Wachtlijst beschermd wonen slinkt door samenwerking

Nummer 16, 20 oktober 2017

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Frank van Nuenen

Vanaf 2020 zijn niet alleen de centrumgemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen, maar alle gemeenten. Regionale samenwerking vóór die tijd loont. De regio Midden-Holland boekt daarmee al resultaten.


Waar kunnen psychisch kwetsbare mensen het best wonen, in een instelling of in een zelfstandige woning? Op zichzelf wonen, krijgt steeds meer de voorkeur, mits dat mogelijk is natuurlijk. Het is beter voor de cliënt en bespaart kosten.
Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor beschermd wonen. De financiering ervan loopt via de 43 centrumgemeenten. Nog wel. Vanaf 2020 worden de middelen voor beschermd wonen, en ook van maatschappelijke opvang, verdeeld over alle gemeenten volgens een nieuw objectief verdeelmodel.
Wie zijn dat eigenlijk, degenen die beschermd moeten wonen? Wethouder Corine Dijkstra (Gouda, ChristenUnie): ‘Het zijn mensen met een psychisch-sociale kwetsbaarheid. Zij kunnen niet zonder begeleiding zelfstandig wonen. Volgens de definitie in de wet moeten ze 24 uur per dag beschermd wonen, maar dat is in de praktijk niet altijd nodig.’
De regio Midden-Holland, die bestaat uit centrumgemeente Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, telde vorig jaar 203 inwoners die beschermd wonen.
Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning moeten gemeenten kwetsbare inwoners begeleiding bieden en opvang in instellingen. De Commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie-Dannenberg), die op verzoek van de VNG advies uitbracht, raadde aan om – net als elders in de zorg de trend is – ernaar te streven psychisch kwetsbare mensen vaker thuis te laten wonen. Dijkstra: ‘Dan haal je de gezonde kant van mensen meer naar boven.’

Onvoldoende geld
Het advies vindt navolging bij veel gemeenten. Zo ook in de regio Midden-Holland. ‘Wij beseften dat het zaak is om nu al in beweging te komen. Allereerst natuurlijk in het belang van de psychisch kwetsbaren in de regio. Maar eveneens omdat in Gouda ook na 2020 nog wel de intramurale voorzieningen zullen staan, maar de gemeente daar dan niet meer voldoende geld voor krijgt.’
Gouda doet het niet alleen, maar met de vier andere gemeenten in de regio. Voor de regiogemeenten gaat het om een relatief kleine groep psychisch kwetsbare inwoners. ‘Juist dat maakt intergemeentelijke samenwerking noodzakelijk.’ Die samenwerking is in 2016 gestart.
Centrumgemeente Gouda nam het voortouw bij de samenwerking. Maar ook Krimpenerwaard is een belangrijke aanjager. Wethouder Lavinja Sleeuwenhoek (Gemeente Belang Krimpenerwaard): ‘We zijn de op één na grootste gemeente in de regio en we hebben zes locaties voor beschermd wonen, de meeste na Gouda (acht stuks).’ Haar gemeente stelde onder meer ambtenaren ter beschikking om onderzoek te ondersteunen van zorgaanbieders in de regio. ‘Die keken of er mensen uit instellingen naar zelfstandig wonen konden. Ze onderzochten waar die mensen konden wonen en wat voor zorg zij daarvoor nodig hadden.’  Daarnaast komt beschermd wonen regelmatig aan bod tijdens de maandelijkse bestuurlijke overleggen van de vijf gemeenten over het sociaal domein. Dijkstra: ‘In het verlengde daarvan werken groepjes ambtenaren van de verschillende gemeenten samen bij onderzoeken.’
Om één heikel punt kunnen zij niet heen: de beschikbaarheid van woningen voor beschermd wonen. Die is cruciaal in een aanpak die is gericht op zo veel mogelijk hulp bieden aan huis. Dijkstra: ‘Gouda beschikt relatief over meer betaalbare sociale huurwoningen dan de vier andere gemeenten. Dat zie ik als de grootste uitdaging van de omslag.’ Ook Sleeuwenhoek maakt zich zorgen over passende woonruimte voor psychisch kwetsbare inwoners. ‘Je kunt alleenstaanden natuurlijk moeilijk in hun uppie in een eengezinswoning zetten.’ Volgens haar zijn er wel voldoende sociale huurwoningen, maar vormt de doorstroming een probleem. ‘Daarom zullen er meer twee- en driekamerappartementen moeten worden gebouwd.’ Beide wethouders wijzen er overigens op dat ook starters op de woningmarkt en bijvoorbeeld jongeren en statushouders, of mensen die recent gescheiden zijn, gegadigden zijn voor dergelijke appartementen.

