Sport scoort in het sociaal domein van Noordwijk

Nummer 17, 3 november 2017

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Martine Sprangers

Dat sport en bewegen belangrijk zijn, betwist niemand. Maar slechts in weinig gemeenten staat het sportbeleid zó centraal als in Noordwijk. Niet alleen omdat sporten leuk en gezond is, maar vooral omdat het belangrijk is voor het realiseren van gemeentelijke doelen in het sociaal domein.


Als je het grootste onderzoekscentrum van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA binnen je grenzen hebt, kun je er maar beter gebruik van maken om je eigen, gemeentelijke beleid te verbeteren. In Noordwijk lopen tientallen kinderen de hele dag met een meetapparaatje, een tracker onder hun kleding die minutieus registreert hoe en hoeveel ze bewegen. Alleen als ze naar bed gaan, gaat het ding af. En omdat de gemeente bewegen belangrijk vindt, haakt ze graag aan bij de spin-off van de ruimtevaarttechnologie om haar sport- en beweegbeleid op onderdelen aan te scherpen of de opgedane kennis te delen.
Met haar partners in het onderwijs bijvoorbeeld. Want anders dan je zou vermoeden, staan kinderen tijdens de gymles langer stil dan ze actief zijn, zo bleek uit de meetresultaten. Doordat ze instructie krijgen, of staan te wachten omdat je nu eenmaal niet allemaal tegelijk op een toestel actief kunt zijn. Dat kan aanleiding zijn om de lessen anders in te vullen, of om te zoeken naar alternatieven die het missen van bewegingsminuten kunnen compenseren.

Noordwijk ademt sport en sportiviteit. De afgelopen jaren werden tientallen miljoenen euro’s geïnvesteerd in de vele sportaccommodaties en niet minder dan 88 procent van de bevolking beweegt ten minste één keer per week – vergeleken met andere gemeenten een hoge score. Wie niet sport of beweegt, wordt door de rest van het dorp een beetje meewarig aangekeken. Dan hoor je er niet echt bij. De sociale druk om mee te doen, is dan ook groot.

Motor en bindmiddel

Sport en bewegen moeten bij Noordwijkers vanzelfsprekend worden, vindt de gemeente. Niet omdat Noordwijk met hotel Huis ter Duin de thuisbasis is van het Nederlands Elftal, maar vooral ook omdat de gemeente sport heeft ontdekt als motor en bindmiddel van de samenleving. Een investering in de sport is een investering in de mensen, redeneert Noordwijk al jaren.
Die filosofie bleef niet onopgemerkt, want het regent waarderingen. Zo kreeg het initiatief ‘De maatschappelijke functie van sport’ in 2015/2016 de prijs als beste initiatief op sport- en beweeggebied en dit jaar mag het zich presenteren als ‘Europese sportgemeente’ (European City of Sport 2017). Uit het juryrapport: ‘Your city is really a good example of sport for all as an instrument of health, integration, education and respect.’

Olympische afmetingen

Gerben van Duin (Puur Noordwijk) is al zestien jaar als wethouder verantwoordelijk voor het sport- en beweegbeleid. Hij herinnert zich het jaar waarin hij aantrad nog goed: ‘Het ging in 2002 niet goed met de gemeente. We moesten flink bezuinigen. Toen wist ik al: we moeten iets doen, juist in moeilijke tijden moet je investeren in de gemeenschap. Sportverenigingen en sportieve activiteiten zijn bij uitstek plaatsen en momenten waar mensen bij elkaar komen, dus moesten we daarin investeren. We moesten zwembaden sluiten, maar daar kwam wel een modern, nieuw zwembad voor terug, met olympische afmetingen zodat het ook geschikt is voor officiële wedstrijden.’
Zoals ook andere sportaccommodaties ‘professioneel’ werden gemaakt; de nieuwe sporthallen voldoen aan de hoogste eisen, er zijn drie watervelden voor het hockey en alle kunstgrasvelden zijn voorzien van tpe-korrels (‘De betere variant’, zegt de wethouder). De nabijheid van de Noordzee wordt aangegrepen om grootschalige evenementen te organiseren, zoals het wereldkampioenschap lifesaving waarvoor reddingsbrigades uit de hele wereld naar Noordwijk kwamen. De middenstand profiteert daar graag van mee. Een leuke bijvangst.

