Terugblik bijeenkomst meerjarenvisie Noord-Holland

Personaliseren biedt kansen

 

 

 

De Noord-Hollandse gemeenten die op 10 december 2018 in Hoofddorp meepraten over de Meerjarenvisie Gemeenten 2020-2024 hebben het over vier thema’s: informatiesamenleving, regionale samenwerking, de wijk als samenleving en de energietransitie. En futuroloog Wim de Ridder verkent de grenzen van de ‘internet gebaseerde gemeenschap’.

‘Ik hoop veel ideeën te horen’, zegt Han ter Heegde, voorzitter Vereniging Noord-Hollandse Gemeenten, die de bijeenkomst in het stadhuis van Haarlemmermeer opent. ‘De VNG is een belangrijke tactisch-strategische partner richting het Rijk, bijvoorbeeld als het gaat om het bespreken van regelgeving in het sociaal domein.’

Hij is blij dat er vanavond zo’n zestig burgemeesters, wethouders, raadsleden, griffiers en gemeentesecretarissen zijn gekomen om mee te praten over de Meerjarenvisie Gemeenten 2020-2024.

Debatleider Peter van der Geer peilt in de zaal wat prangende thema’s zijn. Een wethouder maakt zich zorgen: ‘De representatieve democratie staat onder druk. Hoe gaan we daarmee om?’ Een ander is benieuwd welke rol de VNG gaat spelen in regionale samenwerkingsverbanden.

Jantine Kriens vat samen voor welke uitdagingen gemeenten staan. ‘Door bezuinigingen moeten jullie het werk doen met minder mensen, terwijl de gemeente meer taken heeft gekregen. Gelukkig bestaat er een vereniging. Ik kom vanavond niet alleen ophalen wat de trends zijn, maar wil ook peilen wat we als vereniging samen kunnen doen.’

Stad van de toekomst

Maar eerst is het woord aan futuroloog Wim de Ridder. ‘Alles wat twee, drie jaar oud is, is verouderd.’ De futuroloog laat de exponentiële ontwikkeling van computerchips zien: om de twee jaar heb je voor dezelfde prijs een chip waarvan de snelheid is verdubbeld. Deze Wet van Moore gaat al 52 jaar op.

De Ridder: ‘Over vier jaar hebben we te maken met technologische mogelijkheden die we nu nog niet voor ogen hebben. Dat is het spannende van deze tijd.’

In Toronto wordt een stadsdeel proeftuin voor een internet-based 5G-smartcity. ‘De gemeente draagt de regie over aan Google om hier de stad van de toekomst te ontwerpen. Wat wil Google? Een stad waarin niemand een eigen auto bezit, maar waar autonome taxi’s zonder bestuurders rondrijden die je kunt bestellen. Dan hoef je dus ook geen parkeergarages meer te bouwen.’

De Ridder vraagt zich af of inwoners het leuk vinden dat Google alles van ze weet. ‘Als je veel weet van mensen en weet waarvoor ze gevoelig zijn, dan kun je ze ook beïnvloeden. De mogelijkheden zijn handig, maar tegelijkertijd voelen burgers zich in de kou gezet en misleid door big brother. Het is een strijd tussen eerlijkheid en manipulatie.’ 

Wim de Ridder

Personalisering

Wat kunnen gemeenten leren van succesvolle internetbedrijven als Google, Amazon en Alibaba? ‘Ze maken gebruik van digitale technologie waarmee ze de individuele eindgebruiker van dienst kunnen zijn. Internetbedrijven doen het dus precies andersom als overheidsdiensten’, stelt De Ridder.

Hij laat zien hoe deze bedrijven chatbots en kunstmatige intelligentie inzetten. Een consument die kleding zoekt, krijgt persoonlijke voorstellen op maat. Personaliseren biedt volgens de futuroloog kansen op velerlei gebieden. ‘De overheid maakt de personaliseringsslag vaak nog niet, dat is een gemiste kans.’  

Zo ziet De Ridder mogelijkheden voor big data in de schuldhulpverlening. ‘Als je laat zien dat een inwoner die in dezelfde situatie zat als jij, bepaalde acties heeft ondernomen en toen uit de problemen kwam, dan kun je iemand een roadmap geven.’ De futuroloog stelt dat polderen niet meer van deze tijd is. ‘De gemeente wordt regisseur van het proces. Straks stop je alle data in een computer en dan daar rolt vanzelf beleid uit.’

Inwoners zijn bereid om te participeren, zo is de overtuiging van De Ridder, als er een inspirerende doelstelling is, zoals het verbeteren van de veiligheid in hun eigen wijk.

Slim samenwerken

In vier verschillende groepen discussiëren de aanwezigen over verschillende thema’s. Peter Tange, burgemeester Wormerland en vice-voorzitter Vereniging Noord-Hollandse Gemeenten leidt samen met Mathilde van der Ven van de VNG, de sessie over regionale samenwerking.

Peter Tange trapt de sessie af. ‘Veel vraagstukken vergen een bovenlokale aanpak; in je eentje bereik je als gemeente weinig meer. Samenwerken is een belangrijk onderwerp de komende jaren. Moet dit worden toegevoegd aan de Meerjarenvisie?’ Zijn er naast de bekende vormen van samenwerking andere manieren van samenwerken, nu grote opgaven als de energietransitie en Omgevingswet op ons afkomen?

Gemeenten vinden het belangrijk om slim samen te werken. Toch wringt het vaak. Vaak denken gemeenten eerst aan hun eigen belang, pas daarna aan het gezamenlijke belang. Dat is een herkenbaar dilemma. ‘Wij vinden het vaak lastig om over onze  eigen schaduw heen te springen. Als een bedrijf zich in onze gemeente wil vestigen, dan is het moeilijk om door te verwijzen naar de buurgemeente, terwijl dat misschien beter is voor de regio als geheel’, geeft een wethouder toe.

Eigenlijk zou het algemeen belang voorop moeten staan, daarover is men het eens. ‘Het ligt niet aan de middelen of het systeem, het ligt eraan hoe wij het systeem gebruiken’, zegt een jong raadslid.

Duivels dilemma

Een wethouder noemt een ander dilemma: ‘Naarmate onderwerpen groter en complexer worden, is het lastiger om aansluiting te houden met raden en inwoners.’ Wethouders van verschillende gemeenten vinden elkaar wel. Gemeenteraden hebben echter weinig contact onderling.

‘Je zou een gremium kunnen oprichten voor het bespreken van specifieke onderwerpen’, oppert een raadslid. ‘Als raadslid wil ik eerder worden betrokken. Niet als er al een plan ligt en we alleen nog maar ‘ja’ of ‘nee’ kunnen stemmen.’

De Drechtsteden worden aangehaald. Daar zitten alle raadsleden uit de verschillende gemeenten bij elkaar om te beslissen over een bepaald onderwerp. Dat lijkt ideaal, maar leidt weer tot ongelukkige wethouders die worden gedicteerd waaraan ze geld moeten uitgeven. ‘Het is een duivels dilemma’, vat iemand samen: ‘We mopperen dat samenwerken in de regio lastig is, maar accepteren niet dat we iets van onze bevoegdheden weggeven.’

Tot slot wordt er een goed voorbeeld gedeeld: de Noordkop in Noord-Holland heeft een regionale raadscommissie, met daarin per onderwerp twee afgevaardigden uit de raad, die specialist zijn op een bepaalde gemeenschappelijke regeling.

Natasja Groothuismink, wethouder van Zaanstad en lid van de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs, begeleidt samen met Elise Luijcx van de VNG de sessie over ‘de wijk als samenleving’. Waar de deelnemers het over eens zijn, is dat de basis op orde moet zijn als je dienstverlening op maat wilt leveren. Dat betekent: snel de telefoon opnemen en brieven sturen die inwoners snappen.

Ook constateren ze dat een deel van de burgers steeds bozer wordt, zie de demonstraties van de gele hesjes. Groothuismink: ‘Eenmaal in dat stadium beland, kun je als gemeente inwoners niet meer vragen om mee te denken op een constructieve manier.’

Ook gaat de discussie over de vraag hoe gemeenten met data moeten omgaan. De gemeente weet precies wie er bijstand ontvangt en gebruik maakt van de Haarlempas. ‘Mogen, kunnen en willen we iets met die data? Wat is nog ethisch verantwoord?’ Bij de gemeenten leven veel vragen over privacy, daarbij is behoefte aan ondersteuning. 

