Overzicht veelgestelde vragen over Gemeentelijke samenwerking

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

Ja, een samenwerkingsovereenkomst is voldoende. Het personeel hoeft niet per se gedetacheerd te zijn. Onderlinge verrekening is voldoende.

Als het gaat om interne organisatorische aangelegenheden gelden artikelen 15 tm 19 Wgr als algemene informatieverplichtingen. Dit is net als besluiten die gaan over werkwijze e.d.

Onze gemeenten zijn op het gebied van de gemeentelijke belastingen gaan samenwerken. Dit houdt onder meer in dat de teams belastingen voor beide gemeenten de werkzaamheden uitvoeren. De ambtenaren van beide gemeenten moeten dus gegevens van ‘de andere gemeente’ kunnen verstrekken aan burgers. Moet hiervoor een aanwijzingsbesluit worden vastgesteld, waarbij de ambtenaren van de ene gemeente de bevoegdheid krijgen gegevens te verstrekken van de andere gemeente? Zo ja, zijn hiervoor modelbesluiten beschikbaar?

Ja, op basis van de gemeentewet art. 232 kunnen meerdere colleges een ambtenaar aanwijzen die belast is met het heffen van belastingen en de bijbehorende taken. Op de website van de Sdu vindt u enkele modelverordeningen.

Het moet duidelijk zijn wat de ene burgemeester precies aan de andere mandateert. Het is goed mogelijk om  bevoegdheden over te dragen, maar dan moet daarbij wel vermeld worden om welke wetten of wetsartikelen het gaat. Of er moet duidelijk vermeld worden welke bevoegdheden niet worden overgedragen, zodat als het ware de buitengrens is aangegeven. Het mag, kortom, niet aan de gemandateerde (of aan andere belanghebbenden) worden overgelaten om te bepalen of iets onder het mandaat valt.

Het is dan ook geen optie om in het mandaat zelf een open einde op te maken met een tenzij-bepaling. De gemeenten zullen zelf bij de mandatering een afweging moeten maken. Exclusieve burgemeestersbevoegdheden rond openbare orde en brand moeten buiten het mandaat blijven (daarbij lijkt het verstandig om bij twijfel niet te mandateren).

Bestaat er een overzicht van dergelijke gemeenschappelijke regelingen per gemeente?

Er is geen plek waar de gegevens worden bijgehouden in de vorm van een overzicht oid; als u de registers wilt inzien, moet u daarvoor bij de betreffende gemeenten zijn. Gemeenten moeten op basis van artikel 27 Wgr overzichten bijhouden van hun gemeenschappelijke regelingen. Publiekrechtelijke rechtspersonen zijn op basis van de handelsregisterwet verplicht zich in te schrijven in het handelsregister.

Bijvoorbeeld: de gemeenten binnen een veiligheidsregio gaan hun brandweer regionaliseren. De gemeentelijke korpsen gaan vallen onder de veiligheidsregio. De vraag is hoe om te gaan met de contracten van de gemeentelijke korpsen als ook die van de veiligheidsregio? Vervallen de gemeentelijke contracten van rechtswege? Wat betreft de contracten voor de regionale brandweer van de veiligheidssregio: vervallen die ook van rechtswege nu de regionale brandweer een grote organisatiewijziging ondergaat?

Het opheffen van brandweer is de verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. Zij moeten zorg dragen dat de opheffing met alle verplichtingen een juridisch feit is. Dit betekent niet dat de gemeente de opheffing afgerond moet hebben, maar wel dat er een besluit tot opheffing is. De contracten bij opheffing van de brandweer moeten bezien worden door de gemeente. Indien deze contracten doorgezet moeten worden is er wellicht een mogelijkheid ze over te dragen vanuit de gemeenten aan de VR. Het is ook mogelijk dat de gemeente de contracten beëindigd of af laat lopen.

Zie ook de publicatie Grip op Samenwerken.

Er bestaan geen sluitende definities. Het is mogelijk af te bakenen door de juridische grondslag (Wgr/privaatrecht) of een besluit (overeenkomst/intentie/platform/regulier overleg e.d.) invulling te geven.

Of is mandatering van bevoegdheden aan de centrumgemeente geen wezenlijk element om te kunnen spreken van een centrumregeling? Is het noodzakelijk om alle te mandateren bevoegdheden en alle taken die door de centrumgemeente zullen worden uitgevoerd ook concreet in de gemeenschappelijke regeling te benoemen, of kan worden volstaan met aan te geven dat het gaat om 'bedrijfsvoeringstaken' met verwijzing naar een dienstverleningshandvest waarin een en ander wel concreet is benoemd? Moet zo'n dienstverleningshandvest net als de gemeenschappelijke regeling zelf aan de gemeenteraad worden voorgelegd voor instemming?

De centrumgemeenteconstructie heeft mandaat in zich. Dus door een centrumgemeenteconstructie aan te gaan met een andere gemeente worden de taken die genoemd zijn in deze constructie gemandateerd aan de centrumgemeente. Het is daarbij wel van belang volledig te zijn over de taken (bedrijfsvoering is te breed). Een verwijzing naar de dienstverleningsovereenkomst voor een nadere specificering van taken (bijv. ICT wordt nader geconcretiseerd) is wel goed. Let wel op dat bij een algemene mandatering van taken er vanuit wordt gegaan dat de gehele taak gemandateerd wordt. Daar helpt een beschrijving in de dienstverleningsovereenkomst niet mee. Met andere woorden, als er bepaalde onderdelen van een taak uitgezonderd moeten zijn voor mandateren moet je daar op voorhand specifiek in zijn.

