Cultuureducatie en amateurkunst | Beleid, wet- en regelgeving

Meer muziek in de klas bij het primair onderwijs

Op 10 juni 2015 is de landelijke organisatie ‘Meer muziek in de klas’ begonnen. Deze organisatie heeft verschillende ambassadeurs, onder wie twee wethouders. Voorzitter is mevrouw Carolien Gehrels (ex-wethouder Amsterdam).

De minister van OCW stelt tot 2020 € 25 miljoen beschikbaar aan scholen via een subsidieregeling van het Fonds voor Cultuurparticipatie. Vanuit de particuliere sector wordt eenzelfde bedrag verwacht. De Commissie Verkenning Muziekonderwijs in het Primair Onderwijs de Handreiking ‘Muziekonderwijs 2020’ opgesteld. In de handreiking staan onder meer handvatten om het muziekonderwijs in een publiek-private samenwerking vorm te geven. 15 vooroplopende scholen konden al meteen met een subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie aan de slag. In de eerste subsidieronde doen vanaf schooljaar 2016-2017 doen 542 scholen gedurende drie jaar mee. Aanvragen in het kader van de tweede subsidieronde kunnen tot 1 april 2017 worden ingediend.


Cultuureducatie met kwaliteit in het primair onderwijs

Rijk, provincies en gemeenten werken sinds 2002 samen op het gebied van cultuurbereik en cultuurparticipatie. Daarbij was er altijd al gericht aandacht voor cultuur op de scholen. Per 2013 is dit van rijkswege versterkt via het programma ‘Cultuureducatie met kwaliteit in het primair onderwijs’.

Er zijn in dit kader drie financiële lijnen. Geld voor landelijk flankerend beleid 2013-2016 via het Fonds voor Cultuurparticipatie. Bekostiging voor de scholen van € 10,90 per leerling oftewel € 18 miljoen per jaar via de zogeheten Prestatiebox van het ‘Bestuursakkoord primair onderwijs 2012-2015’, dat in 2014 is geactualiseerd tot en met 2020. Het gaat nu om € 11,27 per leerling. En provinciale plus lokale culturele instellingen konden sinds 1 augustus 2012 een aanvraag doen op basis van een nieuwe subsidieregeling 2013-2016 bij het Fonds, waarbij er sprake is van cofinanciering door de betrokken provincies en 35 grotere gemeenten. In totaal gaat het daarbij om € 20 miljoen per jaar. Kleinere gemeenten kunnen, zoals gebruikelijk in dit verband, een beroep doen op de provinciale voorzieningen. De bewindspersonen van OCW, de G36 en de provincies hebben in 2013 een tienjaren akkoord cultuur en onderwijs gesloten. En het SLO heeft een referentiekader voor doorlopende leerlijnen ontwikkeld. De subsidieregeling is verlengd voor de periode 2017-2020.


Culturele en kunstzinnige vorming in het voortgezet onderwijs

Staatssecretaris Dekker (OCW) heeft in juni 2015 besloten het eindadvies van de Vernieuwingscommissie culturele en kunstzinnige vorming voor een nieuw examenprogramma CKV integraal over te nemen. Het examenprogramma gaat in per schooljaar 2017-2018. SLO schrijft handreikingen om CKV-docenten meer houvast te geven bij de vormgeving van het vak. Op basis daarvan worden ook nieuw lesmateriaal en nascholingsactiviteiten ontwikkeld. 


Cultuurkaarten voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs

In de periode 2014-2020 wordt € 4,9 miljoen per jaar door de minister van OCW beschikbaar gesteld aan het voortgezet onderwijs. Het gaat om € 5,- per VO-leerling voor een Cultuur-kaart. Hiermee kunnen de scholen in het voortgezet onderwijs culturele activiteiten betalen. Ze kunnen het tegoed op de kaart aanvullen met € 10,-: 89% van de scholen doet dat. Ook geeft de kaart kortingen voor leerlingen. De Stichting Cultureel Jongeren Paspoort/CJP voert de regeling uit. Ruim 700.000 scholieren doen eraan mee. Per 2016 bestaat de MBO Card voor de 400.000 scholieren in het middelbaar beroepsonderwijs. Het betreft een initiatief van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs en CJP, die ook deze regeling uitvoert. De minister van OCW ondersteunt dit met € 1 miljoen per jaar. Het gaat in totaal om € 17,50 per MBO-leerling.


Beleid Subsidiefonds en Kennisinstituut 2017-2020

In de periode 2017-2020 blijft het Fonds voor Cultuurparticipatie als zelfstandige organisatie bestaan, een eerder door het Rijk beoogde fusie is van de baan. Het verstrekt namens de minister van OCW subsidies op het gebied van cultuureducatie en amateurkunst. Dit betreft vierjarige gelden aan instellingen en festivals van landelijke betekenis. En het gaat om stimuleringsbijdragen voor actieve kunstbeoefening (met een extra accent op muziek) binnen scholen, door ouderen, in het kader van internationale uitwisseling e.d. Het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) houdt de komende jaren eveneens zijn rijkssubsidie. Het is het kennisplatform voor professionals, bestuurders en beleidsmakers in cultuureducatie en cultuurparticipatie. Via kennisdeling en onderzoek draagt het LKCA bij aan de kwaliteit van praktijk en beleid.


'Kwaliteitstoetsing kunsteducatie en amateurkunst'

De VNG-ledenbrief 'Kwaliteitstoetsing kunsteducatie en amateurkunst' van 10 maart 2006 ging in op de toetsing van de instellingen voor kunsteducatie en amateurkunst en de opleidingen amateurkunst. Vanaf 1 januari 2010 was het mogelijk om bij de kunsteducatie een lichtere en goedkopere pretoets te doen. Per 1 april 2011 droeg de certificerende stichting een nieuwe naam ‘Kunstkeur’ en werkt ze aan geactualiseerde kwaliteitscriteria. Per 2013 is de rijkssubsidie voor deze organisatie gestopt en enige tijd daarna gold dat ook voor haar activiteiten. Sindsdien heeft de Branchevereniging Cultuurconnectie een eigen kwaliteitskader en toetsingsorgaan, dat eind 2014 is geactualiseerd. in overleg met de VNG. In samenwerking met de amateurmuziekbranche worden ook opleidingen amateurkunst getoetst.


Cultuur voor arme kinderen

Ter stimulering van de cultuurdeelname van gezinnen met een laag inkomen heeft de minister van OCW in 2009 het Jeugdcultuurfonds in het leven geroepen. En ter bevordering van de deelname aan cultuur, sport en andere activiteiten zijn er door de staatssecretaris van SZW vanaf 2008 gelden in het gemeentefonds gestort in het kader van de Regeling ‘Kinderen doen mee’. Het SCP verzorgt evaluaties over deze regeling. Op 11 november 2016 hebben de staatssecretaris van SZW en de VNG  de ‘Bestuurlijke afspraken. Kansrijk opgroeien voor alle kinderen in Nederland’ ondertekend. Op basis daarvan komt € 85 miljoen structureel voor gemeenten beschikbaar ten behoeve van de ruim 420.00 kinderen van 0-18 jaar uit gezinnen met een laag besteedbaar inkomen die door geldgebrek niet kunnen meedoen op het gebied van sport of cultuur, met sociale activiteiten op school of in hun vrije tijd. Daarnaast gaat er € 14 miljoen naar ondersteunende landelijke organisaties zoals het Jeugscultuurfonds.