Mogen de raadsleden die kandidaatwethouder zijn, meestemmen over de benoeming van wethouders?

Het kan voorkomen dat gekozen, benoemde en toegelaten raadsleden in het nieuwe college wethouder worden. Op het moment dat het college benoemd wordt, zijn zij nog raadslid. Het raadslid X mag dan bij het benoemingsbesluit meestemmen over de benoeming van wethouder X (raadslid en wethouder X zijn dezelfde persoon).

De Gemeentewet regelt namelijk dat voor deze specifieke situatie een wethouderschap en lidmaatschap van de raad tijdelijk geen onverenigbare betrekkingen zijn (artikel 13 lid 2 Gemeentewet). Daarnaast mag de aanstaande wethouder meestemmen over de eigen benoeming, hoewel men zou kunnen redeneren dat het een zaak is die hem of haar rechtstreeks aangaat.

De formele reden is dat het hier gaat om een vrije stemming (men zou andere kandidaten kunnen aandragen en op hen stemmen). De praktische en staatsrechtelijke reden is dat een andere conclusie bijzonder onwenselijke gevolgen zou hebben: als de kandidaat-wethouder immers niet zou meestemmen, verschuift de machtsverhouding in de raad, zeker als de beoogde coalitie een krappe meerderheid heeft van één stem. De uiterste consequentie zou zijn dat er dan geen college tot stand kan komen, hoewel daarvoor wel een (zij het minieme) meerderheid in de raad is.

Zie ook de artikelen 13, 30 en 31 van de Gemeentewet.