Een centrumgemeenteconstructie (met dienstverleningsoverkomst) waarbij slechts taken van het college aan een ander college worden gemandateerd behoeft niet de instemming van de raad, maar het moet wel voorgelegd worden aan de raad die dan slechts toestemming kan onthouden wegens strijdigheid met het algemeen belang.

Art 34 van de Wgr stelt algemene regels ten aanzien van de begroting en jaarrekening. Het gaat hier om aanvullingen op de Gemeentewet.

Art 33 van de Wgr verwijst naar de Gemeentewet (van voor 2002) en verklaart deze in de ruimste zin van toepassing op een gemeenschappelijke regeling. Dat betekent ook dat de aanvullende regels die door de minister zijn gesteld (BBV) op de gemeentewet van toepassing zijn op de gemeenschappelijke regelingen.

Het openbaar lichaam is een bestuursorgaan met rechtspersoon en kan in die hoedanigheid een eigen organisatie oprichten. Het personeel valt onder de cao gemeenten en hebben/behouden dus de ambtenarenstatus. De salarisstructuur wordt expliciet vastgesteld door het AB van de gemeenschappelijke regeling. De hoogte van de schalen wordt daarin dus ook bepaald.

Voor gemeenschappelijke regelingen geldt de termijn zoals genoemd in de Gemeentewet c.q. Awb, namelijk 6 weken.

Onze wethouder zou graag burgers willen betrekken bij de besluitvorming van de gemeenschappelijke regeling. Is het mogelijk burgerparticipatie toe te passen bij de besluitvorming van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling?

Er zijn juridisch vrijwel geen belemmeringen, behoudens de onderdelen van burgerparticipatie (zoals een referendum e.d.) die voorbehouden zijn aan besluitvorming van de raad. Wel kan alleen burgerparticipatie toegepast worden bij taken die door de regio worden uitgevoerd: 'de taken die de regio namens de gemeenten behartigt'. Ons advies is om zo nauw mogelijk met de gemeenteraden een dergelijk proces vorm te geven.

In de Wgr is het niet toegestaan een meerderheidsbelang in te vullen door één gemeente. Is het toegestaan als drie gemeenten stemmen op basis van 3,2 en 1 stem? Ook is bepaald dat, bij staken van stemmen het voorstel wordt afgewezen.

Het is toegestaan een 1,2,3 verhouding in stemmen te hebben. Bij het staken der stemmen wordt er opnieuw gestemd en bij de tweede keer beslist de voorzitter; tenzij in de regeling anders is bepaald.

De gemeenschappelijke regeling kan gemeenteraden geen geheimhouding opleggen. Dat moeten de gemeenteraden zelf doen, evt. via het college.

Of treedt de raad hiermee in de bevoegdheden van het college van B&W? Zijn er voorbeelden van gemeenten met een vergelijkbare commissie?

Met het inrichten van een dergelijke commissie wordt niet in de bevoegdheden van het college getreden. Voorbeelden van gemeenten met een vergelijkbare commissie zijn: Winterswijk, Noordwijk, Oegstgeest en Hilvarenbeek.

Als de Wgr-regio een openbaar lichaam heeft, is dit toegestaan. Het openbaar lichaam is een rechtspersoon en kan in die hoedanigheid aan het rechtsverkeer deelnemen inclusief het oprichten van een stichting, tenzij dit in de regeling is uitgesloten volgens art. 31 Wgr.

Als er geen sprake is van raadstaken kunnen raadsleden geen zitting nemen in het AB. Om die reden is een constructie AB/DB heel goed mogelijk. Voordeel is dat het mogelijk is dat raden dichter op het DB van een gemeenschappelijke regeling kunnen sturen doordat het AB slechts een formaliteit is. Nadeel is dat er minder verantwoording op regionaal niveau is en dat raden zich daar goed van bewust moeten zijn.

Kun je ook een soort raamregeling maken waarbij alleen wordt vermeld dat binnen de gemeenschappelijke regeling backofficedienstverlening en bedrijfsvoering plaatsvindt. Later zouden dan de specifieke taken daaraan gehangen moeten worden middels een collegebesluit. Zijn bestuursrapportages verplicht op grond van de WGR?

Nee, het is niet mogelijk om een algemene taak op te nemen om daar al naar gelang de wens van de gemeenten invulling aan te geven. Er kan middels art. 10 wgr een bevoegdheid worden overgedragen aan het AB om bepaalde wijzigingen in de regeling op te nemen, zoals bijvoorbeeld aanvullende taken. Bestuursrapportages zijn niet verplicht. Wel wordt een actieve informatieplicht verwacht van de afgevaardigde.

Art. 14 Wgr  geeft de mogelijkheid om leden in het dagelijks bestuur aan te wijzen van buiten het algemeen bestuur als de aard van de regeling daartoe aanleiding geeft. Wat wordt bedoeld met ‘de aard van de regeling daartoe aanleiding geeft’? Waaraan moet dan worden gedacht?

Hierbij kan gedacht worden aan bepaalde expertise die doorslaggevend belang heeft in een DB, een neutrale derde (bij bijvoorbeeld bezwaar en beroepscommissies die gezamenljik zijn ingesteld waarbij de voorzitter van een dergelijke commissie in het DB zit). Het is aan het AB om daar invulling aan te geven.