Workshop 7: Vluchtelingen op de werkvloer; inzet en ervaringen van werkgevers

Maatwerk en monitoring

Manpower en MVO Westland hebben diverse initiatieven ontwikkeld om vergunninghouders extra te begeleiden naar werk. Wat zijn hun ervaringen en welk aanpak werkt het best? En hoe reageren werkgevers daarop?

MVO Westland maakt zich sterk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder vergunninghouders. De organisatie heeft inmiddels met meer dan tweehonderd vergunninghouders intakegesprekken gehad, nadat ze waren gehuisvest. Binnen een maand na de intake moet de vergunninghouder ergens aan de slag zijn. Inmiddels zijn veertien mensen betaald aan werk geholpen.

Een meer individuele aanpak

Sanne van Schoote van MVO Westland merkte aanvankelijk dat dat werkgevers heel graag vergunninghouders willen opnemen in hun bedrijf. ‘Ze belden enthousiast op: “Doe mij tien hoogopgeleide Syriërs.” Maar toen ze ingewerkt werden, bleek dat de helft van de informatie verloren ging doordat een aantal vergunninghouders de taal nog niet goed spreekt.’

Te grote groepen tegelijkertijd plaatsen bij een werkgever werkt daardoor niet, is de ervaring van Sanne. En dus is MVO Westland geswitcht naar een meer individuele aanpak. ‘We gaan samen met een vergunninghouder naar een werkgever, schuiven aan bij het sollicitatiegesprek. Zo komt het verhaal beter over bij de werkgever.’

Lange adem

Rebecca van Beek van Manpower vertelt in de workshop hoe haar uitzendorganisatie vergunninghouders naar extra werk begeleidt. Zo worden er vergunninghouders opgeleid tot tolk. Daarnaast biedt de uitzendorganisatie een logistieke opleiding. Al meer dan tachtig mensen zijn geplaatst bij een werkgever.

Sanne: ‘Je moet een lange adem hebben. Wij zijn een commercieel bedrijf, wilden in het begin snel, snel, snel. Maar dat werkt niet. Je moet er de tijd voor nemen en goed aan zowel vergunninghouders als de werkgevers uitleggen wat het doel is van elke stap. Wat wil je met elkaar bereiken en hoe kom je daartoe? Motivatie van de vergunninghouder is het belangrijkste en mensen perspectief bieden. Zo van: dit is het einddoel.’

Afbreukrisico

Een van de deelnemers van de workshop, werkzaam bij de sociale dienst, beaamt dit. ‘Iedereen wil graag meewerken, maar we gaan soms te snel. Als je niet alles goed uitlegt, dan gaat het mis. Tijdens de rit moet je de vergunninghouders begeleiding bieden, die de contacten onderhoudt, zaken checkt en er voor de vergunninghouder is. Daar hebben we bij onze sociale dienst iemand speciaal voor aangesteld. Zo beperk je het afbreukrisico.’

Dat vergunninghouders moeten inburgeren, is soms een lastige bijkomstigheid. Werkgevers willen vaak dat een medewerker minstens 24 uur beschikbaar zijn en in combinatie met de intensieve en tijdrovende inburgering is dat zwaar.

Zachte landing

De projecten om vergunninghouders aan het werk te krijgen, verschillen van aard, zo blijkt tijdens de workshop. Van direct meedraaien in het productie tot een “zachte landing”, waarbij de vergunninghouders eerst aan kleinschalige activiteiten deelneemt, taalles krijgt en kennismaakt met de Nederlandse cultuur. Daarna brengen de hulpverleners in kaart wat ze kunnen en willen. Uiteindelijk stromen deze mensen door naar een opleiding en baan. Zo’n traject duurt vaak zeker een jaar.

Weinig harde cijfers

In de workshop komt ook naar voren dat er meer behoefte is om te meten hoeveel vergunninghouders daadwerkelijk doorstromen naar een betaalde baan. In veel projecten is dat niet duidelijk, als het al wordt bijgehouden. Er lopen wel langdurige onderzoeken, zoals bij Erasmus universiteit waar een groep vergunninghouders wordt gevolgd in de aanloop naar vast werk. Maar vaak ontbreken harde cijfers. ‘Misschien is die monitoring een taak voor de VNG’, meent een deelnemer.

Blijf pionieren

Alle aanwezigen zijn het over eens dat het tijd kost om vergunninghouders naar werk te begeleiden. En dat het maatwerk is: iedere vergunninghouder en werkgever heeft zijn eigen benadering nodig. ‘Blijf pionieren, betrek de vergunninghouders en werkgevers erbij en houd het lerend vermogen hoog’, luidt de conclusie van gespreksleider Maarten Smidts aan het eind van de workshop.