Thema's Energie Tussen-Top

Energie-tussen-top van 4 juni 2015: 7 tafels, 7 tussenstanden, nog meer vervolgafspraken en acties 

1. Energie op eigen dak

Aan de tafel energie op eigen dak werden de bevindingen en resultaten tot nu toe besproken. Drie zaken vielen op.

De businesscase voor zonne-energie op eigen dak voor eigen gebruik is voor de meeste gemeenten niet rond te krijgen zonder subsidie. Veel gemeenten hebben een grootverbruikers contract voor elektriciteit en dan zijn de kosten van inkoop van elektriciteit meestal lager dan de kosten voor zelf opgewekte elektriciteit (aanschaf en onderhoud van een zon-pv systeem). Veel gemeenten kijken dan ook verder dan alleen het financiële plaatje en komen met verschillende oplossingsrichtingen. Zo kan de opgewekte elektriciteit door kleinverbruikers worden afgenomen, bijvoorbeeld omwonenden of gemeenten zien de investering ook als bijdrage aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Door niet alleen naar zon-pv te kijken, maar voor de eigen panden te werken met duurzame MJOP’s veranderd het kostenplaatje ook: het energieverbruik en de CO2-uitstoot in zijn algemeenheid kunnen omlaag en pv-systemen kunnen daar een onderdeel van uitmaken.

Gemeenten gaven wel aan dat zon op eigen dak niet een onderwerp is dat je er even bij doet. Je hebt een heel goed beeld nodig van je gebouwen portefeuille en een one-size-fits-all oplossing voor alle daken is meestal niet mogelijk. Er zijn meerdere marktpartijen die ondertussen veel ervaring hebben opgedaan en gemeenten goed kunnen helpen op procesniveau en met technische en juridische ondersteuning.

Stichting Natuur en Milieu heeft een kort stappenplan ontwikkeld, inclusief tips en trucs dat gemeenten helpt bij het maken van keuzes (welk scenario past bij onze situatie) en bij het in kaart brengen van het netwerk (voorbeelden van gemeenten en externe partijen die al zon-pv projecten hebben uitgevoerd).
De opdracht aan het eind van de sessie was helder. Wij gaan het gewoon doen, er zijn mogelijkheden genoeg om je eigen dak nuttig te gebruiken. Aan het eind van dit jaar, op de volgende energietop, laten gemeenten weten hoeveel dak zij beschikbaar hebben gesteld en hoeveel zon-pv daar op ligt.
Vragen? Neem contact op met Jeroen Hovens (jeroen.hovens@vng.nl)

2. Verduurzaming van bestaand vastgoed (bedrijven en kantoren)

  • Instrumenten die op dit moment door gemeenten worden ingezet om energiebesparing en verduurzaming te versnellen zijn met name gericht op de huurders en eigenaar-gebruikers van kantoorpanden. Belangrijkste instrumenten zijn (i) handhaving van de wet milieubeheer en (ii) vrijwillige afspraken (convenanten) met huurders en eigenaar-gebruikers van panden.
  • Eigenaren van het vastgoed (institutionele beleggers, (private) vastgoedfondsen) bereiken we op dit moment alleen indirect met het ingezette instrumentarium. Wanneer de wet milieubeheer of convenanten vragen om investeringen in de gebouwschil zullen huurders en vastgoedbeheerders in overleg moeten treden met de eigenaren.
  • Als gemeenten hebben we op dit moment geen goed/volledig beeld op wat voor manier vastgoedeigenaren bezig zijn met het verduurzamen van hun vastgoedportefeuille (volgens IVBN en DGBC zijn een groot aantal grote vastgoedeigenaren bezig hun vastgoed BREEAM/LEED/GPR te certificeren zie o.a. dit nieuwsbericht).

We hebben geconcludeerd dat:

  • we als gemeenten in moeten blijven zetten op de huidige sporen waarin de huurders en eigenaar-gebruikers worden aangesproken via handhaving en convenanten, maar
  • dat we daarnaast op verschillende niveaus (ambtelijk en bestuurlijk) met vastgoedeigenaren in gesprek moeten gaan om:
  • een beter beeld te krijgen wat hun ambities zijn;
  • duidelijk te maken wat de doelstellingen zijn van gemeentes op het gebied van duurzaamheid/energiebesparing;
  •  te achterhalen op welke (natuurlijke) momenten zij gemeenten nodig hebben en wat zij van gemeenten nodig hebben.
  • We in gesprek moeten gaan met de financiers van vastgoed (banken, pensionfondsen). Zij spelen ook een belangrijke rol in de verdere verduurzaming omdat zij eisen (kunnen) stellen aan de duurzaamheid van vastgoed als voorwaarde voor het verkrijgen van financiering.
  • Het belangrijk is dat we als gemeenten hierin samen optrekken. Vastgoedeigenaren opereren op Europese en nationale schaal en hebben behoefte aan landelijk eenduidig beleid wat betreft verduurzaming.
  • We als gemeente met ons eigen vastgoed het goede voorbeeld moeten geven en we daarbij nog veel van elkaar kunnen leren.

Vragen? Neem contact op met Mirjam Harmelink (m.harmelink@utrecht.nl)

3. Kansen in beeld voor duurzame energieopwekking met de Energieatlas

De Energieatlas draagt bij aan het versnellen van energieprojecten én draagt bij aan het vestigingsklimaat van de stad of regio die zo’n atlas heeft. Met een energieatlas zijn veel data direct beschikbaar voor analyse en ontstaat snel inzicht (1 plaatje zegt meer dan 1000 woorden). De atlas helpt bij het nemen van investeringsbeslissingen en draagt bij aan het op business-case-niveau brengen van projecten en een snellere financiering daarvan. Ook draagt het bij aan beleidsanalyses/beleidsvorming en aan netbeheervraagstukken.

Het afgelopen halve jaar heeft een 'roadshow' plaatsgevonden in diverse delen van het land om het idee van de Energieatlas te verspreiden. Het vervolg op de roadshow omvat de afspraken die voor de tweede helft van 2015 zijn gemaakt. Afgesproken is dat de pilot in Amsterdam (fase 1) wordt opgeschaald naar een pilot in enkele regio’s met in totaal enkele tientallen deelnemende gemeenten (fase 2). Daarna kan de pilot wellicht worden opgeschaald naar heel Nederland. Er zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de 2e fase van de pilot wordt ingericht, wie wat trekt en doet. Ook zijn denkrichtingen bepaald voor de aanpak van de 3e fase. Binnenkort wordt gestart met het werven van deelnemers voor de 2e fase van de pilot, die staat gepland voor de 2e helft van 2015 en zal worden afgerond in het eerste kwartaal van 2016.
Vragen? Neem contact op met Gert Nijsink (gert.nijsink@rws.nl)

4. Duurzame openbare verlichting

Aan de tafel Duurzame Openbare Verlichting (OVL) werd de voortgang besproken van maar liefst 8 afspraken van de Energietop. Naar aanleiding van de meeste afspraken zijn inmiddels acties uitgevoerd en/of overleggen geweest met de betrokken partijen. Zo zijn het IGOV en de NSVV bijvoorbeeld in overleg met de Nederlandse Lichtassociatie (fabrikanten/leveranciers) over een programma van eisen voor led verlichting. Netbeheerder Enexis, de Nederlandse Lichtassociatie en enkele gemeenten maken een business case voor versnelde investering in energiezuinige OVL. Bureau OVL Lek-Merwede werkt samen met de netbeheerders aan het wegnemen van belemmeringen voor o.a. flexibeler schakelen.

Vrijwel alle gemeenten zijn op ambtelijk niveau al jaren actief met energiebesparing in de OVL, zoals vervangen door led, dimmen en slim schakelen. Toch is er nog steeds een groot energiebesparingspotentieel. Belemmeringen voor het behalen van de Energieakkoorddoelstellingen zijn vooral financiële problemen en te weinig draagvlak bij bestuurders. De deelnemers vragen de VNG om ondersteuning bij het bereiken en motiveren van meer wethouders.

De monitoringstool voor openbare verlichting wordt waarschijnlijk verder uitgebouwd met nieuwe functies, om nog meer gemeenten te stimuleren om mee te doen en om gemeenten te helpen bij het nemen van energiebesparende maatregelen.
Vragen? Neem contact op met Dyana Loehr (dyana.loehr@rws.nl)

5. Gezonde, toekomstbestendige en energie neutrale basisscholen

De knelpunten zijn bekend. De grote vraag is hoe je de toegang tot financiering organiseert. In (gedeeltelijke) aanwezigheid van Ed Nijpels, voorzitter van de SER Borgingscommissie voor het Energieakkoord, is gebrainstormd over de organisatie van een vliegende brigade/doe-team die partijen bij elkaar brengt en de concrete uitvoering regelt. Geconstateerd is dat er sprake is van een kloof tussen enerzijds de financiële/bancaire wereld en anderzijds de onderwijswereld. De kunst is om die bij elkaar te brengen.

Er is een concrete afspraak gemaakt om aan de slag te gaan met een ontwerpopgave voor een  financieel systeem waarin alle mogelijke financiële vragen van partijen die betrokken zijn bij verduurzaming scholen worden beantwoord. En dat binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving en aansluitend op wat er al is bedacht (bijv. de leidraad van RVO). Dit systeem/format moet algemeen toepasbaar zijn en oog hebben voor de grote mate aan diversiteit die er is. Het is belangrijk om bij de ontwerpopgave ook (financiële) contactpersonen van gemeenten te betrekken en/of een financieel deskundige vanuit de VNG. Als dit systeem ontwikkeld is, dan is dat ook het moment om zendingswerk te gaan verrichten om dit thema onder de aandacht bij gemeentebesturen te brengen. Er is geconstateerd dat met het stappenplan en met de leidraad die RVO ontwikkeld er inmiddels voorzien is in de behoefte aan een spoorboekje.

