Toegang zonder wijkteams en beschikkingen, vertrouwen als basis - Lansingerland

Betreft toegang

Jeugdwet en Wmo

Uitvoeringsvariant

Outputgerichte uitvoeringsvariant: afspraak tussen de gemeente en zorgaanbieder over het leveren van een prestatie voor een vast bedrag. Hoe deze prestatie wordt behaald, wordt niet vastgelegd.

Samenvatting

De gemeente Lansingerland organiseert de toegang tot zorg en ondersteuning in het sociaal domein niet via een centraal loket of wijkteam, maar via verschillende toegangspartijen: de gemeente, het Centrum voor Jeugd en Gezin (afgekort als CJG), Kwadraad (Maatschappelijk Werk Lansingerland) en Stichting Welzijn Lansingerland welke hoofdzakelijk beschikkingsvrij werken. De gemeente werkt met uitzondering van het zware, specialistische segment en de maatwerkvoorzieningen op basis van de Wmo  vrijwel zonder beschikkingen. Door het grote aanbod van vrij toegankelijke voorzieningen (die beschikkingsvrij beschikbaar zijn voor inwoners) en door het feit dat men snel en op informele wijze contact legt met zorgverleners via onder andere de ‘gezichtenkaart’, is de drempel om hulp te zoeken laag en kan er sneller worden gestart met de benodigde zorg of ondersteuning. Doordat burgers niet op een beschikking hoeven te wachten en de benodigde zorg direct wordt gestart, is de regeldruk voor burgers afgenomen.

Kenmerken van het goede voorbeeld

  • Geen wijkteams, meerdere toegangspartijen.
  • Beschikkingsvrij werken (met uitzondering van het zware, specialistische zorgsegment).
  • Samenwerking geschiedt op basis van vertrouwen.
  • Focus op integrale aanpak binnen de gemeente door taakomschrijvingen ook integraal te formuleren.

Wat is het goede voorbeeld?

De gemeente Lansingerland werkt niet met wijkteams, maar organiseert de toegang tot zorg en ondersteuning in samenwerking met een drietal lokaal gewortelde partijen: het CJG, Kwadraad (Maatschappelijk Werk Lansingerland) en Welzijn Lansingerland. Onderscheid wordt gemaakt op basis van leeftijdsgroepen: zo biedt het CJG bijvoorbeeld de toegang tot jeugdhulp. Wanneer de burger toegang tot zorg en/of ondersteuning niet weet te vinden via één van de samenwerkingspartijen, kan de burger zich ook tot de gemeente richten via een webformulier of door een van haar consultenten telefonisch te benaderen.

De gemeente vormt daarom samen met deze partijen een eerste en zeer laagdrempelige toegangspoort tot zorg en ondersteuning. In principe wordt in de toegang zonder beschikkingen gewerkt en dat beperkt de administratieve lasten.

Bij een licht traject ontvangt de inwoner bijvoorbeeld direct vijf keer ‘gratis’ zorg of ondersteuning, betaald door de gemeente. Het kan hierbij gaan om een vorm van lichte ondersteuning, zoals opvoedondersteuning, maatschappelijk werk en thuisadministratie. Voor specifieke maatwerkvoorzieningen wordt altijd een beschikking verstrekt. Deze werkwijze brengt met zich mee dat mee dat relatief veel aanspraak wordt gedaan op lichte zorg en/of ondersteuningstrajecten. Dit, om de inzet op dure, zwaardere trajecten van zorg en/of ondersteuning zo veel mogelijk te beperken. Of dit beoogde effect daadwerkelijk wordt behaald is moeilijk te meten en volgens de gemeente Lansingerland niet feitelijk te onderbouwen.

Gemeentelijke uitvoering van de toegang in het sociaal domein kenmerkt zich in Lansingerland door laagdrempeligheid en vraaggerichtheid. Concreet wordt laagdrempeligheid voor de inwoner gewaarborgd door inzet van bijvoorbeeld een ‘gezichtenkaart’, die breed verspreid wordt onder bijvoorbeeld de huisartsen binnen de gemeente Lansingerland. Van iedere toegangspartij is één medewerker hierop afgebeeld. Tevens staan zijn/haar directe contactgegevens op deze kaart. Toegang tot de zorg en ondersteuning is daarmee tastbaarder voor de burger en voelt vertrouwd omdat hij/zij ‘weet’ met wie hij te maken heeft.

De gemeente borgt laagdrempelig- en vraaggerichtheid ook door organisaties in te zetten waar inwoners al heen gaan met vragen rondom zorg of ondersteuning. Voorbeelden hiervan zijn het consultatiebureau, het maatschappelijk werk en de ouderenadviseurs. Ook hierdoor is de regeldruk afgenomen, omdat inwoners op het moment dat zij bij deze punten zijn, direct hun vragen met betrekking tot jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning kunnen stellen. Inwoners hoeven niet naar een apart loket.

Tot slot heeft de burger de mogelijkheid om op laagdrempelige wijze aan te geven wat wel en niet goed ging na het zogenoemde keukentafelgesprek middels een ‘postkaart’ met daarop korte vragen. Deze kaart kan na afloop gratis naar de gemeente worden verstuurd. Veel inwoners maken hier gebruik van en uit de feedback blijkt dat inwoners ten aanzien van de toegang tot zorg en ondersteuning overwegend positief zijn. Met deze in de praktijk ingerichte feedbackloop heeft de gemeente direct inzicht in de cliënttevredenheid ten aanzien van haar werkwijze, die zij hier tevens op aan probeert te passen.

Indien een inwoner het aanbod niet passend vindt, dan zoekt de Toegangspartij met de inwoner naar een ander passend aanbod. Een inwoner kan daarnaast altijd een aanvraag doen voor een maatwerkvoorziening. Als deze door de gemeente wordt afgewezen, kan een inwoner hiertegen een bezwaar indienen.