We hebben met elkaar de instroom weten te beperken

Geschikte locaties vinden, is één, vervolgens moet worden gekeken naar de hulp die inwoners nodig hebben bij beschermd wonen. Dat is vaak geen sinecure. Sleeuwenhoek: ‘Deze mensen hebben vaker ongeplande zorg en begeleiding nodig. De hulp moet erg flexibel zijn. Ze moeten wel 24/7 iemand kunnen bellen. Daarom worden zij vaak gelinkt aan locaties voor beschermd wonen.’
Om te beoordelen wie, waar en wanneer geplaatst wordt, hebben de regiogemeenten een plaatsingscommissie in het leven geroepen. Die bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente, van Eleos (stichting gereformeerde geestelijke gezondheidszorg), Kwintes (organisatie voor beschermd wonen) en het Leger des Heils. De leden komen om de twee weken bij elkaar; zij bepalen wie benaderd wordt voor een open plek en geven uiteindelijk de definitieve plaatsing door aan de gemeente.
Nu is dat nog de gemeente Gouda, de beheerder van de wachtlijst. Die wachtlijst is overigens flink geslonken. Van zestig in 2016 naar zeventien nu. Dijkstra: ‘We hebben met elkaar de instroom weten te beperken en de uitstroom uit instellingen kunnen vergroten.’

Minder marktwerking
Dat ook dankzij de inzet van zorgaanbieders, die daartoe mede zijn aangezet door de gemeenten, benadrukt Sleeuwenhoek. ‘De zorgaanbieders moeten het in feite doen. Als die ons voldoende op de hoogte houden van behoeftes van cliënten en mogelijkheden voor beschermd wonen, komt het in principe wel goed.’ Het is volgens haar ook nodig dat meer zorgorganisaties meedoen. ‘Als iedere organisatie zelf 24-uurszorg moet regelen, zou dat te duur worden en het is moeilijk te organiseren.’ Aanvankelijk deden drie zorgaanbieders mee in de regio, nu doen er zes aanbieders van beschermd wonen mee. Dat is best opmerkelijk, vindt Sleeuwenhoek: ‘Ze beginnen de concurrentiepositie ten opzichte van elkaar steeds meer te verliezen. Er was marktwerking, maar die gaat er steeds meer vanaf. De organisaties hebben elkaar immers nodig.’
Beide wethouders zijn tevreden met het resultaat van de samenwerking tot nu toe. Dijkstra: ‘Het werkt goed en, zeer belangrijk: naar tevredenheid van de cliënten. We maken daarnaast minder kosten. Een cliënt die met begeleiding thuis woont, is voor ons veel goedkoper dan een inwoner die in een instelling woont. We geven die mensen overigens vijfhonderd euro aan inrichtingskosten voor hun huis, dus het komt ook hun weer ten goede.’
De samenwerking bevalt ook Krimpenerwaard. Sleeuwenhoek: ‘We willen immers naar een samenleving waarbij mensen meer thuis wonen met vaste begeleiding. Als gemeente zien we daartoe veel mogelijkheden, ook mede dankzij de dagbesteding Krimpenerwaard.’
Beter kan het natuurlijk altijd, beseffen de wethouders. Dat geldt vooral voor het aanbod aan sociale huurwoningen. Daarbij ziet Dijkstra ook een rol voor het Rijk. ‘Dat kan er ook wel iets meer aan doen om corporaties en gemeenten te prikkelen om meer sociale huurwoningen te bouwen. Iets meer meedenken door Den Haag kan geen kwaad.’