Staphorst neemt gezondheid op in omgevingsvisie

Nummer 3, 23 februari 2018
 
Auteur: Marten Muskee
 
Staphorst hoort bij het selecte clubje gemeenten met een door de raad vastgestelde omgevingsvisie. De Overijsselse gemeente legt daarin nadrukkelijk een rol weg voor gezondheid, blijkt uit een gesprek met wethouder Bart Jaspers Faijer en projectleider omgevingsvisie Edwin Saathof. De gemeente heeft al pionierend de leefwereld van inwoners boven de systeemwereld van regeltjes en procedures weten te stellen.

 



De omgevingsvisie Staphorst voor elkaar! bestaat uit drie hoofdthema’s: innovatieve plattelandeconomie, een gezonde en dynamische samenleving en verantwoord vernieuwen. Door thema’s als leefbaarheid en gezondheid bij het fysiek domein te betrekken, denken college en ambtenaren anders na over de inrichting van de openbare ruimte, aldus wethouder Bart Jaspers Faijer (CU). Voorheen werd een wandelpad voor toeristen aangelegd, tegenwoordig wordt nagedacht over een inrichting waarbij de inwoners een ommetje kunnen maken. Jaspers Faijer: ‘We zijn letterlijk gaan pionieren met de omgevingsvisie en deden dat al lerend.’

Leefwereld

Om sociaal-maatschappelijke thema’s nadrukkelijker in het fysiek domein te verweven heeft Staphorst de systeemwereld van regeltjes en procedures van waaruit de ruimtelijke ordening gewoonlijk opereert, verbonden met de leefwereld. Van toelatingsplanologie naar uitnodigingsplanologie. De samenleving is aan zet. ‘Je kunt niet helemaal zonder de systeemwereld, maar die kun je wel meer in balans brengen met de leefwereld’, aldus Jaspers Faijer. ‘Het mooie is dat we de transitie in het sociaal domein al hebben doorlopen. Daar gaat het over maatwerkoplossingen. Dat is precies wat we met de Omgevingswet ook gaan doen.’

De wethouder ziet een duidelijke lijn tussen het sociaal domein en de gewenste ontwikkeling in de ruimtelijke ordening; werken vanuit de voorkant en appelleren aan de eigen kracht van inwoners door ze meer verantwoordelijkheid te geven.  Er waren al wel structuurvisies voor de kernen, maar nog niet een die gemeentedekkend was. Met de komst, straks, van de Omgevingswet is het logisch om meteen een omgevingsvisie voor de gehele gemeente op te stellen. ‘We wilden de informatie uit het fysiek domein niet via de geijkte paden als inspraakronden ophalen, maar via het schetsen van toekomstbeelden’, aldus
projectleider Saathof. Hij stemde de planning af en organiseerde samen met een collega-strateeg uit het sociaal domein extra sessies naast de sessies die al vanuit het fysiek domein waren bedacht. Daartussen werden dwarsverbanden gelegd. Saathof: ‘Alles in het fysiek domein wordt gevoed door sociaalmaatschappelijke aspecten. Uit de goed bezochte bijeenkomsten kwamen allerlei mooie zaken naar voren. Zo’n omgevingsvisie komt niet achter een bureau tot stand, maar via een dynamisch maatschappelijk proces.’

