De Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet Versterking regie volkshuisvesting. Daarmee treedt de wet per 1 juli in werking. De wet geeft rijk, provincies en gemeenten meer mogelijkheden om gezamenlijk te sturen op hoeveel woningen worden gebouwd, waar deze worden gebouwd en voor welke doelgroepen.
Gefaseerde inwerkingtreding
De wet gaat in op 1 juli 2026, maar wordt op sommige onderdelen in fases geïmplementeerd. De volgende onderdelen treden in ieder geval in werking:
- Verplicht volkshuisvestingsprogramma.
- Wettelijke programmering van betaalbare woningen en sociale huur.
- Regionale afstemming onder provinciaal toezicht.
- Juridische borging dat betaalbare woningen ook betaalbaar blijven.
Volkshuisvestingsprogramma verplicht
De wet verplicht overheden om in een volkshuisvestingsprogramma vast te leggen hoeveel woningen zij bouwen, waar zij dat doen en voor welke doelgroepen, zoals ouderen en studenten. Daarover maken gemeenten binnen hun woningbouwregio afspraken met elkaar. Wanneer gemeenten onvoldoende locaties aanwijzen of de wettelijke doelen niet halen, kunnen provincies ingrijpen via instructieregels en andere instrumenten van de Omgevingswet. Gemeenten krijgen daardoor minder ruimte om regionale afspraken naast zich neer te leggen.
Voldoende betaalbare woningen
Om te komen tot voldoende betaalbare woningen moeten gemeenten hun woningbouwprogramma laten aansluiten op de wettelijke regionale doelen:
- twee derde van de woningtoevoegingen moet betaalbaar zijn;
- 30% van de woningtoevoegingen moet sociale huur zijn (dit geldt op regionaal, provinciaal en landelijk niveau, niet per gemeente of project).
Het gaat daarbij niet alleen om nieuwbouw, maar ook om woningtoevoegingen via splitsing, optoppen en transformatie. Deze normen gelden primair voor de woningbouwregio en de provincie als geheel, niet voor ieder afzonderlijk bouwproject en ook niet automatisch voor iedere gemeente afzonderlijk. Afhankelijk van hun sociale huurvoorraad schrijft de wet wel aanvullende verplichtingen voor individuele gemeenten voor.
Gemeenten die onder het landelijk gemiddelde zitten, moeten in beginsel 30% sociale huur programmeren in hun woningbouwopgave. Gemeenten die boven het landelijk gemiddelde zitten, moeten in beginsel 40% betaalbare woningen voor middeninkomens (middenhuur en betaalbare koop) programmeren. Samen moeten alle gemeenten in de regio uitkomen op de regionale norm van twee derde betaalbaar en 30% sociaal.
Kortere procedures
Landelijke regels voor urgent woningzoekenden
De wet bevat ook landelijke regels voor welke categorieën woningzoekenden als urgent worden beschouwd. Zo moet ook de behandeling van urgente woningzoekenden uniformer en gelijkwaardiger worden. Gemeenten maken in regionaal verband afspraken over een evenwichtige verdeling van deze huisvestingsopgave. Gemeenten zijn verplicht om een urgentieregeling in huisvestingsverordening op te nemen.
Voor meer informatie over de wet en het tijdspad van de inwerkingtreding van de wet kunt u terecht op de website volkshuisvestingnederland.nl.