Hoe wordt bij een subsidie lager dan 5000,- euro gecontroleerd of het subsidiebedrag daadwerkelijk voor subsidiedoeleinden wordt benut?

Bij beantwoording van deze vraag moet onderscheid worden gemaakt tussen (1) de directe vaststelling en (2) de ambtshalve vaststelling van een subsidie. - Directe vaststelling subsidie: een subsidie voor een bedrag onder de 5.000,- euro kan direct worden vastgesteld (artikel 15, eerste lid, onderdeel a van de model-ASV). De bewijsstukken van de prestatie worden dan direct met de aanvraag meegestuurd. Ook als de activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a worden toegepast. Dat is dan onder meer afhankelijk van de aard van de subsidie en risicoafweging van de subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze controle na de vaststelling is mogelijk maar kan alleen in bijzondere gevallen, zoals fraude, tot terugvordering leiden. - Ambtshalve vaststelling subsidie: een subsidie lager dan 5.000,- euro kan ook eerst worden verleend, voorafgaand aan de activiteit, en na afloop daarvan ambtshalve worden vastgesteld (artikel 15, eerste lid, onderdeel b model ASV). Ambtshalve wil in dit verband zeggen: zonder dat er een aanvraag voor nodig is. In dat geval wordt in de beschikking waarbij de subsidie wordt verleend, vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. De ambtshalve vaststelling zal in de praktijk vaak al vóór het verstrijken van de termijn gebeuren. In de beschikking tot vaststelling of verlening staat hoe de subsidieontvanger moet aantonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De subsidieverstrekker zal dat steekproefsgewijs kunnen controleren.