Wat is het doel van het VN-Verdrag?

In juni 2016 heeft Nederland het VN-Verdrag inzake rechten van personen met een handicap (hierna VN-Verdrag) geratificeerd. Een belangrijke stap om het doel van het VN-Verdrag te behalen: drempels voor personen met een beperking zo veel mogelijk weg te nemen, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan de samenleving.

Het VN-Verdrag schept geen nieuwe mensenrechten, maar is een uitwerking van de rechten opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en daaropvolgende mensenrechtenverdragen.

Om wie gaat het in Nederland?

1,7 miljoen personen met een langdurige ziekte, aandoening of handicap.

1,5 miljoen personen met een lichamelijke handicap.

1,3 miljoen doven en slechthorenden.

316 duizend blinden en slechtzienden.

281 duizend personen met ernstige psychische aandoeningen.

142 duizend personen met een (licht) verstandelijke beperking.

* Deze cijfers bevatten dubbelingen en zijn deels gebaseerd op schattingen van CBS en SCP.

Wie is verantwoordelijk voor de implementatie van het VN-Verdrag in Nederland?

De Nederlandse staat is partij bij het VN-Verdrag en als zodanig verplicht het verdrag te implementeren. Gemeenten zijn als onderdeel van de staat ook verplicht het verdrag uit te voeren. Het ministerie van VWS heeft hierin een coördinerende rol. Maar omdat het VN-Verdrag de hele samenleving raakt, is voor goede uitvoering de betrokkenheid van veel partijen nodig.

Het ministerie van VWS werkt hiervoor samen met de Alliantie voor Implementatie van het VN-verdrag  (bestaande uit Ieder(In), MIND, Per Saldo en de Coalitie voor inclusie; zij vertegenwoordigen de mensen met een beperking), VNO-NCW en MKB Nederland (vertegenwoordigen de ondernemers en werkgevers), verschillende ministeries en de VNG.

De VNG heeft de verantwoordelijkheid genomen om een impuls te geven aan bestaande en nieuwe inspanningen van gemeenten die zich richten op het volwaardig meedoen van hun inwoners. Dit doen we via het project ‘Iedereen doet mee!’ Zie voor meer informatie over dit project

De Nederlandse staat is partij bij het VN-Verdrag en als zodanig verplicht het verdrag te implementeren. Gemeenten zijn als onderdeel van de staat ook verplicht het verdrag uit te voeren. Het ministerie van VWS heeft hierin een coördinerende rol. Maar omdat het VN-Verdrag de hele samenleving raakt, is voor goede uitvoering de betrokkenheid van veel partijen nodig.

Het ministerie van VWS werkt hiervoor samen met de Alliantie voor Implementatie van het VN-verdrag  (bestaande uit Ieder(In), MIND, Per Saldo en de Coalitie voor inclusie; zij vertegenwoordigen de mensen met een beperking), VNO-NCW en MKB Nederland (vertegenwoordigen de ondernemers en werkgevers), verschillende ministeries en de VNG.

De VNG heeft de verantwoordelijkheid genomen om een impuls te geven aan bestaande en nieuwe inspanningen van gemeenten die zich richten op het volwaardig meedoen van hun inwoners. Dit doen we via het project ‘Iedereen doet mee!’ Zie voor meer informatie over dit project www.vng.nl/iedereen-doet-mee

En wie controleert dit?

De minister van VWS legt verantwoording af aan de Tweede Kamer en heeft in het debat van 31 januari 2018 toegezegd jaarlijks te rapporteren. Sowieso moet Nederland als verdragspartij aan de VN rapporteren over de voortgang van de implementatie. Dit gebeurt voor het eerst twee jaar na de ratificatie (dus in 2018) en daarna elke vier jaar. Zie de rapportage (pdf). Het College voor de Rechten van de Mens (CRvdM) kan als (onafhankelijke) overheidsorganisatie ook een rapportage sturen. Overige (mensenrechten)organisaties kunnen aan het Comité rapporteren in een zogenoemde ‘schaduwrapportage’.

Het CRvdM is een bij wet ingestelde onafhankelijke toezichthouder op de naleving van mensenrechten in Nederland.1 Vanuit die rol houdt het College toezicht op de naleving van het VN-Verdrag in Nederland. Naast de rapportage aan het Comité, brengt het elk jaar een voortgangsrapport uit over de situatie in Nederland, met aanbevelingen voor verbeterpunten. Ook behandelt het College klachten over discriminatie, onder andere vanwege handicap of chronische ziekte, en verricht het onderzoek.

  1. Implementatieplan, hst 2, p.5.
  2. Wet College voor de rechten van de mens, art. 1.