Inleiding
De Lokale Inclusie Agenda (LIA) is een periodiek plan waarmee een gemeente uitvoering geeft aan het VN-verdrag Handicap. Dit is wettelijk verplicht, zoals vastgelegd in de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet. Elke gemeente moet dus een LIA hebben en deze actueel houden. Dat betekent de LIA ook regelmatig evalueren en vernieuwen.
De wet geeft geen voorwaarden voor de vorm of inhoud van de LIA. Het VN-verdrag Handicap geeft bovendien aan dat niet alles in een keer gerealiseerd hoeft te worden. Waar het om gaat, is dat er in geleidelijkheid en redelijkheid steeds stappen vooruit worden gezet in de toegankelijkheid en inclusie van mensen met een beperking. De LIA is op lokaal niveau het instrument om deze stappen scherp te houden. De LIA geeft duidelijkheid en houvast aan inwoners, bestuurders, gemeenteraad en ambtenaren.
Het is aan lokale betrokkenen, dat wil zeggen: gemeente en ervaringsdeskundige inwoners, om hieraan samen invulling te geven. Welke stappen worden gezet, op welke onderwerpen en wat zijn daarin de prioriteiten? De VNG biedt informatie en inspiratie uit andere gemeenten, zodat het wiel niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden. De kracht van de LIA is dat deze is afgestemd op de lokale context en behoeften. Daarin kunnen dus per gemeente andere keuzes worden gemaakt.
In de afgelopen jaren zijn honderden LIA’s op lokaal niveau zijn opgesteld en doorontwikkeld. Daaruit komt steeds meer een gedeeld beeld naar voren over welke aspecten belangrijk zijn voor de kwaliteit van de LIA. Dat is een beeld van gemeenten, ervaringsdeskundigen en onderzoekers. Deze handvatten voor kwaliteit zijn daarop gebaseerd.
De handvatten voor kwaliteit van een LIA zijn bedoeld als aanvulling op de Handreiking Lokale Inclusie Agenda van de VNG. Deze handreiking gaat in op het proces bij het opstellen van een LIA en geeft een beeld van de verschillende levensdomeinen, met praktische voorbeelden.
Hieronder zetten we in totaal 9 handvatten op een rij. De eerste 2 handvatten zijn onderstreept. Dit is om aan te geven dat dit harde vereisten zijn, gebaseerd op het VN-verdrag Handicap en de wet. Deze vereisten hanteert de VNG al bij het opnemen van LIA’s op onze overzichtskaart. Hieraan moet een LIA dus in ieder geval voldoen.
De overige 7 handvatten zijn hierop aanvullend om tot een sterke LIA te komen. Deze 7 handvatten staan in min of meer willekeurige volgorde. Dat wil zeggen: ze staan niet in volgorde van belangrijkheid, maar moeten vooral als een samenhangend geheel worden gezien. In samenhang versterken ze elkaar en daarmee dus de Lokale Inclusie Agenda en het lokale inclusie beleid.
De handvatten voor kwaliteit
1. De LIA gaat concreet in op plannen om de inclusie van mensen met een beperking te bevorderen en de toegankelijkheid te vergroten
Concreet ingaan op plannen die de inclusie van mensen met een beperking* bevordert, betekent dat de LIA doelstellingen en concrete stappen formuleert. De stappen zijn nodig om de doelstellingen te bereiken. Een voorbeeld: doelstelling ‘het winkelgebied toegankelijker maken’, mogelijke stap: ‘zorgen voor meer openbare of opengestelde toiletten’. Een ander voorbeeld: doelstelling ‘kinderen met een beperking moeten volop mee kunnen doen in onze gemeente’, mogelijke stap: ‘een inclusieve speeltuin realiseren’.
* Het gaat hierbij om mensen met een fysieke of verstandelijke beperking, chronische aandoening, neurodiversiteit of een psychische kwetsbaarheid.
