Streven naar een samenlevingsakkoord

Nummer 4, 9 maart 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Ron Magielse/Pix4Profs

Betrokkenheid van burgers en organisaties vormt de toverformule van bijna elke gemeente. Die komt ook terug in het sluiten van bijvoorbeeld raads- en coalitieakkoorden. Zelfs samenlevingsakkoorden zijn inmiddels geen toekomstmuziek meer.

Gemeenten kunnen onder meer met het spel Koerskaart input bij inwoners ophalen voor de inclusieve samenleving


Zo vlak voor 21 maart richten landelijke en lokale partijen hun vizier op de raadsverkiezingen. Die dag moet het gebeuren. Daarna neemt het alledaagse leven weer snel zijn loop: er moet geformeerd worden en er behoren akkoorden te komen. Of dat nu raads- of collegeakkoorden zijn. 
De tijdgeest indachtig zullen veel gemeenten ook overwegen hoe zij inwoners, ondernemers en organisaties gaan betrekken bij die akkoorden. De Raad voor het Openbaar Bestuur bracht ruim een jaar geleden Het regeerakkoord als startdocument uit. De ROB pleit hierin voor een regeerakkoord op hoofdlijnen dat verder met de samenleving wordt uitgewerkt. De landelijke partijen hebben dat advies niet gevolgd, het regeerakkoord van Rutte III is achter gesloten deuren tot stand gekomen. 
Dat het anders kan, bewijst de lokale praktijk. De ROB verzamelde daarvan in opdracht van de VNG mooie voorbeelden (zie kader). Zo kozen veel gemeenten er in 2014 voor om de samenleving te betrekken bij de totstandkoming van raads- en collegeakkoorden. 

Kaag en Braassem
Neem de gemeente Kaag en Braassem (25.000 inwoners). Daar deed PRO Kaag en Braassem vier jaar geleden voor het eerst mee met de raadsverkiezingen. Met succes, het werd de grootste fractie. De partij was al ruim voor de verkiezingen zichtbaar voor de inwoners. Wethouder Floris Schoonderwoerd (PRO Kaag en Braassem): ‘We hadden geen programma en legden ons oor te luisteren in de gemeente. We hebben tevoren zo’n honderd gesprekken gevoerd met inwoners, clubs, verenigingen, dorps-raden en ondernemers.’ Als het slot van deze consultatie nodigde PRO iedereen uit voor een bespreking van de bevindingen. 
Uiteraard was PRO niet de enige partij in Kaag en Braassem die tevoren te rade ging bij inwoners, ondernemers en organisaties. Ook andere partijen hadden zich een beeld gevormd van wat zij wilden met de gemeente. ‘Al die indrukken vormden een belangrijke basis voor een raadsbreed akkoord.’
Dat akkoord kwam tot stand door te onderhandelen op basis van de overeenkomsten en niet op basis van de verschillen tussen partijen. ‘Over 80 procent van de onderwerpen bereikten we overeenstemming, de andere 20 procent bestaat uit zogenoemde vrije onderwerpen. Met zo’n raadsbreed akkoord houd je alle partijen erbij, dat werkt goed.’

De discussies gaan nu over onderwerpen van buiten het akkoord

Een raadsbreed akkoord is naar het oordeel van Schoonderwoerd niet de dood in de pot voor het debat in de raad. ‘Dat is een hardnekkig misverstand, het tegendeel is in feite waar. De discussies gaan nu over de onderwerpen van buiten het akkoord. Dat verloopt goed.’ Gevaar ligt wel op de loer, erkent Schoonderwoerd. ‘Bij bijvoorbeeld levensbeschouwelijke onderwerpen kun je natuurlijk wel recht tegenover elkaar komen te staan. Maar dat is toch minder gauw een probleem als je het over het gros van de onderwerpen wel eens bent.’
De consultatie van inwoners vooraf werkte dus. ‘Zij bracht nog iets aan het licht, namelijk dat veel van hen best iets voor de gemeente willen doen, maar dat zij met geen knoet het gemeentehuis zijn in te slaan voor lange vergaderingen.’
Het raadsbreed akkoord biedt volgens Schoonderwoerd voldoende mogelijkheden voor burgers en organisaties voor participatie. Maar het kan beter, denkt hij. ‘Ik zou na de komende verkiezingen graag een stap verder gaan en proberen te komen tot een maatschappelijk akkoord. Dat kan tot stand komen op grond van de onderwerpen waarover de partijen in de raad het eens zijn. Dat programma kan dan worden voorgelegd aan bijvoorbeeld verenigingen van ondernemers, tuinders en onderwijs. Dat maatschappelijk akkoord zou vervolgens een richtsnoer moeten zijn voor de raad.’

