Sittard-Geleen: verbinden van zorg en stenen

Nummer 16, 20 oktober 2017

Tekst: Marten Muskee | Beeld: Rufus de Vries

Rotterdam, Groningen, Almere en Sittard-Geleen doen mee aan Who cares, een prijsvraag voor toekomstbestendige woon- en leefvormen. Volgende week worden de winnende projecten bekendgemaakt. VNG Magazine vroeg wethouder Ruud Guyt (PvdA) uit Sittard-Geleen naar de ideeën voor zijn gemeente. 


Geleen-Zuid, een typische wederopbouwwijk, is toe aan vernieuwing. De wijk wordt verdeeld in rollatorcirkels van 300 meter. In leegstaand vastgoed komen lokalen waar iedereen terechtkan voor de eerste levensbehoeften zoals eten, drinken, gezelligheid en zorg. Wethouder Ruud Guyt schetst een ideaalbeeld dat mogelijk werkelijkheid wordt als het plan voor Geleen-Zuid het wint van de reeks voorstellen die zijn ingediend bij Who cares voor toekomstbestendige woon- en leefvormen (zie kader). In de afgelopen maanden zijn vijf teams in Geleen-Zuid en Kluis aan de slag gegaan met vernieuwende ideeën die zorg en preventie, sociale samenhang en ruimtelijke kwaliteit inpassen in de bestaande woonomgeving. Door nieuwe verbindingsvormen tussen wonen, welzijn en zorg ontstaat een nieuw sociaal netwerk waar zorgbehoevende ouderen en buurtbewoners elkaar ontmoeten.
Sittard-Geleen wil de kracht van deze jarenvijftigwijk slim benutten. De wijk kenmerkt zich door veel ruimte, veel openbaar groen en is ingericht voor auto’s. Onveiligheid, verwaarlozing en verloedering vormen er de grootste problemen en krimp zorgt nog eens voor de nodige leegstand. Het plan moet in de wijk en gebouwen leiden tot een nieuwe sociale structuur. De bewoners gaan zelf actief aan de slag waardoor het welbevinden stijgt en de zorgvraag daalt. Het groene buitengebied krijgt uitlopers in de bebouwde omgeving en de verkeersaders voor auto’s maken plaats voor een netwerk ten behoeve van lokale contacten. Ook wordt er lokale werkgelegenheid gecreëerd voor alle bevolkingsgroepen door onder meer de productie van goederen via 3D-printingtechnologie.

Renoveren of vervangen

De vijf projecten in Sittard-Geleen die zijn genomineerd voor Who cares geven antwoord op de problemen in twee typisch naoorlogse wijken. Guyt vertelt dat de woningbouw hier tot stand kwam in een tijd van groei. Ruim vijftig jaar later is de economische levensduur voor een deel van die woningen door de eerste levensfase heen. ‘De vraag is of we die woningen gaan renoveren of vervangen’, zegt Guyt. ‘De gemeente heeft samen met betrokken partijen een gebiedsvisie opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de demografische veranderingen.’ 
De belangrijkste opgave is het op peil houden van voorzieningen en daarmee ook de leefbaarheid. Veel ouderen betekent veel vraag naar verzorging in allerlei vormen. De veranderende samenleving maakt ook duidelijk dat er verdunning nodig is in de bestaande bebouwing. Er is geen behoefte aan extra woningen, wel aan andere woningen vanuit het perspectief van de steeds ouder wordende bevolking en demografische krimp. ‘Dat heeft voor een deel al invulling gekregen in de keuzes die we maken voor sloop en behoud. Parallel aan dat proces kwam de Rijksbouwmeester met de vraag hoe Nederland er over enige tijd uitziet en hoe we dan omgaan met zorg en de ouder wordende mens. Who cares moet die vraag concreter maken en omdat Sittard-Geleen al langer nadacht over de combinatie van zorg, stenen en welzijn, is ons gevraagd mee te doen in een pilot.’

Zekerheid

Guyt, die deel uitmaakt van het lokale juryteam, noemt alle vijf de ingediende projecten waardevol. Daarom wil de wethouder tijdens het interview dat verschijnt vóór de prijsuitreiking niet uitgebreid op de afzonderlijke ideeën ingaan. Wel wil hij kwijt dat de projecten zich baseren op visies die in het verleden hun waarde hebben bewezen, zoals het woonconcept dat families weer in hun kracht zet, of die proberen een brug te slaan naar een veronderstelde dan wel manifeste woonbehoefte. Dat is volgens de wethouder een ingewikkelde zaak want er bestaan tegenwoordig veel individuele opvattingen en behoeften rond wonen. ‘De uitdaging ligt dan ook in het creëren van diversiteit in de woon- en leefomgeving die ook een beetje continuïteit biedt. Dan gaat het om voldoende vraag en volume. Het verbeelden van een woonbehoefte is leuk, maar wie verantwoordelijk is voor het investeren, beheren en exploiteren, wil wel weten hoeveel zekerheid een project biedt. Die kijkt naar de grootte van de doelgroep en de afschrijvingstermijn afgezet tegen de investering.’ 