De derde helft was ook belangrijk, in de kantine ontstaan de gesprekken over hoe het thuis gaat.

En het gaat niet alleen om topsport. Neem het demonstratietoernooi wandelvoetbal dat in september werd gehouden. Van Duin: ‘Bedoeld voor senioren, met twee spelregels: hardlopen is taboe en de bal mag niet hoger dan de heup komen. Daar kwam veel ouderen op af. Doel was natuurlijk aandacht vragen voor het belang van bewegen voor ouderen. De derde helft was ook belangrijk, in de kantine ontstaan de gesprekken over hoe het thuis gaat. Zo draagt zo’n evenement bij aan de gemeenschapszin. Iets dergelijks geldt voor andere projecten op het sportpark, zoals Friends United, een sportclub voor mensen met een beperking, en Reuring, een project voor dagopvang en het tegengaan van eenzaamheid.’
Waarmee Van Duin maar wil aangeven: het doel is niet zo veel mogelijk sportvelden aan te leggen, uiteindelijk gaat het erom dat dankzij de sport de plaatselijke samenleving als geheel vooruitgaat. De decentralisatie van de overheidstaken van Rijk naar gemeenten was in Noordwijk niet nodig om ‘integraal’ en ‘ontschot’ beleid te gaan voeren, maar het zorgde wel voor een welkome stroomversnelling.

In de gemeentelijke sportnota staat dat Noordwijk een ‘blijvende sportdeelname’ onder alle lagen van de bevolking wil bevorderen. Dat streven krijgt vorm in samenwerking met maatschappelijke partners als bedrijven, onderwijsinstellingen, zorg- en sociale professionals. Daarbij gaat het niet alleen om creatieve programma’s, maar bijvoorbeeld ook om effectief en efficiënt gebruik van sportaccommodaties. Het is zonde om een voetbalveld alleen in het weekend te gebruiken, op andere dagen kunnen daar heel goed andere activiteiten plaatsvinden.
Dat is volgens Van Duin ook een van de redenen waarom er bewust voor wordt gekozen om de sportaccommodaties niet in de periferie van de gemeente te realiseren, maar in het centrum zodat ze voor iedereen gemakkelijk te bereiken zijn. ‘Ja, dat kost geld, als woninglocatie levert die grond meer op. Maar het is een bewuste keuze waarmee we willen aangeven dat sport en bewegen centraal moeten staan in de gemeenschap.’

De liefde kan niet van een kant komen. Van de plaatselijke verenigingen wordt verwacht dat zij zich nog dienstbaarder opstellen naar de samenleving. Zo werken de verenigingen samen met het Centrum voor Jeugd en Gezin om opvoed- en opgroeiproblemen ook op verenigingsniveau vroeg te kunnen signaleren, en om jongeren die in een hulpverleningstraject zitten te begeleiden naar een sportvereniging, en vice versa. En de combinatiefunctionaris zou een logische schakel moeten zijn tussen enerzijds sociale wijkteams en anderzijds tussen onderwijs en sport. Dat kan alleen als de combinatiefunctionaris breder wordt ingezet dan alleen op het terrein van onderwijs en sport.

Papendal aan Zee

Het beleid leverde de gemeente de bijnaam ‘Papendal aan Zee op’. Van Duin: ‘Dat vonden ze bij Papendal niet zo leuk. Ik heb de directeur uitgenodigd hier eens te komen kijken. Toen begreep hij het wel, hij was onder de indruk. Nu werken we samen; als er op Papendal een keer geen ruimte beschikbaar is, kunnen sporters voor hun trainingen bij ons terecht.’

Dit is het eerste deel van een tweeluik over het belang van sport en cultuur voor het sociaal domein. Het tweede deel staat in VNG Magazine van 20 december 2017: Van amateurkunst naar breedtecultuur.