Wieke Paulusma, sinds 2014 raadslid in Groningen: Zuurstof voor de lokale democratie

Nummer 5, 23 maart 2018

Auteur: Leo Mudde | Beeld: © Jiri Büller


Vier jaar geleden debuteerde ze als raadslid, maar in plaats van stil het kunstje af te kijken van de ervaren politici koos Wieke Paulusma ervoor de ramen van het Groningse stadhuis wijd open te zetten om nieuwe zuurstof voor de lokale democratie binnen te laten. Waar staat de gemeenteraad in een snel veranderende samenleving, hoe ziet een raadslid 2.0 eruit? ‘We doen alsof we heel aparte mensen zijn, maar als we het stadhuis uitstappen, zijn we gewoon weer bewoners van de stad.’

In 2014 kwam ze in de gemeenteraad van Groningen. Voor D66, maar dat is eigenlijk niet belangrijk. Natuurlijk, ideologisch voelt Wieke Paulusma (39) zich er prima thuis, maar haar keuze voor die partij is toch vooral ingegeven door haar bewondering voor Els Borst van wie de uitspraak is ‘Politiek is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten’. In plaats van als D66’er profileert zij zich liever als raadslid namens de héle bevolking, altijd werkend aan een zo breed mogelijk draagvlak dat zich uitstrekt tot ver buiten de raadzaal en het stadhuis - luisteren naar de inwoners en hun letterlijk een stem geven: ‘Ik ben actief op het gebied van de democratische vernieuwing, zoals de G1000 en de Coöperatieve Wijkraad waarin gelote wijkbewoners samen met een paar raadsleden beslissingen over hun eigen wijk nemen. Dat schuurt, je bent dan niet alleen raadslid maar ook gewoon inwoner van deze stad.’
Ze gelooft niet in een strikte scheiding tussen wat de raad in het stadhuis doet en wat er buiten, in de stad, gebeurt. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we de representatieve en de participatieve democratie bij elkaar moeten brengen om tot de beste besluiten te komen. Dat is onontgonnen gebied, dat doen we heel weinig en het kost tijd, maar ik vind dat superleuk. Toen ik vier jaar geleden begon, wist ik niet wat ik kon verwachten. Maar ik vind het fantastisch en wil graag nog een tijdje door.’
Ze zit er ontspannen bij, voor haar nog geen campagnestress. Die komt over een halfjaar, als Groningen, mogelijk Haren en Ten Boer naar de stembus gaan om de raad van de nieuwe gemeente Groningen te kiezen die 1 januari 2019 van start gaat.

Alsof het stadhuis een andere dimensie is

Er is veel discussie over raadsleden. De werkdruk zou te groot zijn, de beloning te laag, de waardering schiet tekort, ondermijning en infiltratie door de onderwereld liggen op de loer. Als je de berichten moet geloven, wil bijna niemand meer raadslid worden.
‘De discussie gaat heel weinig over wat we écht doen. Heel bepalend voor de beeldvorming waren die filmpjes van kandidaten bij Jinek. Dat werd achteraf een beetje rechtgebreid, maar uiteindelijk werd de lokale democratie wel te kakken gezet. Dat ligt niet alleen aan de pers, wij maken het zelf ook niet aantrekkelijk genoeg om mee te doen. En er ligt veel te veel nadruk op het vele lezen en vergaderen. Het is zo saai en het kost zo veel tijd, hoor je dan. Het is maar wat je er zelf van maakt.’

Raadsleden doen zichzelf ook tekort, zij vinden het vaak gênant om te investeren in hun eigen ondersteuning door de griffie.
‘Ja, maar ik denk wel dat er een kanteling nodig is, dat we meer moeten gaan beseffen dat niet alles van ons hoeft te komen. Wij zijn niet dé oplossing, wij zijn een deel van de oplossing. Die verantwoordelijkheid hoef je niet alleen te dragen. Ik gun het nieuwe raadsleden dat ze vaker durven te zeggen: “Ik weet het ook niet”, of: “U zegt hier iets, ik schrik daarvan, mag ik er even over nadenken?” In plaats van te doen alsof we op alles een kant-en-klaar antwoord moeten hebben. We moeten ons als raad wat kwetsbaarder opstellen. Ik hoop dat nieuwe raadsleden dat durven en niet altijd snel willen scoren en een persmoment creëren waarvan ze achteraf denken: vond de rest dat eigenlijk ook wel een goed idee?’

Dat klinkt mooi, maar in de praktijk worden raadsleden wel beoordeeld op hun zichtbaarheid in de media.
‘Ik geloof niet dat die zichtbaarheid iets aan de kloof tussen politiek en samenleving gaat doen. Daar prikken bewoners doorheen. We hebben bijna alles politiek gemaakt: als de straatverlichting het niet doet, moet je bij partij X zijn, als de zorgverlening hapert bij partij Y. Ik denk dat het een verantwoordelijkheid is van het lokaal bestuur om het gesprek met de bewoners aan te gaan. Nu schrijven bewoners op Facebook dat de gemeente op van alles bezuinigt en dat ze steeds in de hondenpoep trappen. Dan kun je als raadslid daar vragen over stellen, maar daarmee zitten we nog niet in de samenleving. Dan bied je iemand iets aan wat niet zijn of haar oplossing was.’

Wat zou je dan wel moeten doen?
‘Durf keuzes te maken, ga voor een hondenpoepvrije wijk maar durf dan óók uit te leggen waar je minder geld aan uitgeeft. En stop met praten over de kloof tussen de politiek en de inwoners, hoe meer we het daarover hebben hoe groter die wordt en hoe langer die blijft bestaan. Die kloof is juist ontstaan doordat we in het stadhuis een beetje onze eigen dingen hebben gedaan. Het experiment met de Coöperatieve Wijkraad heb ik heel stil gehouden want ik wilde het vooral niet politiek maken. Het mocht ook geen partij-ding worden, ik heb een wethouder van een andere partij gevraagd mee te helpen, en een aantal ambtenaren, bewoners en de burgemeester. Daardoor werd het van niemand – en dus van iedereen. Dat is de rol van raadsleden in de lokale democratie: kijk waar je het minder politiek kunt maken en meer van ons allemaal. Daarmee bouw je aan geloofwaardigheid.’

Dat is ook de idee achter experimenten met democratische vernieuwing, zoals de G1000. Als die aanslaan, is er dan straks nog wel een rol weggelegd voor een gemeenteraad?
‘De raad blijft altijd bestaan, voor onderwerpen als vluchtelingen, grotestedenbelangen, werkgelegenheid. Maar er zijn veel andere thema’s die we politiek hebben gemaakt maar waarvan we ons kunnen afvragen: waarom eigenlijk?
‘Het is niet het een of het ander. Je zult de gekozen volksvertegenwoordigers en burgerinitiatieven bij elkaar moeten brengen, dat is ook wat we met de G1000 hebben gedaan: niet alleen bewoners zijn geloot, maar ook raadsleden en ambtenaren om te voorkomen dat je een aantal boodschappenlijstjes krijgt. Dan staan we aan de ene kant van de kloof naar de andere kant te roepen wat we willen. Daar geloof ik niet in.
‘We moeten toe naar een nieuw gesprek met elkaar waarbij gedoe niet de aanleiding is, de G1000 was daarvan een heel mooi voorbeeld. Een raadslid zei aan het eind van de dag tegen mij: “Wat is dit prachtig. Er worden allemaal heel waardevolle dingen genoemd waar we het op het stadhuis nooit over hebben.” Alsof het een andere dimensie is.

Dat moet voor raadsleden die al langer meelopen, heel confronterend zijn.
‘Het klassieke raadswerk biedt structuur, ritme en comfort, dan is zo’n experiment als de G1000 best ingewikkeld. Dat is het voor bewoners ook. Hun wordt ineens gevraagd wat ze zelf eigenlijk van iets vinden. Die zeggen dan: “Ja wacht eens even, ik betaal belasting, moet ik er nou ook nog wat van vinden?” Daar gaat het schuren, aan beide kanten. Maar als het dan echt bij elkaar komt, krijg je de zuurstof die de lokale democratie nodig heeft. Dat is ook wat de Coöperatieve Wijkraad doet, met raadsleden die daar niet hun partij vertegenwoordigen maar de hele gemeenteraad. Ze moeten afstappen van hun flyers en verkiezingsprogramma. Dat is voor raadsleden een uitdaging.’

Kijk waar je het minder politiek kunt maken en meer van ons allemaal

Moeten de politieke partijen nu gewoon maar gaan luisteren naar wat de inwoners willen en hun eigen uitgangspunten loslaten?
‘We willen vaak hetzelfde, maar de weg ernaartoe is verschillend. Er is geen enkele partij die het wel oké vindt dat ouderen achter de geraniums wegkwijnen. Ze moeten een prettig leven hebben in de stad waar ze hebben gewerkt en hun kinderen hebben grootgebracht, we vinden allemaal dat schone lucht belangrijk is en dat kinderen het beste onderwijs verdienen. Het is toch zonde om daar dan debat over te voeren? We verzanden nu in discussies die eigenlijk geen discussies zijn.
‘Dat hebben de inwoners ook door. Die zeggen na een commissievergadering: “Waar ging het nou eigenlijk over? Jullie willen allemaal schone lucht, alleen de ene partij wil schonere auto’s en de andere een autovrije binnenstad.” Bewoners vragen erom: vind elkaar in het midden, dat doe je thuis toch ook? We doen een beetje alsof de gemeenteraad een heel apart gremium is met heel aparte mensen, maar als we het stadhuis uitstappen zijn we gewoon weer bewoners van de stad of het dorp, en zoeken we thuis, op de vereniging en op het werk ook naar de consensus. Omdat we in alle redelijkheid snappen dat het de meest effectieve manier is om eruit te komen. In de politiek zijn we gaan denken dat we alleen maar resultaat kunnen bereiken door het verschil te maken in plaats van te kijken naar onze overeenkomsten. Wie afhankelijk is van zorg of ondersteuning is niet gebaat bij politiek gekissebis.’

U zegt het: raadsleden zijn ook gewoon inwoners van de stad. Toch zijn ze onderdeel van het systeem geworden, in plaats van de volksvertegenwoordigers zoals die ooit waren bedoeld. Onlangs werd een raadslid door de rest van de raad op de vingers getikt omdat hij kritiek had op de gemeente. Dat is toch raar?
‘Dat was ook absurd. Daarvan dacht ik: kom op media, ga daar nou eens wat mee doen in plaats van al die filmpjes bij Jinek. Maar het raadslidmaatschap lijkt inderdaad steeds meer een beroep te worden. We zijn te veel gaan koersen op vaardigheden, snel stukken lezen, goed kunnen debatteren, goed de pers te woord kunnen staan. We doen alsof er geen ruimte is voor twijfel, onzekerheid, voor rode vlekken in de hals, voor zeggen dat je het ook niet weet. 
‘Aan de andere kant is het tenenkrommend hoe weinig respect er is voor wat we doen. Als je mensen vraagt wat raadsleden doen, is negen van de tien keer het antwoord: niets, maar ze krijgen er wel geld voor. In die hele professionaliseringsslag van raadsleden mis ik het werken aan herwaardering in de publieke opinie van wat wij doen, dat is zinniger dan een cursus diagonaal lezen.’

In Groningen zijn pas in november raadsverkiezingen. Wat gaat u de kiezers beloven?
‘Eigenlijk vind ik dat je niks moet beloven. Je kunt zeggen: dit is ons verkiezingsprogramma, maar morgen ziet de wereld er heel anders uit. De belofte zou moeten zijn dat je met de kiezer in gesprek gaat, in plaats van: dit gaan we doen en daar kunt u mij op afrekenen.
‘Ik ben in IJsland geweest, daar hebben ze met duizend gelote bewoners de grondwet herschreven. Daar heeft men vertrouwen in de inwoners. Dat zouden raadsleden hier ook in hun rugzak moeten meenemen: heb vertrouwen. Want waarom zou jij van de ene op de andere dag, als je in de raad wordt gekozen, ineens wél de wijsheid hebben om besluiten te nemen? In IJsland laten ze een heleboel dingen over aan de samenleving. En dat gaat prima.’

Tot slot, nog tips voor de raadsleden die volgende week voor het eerst worden geïnstalleerd?
‘Durf keuzes te maken. Natuurlijk lees je de stukken, maar misschien is het wel belangrijker wat je kunt ophalen in de stad. Heb vertrouwen in jezelf. Je hoeft niet de punten en komma’s van een dossier uit het hoofd te kennen, dat vraagt de stad niet van je. Als je op het moment dat het ertoe doet maar weet waar het over gaat. Focus op een aantal dingen, heb niet de illusie dat je álles kunt of naar je hand kunt zetten, dat is onmogelijk.‘En: drink na vergaderingen nog een biertje met elkaar, en vooral níét met je eigen fractie. Als je ergens tijd in wilt steken in het begin, doe het dan daar in. Doe het ook buiten het stadhuis, in het café. Dus begin niet met lezen, maar ga vooral ook koffie drinken met al die mensen die al langer in de raad zitten. En investeer in je relatie met de griffie en de bodes, dat zijn echt je beste vrienden.
‘Laat het ook een beetje gewoon op je af komen. Je hoeft de wereld niet in een dag te veranderen.’