Fase

Wetsvoorstel aangenomen door EK, publicatie in Staatsblad

Formele titel

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)

Kamerstuknummer

36746

Staatsbladnummer(s)

Inhoud

Het wetsvoorstel is bedoeld om werknemers met flexibele arbeidscontracten meer zekerheid te geven, zowel in hun werk als in hun inkomen. Daarnaast moet het wetsvoorstel zorgen voor meer duidelijkheid over werktijden en roosters. Een ander doel is dat flexwerkers meer uitzicht krijgen op een vast contract. Het wetsvoorstel draagt bij aan het verkleinen van de verschillen tussen arbeid in vast dienstverband en flexibele arbeid, zoals uitzendarbeid en andere vormen van flexwerk.
erder worden nulurencontracten afgeschaft en vervangen door bandbreedtecontracten. In een bandbreedtecontract wordt vooraf een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, met maximaal 30% verschil. Oproepen die boven het maximum aantal uren zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. Als er structureel meer uren worden gewerkt moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren. Jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, mogen wel op oproepbasis blijven werken.

Verder worden nulurencontracten afgeschaft en vervangen door bandbreedtecontracten. In een bandbreedtecontract wordt vooraf een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, met maximaal 30% verschil. Oproepen die boven het maximum aantal uren zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. Als er structureel meer uren worden gewerkt moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren. Jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, mogen wel op oproepbasis blijven werken.
 

Status

Aangenomen op 12 mei 2026 door de Tweede Kamer en op 7 juli 2026 door de Eerste Kamer.

Beoogde datum inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.