijn voor gemeenten en provincies voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Ook moet er nader onderzoek worden gedaan naar de investeringskosten en moet er snel meer duidelijkheid komen over de financiering en bekostiging na 2030. Er is nog altijd geen opvolging gegeven aan het ROB-advies om de uitvoeringsmiddelen op te hogen, de middelen voor gemeenten vanaf 2026 zijn zelfs met 10% gekort. 

De ROB heeft eind 2025 de adviesvraag voor een vervolgonderzoek naar de investeringskosten geweigerd. Er moet volgens de raad eerst meer duidelijkheid komen over de taken en rolverdeling binnen de uitvoering voor duidelijke ramingen gemaakt kunnen worden. In gesprek met het rijk wordt momenteel bekeken in hoeverre toch gestart kan worden met het vervolgonderzoek, om naast de uitvoeringskosten meer inzicht en grip te krijgen op de investeringskosten. 

Taken en middelen in balans 

Dat het ROB-advies Koersen op Klimaatneutraal niet is opgevolgd, heeft grote gevolgen voor de uitvoering en creëert bij gemeenten een steeds grotere disbalans tussen taken en middelen. We blijven in gesprek met het rijk om deze balans te herstellen en staan daarover ook in een actieve dialoog met onze achterban.

Om gemeenten bij te praten over dit proces en de stand van zaken rondom de uitvoeringsmiddelen voor klimaat en energie organiseren we periodiek online sessies. De eerstvolgende sessie vindt u in de agenda.

Lees meer over het proces Balans taken en middelen in de energietransitie (forum)