Veelgestelde vragen benoeming raadslid en integriteit

Wat houdt het geloofsbrievenonderzoek in?

Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt. Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken:

  • een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt,
  • een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum,
  • en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet.

Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit aan de raad. Het instellen van een commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven is in het Model reglement van orde voor de raad uitgewerkt. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
Artikel V1, V2 en V3 Kieswet, artikel 10, 12, 13 en 15 Gemeentewet, artikel 5 Modelreglement van orde voor de raad 2014.

Wat zijn de met het raadslidmaatschap onverenigbare betrekkingen en verboden handelingen?

Op grond van artikel V 4 van de Kieswet wordt bij het onderzoek van de geloofsbrieven nagegaan of de benoemde geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult.
Voor het raadslid gelden de volgende incompatibiliteiten:

  • minister
  • staatssecretaris
  • lid van de Raad van State
  • lid van de Algemene Rekenkamer
  • Nationale ombudsman
  • substituut-ombudsman
  • Commissaris van de Koning
  • gedeputeerde
  • secretaris van de provincie
  • griffier van de provincie
  • burgemeester
  • wethouder
  • lid van de rekenkamer
  • gemeentelijk ombudsman of lid van de ombudscommissie
  • ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt

Een raadslid mag wel ambtenaar van de burgerlijke stand zijn, of uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verrichten, of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs.

Een raadslid mag gedurende een korte periode tevens wethouder zijn. Dat is het geval indien een zittende wethouder na de verkiezingen raadslid is geworden. Bij de collegevorming zal deze persoon, in het geval hij zou kunnen doorgaan als wethouder, moeten kiezen tussen het raadslidmaatschap en de functie van wethouder. De uitzondering heeft dus betrekking op de periode na verkiezingen dat de wethouder demissionair is.

Daarnaast zijn er ook verboden handelingen voor een raadslid. Deze zijn opgenomen in artikel 15 van de Gemeentewet. Als hiervan sprake is op het moment van aanvaarding van het raadslidmaatschap zal hiervoor een oplossing gezocht moeten worden door de benoemde persoon voordat hij of zij daadwerkelijk j als lid kan worden toegelaten. Zo zal bijvoorbeeld een advocaat die werkzaam is in een geschil ten behoeve van de gemeente dan wel de wederpartij de zaak kunnen overdragen aan een collega. Tevens stelt de raad voor zijn leden een gedragscode vast, waarin bijvoorbeeld wordt aangegeven welke nevenfuncties wel of niet aanvaardbaar zijn. Artikel V4 Kieswet, artikelen 13, 15 en 36a Gemeentewet

Welke stappen kan een gemeente ondernemen wanneer iemand op de kieslijst staat waarvan het vermoeden bestaat dat deze betrokken is bij fraude?

De gemeente heeft hier geen rol in. Politieke partijen zijn verantwoordelijk voor de samenstelling van de kandidatenlijsten en voor de screening van de personen die op de lijst geplaatst worden. Ook bij het geloofsbrievenonderzoek is het vermoeden van fraude geen reden om iemand niet te benoemen. Het is vooral de fractie die in gesprek kan gaan met de betreffende persoon om deze te bewegen om zijn zetel niet in te nemen of op te geven, mochten er bewijzen van fraude zijn. Zie ook de model Gedragscode voor politieke ambtsdragers (uitgave van het ministerie van BZK, de VNG en het IPO).

Wordt bij het geloofsbrieven onderzoek gekeken of iemand een strafblad heeft?

Nee, dit maakt geen onderdeel uit van het geloofsbrievenonderzoek. Ook het feit dat er een rechtszaak loopt tussen een benoemd raadslid en de gemeente is geen reden om een raadslid niet toe te laten. Het is aan de politieke partij om kandidaten te selecteren en te screenen en te bepalen of iemand de partij kan vertegenwoordigen.