Rudie de Vries (gemeente Haarlem) gaat zijn wethouder benaderen om bestuurlijk de kar te trekken richting de Energietop van dit najaar. Via zijn wethouder kunnen wellicht nog andere bestuurders gemobiliseerd worden. Als suggesties worden Berend de Vries van Tilburg en Utrecht genoemd. Ambtelijk heeft Donald vd Veen aangegeven wel het initiatief te willen nemen voor de organisatie van een vervolgbijeenkomst in kleiner comité, om eerst te bespreken wat en wie er nodig zijn voor de ontwerpopgave. Voor dit kleinere comité zullen in elk geval de volgende partijen worden uitgenodigd: BNG, Escoplan, stichting Maatschappelijk Vastgoed, VNG, Ruimte OK/Waarborgfonds.

Afgesproken is om met alle deelnemers die vandaag aanwezig waren in de eerste helft van september weer bij elkaar te komen voor  terugkoppeling en voor de voorbereiding van de Energietop in oktober. Het idee is om dan in elk geval de contouren van de ontwerpopgave te kunnen presenteren.
Vragen? Neem contact op met Rudie de Vries (rudiedevries@haarlem.nl)  en Wim Berns (wim.berns@rvo.nl)  

6. Circulaire economie en grondstoffen

De eerdere afspraken richtten zich op de wens om enerzijds meer bewustwording rond het brede thema te creëren en anderzijds meer handvatten te bieden om concrete invulling te geven aan circulaire economie (CE) binnen een gemeente of regio.
Het thema CE is met de huidige aandacht voor grondstoffen (voortvloeiend uit afval) actueler dan ooit. Maar hoe ga je hier als gemeente mee om? Daarom deelden de deelnemers aan tafel allereerst een aantal ‘best practices’ die zich binnen hun regio afspelen. Opvallend waren de grote verschillen in prioritering van het thema binnen de gemeenten. De rol van het college van B&W blijkt hierin een belangrijke factor te spelen.
Na de uitwisseling van praktijkvoorbeelden werd gediscussieerd over de rol van gemeenten bij de totstandkoming van CE initiatieven. Is de gemeente regisseur of meer een faciliterende en stimulerende partij in het samenspel van verschillende stakeholders? En hoe ga je als gemeente om met initiatieven die de gemeentegrenzen overschrijden en samenwerking met buurgemeenten noodzakelijk maken?

Er wordt geconcludeerd dat het realiseren van succesvolle CE initiatieven en het daarmee samenhangende ‘circulair denken’ vooral samenhangt met de aanwezigheid van een sterk netwerk. Zorg er als gemeente dus voor dat je weet wie je partners (bedrijven, provincie, bewoners, maatschappelijk middenveld) zijn en speel daar op in.

Tot slot werd gediscussieerd over de afbakening en het aanbrengen van focus binnen het brede thema CE. Zo lijkt de nadruk momenteel te liggen op de milieuaspecten, maar is het niet slimmer om te focussen op economie en bedrijven te prikkelen om aan de slag te gaan? Het sluiten van grondstofketens zien we als belangrijk uitgangspunt en tevens afbakening van het ‘begrip’ CE. Afgesproken is om voor de Energietop in het najaar ook een aantal bedrijven aan tafel te hebben zitten, die mogelijkheden zien om grondstofketens te sluiten. Graag horen we van die partijen hoe zij hierbij tegen de rol van gemeenten aankijken. Voor zover mogelijk zal de VNG ook op bestuurlijk niveau aandacht besteden aan deze nieuwe kijk op onze economie en aansluiting zoeken bij bestaande programma’s als VANG HHA.
Vragen? Neem contact op met Mark van Waas (mark.vanwaas@vng.nl)

7. Verduurzaming huursector

Aan de tafel verduurzaming van de sociale huurvoorraad werd allereerst de voortgang besproken van de afspraken van de Energietop. Zo is Liander bezig met de doorontwikkeling van de E-atlas waarmee je inzicht krijgt in het energieverbruik van huurders. Zij gaan het gesprek aan met Aedes om de gegevens van de E-atlas te koppelen aan SHAERE. Verder gaat Liander, zodra de E-atlas doorontwikkeld is weer met Stedin en Enexis in gesprek voor een landsbrede e-atlas. Daarnaast ziet Liander mogelijkheden om zonder extra woonlasten van het gas naar een restwarmte over te stappen. De voorbeelden uit Delft en Nijmegen zullen zij delen. De BNG heeft inzicht in verschillende businesscases waarmee corporaties of initiatiefnemers kunnen werken aan verduurzaming van de huurvoorraad, waaronder ESCO’s. Ook deze worden aanwezigen gedeeld.

De meeste gemeenten en corporaties zijn al langer bezig met energiebesparing in de sociale huurvoorraad. Hierbij blijkt dat er veel uitdagingen zijn voor dit onderwerp (verhuurdersheffing, wsw etc.) maar dat er tegelijkertijd ook veel kansen liggen. Daarom gaan VNG, Woonbond en Aedes samen met RVO en BZK  goede voorbeelden over energiebesparing in de huursector inzichtelijk maken en deze delen met hun achterbannen, zodat versnelling binnen dit onderwerp kan ontstaan.
Vragen? Neem contact op met Leonie Jansen (leonie.jansen@vng.nl)