Terugblik bijeenkomst Meerjarenvisie Drenthe

Geef ons ruimte, dan zetten we ferme stappen

 

 

 

Drentse opgaven zijn divers: goede en bereikbare zorg, de inclusieve samenleving, bestuurlijke ondermijning en het klimaat. Ruim vijftig burgemeesters, wethouders en raadsleden praten op 22 januari 2019 in het Atlastheater van Wildlands in Emmen mee over de Meerjarenvisie Gemeenten 2020-2024.

 

Eric van Oosterhout opent de Drentse bijeenkomst over de meerjarenvisie met een komische noot: ‘Denken wij dat we vooruitstrevend bezig zijn, met experimenten, samenwerkingen en noem maar op. Krijg ik een ansichtkaart met schaapjes op de hei in mijn handen...’

Dat zijn wel onze Unique Selling Points, klinkt het uit de zaal. Van Oosterhout, vice-voorzitter Vereniging Drentse Gemeenten, burgemeester van Emmen en lid VNG-bestuur, is trots dat hij Drentse Gemeenten verleggen grenzen, de strategische agenda van de Vereniging Drentse Gemeenten, mag overhandigen aan Jantine Kriens van de VNG.

Eric van Oosterhout, burgemeester Emmen

Waarom bent u gekomen?

Gespreksleider Peter van der Geer peilt de zaal. Zijn alle twaalf gemeenten aanwezig? Zijn er raadsleden? Flink wat handen gaan de lucht in. ‘Ik wil graag meer horen over de inclusieve samenleving’, zegt een raadslid uit Emmen. Haar buurman – ook raadslid – komt om te horen hoe andere gemeenten met grote opgaven aan de slag gaan. Een raadslid uit Assen ziet dit als hét moment om als gemeenten en provincie iets op de agenda te zetten.

Ook wethouders zijn ruim vertegenwoordigd. Bereikbare zorg en bereikbaarheid in het algemeen zijn thema’s die zeker niet mogen ontbreken, stelt een wethouder uit Assen. ‘Ik denk dat we goed vooruit kunnen met de strategische agenda die er nu ligt’, zegt een gemeentesecretaris.

En de burgemeesters? Zes van de twaalf zijn er vanavond bij. Voor Marco Out (Assen) is meedoen aan zo’n visietraject ‘een kwestie van brengen en halen’. Als thema noemt hij de energietransitie. ‘Wat kun je daar concreet mee doen? Mooi hoor, al die zonneparken, maar als we de energie niet omgezet krijgen, wat brengt het ons dan?’ Een collega-burgemeester is heel nieuwsgierig naar wat er na vanavond gaat gebeuren. ‘De afstand VNG – Drenthe is wel eens wat groot...’

Wat wil de VNG ophalen?

Jantine Kriens, algemeen directeur VNG, bezoekt alle provincies. ‘Voor welke keuzes staan gemeenten richting 2024? De ervaring van de afgelopen jaren leert ons dat we op meerdere schaalniveaus moeten werken’, zegt Jantine Kriens.

‘In de Meerjarenvisie definiëren we de opgaven voor de komende jaren. In hoeverre matcht dat met zaken die spelen in Drenthe? De zoektocht is naar gezamenlijke én regionale opgaven.'

Kriens: ‘Hoe kunnen we het als vereniging slimmer samen doen met de provinciale verenigingen? Met die vragen gaan we de provincies af om samen te werken aan oplossingen voor generieke zaken, rekening houdend met regionale verschillen.’ De meerjarenvisie wordt gepresenteerd op het VNG Jaarcongres begin juni 2019.

Radicaal anders of voorzichtig transformeren?

‘Het is mooi wonen in Drenthe. Inwoners zijn tevreden mensen’, aldus Marja Janssens van kenniscentrum CMO STAMM. Ze deed onderzoek naar leefbaarheid in Drenthe en formuleert drie opgaven: goede en bereikbare zorg, de inclusieve samenleving en samen aan de slag voor het klimaat.

