Fase

Wetsvoorstel aangenomen door EK, publicatie in Staatsblad

Formele titel

Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans)

Kamerstuknummer

36582

Inhoud

Dit wetsvoorstel wijzigt de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) om de balans tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving te verbeteren. Door complexiteit, strenge handhaving en beperkte ondersteuning wordt de Participatiewet soms als te hard ervaren. Om dit aan te pakken introduceert dit voorstel een pakket van ruim twintig maatregelen die uitvoeringsprofessionals meer ruimte geven om mensen goed te ondersteunen. In eerste instantie om hen aan het werk te helpen en als dat (nog) niet kan te zorgen voor een toereikend inkomen en andere vormen van participatie. Vertrouwen en de menselijke maat komen bij de uitvoering centraal te staan.

Status

Aangenomen op 22 april 2025 door de Tweede Kamer en op 30 september 2025 door de Eerste Kamer.

Datum inwerkingtreding

De Participatiewet in balans treedt in werking met dien verstande dat:

 1. de volgende onderdelen in werking treden met ingang van 1 januari 2026: a. artikel I, onderdelen A, B, J, L, onder 4, voor zover het betreft het nieuwe achtste lid, N, Na, Q, onder 1, onder a, d, e en h, S, T, Va, W, onder 1 en 2, X tot en met BBa, DD, voor zover het de invoeging van «43a» en de vervanging van »44, eerste en derde lid» betreft, GG, HH, II tot en met KKa, LL, voor zover het betreft het eerste lid van artikel 78ff, en MM, onder 2; b. artikel II, onderdelen 0A, A, Ee, F, G, Hb en N; c. artikel III, onderdelen 0A, A, C, Ff, G, H en Ib; d. de artikelen IV en IVa;

 2. de volgende onderdelen in werking treden met ingang van 1 januari 2027:

 a. artikel I, onderdelen O, P, Q, onder 1, subonderdelen b, c, f, 2 en 3, R, U, V, W, onder 3, CC, DD, voor zover het de invoeging van «34a» betreft, FF en LL, voor zover het betreft het tweede en derde lid van artikel 78ff;
 b. artikel II, onderdelen C, D, M en O, voor zover het betreft het eerste en tweede lid van artikel 63l;
 c. artikel III, onderdelen D, E, N en O, voor zover het betreft het eerste en tweede lid van artikel 63e;

Inwerkingtreding