Wat zijn de resultaten van het goede voorbeeld?

Door de eerder opgebouwde vertrouwensrelaties die zijn ontstaan door jarenlange goede samenwerking, werkt de gemeente prettig en overzichtelijk samen met zorginstanties en gaat er geen tijd verloren aan controle en verantwoording. De zorginstanties kunnen op basis van vertrouwen zelfstandig opereren en gaan enkel met de gemeente in gesprek over de te bieden zorg en/of ondersteuning wanneer twijfel bestaat. Dit heeft tot gevolg dat de administratieve lasten verminderen, omdat er voorafgaand aan een zorg- en/of ondersteuningstraject niet eerst akkoord van de gemeente nodig is.

Ook de zorgverleners merken positieve gevolgen. Zo is het werkproces versneld door te werken zonder beschikking, zonder bijvoorbeeld het zetten van stempels en invullen van formulieren en door continu in contact te blijven met de gemeente. Werken met aanzienlijk kortere lijntjes op uitvoeringsniveau vergemakkelijkt het proces. Men is in staat de vragen van hulpbehoevenden beter te behandelen door dichterbij de samenleving te staan.

De inwoners profiteren ook van de laagdrempeligheid: men is sneller in contact met de gemeente of andere toegangspartijen. De afstand tussen hulpinstanties en de inwoners is daarbij verminderd. Verder is er een duidelijke vermindering van administratieve lasten en onduidelijkheid voor de inwoner voorafgaand aan ondersteuning of zorg. Zorg en ondersteuning kan direct starten bij lichte problematiek en daarmee zijn inwoners sneller geholpen. Tot slot hebben inwoners de mogelijkheid directe of indirecte terugkoppeling op de toegang en geleverde diensten binnen het sociaal domein te geven.

Wat heeft de gemeente ervoor gedaan?

Vóórdat de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet in 2015 in werking traden, was er al een nauwe samenwerking met partners in de gemeente. Ten tijde van de decentralisatie is dan ook gekeken naar de kracht en samenstelling van hetgeen dat reeds aanwezig was. Samenwerking was een logische stap: processen zijn gesimplificeerd in plaats van ingewikkelder gemaakt. De transformatie is samen met de huidige samenwerkingspartners geconcretiseerd en op simpele wijze in gang gezet.

De gemeente werkt sterk vanuit hun visie en focus op integraliteit. De basis voor integraliteit wordt onder andere gevormd door het feit dat de gemeentelijke ambities, die in het beleidsplan zijn opgenomen, over beleidsterreinen heen zijn geformuleerd. Medewerkers hebben enerzijds binnen hun team een eigen, inhoudelijk specialisme zodat de essentie niet uit het oog wordt verloren. Anderzijds hebben zij een teambrede, integrale taak naast de specialistische taak, zoals verantwoordelijkheid bij het inkoopproces.

De integrale aanpak wordt verder vormgegeven door voor consulenten met verschillende aandachtsgebieden, gezamenlijke trainingen te faciliteren. Om ervoor te zorgen dat alle burgers dezelfde, kwalitatief hoogstaande zorg krijgen, zijn er trainings- en deskundigheidsprogramma’s opgezet. Hierin maken consulenten afspraken en gezamenlijke doelen en gaan zij na hoe het beste invulling kan worden gegeven aan de toegangsfunctie die zij vervullen binnen hetzelfde team.

De basis van samenwerking tussen de gemeente en toegangspartijen is wederzijds vertrouwen. Concreet houdt dit in dat de wijze waarop de samenwerkingspartners hun toegangsfunctie vervullen niet specifiek is vastgelegd. Zij hebben een grote mate van vrijheid, maar zijn wel continu met de gemeente in gesprek over de vraag die vanuit burgers op hen af komt. Naast het uitvoeringsoverleg dat vier keer per jaar plaatsvindt, nemen de in principe zelfstandig opererende zorginstellingen (telefonisch) contact op met de gemeente wanneer er twijfel bestaat over de te bieden zorg en/of ondersteuning. Gezamenlijk wordt dan besloten hoe een inwoner te ondersteunen. Door de grote mate van vrijheid die de toegangspartijen ontvangen is sprake van regeldrukvermindering. Dit maakt immers dat er geen officiële besluitvormingsprocedures met bijbehorende informatie-uitvragen worden gevolgd.

Een uitdaging is de toename van administratieve lasten bij met name aanbieders die met meerdere gemeenten afzonderlijke contracten hebben afgesloten en aan deze gemeenten individueel verantwoording afleggen. Dit laatste gebeurt tevens veelal op verschillende wijzen. Daarbij sluiten communicatiesystemen van aanbieders en de gemeente nog niet perfect bij elkaar aan, waardoor informatiedeling regelmatig buiten systemen om plaatsvindt. Dit is een onderwerp van gesprek in het uitvoeringsoverleg dat vier keer per jaar plaatsvindt. Vanuit de samenwerkende partijen bestaat de ambitie om hierop in te zetten, concrete plannen hiervoor zijn er echter nog niet.

Tot slot is de privacywetgeving een belemmering: sommige toegangspartijen hebben het gevoel dat zij meer informatie delen dan wordt ontvangen van de gemeente. Gezamenlijk wordt gezocht naar hoe hierin een weg kan worden gevonden. De gemeente gaat vanaf eind 2017 na of zij meer ‘dat-informatie’ in plaats van ‘wat-informatie’ met aanbieders zou kunnen delen zodat optimaal gebruik wordt gemaakt van beschikbare data zonder dat de privacy van burgers wordt geschonden.

Contact