Uitvoerbaarheid energietransitie staat voorop

VNG Magazine nummer 15, 5 oktober 2018

Auteur: Redactie | Beeld: Mats van Soolingen/HH

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) presenteerde vorige week een analyse van het Klimaatakkoord. De maatregelen hebben potentieel om aan het doel van 49 procent emissiereductie in 2030 te voldoen, stelt het PBL. Het succes hangt echter af van de keuzes die gemaakt gaan worden. VNG-voorzitter Jan van Zanen reageert op deze analyse. ‘We vragen met klem aandacht voor de uitvoerbaarheid van de plannen.’

De Van der Pekbuurt in Amsterdam is een van de 27 wijken die met behulp van subsidie van het ministerie van BZK aardgasvrij gemaakt gaan worden. In totaal hadden 74 gemeenten een plan ingediend.


Het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat voorzitter Ed Nijpels van het Klimaatberaad in juli naar minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat stuurde, omvat allerlei maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent teruggedrongen zou moeten zijn (ten opzichte van 1990). Het PBL becijferde dat de jaarlijkse kosten van deze maatregelen in 2030 neerkomen op zo’n drie tot vier miljard euro. De benodigde investeringen in de periode 2019-2030 schat het PBL op tachtig tot negentig miljard euro.

Van Zanen benadrukt dat er geen gemeente is die twijfelt aan het belang van de energietransitie. ‘Veel gemeenten zijn er ook al mee aan de slag’, zegt hij. Voor het slagen van de energietransitie moeten volgens hem drie zaken op orde zijn: de financiën, wet- en regelgeving en voldoende opgeleide mensen. ‘Zolang deze drie zaken niet zijn geregeld, kunnen gemeenten niet verder in het benodigde tempo.’

Zo moet het voor woningeigenaren financieel haalbaar en aantrekkelijk worden hun woning te verduurzamen. ‘Dat kan bijvoorbeeld door gebouwgebonden financiering’, aldus Van Zanen. ‘Daarbij is de lening voor het verduurzamen van de woning aan het huis gekoppeld en niet aan de hypotheek.’ Banken en financiële instellingen zouden dit mogelijk moeten maken, vindt de VNG-voorzitter. ‘De rekening van de energietransitie mag wat mij betreft niet eenzijdig op het bordje van de inwoners worden gelegd.’

Het Rijk moet gemeenten dan ook tegemoetkomen en zorgen voor extra capaciteit

Decentralisatie

De VNG ziet de energietransitie als een decentralisatie met nieuwe gemeentelijke taken. ‘Het Rijk moet gemeenten dan ook tegemoetkomen en zorgen voor extra capaciteit’, stelt Van Zanen. ‘Zodat we deze taken ook kunnen uitvoeren.’ Daarnaast moeten gemeenten de juiste bevoegdheden krijgen om te kunnen handelen. ‘De uitvoering heeft per definitie ruimte nodig voor lokaal maatwerk. Regelgeving moet daar wel de ruimte voor geven.’ Als voorbeeld noemt Van Zanen dat gemeenten de mogelijkheid krijgen wijken aan te wijzen die van het aardgas af moeten en in staat worden gesteld te sturen op warmtealternatieven.

Van Zanen wijst nog op een praktisch probleem waardoor het onmogelijk is de energietransitie uit te voeren. ‘Bij alleen al de verduurzaming van de gebouwde omgeving gaat het tot 2050 om ongeveer acht miljoen gebouwen; dat zijn duizend woningen per dag. Voor de realisatie daarvan heeft Nederland de mensen niet. Er moeten dus mensen worden opgeleid die het werk kunnen uitvoeren.’