Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid

Introductie

De Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid (hierna: LKOG) onderzoekt klachten van medewerkers van gemeenten en gemeentelijke instellingen die zich bij de LKOG hebben aangesloten. De LKOG is op 1 januari 2007 ingesteld door het College voor Arbeidszaken.
Alle gemeenten en gemeentelijke instellingen kunnen zich met instemming van de ondernemingsraad aansluiten bij de LKOG. Aansluiting is op vrijwillige basis.
Ook provincies en waterschappen kunnen zich bij de LKOG aansluiten.

Ongewenst gedrag
Ongewenst gedrag is in de regeling gedefinieerd als:
ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele intimidatie, agressie, geweld en
pesten zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, sub e. van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede discriminatie zoals bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling.

Voorgeschiedenis
Elke werkgever moet ervoor zorgen dat hij beleid voert om ongewenst gedrag binnen de organisatie tegen te gaan. Dit is bepaald in de Arbeidsomstandighedenwet.
Gemeenten hebben vaak wel een klachtenregeling en een lokale of regionale klachtencommissie voor klachten over seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, agressie en geweld. Maar bij deze klachtencommissies komen doorgaans zo weinig klachten binnen dat de commissieleden nauwelijks deskundigheid kunnen opbouwen.
Op initiatief van de vier grote gemeenten is daarom besloten tot een bundeling via een landelijke Klachtencommissie.


Modelregeling

Het College voor Arbeidszaken heeft ten behoeve van een uniforme behandeling van meldingen van ongewenst gedrag een modelregeling vastgesteld. Met name ten aanzien van de artikelen over de externe procedure wordt aanbevolen deze bij voorkeur ongewijzigd over te nemen in de lokale regeling. Bij verschillen tussen de bij de aangesloten organisatie geldende klachtenregeling en de modelregeling past de commissie de modelregeling toe. Registratie van persoonsgegevens vindt plaats op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens. Wanneer tevens de voorkeur wordt gegeven aan een voorafgaande interne procedure dan kan deze in de modelregeling worden ingepast.

 


 

Werkwijze LKOG

  • Een eventuele interne klachtenprocedure kan blijven bestaan en – indien lokaal zo geregeld – vooraf gaan aan een procedure bij de LKOG. Een eventuele interne klachtenprocedure kan dus blijven bestaan.
  • Wel zal, wanneer de organisatie zich aansluit bij Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag (eventueel daarnaast) de uniforme regeling voor klachtbehandeling door de LKOG van toepassing moeten worden verklaard. De modelregeling is geënt op wettelijke bepalingen over klachtbehandeling (Algemene wet bestuursrecht). Registratie van persoonsgegevens vindt plaats op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens.
  • De LKOG neemt alleen zaken in behandeling van gemeenten of andere instellingen van decentrale overheden die zich hebben aangesloten bij de commissie en die de Regeling Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de decentrale overheid van toepassing hebben verklaard.
  • De LKOG heeft tot taak namens het bevoegd gezag klachten van medewerkers over ongewenst gedrag te onderzoeken en daarover een oordeel te geven. Een klagende medewerker kan de LKOG rechtstreeks benaderen, maar zal, als er een interne procedure is vastgesteld, deze in principe eerst moeten doorlopen. Alleen in bijzondere gevallen kan de LKOG rechtstreeks worden benaderd.
  • Na ontvangst van een melding wordt deze geregistreerd door het secretariaat van het College voor Arbeidszaken van de VNG. De klager ontvangt een bevestiging en het bevoegd krijgt zonder vermelding van gegevens van de klager en de beklaagde bericht van de melding. Alleen bij doorzending door het bevoegd gezag van een aldaar ontvangen melding worden de persoonsgegevens vermeld. Na registratie en ontvangstbevestiging van de klacht wordt deze ter behandeling overgedragen aan de externe secretaris van de LKOG die de verdere contacten onderhoudt.
  • Per zaak wordt uit de pool van deskundigen een commissie geformeerd van drie personen op basis van onder meer beschikbaarheid en specifieke deskundigheid. Per zaak wordt een locatie gekozen waar de commissie bijeenkomt en betrokkenen hoort. In ieder geval worden de klager en de beklaagde gehoord, zij het buiten elkaars aanwezigheid. Klager en beklaagde kunnen de commissie verzoeken getuigen te horen.
  • Het bevoegd gezag kan voor de behandeling van een klacht een informant aanwijzen (bijvoorbeeld een P&O’er) die de commissie informeert over de lokale context.
  • Van alle hoorgesprekken wordt een verslag opgemaakt dat ter vaststelling aan de betrokkene wordt gezonden.
  • De commissie brengt advies uit aan het bevoegd gezag en zendt een afschrift daarvan aan de klager en de aangeklaagde. Het bevoegd gezag maakt vervolgens zijn conclusies aan de klager bekend.

Kosten

de kosten van de behandeling van een klacht worden in rekening gebracht aan de organisatie. De VNG stelt een tarief vast voor vacatiegeld en reiskostenvergoeding vast voor de leden van de commissie voor hoorzittingen en voorbereidingskosten voor de secretaris, de voorzitter en de leden.

Aansluiting bij de commissie is kosteloos voor leden van de VNG (contributiegefinancierd). Aan niet-leden brengt de VNG jaarlijks een bedrag van € 500,-  in rekening als tegemoetkoming in de algemene kosten ten behoeve van de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag en/of de Commissie Klokkenluiders Gemeentelijke Overheid.


Samenstelling Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag

  • dhr. mr. B.H. Abbing, jurist (voorzitter)
  • dhr. mr. B.H. Abbing, jurist (voorzitter)
  • dhr. mr. drs. F.W.A.J. Giesbers, jurist (plv. voorzitter)
  • mw. drs. M.L.A.J. Engels, manager/andragoog/MfN registermediator
  • dhr. mr. drs. R.G.E. Lutmers, jurist
  • dhr. F.P. Walther, HR-adviseur en vertrouwenspersoon
  • mw. S. Bamsey, (HR-)manager
  • mw. mr. dr. M.S.A. Vegter, jurist
  • mw. drs. A.E.M. Vendl, psycholoog

Secretaris

  • mw. drs. T. de Reu (secretaris)
  • mw. mr. drs. F.J.R. de Boer (plv. secretaris)

Het secretariaat van het College voor Arbeidszaken van de VNG verzorgt de administratieve ondersteuning van de commissie.


Aansluiten bij de LKOG

Een gemeente of aan de gemeente gelieerde instelling, een provincie of waterschap die zich wil aansluiten bij de LKOG kan het aansluitingsformulier sturen naar de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de Decentrale Overheid; p/a College voor Arbeidszaken van de VNG, Postbus 30435, 2500 GK Den Haag.

Instemming ondernemingsraad
Aansluiting is alleen mogelijk voor organisaties die met instemming van de ondernemingsraad de Regeling Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de decentrale overheid hebben vastgesteld en deze bekend hebben gemaakt binnen de organisatie.
NB: Wanneer eerst een interne procedure moet worden doorlopen, wordt de klacht niet ontvankelijk verklaard als de klager dit nalaat. Op het aansluitingsformulier wordt dit ook expliciet gevraagd.


Helpdesk vertrouwenspersonen

Uit het onderzoek ‘Risico’s bij ongenoegen’ dat bij gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de LKOG is gehouden onder vertrouwenspersonen ongewenst gedrag bij gemeenten is gebleken dat 61% van de geraadpleegde vertrouwenspersonen van mening is dat een helpdesk van de LKOG hen zou kunnen ondersteunen bij hun werkzaamheden.

In aansluiting daarop hebben de VNG en de LKOG besloten de helpdesk te starten. De Helpdesk Ongewenst Gedrag is bereikbaar via Helpdesk.LKOG@vng.nl. Binnen 24 uur zal contact worden gelegd met de vertrouwenspersoon die een beroep doet op de helpdesk.


Jaarverslagen


Contact

Een melding van een klacht kan worden gezonden aan:

Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag
Postbus 30435
2500 GK Den Haag

E-mail: klachtencommissie.ongewenstgedrag@vng.nl