Laatst bijgewerkt: 24 april 2026

In de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) werken overheden samen aan een goede BRP. Zowel afdelingen Burgerzaken als afnemers van de BRP hebben hierin een rol. Iedereen die gebruik maakt van de BRP moet erop kunnen vertrouwen dat de adresgegevens in de BRP kloppen. Als een afnemer vermoedt dat de adresgegevens in de BRP onjuist zijn, dan zijn zij op grond van de wettelijke terugmeldplicht (art. 2.34 Wet BRP) verplicht om dit te melden bij de gemeente. Dit kan via de Terugmeldvoorziening (TMV). De afdeling Burgerzaken moet deze terugmeldingen binnen vijf werkdagen in behandeling nemen. Door deze signalen structureel te benutten, versterkt de gemeente haar informatiepositie en verbetert de kwaliteit van de BRP. Dit vormt een belangrijke basis voor goede dienstverlening, effectieve handhaving en het versterken van bestaanszekerheid.

Samenwerking verbeteren binnen gemeenten

De terugmeldplicht geldt ook binnen een gemeente. Iedereen die ziet dat er mogelijk iets niet klopt op adresniveau, moet dit melden bij de afdeling Burgerzaken. Een betrouwbare BRP vraagt dus om samenwerking tussen afdelingen zodat relevante signalen die relevant zijn voor de feitelijke woonsituatie van inwoners, worden gedeeld. Niet alle collega’s zijn zich bewust van het belang van de BRP binnen een gemeente. Door het kennisniveau te verhogen en samenwerking structureel te organiseren en te verankeren in werkprocessen, zorgt de gemeente als geheel dat signalen tijdig worden herkend en opgevolgd. Dit stelt de afdeling Burgerzaken in staat haar rol als bronhouder goed uit te voeren en versterkt de kwaliteit van de registratie. Dit vraagt om duidelijke afspraken, eigenaarschap en structurele afstemming binnen de organisatie.

Afdelingen die gebruik maken van de BRP en signalen kunnen ontvangen, zijn bijvoorbeeld Werk en inkomen, Schuldhulpverlening, team Arbeidsmigranten, Belastingen, Veiligheid en openbare orde, Leerplicht en Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).