Regisseren en faciliteren

De nieuwe Omgevingswet vraagt van ambtenaren om sectorale thema’s te verbinden en veel meer van buiten naar binnen te werken. Van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’, niet toetsen en controleren, maar meer regisseren en faciliteren. Voorheen stonden de traditionele thema’s als wonen, werken en groen uitgewerkt in een sectorale kolommenstructuur met daarbij uitgelegd het gemeentelijk beleid. Saathof: ‘Wat wij gedaan hebben, is die kolommen met elkaar verbinden aan de hand van de drie hoofdthema’s. Via programmasturing willen we daar uitvoering aan geven. We laten de kolommen samensmelten en daarbij zijn de sociale componenten toegevoegd. Vroeger dachten we bij een industrieterrein alleen aan de uitgifte van grond. Nu betrekken we daar welzijn en gezondheid bij.’ In een gezonde samenleving staat het principe ‘voorkomen is beter dan genezen’ voorop. Dan gaat het om zaken als het tegengaan van vereenzaming, ontmoetingsplekken, voldoende beweging, het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en het woonservice-denken. Woonservice begint met geschikte woningen voor ouderen nabij (zorg-)voorzieningen. De omgevingsvisie helpt daarbij vanwege het integrale karakter. Zo wilde een ondernemer in Staphorst een bestaande woning op een ruime kavel kopen en slopen om zes appartementen voor ouderen te realiseren. Saathof: ‘Normaliter had dit binnen het beleid niet gekund, maar door vanuit de woonservicegedachte breder te denken, heeft de gemeente een manier gevonden daar medewerking aan te verlenen.’

Een omgevingsvisie komt niet achter een bureau tot stand

Omgevingskamer

Staphorst is al langer bezig met de implementatie van de Omgevingswet. Naast de omgevingsvisie werkt men ook aan het versnellen van ruimtelijke procedures door de werkprocessen anders in te richten. Staphorst richtte daartoe een zogeheten omgevingskamer in. Die maakt onderdeel uit van het EPOS-traject (Efficiënte Procesinrichting Omgevingsrecht Staphorst) dat nagenoeg parallel loopt aan het traject van de omgevingsvisie. Het is een integrale ‘kamer’ met daarin allerlei vakdisciplines (van gemeente en provincie) die een initiatief beoordelen wanneer dat niet past in het bestemmingsplan. De initiatiefnemer kan zo goed voorbereid zijn verhaal doen in de omgevingskamer. Deze voorbereiding wordt verzorgd door een gemeentelijke ruimtecoach die precies aangeeft waar hij of zij allemaal rekening mee moet houden. De indiener kan zelf de informatie vinden op het omgevingsplein die door gemeenteambtenaren wordt beheerd. Dit zorgt allemaal voor een sneller proces.

‘De initiatiefnemer moet voordat hij bij ons komt al een rondje door de buurt gemaakt hebben voor overeenstemming met omwonenden’, aldus Jaspers Faijer. ‘De aanvrager moet zelf naar de welstandscommissie toe. Alles gebeurt in één keer en de gemeente is daarbij niet langer adviseur, maar regisseur. Wanneer een inwoner of maatschappelijke organisatie met een initiatief komt, maken we daarvan melding bij de raad met de vraag of het al dan niet geagendeerd moet worden. Zo niet, en dat is in veel gevallen zo, komen plannen alleen in de eindfase bij de raad terecht. Dit zorgt voor een versnelling.'

Net als bij de decentralisaties in het sociaal domein streven gemeenten naar maatwerk en keuzevrijheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Jaspers Faijer en Saathof zijn niet bang dat er hierdoor ongelijkheid ontstaat of dat er sprake is van precedentwerking. Situaties zijn per geval verschillend en het valt wat hen betreft prima uit te leggen aan inwoners waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt.  Saathof: ‘Staphorst kent veel monumentale boerderijen en aanvragen voor verbouwingen worden om monumentale redenen niet gehonoreerd. Toch heeft de gemeente in één geval wel toestemming verleend. Hierbij ging het om een gehandicapt persoon die bij haar ouders wilde blijven wonen die voor haar willen zorgen aan huis. Daarvoor was een uitbouw aan de achterkant nodig en daar is de gemeente in meegegaan. Dat is maatwerk, fysiek-sociaal goed afgewogen.’  

Glazen prullenbak

De wethouder ziet de sociaal-maatschappelijke component als de basis voor de inrichting van de fysieke omgeving. De visie op een gezonde samenleving krijgt dan ook integraal haar beslag in de bebouwde omgeving. ‘Natuurlijk hadden we al visies, maar die waren op sectoraal niveau. Nu zit alles bij elkaar. We kunnen zelfs overtollig en tegenstrijdig beleid laten vervallen. Dat doen we met een glazen prullenbak waarin we alle beleidsstukken deponeren die wegvallen dankzij de omgevingsvisie.’