Probeer het gewoon en laat zien hoe het uitpakt

Sittard-Geleen kent veel categorieën met totaal verschillende woonbehoeften. De gemeente heeft een staande voorraad en een redelijke omvang aan nieuwe en oude plannen. ‘Aan ons de uitdaging om alle bestaande plannen opnieuw tegen het licht te houden. Er zijn goed onderzoek en scherp debat nodig om keuzes te maken. Als voldoende inwoners een bepaalde woonbehoefte hebben, dan moet je daar een antwoord op hebben. Het is mijn taak om het publieke belang te zekeren en daarbij gaat het om de balans tussen wonen, zorg en welzijn. Kwaliteit staat daarbij voorop, dan raakt ook de investeerder geïnteresseerd.’
Sittard-Geleen ziet kansen voor de wijk in de ontwikkelingen rond de deeleconomie. Die kunnen het lokale maatschappelijk verkeer en de sociale cohesie in de wijk versterken. Guyt merkt op dat bezit tegenwoordig niet meer als het hoogste goed geldt, maar dat het beschikbaar zijn van spullen wel belangrijk wordt geacht. Denk daarbij aan het autodelen of het delen van tuingereedschap. ‘De samenleving verandert en wordt meer door idealisme en pragmatisme gedreven. Waarom zou je zoveel nutteloze productie tot stand brengen waar het met minder ook kan? De pragmatici investeren niet als ze het voor de helft samen met de buurman kunnen doen. Dat betekent onder meer dat de parkeernorm per woning naar beneden kan waardoor we de openbare ruimte anders kunnen inrichten. De wijk wordt autoluw.’
Het accent van een verkeersnetwerk voor de auto wordt verlegd naar een netwerk ten behoeve van lokale contacten, zo stelt Sittard-Geleen zich voor. De realisatie hiervan is een proces dat de veranderingen in de wijk volgt. De mogelijkheden zijn legio, benadrukt Guyt. De demografische samenstelling, de levensfase waarin de inwoners verkeren en de veranderingen in de stad vragen om een nieuwe aanpak. ‘Er wordt veel gediscussieerd over de vraag op welke schaal die projecten gerealiseerd moeten worden, gemeentebreed of op wijkniveau. Probeer het gewoon ergens en laat zien hoe het uitpakt.’ 

Demografie

Van een krimpprobleem wil Guyt niets horen. Die vraag mag weggestreept. De wethouder spreekt van een ‘demografisch veranderingstraject’ als nieuwe werkelijkheid. In de ene regio is sprake van een toename, in de andere van vergrijzing en ontgroening. Guyt: ‘Vroeger was de opgave voor iedere bestuurder met volkshuisvesting in portefeuille gemakkelijk: bouwen, bouwen, bouwen. In deze regio moeten we er nu voor zorgen dat er een adequate woningmarkt komt die aansluit bij de behoefte van de huidige en toekomstige bewoners. Voor ons vormt de financiering een probleem. Het bouwrijp maken van een locatie hier is een desinvestering die wij niet kunnen opvangen met bouwintensivering. Als er drie keer zoveel nieuwe woningen tegenover sloop staan, kan de ontwikkelaar daar prima mee uit de voeten en dankt de gemeente voor het zakendoen. Wij moeten juist verdunnen, zie nieuwbouw dan maar eens financieel rond te krijgen.’

