Gemeenten kunnen maatschappelijke opgaven alleen goed uitvoeren met voldoende beleidsruimte, financiële middelen en uitvoerbare taken. De VNG vraagt de Tweede Kamer om deze randvoorwaarden bij nieuwe wetgeving en beleid steeds mee te wegen.

Op 9 september debatteert de Tweede Kamer over de versterking van het decentraal bestuur. In de position paper voor dit debat (pdf, 223kB) geeft de VNG 3 aandachtspunten mee vanuit het gemeentelijk perspectief. Het doel is dat gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk hun rollen en taken in gelijkwaardigheid kunnen uitvoeren.

Ruimte en middelen bij nieuwe taken

Bij nieuwe wetgeving en beleid moeten de positie van gemeenten, hun autonome ruimte en de financiële randvoorwaarden steeds worden meegewogen. Ook vragen wij aandacht voor een zorgvuldige toedeling van nieuwe taken.

Het beleidskader decentraal bestuur is daarvoor een goede leidraad, maar heeft geen verplichtend karakter. Wij vragen de Tweede Kamer daarom om bewindspersonen actief te bevragen over de toepassing van het kader en de afwegingen die bij taaktoedeling zijn gemaakt.

Uitvoerbaarheid vanaf de start

Beleid dat medeoverheden raakt, moet vanaf het begin samen met hen worden ontwikkeld. Daarbij moet het proces van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) worden gevolgd. Het rijk en de medeoverheden bekijken zo samen welke oplossingen mogelijk zijn, hoe die in de praktijk uitpakken en wat nodig is voor de uitvoering.

Wij vragen de Tweede Kamer om te bewaken dat het UDO-proces wordt gevolgd en bij nieuw beleid en nieuwe wetsvoorstellen te vragen naar de resultaten en onderliggende uitvoeringstoetsen.