Let op: een LIA kan ook andere aspecten kan bevatten, bijvoorbeeld: antidiscriminatiebeleid, beleid ten aanzien van LHBTIQ+-emancipatie, etcetera. Veel gemeenten kiezen hiervoor. Inclusie gaat immers over meer aspecten dan alleen de inclusie van mensen met een beperking. Bovendien: ook mensen met een beperking hebben een culturele en levensbeschouwelijke achtergrond, een seksuele oriëntatie, enzovoorts. Diverse aspecten hangen dus ook met elkaar samen. Dit noemen we ook wel intersectionaliteit.
Als een gemeente kiest voor zo’n bredere LIA, moet toegankelijkheid en de inclusie van mensen met een beperking een volwaardig onderdeel zijn. Anders gezegd: een algemene notitie over het belang van inclusie, waarin bij wijze van spreken een voetnoot staat op pagina 34 ‘Dit heeft ook betrekking op mensen met een beperking’ is niet toereikend.
2. De LIA is in samenwerking met ervaringsdeskundigen tot stand gekomen
Dit in navolging van het beginsel ‘niets over ons, zonder ons’ van het VN-verdrag Handicap. Dit is geen vrijblijvend beginsel, maar verplicht overheden om beleid in samenspraak en samenwerking met mensen met een beperking te maken, uit te voeren en te evalueren.
We spreken een voorkeur uit voor betrokkenheid van en samenwerking met ervaringsdeskundige inwoners. Zij kennen namelijk de lokale situatie het beste en ervaren de effecten van het beleid direct. Dit kan in verschillende vormen: via een panel, een vertegenwoordigende organisatie en/of in contact met individuele inwoners.
Soms kan ervaringsdeskundigheid ook op een andere manier betrokken worden, zoals via regionale of landelijke organisaties. Bijvoorbeeld: uw gemeente wil ook graag het perspectief van mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) betrekken. Maar u heeft geen inwoner met een lvb kunnen vinden die kan aansluiten bij het overleg over het lokale beleid. Dan kunt u bijvoorbeeld de LFB, de landelijke belangenorganisatie voor mensen met een lvb, benaderen voor advies.
Aanvullend op deze eerste 2 harde vereisten adviseren wij om voor een sterke LIA de volgende aandachtspunten in ogenschouw te nemen:
3. Ervaringsdeskundigen zijn structureel betrokken bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van de LIA
Dit punt sluit aan op de hiervoor genoemde noodzakelijke voorwaarde bij het tot stand komen van de LIA: de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Het is belangrijk de betrokkenheid van ervaringsdeskundigheid op een structurele manier te borgen, voor de continuïteit. Met andere woorden: de betrokkenheid houdt niet op zodra de LIA er ligt, maar wordt in iedere stap van het beleid ingebed. Daarbij geldt bovendien dat sterk aanbevolen is om ervaringsdeskundigheid vanaf het begin van ieder beleidsproces in te zetten. Dus niet bijvoorbeeld als het ontwerp voor het nieuwe gemeentehuis of de nieuwe speeltuin er al ligt, maar vanaf het begin van het ontwerpproces. Dat is efficiënter en maakt toegankelijkheid een uitgangspunt in ieder proces.
4. De LIA gaat uit van het sociaal model van een handicap
Het VN-verdrag Handicap gaat uit van het sociaal model van een handicap. Volgens het sociaal model ontstaat een beperking in de wisselwerking tussen een kenmerk van een individu en de omgeving. Hoe de (fysieke, sociale en digitale) omgeving is ingericht zorgt ervoor of en hoe mensen kunnen deelnemen en hun leven zelfstandig vorm kunnen geven. Bijvoorbeeld: een rolstoel gebruiken wordt een handicap wanneer de deuren te smal zijn, of de drempels te hoog, of wanneer er geen liften zijn. En een licht verstandelijke beperking wordt een handicap wanneer in brieven van de overheid te ingewikkelde taal wordt gebruikt. In het verlengde van het VN-verdrag Handicap gaat een sterke LIA dus ook uit van dit model. Dat betekent dat in de LIA wordt gekeken naar welke drempels (letterlijke en figuurlijke) kunnen worden verlaagd of worden weggenomen. Zo ontstaat een toegankelijker samenleving.
