Werk voor gehandicapten: vrolijkheid in het bedrijf

VNG Magazine nummer 15, 5 oktober 2018

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Daniella van Bergen

In 2013 kwamen overheid, werkgevers en werknemers een hoge ambitie overeen: eind 2025 zullen zij samen zorgen voor 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking: de markt neemt er daarvan 100.000 voor haar rekening, de overheid 25.000.


Van tijd tot tijd druppelen tussenstanden naar buiten. De laatste is van juli 2018, toen staatssecretaris Van Ark (VVD) de Kamer schreef dat de werkgevers hun jaarlijkse doelstelling weer ruimschoots hadden gehaald, maar dat de overheid – opnieuw – achterbleef. Tienduizend banen had de overheid in 2017 moeten creëren, maar de teller stokte halverwege de zes- en zevenduizend.
Bij de rekenmethode zijn al de nodige kanttekeningen geplaatst. Er is bijvoorbeeld op gewezen dat de werkzaamheden waarop de doelgroep relatief vaak is aangewezen – schoonmaakbedrijven, catering, groenvoorziening – nu juist vaak door de overheid zijn uitbesteed. Hoewel ze dus meestal werkzaam zijn in en voor de gemeente, tellen ze mee voor de marktsector. Niet eerlijk, mopperen gemeenten. Maar intussen doen ze wel hun best, en als ze geen mensen kunnen plaatsen in de eigen organisatie dan gaan ze wel allianties aan met het lokale bedrijfsleven om ze daar aan de slag te krijgen. Die doelstelling van 25.000 extra banen bij de overheid is mooi, en als het niet lukt, hangen de overheid sancties boven het hoofd, maar waar het echt om gaat is mensen een perspectief te bieden. En werk is daarvoor nog altijd het beste middel.
Dat vindt ook wethouder Nadine Stemerdink (PvdA) van Leidschendam-Voorburg. Zij vindt het jammer dat er zo veel aandacht is voor de achterblijvende overheid. ‘Het gaat erom dat mensen aan het werk gaan, de weg ernaartoe maakt niet veel uit.’

Wethouder ‘van alles’
Stemerdink is in Leidschendam-Voorburg wethouder van zo’n beetje alles. Haar portefeuille is gevuld met, onder meer, werk & inkomen, personeel & organisatie, openbare ruimte, dienstverlening en water & groen. Erg handig, vindt ze zelf, want hierin valt alles samen om mensen aan het werk te helpen. Als het gaat om de contacten met de ondernemers – een onmisbare partij om de doelgroep ergens geplaatst te krijgen – werkt ze goed samen met haar collega-wethouder Astrid van Eekelen (VVD), die over de lokale economie gaat.
Het bedrijfsrestaurant van de gemeente Leidschendam-Voorburg is het paradepaardje van het beleid. In april opende het vernieuwde restaurant met het nieuwe concept, ontwikkeld door de plaatselijke cateraar Van Leeuwen. De speerpunten van het concept: lokaal en sociaal, precies dezelfde als die van de gemeente. In het restaurant werken mensen met een arbeidshandicap en de verse producten worden betrokken van lokale ondernemers.

Als ze binnen zijn, blijkt pas wat ze kunnen

De gemeente, als een van de grootste werkgevers, moet het goede voorbeeld geven, vindt Stemerdink. Ze stelt zich ruimhartig op bij het binnenhalen van de doelgroep. ‘Als ze eenmaal binnen zijn, blijkt pas wat ze kunnen. Laat ze maar aan de slag gaan, dan merken we vanzelf hoe we hen als organisatie het best kunnen inzetten. Soms lukt het niet en is er geen match, dan moet je eerlijk zijn en afscheid van elkaar nemen.’