Etten-Leur
In Etten-Leur (43.000 inwoners) is een raadsbreed akkoord bepaald geen noviteit. Al sinds de invoering van het dualisme in 2002 vormt het een belangrijk instrument van de gemeente. Burgemeester Miranda de Vries: ‘In deze gemeente hechten we eraan dat het raadsprogramma breed wordt gedragen door de raad én door de samenleving.’
Hoe garandeer je dat de inwoners zich kunnen vinden in het raadsbreed akkoord? Volgens De Vries door de methode waarop dat akkoord tot stand komt. ‘Zo hebben we nu al met zo’n negenhonderd inwoners gesproken en hun voorgelegd wat zij voor de komende vier jaar belangrijk vinden voor de gemeente en wat haar opgaven moeten zijn.’ 
Etten-Leur maakt daarbij onder meer gebruik van Koerskaart, een vragenspel dat betrekking heeft op de gemeente; het spel werd verschillende avonden gespeeld.
Etten-Leur laat tevens jaarlijks burgerpeilingen uitvoeren onder rond de 1500 mensen. De Vries: ‘We gebruiken de vragenlijst van waarstaatjegemeente.nl van VNG Realisatie. Zo kunnen we ons vergelijken met andere gemeenten.’
Met het raadsbreed akkoord alleen zijn ze er nog niet in Etten-Leur. De gemeente kent daarnaast een zogeheten beleidskader. ‘Het is in feite de beleidsmatige uitwerking van het raadsakkoord. Het beleidskader wordt regelmatig aangepast aan de actualiteit.’ De Vries noemt het beleidskader een belangrijk instrument vanwege zijn samenhang, maar benadrukt dat het raadsprogramma een veel herkenbaarder document is voor college, raad en buitenwereld.
Het collegewerkplan vormt het sluitstuk van de bestuurlijke akkoorden in Etten-Leur. ‘Daarin staat wat nodig is om tot daden te komen op grond van het raadsprogramma. Denk daarbij bijvoorbeeld aan aanpassing van een bestemmingsplan.’ 
Zowel de gemeente als de inwoners zijn tevreden met het raadsbreed akkoord. ‘Dat horen we in de samenleving en dat blijkt ook uit onze scores in waarstaatjegemeente.nl.’ Maar genoegzaamheid past Etten-Leur volgens De Vries niet: ‘We moeten blijven luisteren en eventueel bijstellen. Het helpt daarbij als we ook vanuit het perspectief van de buitenwereld naar binnen kijken.’
Een wens heeft De Vries nog wel. ‘Een samenlevingsagenda lijkt me erg mooi. Aan de andere kant: als de input van inwoners goed wordt gebruikt ten behoeve van het raadsbreed akkoord, kun je dat informeel al een samenlevingsagenda noemen.’

Alblasserdam
In Alblasserdam (20.000 inwoners) vormt een samenlevingsagenda geen toekomstmuziek. Het is volgens wethouder Peter Verheij (SGP) een uitvoeringsagenda voor alle beleidsterreinen. ‘Daarover is met inwoners en partijen tevoren uitvoerig gesproken. Zo heeft iedere wethouder met onder meer maatschappelijke organisaties, ondernemers en verenigingen binnen zijn portefeuille overleg gehad. Daar kwamen afspraken uit voort over wat de gemeente gaat doen en wat die partijen voor hun rekening nemen.’
De samenlevingsagenda kwam tot stand nadat het coalitieakkoord tussen drie partijen was gesloten. ‘Voordat we het akkoord sloten, hebben we uiteraard gevraagd wat de partijen die niet in het college kwamen van belang vonden. En voordat we het coalitieakkoord afrondden, hebben we een avond gehouden voor onder meer verenigingen, maatschappelijke partijen, zorg- en welzijnsinstellingen.’
Verheij vindt het instrument samenlevingsagenda een mooie basis om na de komende verkiezingen op voort te borduren. ‘Het liefst gaan we dan een stapje verder. We moeten onze informatie nog meer aan de voorkant ophalen. Politieke partijen kunnen door een informateur nog diepgaander ondervraagd worden over gewenste thema’s. En wellicht is het mogelijk dat we nog eerder naar maatschappelijke partners stappen om de agenda op te stellen.’
Ook het laten ondertekenen van de samenlevingsagenda door de maatschappelijke partners vindt Verheij het overwegen waard. ‘Partijen hebben weliswaar nu hun verantwoordelijkheid genomen, maar wel op informele basis. Een handtekening heeft ook een meer dan symbolische betekenis.’
Verheij heeft de afgelopen vier jaar gemerkt dat burgers en organisaties meer met initiatieven naar de gemeente kwamen dan voorheen. ‘Uiteraard kunnen we niet iedereen tevredenstellen. Maar bij ons in de lokale politiek beseft iedereen dat deze manier van betrokkenheid uit de samenleving een onomkeerbaar proces is.’ 
 

Deuren open

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) belicht in Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden, geschreven in opdracht van de VNG, voorbeelden uit tien gemeenten die na de raadsverkiezingen van 2014 op een andere manier raads- en coalitieakkoorden vaststelden. Dat wil vooral zeggen: samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.
Formeren en het sluiten van akkoorden hoeven dus niet achter gesloten deuren. De bundel is mede bedoeld om onder meer lokale partijen, griffiers en burgemeesters te inspireren om het bij het formeren en sluiten van akkoorden af te wijken van geëigende paden.
Tien tips
De ROB geeft ook tien tips. Zo raadt hij aan zo vroeg mogelijk voor de raadsverkiezingen te beginnen met de voorbereidingen van het bestuursakkoord; zeker als je het anders wilt doen, komt die extra tijd goed van pas.
Daarnaast adviseert de raad om niet alleen de gebruikelijke partijen binnen de gemeente te benaderen, maar ook de moeilijker te bereiken groepen en bewoners die zich niet hebben georganiseerd.
Het proces behoort in de ogen van de ROB niet te lang te duren. Daarom is het verstandig om het raadsprogramma te beperken tot de hoofdlijnen. Daarentegen moet dat programma ook weer niet te abstract worden. Dat is te voorkomen door kandidaat-wethouders vanaf het begin van de totstandkoming van het raadsprogramma erbij te betrekken.