‘Sterker dan de andere regio’s heeft Drenthe te maken met ontgroening en vergrijzing, de zogeheten dubbele vergrijzing.’ Dat heeft consequenties voor de zorg, bereikbaarheid en mobiliteit, schetst de onderzoeker. Een ander kenmerk van Drenthe is het hoge zorggebruik: de zorgkosten liggen fors hoger dan het landelijk gemiddelde. ‘Gevolg van de trend dat mensen langer zelfstandig thuis wonen.’ Een derde trend die Marja Janssens aanstipt is de dalende beroepsbevolking.

Nu mag u hardop meedenken over dilemma’s, kondigt Peter van der Geer aan. Het eerste dilemma is: goede en bereikbare zorg voor iedereen. Hoe pakken we dat op als Drenthe, gaan we het radicaal anders doen in de zorg? Of kiest u voor een voorzichtige transformatie?

‘Ik wil het niet radicaal anders, maar vooral sneller’, reageert wethouder Marja Pauwels (De Wolden): ‘Sneller van praten naar doen. Dan hebben we ruimte nodig, van ministerie en Rijk.’ Haar buurman, wethouder Robert Kleine (Emmen) denkt dat dat niet nodig is. ‘Begin met het probleem onder de aandacht te brengen.’ ‘Er is ruimte’, vult Marja Janssens aan. Gisteren hoorde ze minister Hugo de Jonge zeggen dat hij steviger wil doorpakken als het gaat om nieuwe vormen voor zorg en wonen.

Een raadslid reageert: ‘Wat kan onze Hugo eraan doen? De Inspectie voor de Gezondheidszorg bedenkt die eindeloze reeks regels en voorschriften...’ ‘Wil je iets radicaal anders, neem organisaties en mensen dan mee’, meent burgemeester Marco Out (Assen). Volgens Out kunnen zorgsystemen, zoals de ziekenhuizen, echt anders. ‘Niet meehuilen, maar geef een duwtje in de goede richting.’ ‘Maar laat ons dan echt los’, pleit Robert Kleine, ‘dan kunnen we als Drenthe radicaal transformeren.’

Bezuinigen of investeren in preventie?

Dilemma twee in de zorg is: gaan we bezuinigen of juist investeren in preventie en transformatie? Iemand zegt: ‘Stoppen met bezuinigen? Dat kan niet. Dan staan we straks allemaal onder toezicht. Of je krijgt radicale oplossingen zoals tien jaar geleden met de Wmo gebeurde. Willen we dat?’

Een ander herkent zich niet in de stelling. ‘Er gebeurt echt al veel. Sommige dingen hebben tijd nodig om te rijpen. Dingen zijn langzaam gegroeid en zullen dus ook langzaam weer veranderen.’

Debatleider Peter van der Geer stelt: ‘De inwoners van Drenthe verwachten iets van hun bestuurders.’ Een reactie uit de zaal is: ‘We vragen een gedragsverandering van inwoners.’ Marja Pauwels (De Wolden): ‘Wij werken samen met inwoners in de pilot “Gezonde zorg in Ruinen”. Onze ervaring is dat participerende bewoners echt met oplossingen komen.’

Grensvlakken

Een derde zorgdilemma gaat over grensvlakken. Marja Janssens: ‘Steeds meer vraagstukken raken weliswaar aan de zorg, maar zijn veel breder.’ Burgemeester Out vindt een goed voorbeeld hiervan de psycholance, een aangepaste ambulance met gespecialiseerde verpleegkundigen die op een melding over verwarde mensen afgaat. ‘Een probleem van alle twaalf Drentse gemeenten dat nu bij de zorgverzekeraar ligt.’

VDG-vice-voorzitter Van Oosterhout vult aan: ‘In zo’n regiodeal zijn gemeentegrenzen stippellijntjes. Over het algemeen gaat zoiets goed.’ ‘Maar het wordt steeds moeilijker als het geld op is, dan heb je weinig ruimte om te investeren’, stelt Out. Jantine Kriens herkent het beeld: gemeenten hebben steeds meer tekorten, met name in het sociaal domein.

Hoe kan de gemeente vormgeven aan solidariteit?