Vijf b’s

Een wijk werkt op zijn best als de vijf b’s centraal staan: bricks, business, behaviour, bikes en bytes. Dat zijn volgens de wethouder hedendaagse componenten die het leven op een bepaalde plek belangrijk maken. ‘Die leveren kennelijk de kwaliteit waar mensen behoefte aan hebben zoals een snelle internetverbinding en een duurzame woning. Groen is daarbij zeer belangrijk, ook in dichte stedelijke gebieden willen inwoners groenbeleving ervaren. Een positief effect van verdunning is dat het ruimte oplevert voor groen. Zo kunnen er tussen de hoogbouw wadi’s worden aangelegd om regenwater op te vangen. Dat scheelt in investeringen in het rioolsysteem.’
Sittard-Geleen startte jaren geleden al met een project om zo veel mogelijk decentraal in de wijken voorzieningen voor ouderen te organiseren. Die kunnen daardoor in de wijk blijven waar ze altijd al woonden. Guyt noemt dat een geslaagd traject want de woonvoorzieningen voor ouderen zijn goed gespreid over de stad. ‘Vroeger verhuisden ouderen naar een woonvoorziening, nu dient die als uitvalsbasis voor de dienstverlening aan de omgeving waarbij senioren in hun eigen huis blijven wonen. We voeren al langer overleg met zorginstellingen over wat er gebeurt en hoe we daar de regie over blijven houden. Dat heeft alles te maken met hoe adequaat de zorgvoorziening is en door wie die geleverd wordt. We hebben hier gelukkig een overzichtelijk speelveld van aanbieders die elkaar meer als collega beschouwen dan als concurrent.’

Interdisciplinair

Op de vraag hoe de gemeentelijke organisatie zorg en stenen creatief kan verbinden, antwoordt Guyt dat het tegenwoordig een gegeven is dat de organisatie interdisciplinair hoort te werken. ‘Het zijn allemaal opgeleide mensen die liefde hebben voor het vak. Belangrijk is dat ze tot het besef komen dat de systemen en producten alleen waarde hebben als ze werken voor de inwoners. Praat met elkaar over wat de opgave is. Het gaat niet om het stapelen van stenen, maar om het realiseren van voorzieningen. Dat is ook de winst van Who cares. De teams zijn interdisciplinair aan de slag gegaan en staan zelf verbaasd over wat ze bereiken.’  
De beste garantie voor een goed resultaat is dat er aan de voorkant goed wordt nagedacht. Dat gebeurde voorheen ook wel, maar niet multidisciplinair. Volgens Guyt wilde men snel van a naar b komen en herhalen wat al bedacht was. ‘Je kunt tegenwoordig een huis in één week bouwen, maar zet dat eens af tegen tijd die nodig is om het concept te ontwikkelen. Door de procedures, ondanks de Crisis- en herstelwet, duurt het dan ook nog eens lang om te kunnen bouwen. 
Als je in zo’n periode nadenkt over wat je wilt bouwen en hoe, dan is het niet erg dat het die tijd kost omdat de realisatie vervolgens heel snel verloopt. Maar we kunnen het proces niet in elkaar schuiven tot een week. Je moet nadenken over alle elementen en dat kost tijd, laat staan het organiseren van draagvlak.’

Who cares

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) heeft samen met de Rijksbouwmeester teams van onder meer architecten, projectontwikkelaars en zorgverleners gevraagd voorstellen te doen voor woon- en leefvormen die toekomstbestendig zijn. Die voorstellen moeten een antwoord geven op de vergrijzing en op de trend dat mensen steeds ouder worden en langer thuis willen wonen. De opdracht luidt om wonen, zorg en ondersteuning dichter bij elkaar te brengen. 
De vier gemeenten Rotterdam, Groningen, Almere en Sittard-Geleen verlenen hun medewerking aan het project.
In elke deelnemende gemeente aan Who cares heeft een centrale jury, uitgebreid met enkele lokale vertegenwoordigers, één winnend project aangewezen. De provincie Limburg was mede-initiator en droeg bij in de kosten. De winnende ideeën worden 26 oktober bekendgemaakt tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven. Afspraak is dat de deelnemende gemeenten een inspanningsverplichting hebben om het winnende project te realiseren.

www.prijsvraagwhocares.nl

Vijf nominaties

•    De 'woon-carré' geïnspireerd op het klassieke hofje voor ‘ouden van dagen’ en de authentieke Limburgse carré-hoeve.
•    Het geschikt maken van de buitenruimten rondom en de begane grond in de portiekflats als binnen- en buitenpleinen voor een nieuwe sociale én fysieke infrastructuur.
•    Het woonconcept familiewonen dat familiehuizen rondom gemeenschappelijke hofjes realiseert waar zij onder één dak samenwonen. 
•    Het wijkhuis als trefpunt van en voor de buurtbewoners dat dienst doet als een algemeen toegankelijke dagbesteding waar sociaal ondernemers uiteenlopende services en diensten aanbieden.
•    Leegstaand vastgoed gebruikt als lokalen waar buurtbewoners terechtkunnen voor de eerste levensbehoeften en waar ruil-, deel- en sociale initiatieven plaatsvinden.