Schuldhulpverlening: Liever meer zeggenschap dan extra geld

Nummer 5, 24 maart 2017

Auteur: Paul van der Zwan

Een half miljoen huishoudens kent problematische schulden en het deel daarvan dat geen beroep doet op schuldhulpverlening groeit. Het onderzoeksrapport Een onbemind probleem toont de urgentie van het probleem en komt met oplossingen, ook voor gemeenten. Wethouder Patrick Welman (Enschede, CDA) wil niet zozeer extra geld als wel meer zeggenschap.

Het gaat bij veel mensen bijna ongemerkt, voordat ze het weten zitten ze diep in de schulden. Vaak door verandering in hun leefsituatie zoals een scheiding, ontslag of mislukt ondernemerschap. Uit de schulden komen, gaat doorgaans veel minder geruisloos. En het kost onder meer gemeenten geld.

De Tweede Kamer vroeg de minister van SZW eind 2015 om een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de schuldenproblematiek in Nederland. De minister gaf de Universiteit van Tilburg de opdracht om een vooronderzoek te doen. Dat werd geleid door hoogleraar Roel in ’t Veld; zijn rapport Een onbemind probleem ging eind vorig jaar naar de Kamer.

Patrick Welman was panellid van het onderzoek. Hij herkent de omvang van de schuldenproblematiek, die naar zijn oordeel niet is gebonden aan gemeentegrenzen. Ook Enschede heeft er dus mee te maken; het aantal mensen met problematische schulden ligt veel hoger dan zo’n tien jaar geleden. ‘Voor de economische crisis hielden wij over van ons budget voor bijzondere bijstand, nu gaat 40 procent van dat budget op aan schuldhulpverlening.’ Daar komt bij dat de gemeente veel meer geld moet steken in de Stadsbank Oost-Nederland, een samenwerkingsverband van 22 gemeenten dat mensen met ingewikkelde en problematische schulden helpt.

De crisis vormt dus een oorzaak, maar volgens Welman ook de kwetsbaarheid van de groep. ‘De zelfredzaamheid van mensen met grote schulden is kleiner dan we dachten. Er is dus een andere aanpak nodig, die niet ophoudt na het doorlopen van de schuldsanering.’

Niet zelden ontbreken familieleden en vrienden om deze mensen te steunen. ‘Wij zijn bezig met het ontwikkelen van een aanpak waarin professionals en vrijwilligers samen optrekken. Het regelen hiervan kost veel tijd.’

Patrick Welman

Wethouder (CDA) Enschede

‘Ik wil wel graag meer te zeggen hebben over waar ik de middelen voor bijzondere bijstand aan uitgeef’

Kosten geëxplodeerd

Daarnaast zijn de kosten voor beschermingsbewind volgens de wethouder geëxplodeerd. Dat is vooral bedoeld om mensen met een psychische of lichamelijke beperking die hun eigen financiën niet kunnen regelen, te helpen. De bewindvoerder beheert de inkomsten en zorgt ervoor dat bijvoorbeeld vaste lasten op tijd worden betaald. ‘Tot 2008 betaalden we daarvoor ongeveer 60.000 euro per jaar, nu gaan we richting de 1,7 miljoen euro per jaar. Ook dit is overigens een landelijke trend.’

De meeste mensen met problematische schulden krijgen volgens Een onbemind probleem geen hulp van de overheid. Welman betwijfelt dat echter. ‘Mensen kunnen in ieder geval wel bij de overheid aankloppen. Gemeenten zijn wettelijk verplicht schuldhulpverlening te bieden.’

Dat wil niet zeggen dat de rijksoverheid niet een tandje kan bijzetten. ‘Zo zou er één moment moeten komen waarop het Rijk toeslagen uitkeert, zoals de huur-, de zorg- en de kinderbijslag, zodat mensen enige zekerheid hebben.’ Die zekerheid kan de stress die veel mensen met problematische schulden hebben, enigszins wegnemen. ‘Veel mensen worden al nerveus als de deurbel gaat of de telefoon, uit angst dat het weer een schuldeiser is of de deurwaarder. Gebleken is dat het IQ van deze mensen tien punten lager ligt dan wanneer zij geen spanning ervaren door schulden.’

Dit is overigens maar één voorbeeld van wat de overheid beter zou kunnen doen rond de aanpak van schulden. Een jaar geleden presenteerden de VNG, Divosa (vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein), NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de MOgroep (de brancheorganisatie voor sociaal werk) een pamflet met concrete voorstellen voor verbetering, ook van de eigen aanpak (zie kader op pagina 22).

Veel mensen worden al nerveus als de deurbel gaat

Beslagvrije voet

Dus ook gemeenten kunnen meer doen voor mensen met grote schulden. ‘Gemeenten berekenen het gedeelte van het inkomen waar schuldeisers niet aan mogen zitten omdat dat nodig is om van te leven, de zogeheten beslagvrije voet, nogal eens met de “dikke duim”. Wij hebben dat enige tijd geleden aangepast, ik adviseer andere gemeenten om dat ook te doen.’ De Tweede Kamer ging overigens vorige maand akkoord met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Als dat voorstel wet wordt, vervalt de plicht van mensen met schulden om zelf allerlei gegevens te leveren voor de berekening van de beslagvrije voet. Nu gaat dat nog vaak mis, waardoor een te laag bedrag wordt berekend. Volgens de nieuwe wet beschikken voortaan deurwaarders zelf over de gegevens om op een eenvoudiger manier te komen tot de beslagvrije voet.

