Ouders, omwonenden, beroepskrachten en andere betrokkenen kunnen hun zorgen over de kwaliteit van kinderopvang melden bij gemeenten of GGD’en. Vervolgens nemen gemeenten of GGD’en deze signalen mee in het toezicht op de kinderopvang. We noemen dat de signaalfunctie. Het afhandelen van de signalen gaat al goed, zo blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Om goede voorbeelden een podium te geven, publiceren we 3 interviews waarin we verschillende gemeenten en GGD’en meer laten vertellen over hun werkwijze rondom de inname en afhandeling van signalen.

Portret van Ans van Lokven en Erika Bartels

In het eerste interview van deze reeks gaan we in gesprek met Erika Bartels (medewerker toezicht kinderopvang bij de gemeente ’s-Hertogenbosch) en Ans van Lokven (toezichthouder bij GGD Hart voor Brabant).

Doorvragen en verwachtingsmanagement

Van Lokven vertelt dat signalen over de kwaliteit van de kinderopvang meestal bij GGD Hart voor Brabant binnenkomen. Op de website van staat een meldformulier waar betrokkenen een signaal kunnen melden (dat kan ook anoniem). Verder ontvangt GGD Hart voor Brabant signalen via beroepskrachten en uit hun contact met oudercommissies. Bartels vult aan: ‘Op onze gemeentewebsite communiceren wij niet actief over de signaalfunctie. Het is fijner om één duidelijke ingang te hebben voor betrokkenen. Bijna alle signalen komen ook via de GGD. Als er toch een signaal bij de gemeente binnenkomt dan is er direct contact met GGD Hart voor Brabant en stemmen we samen af wat nodig is.

Van Lokven: ‘Signalen kunnen bijvoorbeeld gaan over de ervaren werkdruk, veiligheidskwesties of bezetting op de groepen. De ene keer is het een duidelijk signaal waar we direct mee aan de slag kunnen en de andere keer is het van belang om goed door te vragen. Het interpreteren van een signaal en het goed betrokken houden van de melder is vaak een uitdaging. Ook verwachtingsmanagement speelt een rol. Soms verwachten melders veel meer dan we eigenlijk willen of kunnen doen. Denk dan bijvoorbeeld aan het sluiten van een locatie. Dat is nooit een doel op zich en dat doen we alleen als het echt nodig is. Het is belangrijk om dat aan te geven.’ Duidelijke communicatie en het vergaren van zoveel mogelijk informatie is dan belangrijk om misverstanden te voorkomen.

Niet alleen signalen oplossen, maar ook trends en maatschappelijke problemen herkennen

‘Een signaal kan op zichzelf staan, maar het kan ook samenhangen met andere signalen’, vertelt Van Lokven. Naast de directe invloed die acties naar aanleiding van een signaal kunnen hebben op de kwaliteit in de kinderopvang is een ander doel, volgens Van Lokven en Bartels, ook om trends te herkennen en maatschappelijke problemen op een hoger niveau aan te pakken. ‘Het registreren en inventariseren van je signalen is daarom belangrijk.’

Gezamenlijk verantwoordelijk voor kwalitatief goede kinderopvang

Binnen het werkgebied van de GGD Hart voor Brabant ligt veel nadruk op gezamenlijke verantwoordelijkheid en transparantie als het gaat om de kwaliteit van de kinderopvang. En dat werkt ook door in de manier waarop signalen worden ontvangen en afgehandeld.  

Bartels: ‘Houders (de aanbieders van de kinderopvang), gemeenten en GGD’en zijn alle drie verantwoordelijk voor kwalitatief goede kinderopvang. Dat benadrukken we ook tijdens houderbijeenkomsten en in gesprekken met de houder. Door continu aan te geven dat houders bij ons terechtkunnen, haal je veel informatie op. Uiteindelijk moet een signaal niet leiden tot een oordeel maar tot inzicht.’

Duidelijkheid rondom onderzoeken en toezicht

Van Lokven: ‘We proberen zoveel mogelijk duidelijkheid te geven over onze onderzoeken en staan echt in contact met onze houders. Zo lichten we tijdens houderbijeenkomsten toe wat ons werk als toezichthouder precies inhoudt. Ook gaan we in gesprek met houders over hun ervaringen tijdens inspecties. Zo is het bijvoorbeeld heel fijn om te weten of er bepaalde beroepskrachten zijn die een inspectie heel spannend vinden. Daar kunnen we dan rekening mee houden door een open dialoog aan te gaan. Want een inspectie hoeft helemaal niet spannend te zijn.’

GGD Hart voor Brabant organiseert ook elk jaar in januari een informeel gesprek met de houders in de regio. ‘We gaan dan met een kopje koffie in gesprek over de plannen voor de toekomst. Ook vragen we de houders naar voorbeelden waar ze trots op zijn. Daar hangt dan geen rapport aan vast, maar is puur bedoeld om informatie op te halen’, vertelt Van Lokven.

Acties naar aanleiding van signalen

Binnen het werkgebied van de GGD Hart voor Brabant wordt snel geacteerd op een signaal en waar nodig door de gemeente gehandhaafd. Van Lokven: ‘We zoeken altijd de samenwerking met elkaar op. Er is vrijwel direct contact nadat we een signaal hebben ontvangen.’ Het afhandelingsproces omvat eventuele inspecties, rapportages aan de gemeente, contact met de melder en mogelijke handhaving. GGD’en hebben sowieso een jaarlijkse planning met inspecties. ‘Als het nodig is kunnen we een inspectie naar voren halen’, vertelt van Lokven. Als er dan een inspectie heeft plaatsgevonden, wordt er weer contact gezocht met de gemeente. Bartels: ‘Vervolgens besluiten we of er handhaving nodig is en welke handhavingsmaatregelen we inzetten.’

Meer aandacht voor ouders  

Van Lokven: ‘Als we dan ten slotte kijken naar nog een aantal verbeterpunten in onze werkwijze dan zou ik nog wel wat meer aandacht willen hebben voor de ouders. Zij mogen wat mij betreft een groter aandeel krijgen in een inspectie en het melden van signalen.’

Wees transparant en bouw een relatie met elkaar op

Wat Bartels en Van Lokven vooral aan andere gemeenten en GGD’en mee willen geven is het belang van een goede relatie met houders. ‘Maak de drempel om met elkaar in gesprek te gaan zo laag mogelijk. Ga met elkaar in gesprek en bouw een relatie op. In de praktijk zien we dat het werkt’, sluit Bartels af.