De regels voor het verkopen, uw verkoopruimte en het opslaan van vuurwerk staan in het Vuurwerkbesluit. Hieronder gaan we ook in op de regels voor carbidschieten en vreugdevuren.

    Verkoop en afsteken

    Verkoop: tijdstippen

    In artikel 2.3.2 van het Vuurwerkbesluit is geregeld wanneer de verkoop van consumentenvuurwerk aan particulieren is toegestaan.

    De regeling houdt in dat de verkoop in principe is toegestaan op 29, 30 en 31 december, maar als een van die dagen op een zondag valt, dan is de verkoop toegestaan op 28 december in plaats van de zondag daarop.

     

    Afsteken: tijdstippen

    Het is verboden consumentenvuurwerk af te steken op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 2.00 uur (artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit).

    Op grond van artikel 2.6.3 van de model-APV is het college bevoegd om tijdens deze periode plaatsen aan te wijzen waar het afsteken verboden is, om gevaar, schade of overlast te voorkomen.


    Afsteken: verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen

    Sinds de jaarwisseling 2020/2021 zijn knalvuurwerk en vuurpijlen verboden voor consumenten.

    Het verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk is in lijn met de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2017. Het lichte vuurwerk in de F1-categorie en verschillende soorten siervuurwerk in de categorie F2 blijven toegestaan voor consumenten. Zie voor meer informatie:

    Knalvuurwerk en vuurpijlen verboden conform OVV-advies


    Vuurwerkvrije zones en algeheel vuurwerkverbod

    Een gemeente kan gebieden aanwijzen waar helemaal geen oudejaarsvuurwerk afgestoken mag worden. En steeds meer gemeenten overwegen een algeheel vuurwerkverbod.

    Zie voor meer informatie:

    Overlast en openbare orde: vuurwerkverboden

    Carbidschieten

    Vanwege het veronderstelde gebruik tijdens Oud en Nieuw in plaats van vuurwerk is het ook besproken tijdens het Veiligheidsberaad op 23 november. Daarin is besloten dat er vanuit het beraad geen landelijk verbod op carbidschieten wordt afgekondigd.

    Gemeenten kunnen carbidschieten zelf reguleren via hun Algemene plaatselijke verordening (APV).

    Voorbeeldbepalingen voor APV

    Circa 230 gemeenten hebben een bepaling over carbidschieten in hun APV opgenomen. Een deel van de andere gemeenten overweegt een bepaling hierover in hun APV op te nemen. Deze gemeenten kunnen gebruikmaken van een aantal bestaande voorbeelden. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen gemeenten die een traditie van carbidschieten kennen, gemeenten die het verbranden van carbid willen verbieden (met ontheffingsmogelijkheid) en gemeenten die ook het voorhanden hebben van carbid in de openbare ruimte willen verbieden

    Meer informatie

    Vreugdevuren

    Voor het branden van vreugdevuren zijn twee ontheffingen nodig: een op grond van de Wet milieubeheer en een op grond van de APV.

    Voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen is altijd een ontheffing nodig op grond van de Wet milieubeheer, artikel 10.63, tweede lid. Dat geldt dus ook voor vreugdevuren. Artikel 10.2 Wet milieubeheer regelt een verbod om buiten inrichtingen te verbranden; artikel 10.63, leden 1 en 2 Wet milieubeheer regelen ontheffingsmogelijkheden door respectievelijk het burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten.

    De Wet milieubeheer biedt geen mogelijkheid om de ontheffing te weigeren uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid. Artikel 5.34 van de model-APV vult op dit punt de Wet milieubeheer aan. (Zie ook de Toelichting op de model-APV). Voor vreugdevuren zijn dus beide ontheffingen nodig, er ligt immers een ander motief ten grondslag aan de weigering van de ontheffing op grond van de APV (openbare orde en veiligheid) dan aan de Wet milieubeheer (bescherming van het milieu).