Richtlijn 'data en ethiek'

De sessie over de informatiesamenleving gaat dieper in op bestuur, inwoners, big data en privacy. Wilma Atsma, gemeentesecretaris van Bloemendaal en lid van de VNG-commissie informatiesamenleving en Henri Rauch van de VNG begeleiden deze discussie. ‘Soms bedenkt een ministerie wetgeving, die niet uitvoerbaar is. VNG zou eerder aan tafel moeten zitten’, zegt Atsma.

De deelnemers delen hun zorg: hoe houd je als gemeente de regie over al die gegevens? Wie is eigenaar van welke data? De gemeenten hebben behoefte aan een (bindende) richtlijn ‘data en ethiek’, zodat niet elke gemeente daar zelf beleid op hoeft te maken. Het gaat om het pakken van kansen binnen de grenzen van privacy en integriteit.

Grote gemeenten hebben meer budget voor projecten, kleinere gemeenten kunnen hiervan gebruik maken via pilots. Uitvoeringstoetsen zijn belangrijk zodat je bijtijds signaleert of iets werkt in de praktijk, waarbij ook het financiële aspect meeweegt.   

Monique Stam-de Nijs, wethouder Heerhugowaard, tevens lid van de VNG-commissie Economie, Klimaat, Energie en Milieu en Niels Hanskamp van de VNG hebben het met een deel van de aanwezigen over de energietransitie.

Wethouders uiten hun zorgen: hoe krijg ik inwoners mee? Hoe vertel ik wat het gaat kosten? Het betrekken van raadsleden is belangrijk, zodat zij het goede verhaal kunnen vertellen aan inwoners. Wethouders willen ook bevoegdheden om zelf keuzes te kunnen maken.

Daarnaast is het delen van best practices belangrijk. Centraal staan de haalbaarheid, betaalbaarheid en het realiteitsgehalte. De energietransitie wordt ook wel hét onderwerp voor democratische vernieuwing genoemd.

Revolutie

Jantine Kriens resumeert de avond. ‘Als we er als overheid niet in slagen om te personaliseren, dan verliezen we het. Als het ons wél lukt, dan kunnen we op een andere manier beleid maken.’

Dat betekent volgens Jantine Kriens een enorme revolutie. ‘We moeten de maatschappelijke opgaven helder definiëren. Vervolgens benutten we technologie om inwoners te vragen: hoe lossen we het op? Dat brengt een verandering van rollen met zich mee. Met elkaar moeten we daar zo goed mogelijk proberen uit te komen.’

Interviews met deelnemers

Raadslidmaatschap moet geen echte baan worden

Sofie Kuilman, raadslid Diemen

‘De lezing van futuroloog Wim de Ridder was interessant, maar ik geloof niet dat een computer aan de hand van big data beleid kan maken. Je hebt ook nog zoiets als ideologie. De discussie over het professionaliseren van raadsleden had voor mij nog wel iets langer mogen duren.

Ik zie het niet zitten om er een fulltimebaan van te maken. Dat het een lekenbestuur is, is juist de charme van het raadslidmaatschap. Ik vertegenwoordig de belangen van medebewoners. Als het een echte baan wordt, dan wordt het elitair en bureaucratisch. Nu stappen mensen makkelijk op mij af.’

Nog meer windmolens, hoe leg ik dat aan mijn inwoners uit?

Theo Groot, wethouder gemeente Hollands Kroon

‘We moeten van het Groningse gas af. Maar wie gaat dat financieren? Er moeten financiële middelen komen vanuit het Rijk, ik hoop dat de VNG dat kan aankaarten. Verder hebben we nog geen idee wat de alternatieven zijn. Voor steden zijn de mogelijkheden duidelijker dan voor plattelandsgebieden.

Mijn gemeente heeft de helft van de provinciale opgave om windmolens te plaats op zich genomen: honderd windmolens kwamen er in Windpark Wieringermeer. Stel dat er nog meer windmolens moeten komen, hoe leg ik dat dan aan mijn inwoners uit?’