De komende jaren moeten zo’n 2,6 miljoen huishoudens over op collectieve warmtesystemen als alternatief voor gas. De Wet collectieve warmte (Wcw), die de huidige Warmtewet gaat vervangen, heeft als doel om de warmtetransitie in met name de bestaande gebouwde omgeving te bevorderen en tegelijkertijd de publieke belangen duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid beter te borgen.
Het wetsvoorstel is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. We verwachten dat de wet vanaf half 2026 gefaseerd in werking treedt.
Regierol voor gemeenten
De Wcw geeft gemeenten de bevoegdheid om wijken aan te wijzen waar warmtenetten komen en welk warmtebedrijf de warmte mag gaan leveren. Dat draagt bij aan de regierol van gemeenten in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.
In de wet staat welke procedure gemeenten moeten doorlopen om een warmtekavel te definiëren en het warmtebedrijf publiekrechtelijk aan te wijzen. De VNG is nog in gesprek met het rijk om te borgen dat deze procedure goed aansluit op de aanwijsprocedures in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Omgevingswet.
Publiek meerderheidsbelang warmtebedrijven
Voor een goede regierol van gemeenten is nog meer nodig. Daarom heeft de VNG zich met succes ervoor hard gemaakt dat warmtenetten voor meer dan 50% in publieke handen moeten zijn. Dat vinden we om de volgende redenen noodzakelijk:
- De energietransitie als geheel grijpt in tot achter de voordeur. Daarom is draagvlak bij onze inwoners voor deze transitie cruciaal. PBL heeft onderzocht dat warmtebedrijven in publieke handen kunnen rekenen op meer draagvlak.
- Bovendien moeten we voorkomen dat deze vitale infrastructuur afhankelijk is van commerciële, vaak buitenlandse belangen. Publieke belangen moeten bij besluitvorming voorop staan.
- Bij collectieve warmte wordt een partij langlopend, tot 30 jaar, aangewezen om warmte te leveren. Dat willen gemeenten doen vanuit een gedeelde maatschappelijke missie, omdat nu niet te voorspellen is wat in 2040 of 2050 de beste contractuele afspraken zijn.
Warmtetarieven
Een ander belangrijk onderdeel van de Wcw zijn de nieuwe tariefregels. Die baseren de warmtetarieven gefaseerd op de werkelijk gemaakte efficiënte kosten en een (vastgesteld) redelijk rendement. Op dit moment zijn de maximumtarieven gebaseerd op de gasrekening van een gemiddeld huishouden (dit wordt de gasreferentie of het principe ‘niet meer dan anders’ genoemd). De nieuwe tariefregels zorgen voor meer transparantie, redelijke prijzen voor de warmtelevering en redelijke inkomsten voor warmtebedrijven.
Andere onderdelen van de Wcw
De Wcw regelt nog meer zaken die voor gemeenten van belang zijn. Aangezien gemeenten aanwijzen welke wijken overgaan op collectieve warmte, worden zij erop aangesproken als deze nutsvoorziening niet goed geregeld zou zijn.
- De wet bevat normen om de warmtevoorziening efficiënt te verduurzamen, bijvoorbeeld over het terugdringen van de CO2-uitstoot en het gebruik van restwarmte
- De leveringszekerheid is beter geborgd dan in de huidige Warmtewet
- De consumentenbescherming is daar waar mogelijk aangescherpt, in lijn met de bescherming bij elektriciteit en gas, onder meer met tariefregulering
- De wet reguleert de derdentoegang, waarmee een warmtebedrijf gebruik kan maken van buizen die een ander bedrijf al heeft aangelegd
- De wet gaat in op de bronnenstrategie, waarin keuzes worden gemaakt voor warmtebronnen waarmee ook op de lange termijn kan worden voldaan aan de duurzaamheidseisen
Wcw eerste stap, maar meer is nodig
Er zijn nu en in de toekomst nog belangrijke keuzes te maken. Nu de wet is aangenomen, blijven ook aanvullend beleid en onderliggende regelgeving nodig om de betaalbaarheid voor bewoners en investeringszekerheid voor warmtebedrijven te garanderen.
Het is van belang dat de nieuwe tariefmethodiek (fase 3) zo spoedig mogelijk wordt uitgewerkt en van toepassing wordt op nieuwe aansluitingen. Dit biedt duidelijkheid aan bewoners en investeringszekerheid aan warmtebedrijven. De tariefstructuur moet een rechtvaardige en betaalbare weerspiegeling zijn van de kosten. Daar waar een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten heeft, moet de eindgebruiker dit terug zien in lagere vaste kosten. De aangekondigde prijsgarantie biedt inwoners de zekerheid die zij nodig hebben om te kiezen voor een warmtenet.
Voor warmtebedrijven is een goed werkend en flexibel financieel instrumentarium nodig, zoals een waarborgfonds of garantieregeling, dat garant staat tijdens de risicovolle fase van financiering met een grote diversiteit aan projecten. Daarnaast blijven in deze fase subsidies nodig om warmtenetten betaalbaar te houden.
Besluit collectieve warmtevoorziening
Het Besluit collectieve warmtevoorziening (Bcw) behorend bij de Wcw is in april 2024 in consultatie gegaan. Nu de wet is aangenomen en de kaders helder zijn, komt de uitwerking van de Bcw in een nieuwe fase, waarop de VNG de komende maanden inbreng levert.
Met dit besluit wordt onder meer de procedure en besluitvorming over de aanwijzing van een warmtebedrijf uitgewerkt en worden regels gesteld over restwaarde, restwarmte, duurzaamheid en leveringszekerheid. Ook worden met dit besluit de eerste fases van de tariefregulering verder uitgewerkt.
Uit gesprekken met toekomstige warmtegemeenten blijkt vooral de praktische toepasbaarheid van de Wet collectieve warmtevoorziening en het Besluit collectieve warmtevoorziening van groot belang. In onze reactie op het ontwerp Bcw vragen we om aanscherping van een aantal punten:
- We vragen aandacht voor de uitvoerbaarheid van de aanwijzingen, ontheffingen en vrijstellingen van warmtebedrijven en kavels.
- We doen suggesties om de aanwijsprocedure voor startende warmtebedrijven makkelijker te maken.
- We vragen om een betere borging dat processen zorgvuldig worden doorlopen, zodat gebouweigenaren een goed geïnformeerd besluit kunnen nemen over de overstap naar een warmtenet.
- We doen suggesties om schokken in tarieven te voorkomen bij de overgang naar een op kosten gebaseerd tarief.
- We stellen voor de beslistermijnen van gemeenten op een aantal punten te verlengen.
Lees onze consultatiereactie uit 2024 (pdf, 3,8 MB)