Workshop 2: Nieuwe woningbeheerders in de buurt

De kracht van dragende en vragende bewoners

Er is een nieuwe groep woningbeheerders ontstaan, die ook doelgroepen zoals vergunninghouders, die traditioneel door woningcorporaties worden bediend, huisvesten. Livable en de Huischmeesters vertellen hoe zij te werk gaan en waar je bij de huisvesting op moet letten.

Gesprekleider Johan van der Craats vertelt in zijn inleiding dat de hoge instroom van vluchtelingen de gemeentes tot creatieve oplossingen dwingt, zoals woningdelen, ombouw van kantoren en unitbouw. Maar door de toename van de instroom kregen ze hulp van nieuwe woningbeheerders, zoals Livable en de Huischmeesters. Deze partijen geloven in een aanpak vanuit maatschappelijke betrokkenheid. Waar leegstand de buurt raakt, kunnen geëngageerde bewoners zorgen voor een positieve draai. Kwetsbare groepen, maar ook vergunninghouders, kunnen hiervan profiteren.

Kansenfabriek

In zijn presentatie vertelt Dennis Cleef van Livable hoe zijn bedrijf de gemeente Nissewaard ondersteunde om een oud leegstaand zorgcentrum in Spijkenisse tot kansenfabriek om te bouwen. Hier werden startende ondernemers, net afgestudeerden en jonge vergunninghouders gehuisvest.

Livable beheert het pand en stimuleert de nieuwe bewoners om maatschappelijk betrokken te zijn met hun omgeving. Dat gebeurt bijvoorbeeld doordat de nieuwe bewoners de omliggende buurt ondersteunen via het digitale platform www.zorgvoorelkaar.com.

Ouderen langer thuis

Toch is die sociale betrokkenheid in de praktijk nog lastig, constateert een deelnemer (van een woningstichting) tijdens de workshop. ‘Waar wij tegenaan lopen, is dat sinds de bejaardenhuizen zijn gesloten, ouderen langer thuis blijven wonen. De gezinnen die in de directe omgeving wonen, zeggen niet: “Wij gaan die ouderen helpen.”’ Vaak zien corporaties lijdzaam toe. ‘We kunnen nog een brief sturen, maar vaak blijft het daarbij.’

Dennis beaamt dat veel traditionele huisvestingspartijen nog niet gewend om op deze manier te werken. ‘Waar bij gezinnen vaak de tijd ontbreekt om te helpen, hebben jongeren wel tijd om bij sociale projecten betrokken te zijn in hun directe omgeving. Bovendien, wij vormen woongemeenschappen en zetten vragende en dragende bewoners wonen naast elkaar. Zij komen elkaar tegen op de gang en raken met elkaar aan te praat.’

Moestuin

Marc Ketelaar van de Huischmeesters vertelt tijdens zijn presentatie hoe een kinderdagverblijf dat zeven maanden leegstond, nu een plek is om statushouders en mensen met een lichte begeleidingsvraag op te vangen. Tegelijkertijd is er in het pand een jongeren servicecentrum gevestigd, geeft het Leger des Heils dagbesteding en onderhouden de bewoners samen een moestuin.

‘Ik word hier heel enthousiast van’, zegt een van de deelnemers. ‘Maar hoe kunnen jullie dit bekostigen? De schoorsteen moet bij jullie wel blijven roken.’ Marc Ketelaars: ‘Wij beheren en exploiteren het pand en de maatschappelijke organisaties betalen voor de ruimte die ze huren. Ook wil de gemeente nog wel eens bijspringen. Wij krijgen de begroting bij dit soort projecten vrijwel altijd rond.’

Zo efficiënt mogelijk

Daarnaast gaat de Huischmeesters creatief om met investeringen. ‘Om een woning in te richten, kopen we via marktplaats een keukenblok van 300 euro.’ Ook het beheer van de locaties verloopt zo efficiënt mogelijk. ‘Een gebouw met achttien bewoners kun je niet door een fulltimer laten beheren. Per regio hebben we een beheerder die langs verschillende locaties reist.’

Goed kijken naar de buurt

Samenspel stimuleren. Dat is volgens Marc de kern om zulke projecten te laten slagen. “Goed kijken naar de buurt. Zien zij het zitten en kunnen ze de nieuwe bewoners aan? En gaandeweg kijken hoe het loopt en continu in gesprek blijven met de buurt én bewoners. De buurt moet weten wie er wonen. Wij weten van iedere bewoner wie het is, wat ze hebben meegemaakt.’ Belangrijk is ook om een juiste mix van vragende en dragende bewoners te hebben. ‘Eenderde bestaat uit een groep met een hulpvraag en tweederde bestaat uit jongeren.’

Er gaat ook wel eens iets mis, erkent Marc. ‘Het komt voor dat bewoners niet aarden in een  woonvorm en dan leggen wij dat terug naar de hulpverleningsinstantie.’ Marc sluit af met een laatste tip aan de deelnemers: ‘Start een pilot, leer ervan en breng het vliegwiel op gang. Durf te ondernemen.’