5. De LIA is een ‘tussenstand’ van een continu proces
De ‘papieren’ LIA geeft de plannen weer voor een bepaalde periode. Daarmee geeft het een ‘tussenstand’ in een proces richting meer toegankelijkheid en inclusie van mensen met een beperking. Dat proces moet duurzaam zijn. Met andere woorden: we zijn er niet met het opstellen van de LIA voor een (college)periode.
Werken aan toegankelijkheid is een continu proces. Daarbij worden eens in de zoveel tijd de plannen herijkt en vastgelegd in de LIA. Ook als een gemeente aan LIA nummer 10 bezig is, zijn er ongetwijfeld nog steeds stappen te zetten.
6. Bij de invulling van de LIA wordt stil gestaan bij alle leefdomeinen
Een inclusieve samenleving heeft betrekking op verschillende aspecten van het leven van inwoners. We onderscheiden zes levensdomeinen die voor iedereen van belang zijn: onderwijs & ontwikkeling, thuis, werk & inkomen, vrije tijd, vervoer, welzijn, gezondheid & ondersteuning en burgerrechten & participatie. Het is aan te raden al deze leefdomeinen langs te lopen in (de totstandkoming van) de LIA. Hierbij kan een gemeente, in overleg met ervaringsdeskundige inwoners, prioriteit geven aan bepaalde levensdomeinen, als dat in de lokale situatie passend is. We raden aan om deze afweging samen te maken met ervaringsdeskundige inwoners en om de afweging duidelijk te beschrijven in de LIA.
7. De LIA is verbonden met andere beleidsnota’s
Het hebben van een LIA is een wettelijke verplichting en belangrijke basis voor het lokale inclusiebeleid. Tegelijkertijd werkt toegankelijkheid door op alle beleidsterreinen. Het lokale inclusiebeleid wordt dan ook sterker wanneer stappen richting meer toegankelijkheid niet alleen in de LIA wordt uitgelicht, maar ook in andere beleidsnota’s. Bijvoorbeeld in het omgevingsplan, in de cultuurnota, de sportnota en in plannen voor werving en selectie van medewerkers voor de gemeente zelf – om maar enkele aspecten te noemen.
8. Maatschappelijke organisaties en ondernemers worden meegenomen in de plannen
Een inclusieve samenleving kan een gemeente niet alleen vormgeven. Ook maatschappelijke organisatie en ondernemers maken hier deel van uit. Een sterke LIA heeft dan ook aandacht voor de rol van deze organisaties. Zij kunnen ook meedenken over de invulling van de LIA. Er kunnen bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt met deze organisaties, zij kunnen ondersteund worden om toegankelijker te worden. Bijvoorbeeld: in het realiseren van (meer) opengestelde toiletten kunnen (horeca) ondernemers een belangrijke rol spelen. En voor een toegankelijk sportaanbod is de samenwerking met sportclubs nodig.
9. De LIA is zelf toegankelijk
Stel: een gemeente heeft een prachtige LIA, met concrete ambities voor de inclusie van mensen met een beperking en toegankelijkheid. Maar: deze LIA is niet te vinden voor inwoners, of niet te begrijpen. Dat is natuurlijk zonde en doet mogelijk afbreuk aan de zo essentiële betrokkenheid van inwoners. Een goede LIA houdt daarom rekening met toegankelijk taalgebruik en laagdrempelige beschikbaarheid, in een vorm die ook voor mensen met een visuele of auditieve beperking toegankelijk is.
Afsluiting
Met deze handvatten voor kwaliteit van de Lokale Inclusie Agenda heeft de VNG de belangrijkste kenmerken van een sterke LIA op een rij gezet. Uiteindelijk bepaalt u als gemeente, samen met ervaringsdeskundige inwoners, hoe u deze handvatten inzet binnen de eigen lokale context.
Verantwoording
Deze publicatie is tot stand gekomen met input van gemeenten, ervaringsdeskundigen en Movisie. De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud en tekst ligt bij de VNG.