Staphorst nodigt inwoners uit om met initiatieven te komen (zie kader). Als het initiatief niet past binnen de huidige wettelijke kaders, wordt het langs een beoordelingsmatrix gelegd die in de omgevingsvisie zit. Zitten daar voldoende elementen in dan krijgt het initiatief een kans. De omgevingsvisie vormt zo ook een inspiratiedocument om met goede plannen te komen. Zo komt de winkeliersvereniging binnenkort met een eigen visie, geïnspireerd op de omgevingsvisie, over het winkelgebied. ‘De visie van de winkeliers kan op haar beurt weer een versterking zijn voor de omgevingsvisie van de gemeente en daar deel van gaan uitmaken.

De omgevingsvisie is hierdoor elke dag vers, het is een dynamisch proces’, aldus Saathof.De gemeente houdt permanent de vinger aan de pols of de visie bijstelling of een koerswijziging nodig heeft. In de uitvoeringsparagraaf is opgenomen dat over dit punt twee keer per jaar met de gemeenteraad wordt overlegd. Daarnaast kan de raad zo vaak hij wil de omgevingsvisie agenderen. Jaspers Faijer: ‘Er is net een enquête geweest over de behoefte aan een nieuw bedrijventerrein. Vervolgens kijken we intern of we nog met de tekst over bedrijventerreinen in de omgevingsvisie toekunnen of dat een herziene tekst nodig is. Zo ja, dan passeert dat weer de raad. Zo eenvoudig is het.’  

Casus

Staphorst buigt zich over een ambitieus en innovatief plan dat door een ondernemer is ingediend en dat nu niet binnen de huidige regelgeving past, maar, zo vindt wethouder Bart Jaspers Faijer, geweldig is als casus voor de Omgevingswet. De indiener heeft een bergings- en transportbedrijf voor auto’s in het beschermde dorpsgezicht van Staphorst. Hij kampt met een groot ruimtetekort en kan daar niet uitbreiden. De ondernemer wil accucapaciteit van de elektrische auto’s op zijn terrein benutten om tijdelijk duurzaam opgewekte energie op te slaan, die de energiemaatschappijen even niet kwijtkunnen op het net vanwege overcapaciteit. Op gezette tijden ontlaadt hij de accu’s weer. Het kan daarbij gaan om in totaal drieduizend auto’s die twintig dagen op het terrein staan. De ondernemer wil zich vestigen op een weiland in een hoek van bestaande infrastructuur en bebouwing. De gemeente vindt deze plek ideaal, aangezien er in de buurt al een groenrecyclingbedrijf is en er windmolens staan. In de omgevingsvisie is dit gebied aangewezen als duurzaam energielandschap en bedoeld voor ondernemers uit het dorp die een bijdrage leveren aan duurzaamheid en weg moeten vanwege ruimtegebrek. Het industrieterrein is niet geschikt want deze ondernemer heeft geen bouwgrond nodig maar stallingsruimte. Jaspers Faijer: ‘We laten in de geest van de omgevingsvisie het innovatieve karakter en onze duurzaamheidsambitie zwaarder wegen dan de mogelijke ruimtelijke knelpunten. Het plan is besproken in de omgevingskamer waar ook de provincie in zit. Helaas ziet die het plan op de voorziene plek niet zitten en trapt nu op de rem. Er zou volgens het provinciaal beleid geen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Daar gaat de gemeente niet in mee omdat zij het breder wil bekijken. Gezien onze andere doelstellingen vinden we dat er juist wel sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Je maakt een klapper op de duurzaamheidsdoelstellingen, niet alleen lokaal, maar ook provinciaal en misschien wel landelijk. Dit concrete voorbeeld laat zien dat iedereen ja zegt op visieniveau, maar dat er in de praktijk koudwatervrees bestaat. Het wordt nog hele kunst om iedereen mee te krijgen in de werking van de Omgevingswet.’