Op het gebied van vroegsignalering kunnen gemeenten volgens het rapport nog een slag maken. Maar naar het oordeel van Welman stellen de meeste gemeenten al veel in het werk om problematische schulden tijdig te zien. Zo ook Enschede: ‘Wij hebben daarover onder meer afspraken gemaakt met corporaties. En ook onze wijkteams helpen daarbij; daarin zitten trouwens ook mensen van de Stadsbank.’

Om hun taken goed uit te kunnen voeren, hebben gemeenten volgens het rapport eerder informatie nodig van crediteuren over mensen met schulden. Daar is Welman het volledig mee eens: ‘Dat kan onder meer goed van pas komen bij de berekening van de beslagvrije voet.’

Bij een zogeheten interventieplan voor gemeenten zoals het rapport adviseert, kan Welman zich echter niet veel voorstellen. Met het verplichte beleidskader komen gemeenten naar zijn oordeel ook een eind. Het college van B en W van Enschede stuurt dat binnenkort naar de raad. ‘Daarin stellen we de problematiek van de persoon centraal. Die willen we vooral door gedragssturing veranderen.’

Bij een interventieplan voor gemeenten kan Welman zich niet veel voorstellen

Schaalvergroting

De expertise van gemeenten op het gebied van problematische schulden heeft niet altijd voldoende kwaliteit, aldus Een onbemind probleem. Welman kan daar niet over oordelen. ‘Maar als dat ontoereikend is, adviseer ik gemeenten te zoeken naar schaalvergroting. Samenwerking brengt ambtenaren van verschillende gemeenten bij elkaar en maakt een gezamenlijke aanpak op grond van gedeelde kennis mogelijk.’

In kwaliteitszorg met behulp van certificering ziet Welman niet veel. ‘Ik ben bang dat dat een doel wordt in plaats van dat het een middel is. Bij onze Stadsbank kenden we allerlei normeringen, maar dat werden op een gegeven moment doelen op zich. Dat hebben we omgedraaid: de persoon kwam erdoor centraal te staan. Als eventuele certificering daardoor op een laag pitje zou komen te staan, dan moet dat maar.’

Schuldhulpverlening verdient al met al een permanente plaats binnen het sociaal domein, vindt Welman. ‘Als je problemen met schuldhulpverlening niet kunt aanpakken, kun je immers ook problemen op het gebied van opleiding, werk en gezondheid niet de baas worden.’

En ook voor het nieuwe kabinet behoort het prioriteit te hebben, vindt de wethouder. ‘Het staat niet in mijn top drie van meest urgente onderwerpen, ik ben al tevreden met enkele maatregelen die de doelgroep ten goede komen.’ Het gaat hem niet zozeer om geld, bijvoorbeeld extra budget voor bijzondere bijstand. ‘Ik wil wel graag meer te zeggen hebben over waar ik de middelen voor bijzondere bijstand aan uitgeef. Nu bepaalt een rechterlijke uitspraak welke middelen ik in moet zetten voor beschermingsbewind. Gemeenten zouden dat mede moeten gaan beoordelen. Het zou mooi zijn als die adviserende rol in het Burgerlijk Wetboek zou komen te staan.’

Pamflet voor betere aanpak

De VNG, Divosa (vereniging van leidinggevenden in het sociaal domein), NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de MOgroep (de brancheorganisatie voor sociaal werk) hebben een jaar geleden het pamflet Naar een betere aanpak van schulden en armoede aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin doen zij concrete voorstellen voor verbetering van het stelsel van wet- en regelgeving waarbinnen schuldhulpverlening moet werken. Dat stelsel achten zij onwerkbaar en inefficiënt; het veroorzaakt zelfs meer of nieuwe schulden.

Verbetering vraagt een andere opstelling van de rijksoverheid. Een effectievere aanpak van armoede en schulden is bij uitstek een onderwerp waar de rijksoverheid zich moet bezinnen op de eigen rol en de verschillende petten die ze draagt.

De vier organisaties vragen de Kamer onder meer de preferente positie en de bijzondere incassobevoegdheden van het Rijk en andere publieke instellingen te beperken dan wel op te heffen. Zij pleiten verder voor de mogelijkheid om mensen met schulden een aanvullende ziektekostenverzekering te kunnen aanbieden tijdens een minnelijk traject schuldhulpverlening. Voorts dringen zij aan op het wegnemen van wettelijke belemmeringen voor het saneren van vorderingen zoals boetes van het Centraal Juridisch Incassobureau en fraudevorderingen bij uitkeringen.

Vereenvoudiging van inkomensvoorzieningen en toeslagen verkleint de kans dat kwetsbare groepen inkomen mislopen en schulden opbouwen. Zeker wanneer uitkeringen, teruggaaf inkomstenbelasting, toeslagen en vakantiegelden op één moment worden uitbetaald. Overigens geldt bij schulden natuurlijk ook: voorkomen is beter dan genezen. Door financiële educatie op te nemen in het onderwijsleerplan kunnen jongeren financieel weerbaar worden gemaakt.

Volgens onderzoek zijn gemeenten jaarlijks meer geld kwijt aan bijzondere bijstand dan ze aan budget van het Rijk ontvangen. Daarom vragen VNG, Divosa, NVVK en MOgroep voldoende budget voor beschermingsbewind en de wettelijke mogelijkheid voor gemeenten om een rechter te adviseren bij een aanvraag voor beschermingsbewind. Gemeenten gaan zelf meer inzetten op preventie, vroegsignalering en financiële educatie met andere partijen.

www.vng.nl/schuldhulpverlening