Naast zorg is ook de inclusieve samenleving een belangrijke opgave voor Drenthe. Marja Janssens: ‘Het gaat gemiddeld goed, maar we zien hardnekkige verschillen tussen regio’s. Dieper inzoomend zien we grote verschillen: tussen mensen als persoon, maar ook als gevolg van een tweedeling in mensen met voldoende hulpbronnen, zoals netwerken of vaardigheden, en mensen met minder hulpbronnen. Die verschillen kunnen uitmonden in maatschappelijke problemen en in grotere tegenstellingen.’

Een vraag aan de zaal: hoe kan de gemeente vormgeven aan solidariteit? ‘Als raadslid wil ik om te beginnen goed luisteren naar de mensen. Mijn ervaring is dat juist de werkende middengroep aangeeft dat zij niet mee kan komen’, aldus een raadslid. ‘De kinderombudsman gaf een duidelijk signaal af’, zegt raadslid Greet Oosterhuis (Aa en Hunze): ‘Luister naar de jeugd! En maak gebruik van hun competenties. Begin daar eens.’

We moeten niet alles willen oplossen, zegt een wethouder. ‘Elk probleem in de samenleving komt nu op het bordje van gemeenten. We kunnen wel de oplossing bedenken, maar voor een deel moet het nog steeds uit Den Haag komen.’ Marja Pauwels (De Wolden) kiest voor praktisch: ‘Heel veel problemen worden geïnstitutionaliseerd. Terwijl we het hier in Drenthe als bewoners graag zelf oplossen. Laten we daarin investeren.’ Een raadslid uit Emmen sluit zich hierbij aan. ‘Luister naar de behoefte van de wijk of het dorp en activeer mensen om zelf iets te ondernemen.’

De bestuurders herkennen de tweedeling en de noodzaak daar iets aan te doen. Van Oosterhout: ‘Verhalen die je hoort, bijvoorbeeld een jongere die stopt met zijn mbo-opleiding. Ik heb toch de ambitie om voor deze mensen een slag te maken, iets te betekenen.’ Je kunt op deze trend inspelen door jongeren werkendeweg een diploma te geven of in ieder geval een startkwalificatie op de arbeidsmarkt, stelt een wethouder voor.

Jaron Tichelaar (l) en Peter van der Geer

Draagvlak of duurzame ontwikkeling?

Eén jongere is alvast geslaagd, al was het alleen al om de initiatieven die hij neemt: Jaron Tichelaar (17) uit Hoogeveen. Vanavond is hij erbij om de aanwezige bestuurders zijn stelling voor te leggen: wat is belangrijker, draagvlak of duurzame ontwikkeling? ‘Als draagvlak in de weg staat van duurzaamheid, moet duurzaamheid op de eerste plaats staan’, stelt Jaron zelf. ‘Het gemeenschappelijk belang gaat voor’, vindt hij.

Een paar deelnemers scharen zich achter Jaron. ‘In nieuwe onbekende dingen moet je stappen durven zetten.’ En: niet besturen met slappe knieën. Toch kiezen veel bestuurders juist voor draagvlak. ‘Er moet balans zijn tussen draagvlak en duurzaamheid’, zegt een wethouder. ‘Als wij in de windmolendiscussie geen draagvlak hadden gehad, was het hele plan niet voor elkaar gekomen.’

Marco Out (Assen) vindt windmolens een slecht voorbeeld. ‘Die hadden er nooit mogen komen op deze manier! Met de zonnepanelen gaan we uit van draagvlak, maar we willen het plan wel realiseren. Je moet niet in de weerstand blijven zitten.’ Jaron ziet mooie ontwikkelingen, zoals in zijn woonplaats Hoogeveen: ‘We willen zonnepanelen, maar kunnen de stroom niet kwijt. Gebruik het probleem voor een oplossing: een waterstofwijk in Hoogeveen!’

De wethouder van Hoogeveen sluit aan: ‘Voor onze inwoners is draagvlak altijd het belangrijkste. Ze zien wel degelijk het duurzaamheidsprobleem, maar stellen toch die vraag: what’s in it for me?’ Jantine Kriens: ‘Hier zit ook een VNG-dilemma. Als het Rijk ons aan de klimaattafels vraagt hoeveel gemeenten bijdragen aan de CO2-afname, geef ik aan dat dat aan gemeenten is. Dat beslissen gemeenten zelf. De optelsom kan zijn dat je als gemeenten samen die opgave van CO2-reductie realiseert.’

