Tevredenheid over proef Drank- en Horecawet

Nummer 14, 22 september 2017

Auteur: Leo Mudde

Voor veel gemeenten is het niet langer de vraag óf restaurants ook kookboeken mogen verkopen, en een schoonheidssalon een glas wijn mag serveren, maar wanneer dat wettelijk mogelijk wordt. Uit de pilot Mengvormen Drank- en Horecawet, waarvan de resultaten vorige week in Madurodam werden gepresenteerd, blijkt duidelijk: de effecten van dergelijke mengvormen zijn vrijwel positief.

De wethouders van de gemeenten die aan de pilot hadden meegedaan en in Madurodam aanwezig waren, reageerden unaniem enthousiast. René de Heer, VVD-wethouder in Zwolle, noemde het een ‘goede promotie van de binnenstad’ en goed voor de saamhorigheid tussen de ondernemers. ‘Wij willen een stad met leuke speciaalzaken zijn, en dankzij die mengvormen zijn we dat.’
Zwolle had vooraf duidelijke richtlijnen voor de ondernemers opgesteld: ‘Het toezicht was streng, we hielden iedereen aan de regels.  We boden graag de ruimte, maar stelden daar wel een grens aan.’ Die grens betrof dan vooral het zorgvuldig omgaan met het schenken van alcohol, de leeftijdscontrole en erop toezien dat de mengvorm niet ten koste mocht gaan van de hoofdactiviteit.
De Heer: ‘Bij de start van de pilot was er veel argwaan, vooral vanuit de horeca. Die was bang klanten te verliezen. We hebben daarover gesproken en geconstateerd dat we allemaal hetzelfde belang hadden, een bruisende binnenstad. Die argwaan is nu weg, iedereen in Zwolle vindt het jammer dat de pilot voorbij is.’

Voor de rechter

Dat vinden ook de 33 andere pilotgemeenten. Zij zouden het liefst zien dat de pilot direct een vervolg krijgt, maar dat staat de Drank- en Horecawet niet toe. Daar is het afgelopen jaar ook veel gedoe over geweest. Zo sleepte de SlijtersUnie de gemeente Nieuwegein voor de rechter en die liet niets heel van de pilot: in strijd met de wet en het was volgens de rechter niet aan gemeenten om met de wet te experimenteren, dat mag alleen de centrale wetgever. En staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) moest keer op keer aan de Tweede Kamer uitleggen dat de pilot toch echt binnen de grenzen van de wet moest plaatsvinden – en de wet hanteert een strikte scheiding tussen enerzijds de verkoop en het schenken van alcohol, en anderzijds tussen slijterij/horecaondernemers en andere ondernemers.

Achterhaald

Achterhaald en niet te handhaven, vonden gemeenten (die verantwoordelijk zijn voor de handhaving), en daarom moet de wet op de schop. De pilot was bedoeld om dat te onderbouwen, en dat is gelukt. André Oostdijk van adviesbureau Berenschot, dat de pilot heeft begeleid, is heel stellig: er is een positief effect op de bedrijfsvoering en het ondernemersklimaat, en er is géén effect wat betreft de openbare orde en veiligheid. Voor de Maastrichtse wethouder Jack Gerats (SP) is dit geen verrassing. Gemeenten zijn volgens hem heel goed in staat zelf de afweging te maken wat wel en wat niet kan. In zijn gemeente deden 24 ondernemers aan de pilot mee. ‘Het grote beeld na afloop is positief’, aldus Gerats, die maatwerk wil: gemeenten moeten ook de ruimte krijgen om mengvormen níét toe te staan.

De VNG brengt de uitkomsten van de pilot in als onderdeel van de discussie over de toekomst van de Drank- en Horecawet. Pieter Verhoeve, burgemeester van Oudewater en ‘trekker’ van de pilot: ‘De trends zijn duidelijk, daar zullen we iets mee moeten, we moeten op zoek naar nieuwe vormen. Ik begrijp de vertegenwoordigers van de horecabranche die het geen prettig idee vinden als anderen ook alcohol mogen schenken. Maar tegen hen zeg ik, met alle respect: u vertegenwoordigt een deelbelang, de overheid het algemeen belang.’