Workshop 7: Integratiekansen van Eritreeërs

Beter begrip voor Eritreeërs in 4 scenes

“De inburgering van de Eritreeërs gaat moeizaam. Ze komen slecht uit hun woorden; we begrijpen elkaar niet”, aldus een klantmanager. Herkenbaar?

Het beeld klopt, stelt Kennisinstituut Integratie & Samenleving (KIS), de integratie van Eritrese statushouders kent veel belemmeringen. KIS schrijft een handreiking ‘Eritrese statushouders’.

In de workshop ‘Integratiekansen van Eritreeërs’ schetsen sprekers Merel Kahmann (onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut) en Shewit Ghebreamlak (adviseur bij BrugZit) de integratie in vier scenes.

Scene 1. Inburgeren

Luam (19) moet inburgeren. Tenminste, dat vertelt de integratieambtenaar haar. Maar ze weet niet wat dat betekent, “inburgeren”. De Eritrese vluchtelinge, sinds kort statushouder, wil liever werken dan inburgeren.

‘Er is veel werk te doen in het inburgeringsproces’, stelt onderzoeker Merel Kahmann. Van alle mensen die sinds de nieuwe Wet Inburgering (2013) werken aan inburgering, heeft pas de helft de zes inburgeringexamens (lezen, luisteren, spreken, schrijven, kennis van de Nederlandse samenleving en oriëntatie op de arbeidsmarkt) afgerond. Met name voor de groep Eritreeërs blijkt inburgering moeilijk. Kahmann licht toe: ‘Het Nederlandse onderwijssysteem wijkt erg af van het Eritrese systeem. Daarbij staat het Tigrinya ver af van de Nederlandse taal.’

Wij hebben zelf dit traject doorlopen

Daarom hebben wij BrugZit opgericht, vertelt Shewit Ghebreamlak. ‘Door onze Eritrese achtergrond spreken we naast de Nederlands taal ook Tigrinya. Zo voelen vluchtelingen zich snel vertrouwd bij ons. Daarbij: wij begrijpen hun problemen met inburgeren, we hebben zelf zo’n traject doorlopen.’ Dat Eritreeërs liever werken dan leren, heeft met hun achtergrond te maken. ‘Let ook op afkomst, komt de Eritreeër van het platteland of uit de stad? Dat is een groot verschil. We leggen uit dat studeren in Nederland voor iedereen is; het is een stap naar werk. Een motivatietraining helpt hierbij.’

Scene 2. Maatschappelijke begeleiding

Luam krijgt een huisje in Utrecht. Iedere maand krijgt ze een rekening voor gas en licht. Moet ik dat hebben? vraagt Luam zich af. Ze zou liever een kaarsje branden. Ze krijgt brieven, maar die maakt ze niet open. “Je moet wel je rekeningen betalen”, zegt de instantie. Dat begrijpt ze niet, ze had met haar begeleider Sandra toch een regeling getroffen over waar het geld naartoe gaat?

Merel Kahmann: ‘In Nederland moet je van alles weten en zelf regelen, ook als je een woning krijgt. Zelfredzaamheid, noemen we dat. Maar nieuwkomers hebben juist extra begeleiding nodig, de Nederlandse samenleving is best ingewikkeld. Dat geldt voor ons al – met dingen als DigiD of de belastingaangifte. Laat staan dat je Eritrees bent en de Nederlandse taal niet spreekt.’ Dit kan tot gevolg hebben dat mensen al snel schulden maken. ‘Ze besteden het inrichtingsgeld aan andere dingen, sturen het bijvoorbeeld naar hun familie die in het thuisland in problemen is. Hier is voorlichting over schuldenproblematiek en budgetten essentieel. Wij adviseren de begeleiders: ga op huisbezoek. Een matras op de grond zegt heel veel…’

Zorg voor een vast aanspreekpunt

Shewit Ghebreamlak vindt het belangrijk dat de mensen in de eigen taal – Tigrinya – voorlichting krijgen over de Nederlandse systeemwereld. ‘Zodat de Eritreeër weet dat die inrichtingspremie een gift of een lening is; zorg ook dat ze van elkaar weten hoe het zit! En laat ze kennismaken met Nederlandse instanties, hoe die te werk gaan.’ Organiseer een vast aanspreekpunt en een toelichting in de eigen taal, stelt Shewit.

Zoals bijvoorbeeld de gemeente Hulst dat doet, met een bewustwordingsprogramma in stappen: wat is een uitkering en wat doe je daarmee. ‘Een begeleiding om statushouders zelfstandig te maken’, aldus de deelnemer.

“Docent help mij! Die vraag krijg ik dagelijks’, meldt een taalaanbieder uit Goes. ‘En logisch, ik kan mijn leerlingen goed volgen, ik zie hen elke dag in de klas en krijg zo een vertrouwensband met de cursist.’

Scene 3. Gezondheid

Luam heeft al een tijdje last van hoofdpijn. Ze slaapt slecht, heeft een trauma van wat er gebeurde in Eritrea en tijdens haar vlucht. Ze piekert veel, denkt dat ze misschien zwanger is. Hoe moet dat nou? Luam wil naar de dokter, maar weet niet hoe ze die vindt. De huisarts hier heeft geen witte jas aan; ze vertrouwt hem niet.

De meest voorkomende klachten van Eritreeërs in Nederland zijn psychosociaal. Mensen hebben last van stress en slapeloosheid. Ze piekeren veel en hebben nare dromen’, aldus Merel Kahmann. ‘De gevolgen van een vlucht kunnen ernstig zijn. Maar feit is: psychosociale problemen worden in Eritrea niet erkend. Dat is belangrijk voor een huisarts om te weten.’

Haar tip aan de arts: noem de klachten niet psychosociaal, maar ga bijvoorbeeld in op het slapeloosheidprobleem. Andere klachten die onder Eritreeërs veel voorkomen zijn seksuele problemen, van soa’s tot ongewenste zwangerschappen, en alcohol en marihuana.

BrugZit geeft voorlichting over de medische zorg in Nederland en over anticonceptie. ‘We weten dat Eritreeërs daar weinig van afweten.’ Jonathan Michael vult aan: ‘Als iemand psychische problemen heeft, koppel hem of haar dan aan een andere Eritreeër. Die kan helpen.’

Scene 4. Werk en opleiding

Luam wil werken. Ze heeft dat toch steeds gezegd? Maar het schiet niet op met dat werk. Ze hoort dat ze vacatures moet lezen en een sollicitatiebrief moet sturen om te laten weten dat ze de baan graag wil. Hoe moet ze dit aanpakken?

Onder Eritreeërs is de wens om te werken groot, weet de onderzoeker. ‘Zet in op de opleiding, een startkwalificatie is belangrijk. Het is voor een gemeente enorm lastig in te schatten wat het niveau is van de Eritreeër. De informatie in het TVS systeem is soms minimaal, bijvoorbeeld opleidingsniveau “laag”.

BrugZit adviseert om met iedere statushouder een intake te doen over arbeidsverleden en wensen van de persoon. Wat wil hij of zij? Shewit Ghebreamlak heeft ook plannen om een dagbesteding te organiseren voor elke nieuwe Eritrese statushouder. ‘Constant de taal oefenen is nodig. Dat lukt als je werkt, als je bezig bent. Zo kom je in contact met andere Nederlanders.’