Meerwaarde
Ook werkgevers zijn inmiddels doordrongen van de meerwaarde van het werken met arbeidsgehandicapten. Die zijn doorgaans gemotiveerd tot op het bot en brengen, zegt Stemerdink, de vrolijkheid het bedrijf in. ‘Dat werkt aanstekelijk. De werkgevers hebben lang de kat uit de boom gekeken, maar nu doet de mond-tot-mondreclame haar werk. Werkgevers horen van elkaar de goede verhalen. Echt, het bedrijfsleven is hier zeer bereid om mensen kansen te bieden.’
De gemeente ook, vanzelfsprekend. Bij de dienst stadsbeheer zijn voormannen opgeleid om deze groep te begeleiden. Daarnaast steekt de gemeente veel energie in het ‘ontzorgen’ van de ondernemers, bijvoorbeeld door de papierwinkel voor hen in te vullen en de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden. En Leidschendam-Voorburg heeft twee accountmanagers in dienst die fulltime bezig zijn mensen uit de doelgroep te plaatsen bij reguliere werkgevers – als het niet voor een echte baan is, dan wel voor een stage- of werkervaringsplek. 
Er gaat ook geen aanbesteding de deur uit zonder ‘social return’-eis. Wie wil meedingen naar een opdracht van de gemeente, zal daarvoor mensen uit de doelgroep moeten inzetten.

Olievlek
‘Ik heb daar nog nooit een negatieve reactie op ontvangen’, zegt de wethouder. ‘Ja, soms vond men het wat ingewikkeld, maar de meerwaarde wordt algemeen onderkend. Sterker, het mkb hier werd steeds enthousiaster. De ondernemers die hebben meegedaan in een aanbestedingstraject zijn onze ambassadeurs geworden, ze vertellen het door in hun netwerken, het enthousiasme verspreidde zich als een olievlek.’
En heeft Leidschendam-Voorburg het nu allemaal fijn voor elkaar, kan het achteroverleunen? Absoluut niet, zegt Stemerdink. ‘Ik heb me erop verkeken hoeveel tijd erin gaat zitten. Het aantal uren dat onze medewerkers bezig zijn om mensen aan de slag te krijgen – zij werken hard, daar moeten we zuinig op zijn. En we leren nog elke dag. We kunnen het in de aanbesteding wel allemaal mooi opschrijven, zoals met ons bedrijfsrestaurant, maar dan komen die mensen hier uiteindelijk echt binnen en moeten ze meteen 650 mensen bedienen. Het was die eerste dag enorm druk, dat was best spannend.’

Statushouders
Een nieuwe uitdaging dient zich intussen al aan. Blijft de gemeente de komende jaren nog wel zoet met de arbeidsgehandicapten, ze is nu ook al volop bezig met de statushouders. ‘Een groot deel van ons BUIG-budget gaat naar bijstandsuitkeringen voor statushouders. We hebben dus ook een groot belang om hen aan het werk te helpen’, zegt Stemerdink. ‘Velen kunnen en willen aan de slag, maar ook zij hebben een duwtje nodig. En goede begeleiding, want anders is de kans op frustratie groot, aan beide kanten. Daar zie ik voor de gemeente nog ruimte voor verbetering.’
Het is te hopen dat voor deze groep de plaatselijke ondernemers net zo hun best zullen doen. Er ligt in ieder geval een goede basis in de vorm van een heus netwerk van sociaal ambassadeurs. ‘Zij doen ongelooflijk veel voor ons en wij proberen ze zo goed mogelijk te ondersteunen. Ze komen regelmatig bij elkaar om informatie uit te wisselen en houden elkaar enthousiast. Je moet er als werkgever natuurlijk wel achter staan, of dat nou de gemeente is of een ondernemer. Als je er niks mee hebt, gebeurt er ook niks.’ t
Meer dan de helft van de mensen met een arbeidsbeperking zit momenteel thuis. Daarom startte staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) direct na het zomerreces een ‘offensief’ om ook deze groep aan een reguliere baan te helpen. Leidschendam-Voorburg is er al sinds 2015 mee bezig, met succes.