Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de beperking van gevolgen bij overstromingen, door maatregelen in de ruimtelijke inrichting. Het doel is om in 2050 Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. 

Het Deltaplan omvat 7 ambities voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland:

  • Kwetsbaarheid in beeld brengen met een stresstest
  • Risicodialoog voeren en strategie opstellen
  • Uitvoeringsagenda opstellen
  • Meekoppelkansen benutten
  • Reguleren en borgen
  • Stimuleren en faciliteren
  • Handelen bij calamiteiten

Binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie (DPRA) staan de 42 werkregio’s centraal. De werkregio’s zijn divers van omgang; soms is het een provincie met alle inliggende gemeenten en waterschappen, soms een samenstel van gemeenten of een bestaande samenwerking binnen de waterketen. 

Bestuursakkoord Klimaatadaptatie

In november 2018 zijn in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie nadere afspraken gemaakt over de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de financiering daarvan. Het Rijk reserveert in de begroting van 2021 een bedrag tussen de € 150 en 250 miljoen voor de Impulsregeling (op Prinsjesdag wordt bekend hoeveel dat precies zal zijn). Deze reservering is onderdeel van de afgesproken totale inzet van € 300 miljoen, die is vastgelegd in het Bestuursakkoord klimaatadaptatie.

Meer informatie 

Impulsregeling

De Impulsregeling Klimaatadaptatie is bedoeld om de versnelling en intensivering van de aanpak van klimaatadaptatie door decentrale overheden financieel te ondersteunen. Met de rijksbijdrage kunnen al voorgenomen adaptatiemaatregelen versneld worden uitgevoerd, al geplande ruimtelijke maatregelen worden uitgebreid met een adaptatiecomponent of nieuwe adaptatiemaatregelen worden opgepakt. Specifiek gaat het om het versnellen en intensiveren van de uitvoering van maatregelen tegen wateroverlast, droogte en gevolgen van overstromingen. 

Maatregelen die solitair worden genomen om hittestress tegen te gaan, zijn via deze impulsregeling niet subsidiabel. Dit heeft te maken met de reikwijdte van het Deltafonds.

De impulsregeling start op 1 januari 2021. Een aanvraag doen kan van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023. De werkregio hoeft niet in 1 keer een totaalpakket aan maatregelen in te dienen, maar kan dat verdelen over maximaal 3 jaar. Een werkregio kan 1 keer per jaar een aanvraag indienen voor een rijksbijdrage, totdat het maximumbudget van de werkregio bereikt is. In 2027 moeten de maatregelenprogramma’s uitgevoerd zijn.

Voor de verdeling van de inzet van middelen over de werkregio’s hanteert het ministerie een verdeelsleutel op basis van inwoneraantal en oppervlakte. Het maximumbedrag waarop aanspraak gemaakt kan worden, verschilt per werkregio. Het Rijk draagt maximaal 1/3 bij. De decentrale overheden in de werkregio maken onderling afspraken over de invulling van de 2/3 cofinanciering.

Meer informatie

VNG-ondersteuningsprogramma klimaatadaptatie

In het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie in 2018 is afgesproken dat middelen worden gereserveerd voor decentrale overheden die nog niet of nauwelijks gestart zijn met de ambities van het DPRA (Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie). Op verzoek van DPRA coördineert de VNG het ondersteuningsprogramma klimaatadaptatie. De VNG doet dit onder voorwaarde van vertrouwelijkheid: vanuit een positie náást de betrokken gemeenten en niet rapporterend óver deze gemeenten.

Het ondersteuningsprogramma bestaat grofweg uit 3 fasen. In de eerste fase van het ondersteuningsprogramma is vooral bureauonderzoek gedaan, om een beeld te krijgen van alle Nederlandse gemeenten: hoe ver zijn zij eigenlijk met klimaatadaptatie? Zijn de stresstesten uitgevoerd, worden risicodialogen opgestart, enzovoort. Daarna zijn 10 verkennende gesprekken gevoerd met gemeenten op managementniveau. 

Fase 2 is begin 2020 gestart met het inhuren van Martine Leewis (oud-wethouder gemeente Leiden) als klimaatambassadeur om collegiale gesprekken te voeren op bestuurlijk niveau. Dat paste beter bij het onderwerp dan op managementniveau. Zij heeft in totaal 26 wethouders gesproken, zelfs tijdens de COVID-19-periode. Tijdens haar werk als klimaatambassadeur heeft Martine Leewis enkele blogs geschreven. Haar bevindingen en adviezen heeft zij verwoord in een rapport.  

Per 1 juli 2020 is gestart met het inrichten van een groep onafhankelijke adviseurs die, op basis van thema, regio, expertise en dergelijke, kunnen worden ingezet om specifieke ondersteuning te leveren aan gemeenten. Deze poule van adviseurs heeft een vliegende start gemaakt en is in meerdere regio’s aan de slag met kwartiermaken om gemeenten de maatwerkondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Hierover wordt u via deze website op de hoogte gehouden.

Meer informatie