Nummer 10, 16 juni 2017

Commentaar Jantine Kriens

We zijn net weer in groten getale bij elkaar geweest. Zo’n tweeënhalfduizend vertegenwoordigers van dorpen en steden vanuit het hele land waren naar Goes gekomen voor ons jaarcongres. Dat blijf ik indrukwekkend vinden.
 
In de aanloop naar het congres heb ik ook dit keer weer meegemaakt hoe betrokken gemeentebestuurders zijn. En dan natuurlijk in het bijzonder de gemeenten die de organisatie voor hun rekening hebben genomen. Dat waren dit jaar de Zeeuwse gemeenten met Goes als centrale locatie. Dank Zeeland en de Zeeuwse gemeenten.
 
Het thema van ons jaarcongres 2017 was vakmanschap. We hebben in Zeeland kunnen zien wat vakmanschap betekende in het verleden. Met natuurlijk de Oosterscheldekering als een van de grootste en bekendste voorbeelden. En uit een verder verleden: Fort Rammekens, het oudste zeefort van Europa, gebouwd om de havens van Antwerpen en Middelburg te controleren. We hebben ook gezien hoe belangrijk vakmanschap nog steeds is. Bijvoorbeeld bij de bouw van de nieuwe Sluis bij Terneuzen, bij het opleidingscentrum voor biobased economy en bij de Waterdunen waar kustversterking is gecombineerd met natuur en recreatie.

Vakmanschap is meer, het gaat ook over ons handelen

Maar vakmanschap is meer, vakmanschap gaat ook over ons handelen. In verschillende workshops hebben we ons eigen handelen kritisch onder de loep genomen: wat doen we goed, wat kan en moet beter? Wat zijn onze valkuilen? Durven we te veranderen? Zijn we vakman en vakvrouw genoeg om bestaande patronen te vervangen door nieuwe? Durven we fouten te maken? Sprekers hebben ons hun visie gegeven op vakmanschap. ‘Nieuwe tijden vragen om aanvullende kwaliteiten bij bestuurders’ (hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart) en: ‘Goede bestuurders hebben lef en omgevingssensitiviteit’ (Ingrid Thijssen, lid van de raad van bestuur van Alliander).

Volgend jaar zijn we dan weer in een heel ander deel van Nederland. Dan is het congres in het Limburgse heuvelland met Maastricht als gastgemeente.
 
Dat is ook een van de leuke dingen in mijn rol bij de VNG: dat je Nederland in al zijn diversiteit te zien krijgt. Dat je al rijdend ziet hoe de landschappen veranderen, hoe de architectuur verandert. Oud en nieuw naast elkaar, waterrijke gebieden afgewisseld met heide en bos. En dat allemaal op maximaal drie uur rijden van elkaar. Dat je ziet hoe we onze rivierdelta met vakmanschap hebben ingericht passend bij de omgeving en de cultuur van de streek. Dat je steeds weer ziet hoe in al die verschillende dorpen en steden aan Nederland gebouwd wordt. Nederland is in die zin een netwerk van dorpen en steden.

Jantine Kriens, algemeen directeur van de VNG, jantine.kriens@vng.nl, @kriens