Overzicht veelgestelde vragen over Overeenkomsten

Hieronder treft u de categorieen aan met vragen en antwoorden binnen het betreffende dossier. U kunt deze openklappen en lezen door op een categorie/vraag te klikken.

Er zijn twee benaderingen in de literatuur:

  1. Ervan uitgaande dat de overeenkomst tot stand komt op het moment dat er tussen partijen wilsovereenstemming bestaat – dit is het moment waarop de instemming van het college met het aanbod van de wederpartij, de wederpartij heeft bereikt (of andersom) – vormt ondertekening van de overeenkomst geen vereiste voor totstandkoming van de overeenkomst. Zonder ondertekening door de burgemeester (of een door hem tot ondertekening gemachtigde) kan de overeenkomst dus geldig zijn. Uiteraard kan ondertekening wel tot bewijs dienen dat de overeenkomst is aangegaan.
  2. Als ervan uit wordt gegaan dat de privaatrechtelijke rechtshandeling voor het tot stand komen van de overeenkomst bestaat uit het ondertekenen door de burgemeester, is er zonder ondertekening nog geen sprake van een geldige overeenkomst. Dit betekent echter niet dat de gemeente zomaar van de overeenkomst kan afzien. Met name het vertrouwensbeginsel en de redelijkheid en billijkheid kunnen in dat geval ervoor zorgen dat de gemeente schadevergoeding moet betalen.

Het college is op grond van artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet bevoegd te besluiten tot het aangaan van een privaatrechtelijke rechtshandeling, de overeenkomst waaronder de daarbij te stellen algemene voorwaarden. Via de mogelijkheid van de raad om wensen en bedenkingen te formuleren over het handelen van het college (zie verder de Raadgever Overeenkomsten) kan de raad wel zijn invloed doen gelden op het beleid dat ten grondslag ligt aan de inhoud van de algemene voorwaarden.

Het college is op grond van artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet bevoegd te besluiten tot het aangaan van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het vaststellen van grondprijzen is een voorbereidende handeling voor het aangaan van de privaatrechtelijke rechtshandeling tot grondverkoop/gronduitgifte en behoort daarom ook tot de bevoegdheid van het college. Via de mogelijkheid van de raad om financiële kaders te stellen (zie verder de Raadgever Overeenkomsten), kan de raad wel invloed uitoefenen op de vaststelling van de grondprijzen.

Het college is bevoegd te besluiten tot het aangaan van de overeenkomst (artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet). Artikel 171 lid 1 Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om de gemeente ‘in en buiten rechte te vertegenwoordigen’ (‘in rechte’ staat voor formele procesvertegenwoordiging, ‘buiten rechte’ voor vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het aangaan van een overeenkomst). Met het ondertekenen van de overeenkomst vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente buiten rechte. Het is voor de burgemeester natuurlijk niet altijd mogelijk om alle gemeentelijke contracten te ondertekenen. Op grond van artikel 171 lid 2 Gemeentewet kan de burgemeester de ondertekening opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon