Nummer 10, 16 juni 2017

Auteur: Marten Muskee. Beeld: Ruben Oreel

Bestuurders worden gekenschetst als vakmensen en vakmanschap is tot op zekere hoogte te leren. Excellent bestuurdersschap vraagt echter om meer. Met name roeping is minstens zo belangrijk en wat ook meetelt, is de drive om professioneel te willen zijn.  

Peter van Uhm wist een aansprekende brug te slaan tussen zijn bestuurservaringen als voormalig Commandant der Nederlandse Strijdkrachten en de capaciteiten die burgemeesters en wethouders nodig hebben om hun gemeente goed te managen. Roeping is onlosmakelijk verbonden met dienstbaarheid. Dienstbaarheid aan het land en de manschappen, of vertaald, aan de gemeente en de inwoners. Van Uhm is hoogst verbaasd dat dienstbaarheid als eigenschap niet terugkomt in de enquête naar de beste bestuurder, die I&O Research voor de VNG uitvoerde. ‘U voelt zich geroepen tot de publieke zaak en wilt de gemeenschap dienen. Zit die dienstbaarheid dan zo in ons dat we het niet meer melden? We worden gedreven door onze waarden en idealen in een wereld die verandert en u als bestuurder verandert daarin mee.’ Van Ulm vroeg de congresbezoekers of zij een moment inbouwen om hun waarden en normen te herijken en of zij hun morele kompas wel in de gaten houden. ‘Staat u boven de partijen, durft u initiatief te nemen en doet u aan zelfreflectie?’

Zit dienstbaarheid zo in ons dat we het niet meer melden?

Van Uhm ijkt zijn eigen morele kompas door in de kerstvakantie zijn agenda van het afgelopen jaar door te nemen en zich bij alles af te vragen: waarom ik? ‘Zo houd ik mezelf een spiegel voor. Als ik eind dit jaar vind dat ik op het VNG Jaarcongres geen toegevoegde waarde heb geleverd, ga ik niet nog een keer op zo’n uitnodiging in.’ Verder spart Van Uhm met anderen over zijn doen en laten en kijkt daardoor beter naar zijn eigen functioneren.
Bij zijn aantreden liet Van Uhm twee defensiespecialisten een speech schrijven met als thema falende missies door politiek ingrijpen, wetende dat hij de volgende dag met pensioen zou kunnen als hij de speeches ooit zou uitspreken. ‘Die speeches lagen boven in de la voor het moment dat ik voor mijn principes had moeten kiezen.’

Feilloze sensor

Van Uhm: ‘Bij defensie lijken we hiërarchisch, maar we zijn ook democratisch. Het gaat over leven en dood en daarom moet iedereen zijn ideeën kunnen  inbrengen voorafgaand aan een missie. De mensen die me bij de oren grepen, hebben me veel geleerd. Sta open voor kritiek van je mensen, dat levert vertrouwen op. Wees intrinsiek geïnteresseerd in je mensen, anders verlies je draagvlak. De manschappen hebben daarvoor een feilloze sensor en de burger heeft die sensor ook.’
Van Uhms eigen morele kompas schudde hevig toen zijn zoon omkwam tijdens een missie in Afghanistan, maar als hij er toen was uitgestapt, hadden hij en zijn gezin alles verloren waarin ze geloofden. Ook toen verzamelde Van Uhm mensen om zich heen om te klankborden omdat hij bang was dat hij door het verlies van zijn zoon emotionele beslissingen zou nemen. 

Waslijnhangers

Er zijn volgens Van Uhm twee categorieën mensen: mensen die structuur en regels nodig hebben en de waslijnhangers. ‘Die laten soms een hand los of trekken zich op en laten beide handen los. Dat zijn mensen die out of the box werken. Niet alles is in regels te vatten. Heb als bestuurder het lef om soms buiten de regels om zaken te regelen, maar weet dat vervolgens dan wel goed uit te leggen.’

Zie ook