Hoe zit het met de opbouw van IKB over salaristoelagen?

Het IKB wordt in principe opgebouwd over het geldende salaris van een ambtenaar. Dit blijkt uit art. 3:28, tweede en derde lid, CAR-UWO. Het gedeelte van het IKB wat voorheen de vakantietoelage was (art. 3:28 lid 2 sub a) wordt echter opgebouwd over het geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen. Hieronder vallen alleen de salaristoelagen die zijn genoemd in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 van de CAR-UWO. De definitie van salaristoelagen is opgenomen in art. 1:1 lid 1 sub rr CAR-UWO.
Hieruit volgt dat de volgende toelagen als bron voor het IKB kunnen dienen:

  • De functioneringstoelage (3:8)
  • De arbeidsmarkttoelage (3:9)
  • De waarnemingstoelage (3:10)
  • De toelage onregelmatige dienst (3:11)
  • De buitendagvenstertoelage (3:12)
  • De toelage beschikbaarheidsdienst (3:13)
  • De inconveniententoelage (3:14)
  • De garantietoelage (3:15)
  • De afbouwtoelage (3:16)
  • De toelage overgangsrecht (TOR): voor de medewerker in dienst vóór 1 januari 2016, geldt de Toelage Overgangsrecht op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 6, ook als een salaristoelage. (3:37)

De bronnen die voorheen bekend stonden als eindejaarsuitkering (3:28 lid 2 sub b) en levensloopregeling (3:28 lid 2 sub c) en daarnaast het gekapitaliseerde bovenwettelijke verlof (3:28 lid 3) worden alleen opgebouwd over het geldende salaris in een bepaalde maand. Hier worden de salaristoelagen dus buiten beschouwing gelaten.