Moet er een raadsbesluit genomen worden over het vrijwillig ontslag van een wethouder?

De algemene procedure voor het vrijwillig ontslag van een wethouder is beschreven in artikel 43 van de Gemeentewet. Een wethouder kan ten alle tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in óf meteen, óf met ingang van de dag gelegen een maand na de dag waarop de wethouder ontslag heeft genomen of zo veel eerder als de opvolger van de wethouder de benoeming heeft aangenomen.

Het vrijwillig ontslag van een wethouder is sinds de Verzamelwet die op 1 februari 2016 van kracht werd niet meer gebonden aan een opzegtermijn. De mogelijkheid dat een wethouder nog maximaal een maand in functie blijft, is opgenomen om lopende zaken te kunnen afronden en een soepele overdracht naar zijn of haar opvolger mogelijk te maken.

Bij inwerkingtreding  van die Verzamelwet is dus als hoofdregel blijven gelden dat bij ontslag op eigen initiatief, ex artikel 43 Gemeentewet, (dus niet als gevolg van een vertrouwensbreuk als gevolg van een aangenomen motie van wantrouwen) het ontslag na een maand zal ingaan, tenzij eerder in de opvolging is voorzien.Nieuw was dat de wethouder ook meteen, dus zonder termijn van een maand, ontslag kan nemen. Het is aan de wethouder om te beoordelen of dit in het concrete geval zal kunnen.Daarmee wordt de procedure rondom vrijwillig ontslag gelijk getrokken met ontslag door het aannemen van een motie van wantrouwen door de gemeenteraad. (Zie TK 2012-2013, 33 691, nr. 3, p. 4)

In het geval van vrijwillig ontslag op grond van artikel 43 van de Gemeentewet regelt de wet dus dat de wethouder zijn ontslag schriftelijk meedeelt aan de raad. De wet regelt hier geen ontslagbesluit van de raad.

Een ontslagbesluit door de raad is wel nodig wanneer artikel 49 van de Gemeentewet aan de orde is. Op basis van artikel 49 van de Gemeentewet kan de raad het vertrouwen opzeggen in een wethouder en desgewenst besluiten tot ontslag. Als die procedure wordt gevolgd, dan gaat het ontslag per direct in. De raad dient daaraan een ontslagbesluit ten grondslag te leggen. Een ontslagbesluit heeft in de regel inderdaad de vorm van een raadsbesluit, waaraan uiteraard de nodige personeel-technische gevolgen zijn gekoppeld. Het besluit dient volgens de letter van de wet in dezelfde vergadering te worden genomen. Over het ontslagbesluit zelf dient te worden gestemd: de motie en het ontslagbesluit zijn twee afzonderlijke besluiten. Het ontslagbesluit dient schriftelijk in stemming te worden gebracht: het gaat hier immers over het ontslag van een persoon. Dat kan niet met een hoofdelijke stemming. Eerst dus hoofdelijk de motie van wantrouwen, indien deze wordt aangenomen een schriftelijke stemming over het ontslagbesluit.