Van individu naar context

In twee groepen gaan de deelnemers uiteen om te discussiëren over de inclusieve samenleving of bestuurlijke ondermijning. Bert Wienen (raadslid Assen en lid VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs) en Ronald Bellekom (VNG) leiden de discussie over de inclusieve samenleving. Het gesprek focust op: wat is ieders rol en waar moet de inclusieve samenleving over gaan?

‘We zijn geen inclusieve samenleving’, stelt wethouder Gert Vos (Hoogeveen), ‘we richten ons steeds op het individu.’ De groep is het erover eens: wil je een inclusieve samenleving dan moet je van individueel naar contextniveau. Binnen die context ga je op zoek naar oplossingen. Hierbij moeten gemeenten ruimte krijgen maar ook ruimte nemen en coalities vormen. Bijvoorbeeld als het gaat om jeugdzorg: werk samen met het onderwijs.’

Blijf er bovenop zitten!

Met het onderwerp bestuurlijke ondermijning is iedereen ontzettend druk. Maar de samenwerkingspartners zitten er verschillend in, stelt Marco Out (burgemeester Assen en lid VNG-commissie Bestuur & Veiligheid) die de sessie leidt, samen met Martine Meijers (VNG), ‘Ik wil tempo, maar capaciteit ontbreekt. Onze conclusie is dat we meer mensen moeten inzetten.’

Wat moet de rol van de VNG zijn? ‘Blijf daar bovenop zitten. Wij bij de gemeenten, jullie “hulpsheriffs” in het land, kunnen het niet zelf oplossen.’

Mee naar Den Haag

Jantine Kriens rondt de avond af. Ze is blij met de discussie over de inclusieve samenleving en deelt de conclusie dat we ons in het frame van de individuele hulpverlening hebben laten zetten. ‘Terwijl je als gemeente juist moet investeren in contexten.’

Als het gaat over bestuurlijke ondermijning neemt Kriens van de discussie mee: bespreek ook met de andere partners, zoals politie en belastingdienst, dat zij zorgen voor meer menskracht om dit probleem gezamenlijk aan te pakken.’

Interviews met deelnemers

Betrek de jeugd

Greet Oosterhuis, raadslid Combinatie Gemeentebelangen Aa en Hunze

‘Ik vind het belangrijk bij zo’n bijeenkomst over de meerjarenvisie te zijn. Mijn boodschap is: betrek de jeugd bij alle thema’s waar we over praten. Dat is je continuïteit, je toekomst! Gaat het over participatie? Zorg dat je vrijwilligers opvolging hebben. Ik zie veel participatieprojecten die volledig draaien op ouderen. Wil je dat jongeren meedoen? Sluit dan aan bij waar hij of zij goed in is. Als je het leven van een jongere betekenisvol laat zijn, dan kan ‘ie ook voor de samenleving betekenisvol zijn. Als gemeente ben je verantwoordelijk voor huisvesting en werk, zodat jongeren in je dorp kunnen blijven wonen.’

Verandering vraagt lef

Robert Kleine, wethouder jeugd, onderwijs, welzijn en cultuur in Emmen

‘De discussie vanavond bevestigt mijn beeld dat we met ons programma Inclusief Samen op de juiste manier bezig zijn. Samen onderzoeken we wat er nodig is in de jeugdzorg en hoe we het binnen alle bestuurslagen oppakken. Als gemeente is het steeds zoeken naar ruimte van wat mogelijk is, dat vraagt lef! Deze week sluiten we met alle twaalf wethouders jeugd van de Drentse gemeenten een strategische alliantie met de vijf grootste aanbieders van jeugdzorg in onze regio. Doel: de toegenomen kosten van jeugdzorg onderzoeken en scherp krijgen waarom steeds meer Drentse jongeren zorg nodig hebben. In dat licht is zo’n positieve bijdrage als die van Jaron zeer hoopgevend: dit zijn de pareltjes, jongeren die zelf het initiatief nemen.’