Raadgever Integriteit

In het openbaar bestuur is integriteit een belangrijk thema. Dit is niet voor niets. Dat individuele bestuurders, raadsleden en overheidsorganisaties geloofwaardig zijn, en goed functioneren is essentieel voor het vertrouwen in de overheid als geheel. Integer zijn is een must voor een raadslid. Maar wat is het eigenlijk precies?

Integer zijn betekent om te beginnen: handelen volgens de geldende normen, waarden en regels in de samenleving. Een raadslid moet op een goede manier omgaan met de macht, informatie en middelen die hij als gekozen volksvertegenwoordiger heeft gekregen. Hij moet het algemeen belang voor ogen houden en zich kunnen verantwoorden voor de keuzes die hij maakt. Een raadslid dat zijn positie misbruikt of zich niet aan de regels houdt schendt de integriteit.

Typen integriteitsschendingen

  • Corruptie: omkoping en/of bevoordeling van vrienden, familie, partij
  • Fraude en diefstal
  • Dubieuze giften en beloften
  • Onverenigbare nevenfuncties, activiteiten en/of contacten
  • Misbruik van positie en belangenverstrengeling
  • Misbruik, manipulatie of lekken van (geheime) informatie
  • Discriminatie, (seksuele) intimidatie en onfatsoenlijke omgangsvormen
  • Verspilling en wanprestatie
  • Wangedrag in de vrije tijd

Bron: Heuvel, J.H.J. van den, L.W.J.C. Hubers, Z. van der Wal & K. Steenbergen (2010), Integriteit van het lokaal bestuur. Raadsgriffiers en gemeentesecretarissen over integriteit

Wettelijke verplichtingen

Rond integriteit is een aantal zaken wettelijk vastgelegd. Zo staat in de Kieswet dat de geloofsbrieven van een aankomend raadslid moeten worden onderzocht. Dat wil zeggen: nagaan of het raadslid betrekkingen heeft die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap, of dat hij dingen doet die niet in de haak zijn. Bij het aanvaarden van het ambt leggen raadsleden verplicht de ambtseed of de belofte af. Ze verklaren daarin dat ze geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om tot raadslid te worden benoemd, dat ze geen geschenken of beloften aannemen, en dat ze de wet zullen naleven en hun plichten als raadslid naar eer en geweten zullen vervullen. 

Een raadslid moet er alert op zijn dat hij zijn macht en invloed niet gebruikt in situaties waar hij persoonlijk bij betrokken is. Hij moet (de schijn van) belangenverstrengeling voorkomen. Soms betekent dat: niet meestemmen over een onderwerp, nee zeggen tegen een baan of de keuze maken te stoppen met het raadslidmaatschap. Dit is een afweging waar een raadslid zelf voor verantwoordelijk voor is. Bij twijfel is het raadzaam te overleggen met de fractievoorzitter of met de burgemeester.

Openheid en transparantie horen bij een publieke functie. Een raadslid moet bereid zijn om verantwoording af te leggen en inzicht te geven in zijn handelen en beweegredenen. Hij moet daarom betaalde en onbetaalde nevenwerkzaamheden openbaar maken, en het melden als er iets verandert.

Gedragscode

De gemeenteraad is op grond van de Gemeentewet verplicht een gedragscode vast te stellen als aanvulling op de wettelijke regels over integriteit. De invulling van die code bepaalt de raad zelf. De gedragscode kan gebruikt worden als beoordelingskader bij vragen, twijfels en discussies over ‘grijze gebieden’. Integriteit is geen statisch, absoluut concept. De publieke moraal is voortdurend in ontwikkeling en je kunt verschillend over dingen denken. Het is daarom belangrijk in de raad geregeld over integriteit te praten en, als het nodig is, elkaar aan te spreken. Het is ook raadzaam om in (aanvulling op) de gedragscode vertrouwenspersonen aan te wijzen en een werkwijze af te spreken voor het geval zich een vermoeden van integriteitsschending voordoet. De gemeenteraad kan die taak samen met de burgemeester invullen.

Meer informatie

Relevante wetgeving integriteit

  • Artikel 12, 13, 14, 15, 25, 27, 28, 55, 86, 99 van de Gemeentewet
  • Artikelen X7, X7a, X8 Kieswet
  • Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht