Scheidend Deltacommissaris Wim Kuijken: ‘Gedeeld eigenaarschap wekt vertrouwen’

VNG Magazine nummer 19, 7 december 2018

Auteur: Marten Muskee | Beeld: Frank van Beek/Capital Photos

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij het klimaatbestendig maken van Nederland. Daarvan is Wim Kuijken, in 2010 aangesteld als de eerste Deltacommissaris van Nederland, overtuigd. Volgens hem beschikken de gemeenten over enorme kennis. Zij kunnen heel veel inbrengen bij de invulling van de klimaatadaptatie.

De Deltacommissaris, onder meer aangesteld om ons land te beschermen tegen de rijzende zeespiegel en andere gevolgen van de klimaatverandering, gaat met pensioen. Hij kijkt tevreden terug op wat de afgelopen acht jaar bereikt is. Er is veel geoogst en de recente ondertekening van het Bestuursakkoord Klimaat Adaptatie door de overheden, vormde een laatste ontbrekende stukje voordat hij stopt om Nederland tot 2050 tot op zekere hoogte klimaatbestendig te maken. In dat akkoord is vastgelegd 600 miljoen euro extra uit te trekken voor maatregelen tegen schade door droogte, hittestress en wateroverlast.

In de eerste jaren richtte het Deltaprogramma zich op de nieuwe normeringen voor de waterveiligheid. De oude normeringen stammen uit de tijd van de watersnoodramp in 1953. Die zeiden alleen iets over de kans dat water over een dijk loopt en niet over het risico dat mensen lopen achter een dijk. Kuijken: ‘Die nieuwe set levert veel werk op voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarbij we in de komende dertig jaar zo’n 25 miljard euro investeren om de bescherming van ons land tegen water te verbeteren. Iets wat vroeger niet lukte, gebeurt nu wel: Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en gemeenten, die met een gedeeld eigenaarschap de fysieke toekomst van ons land onder ogen zien.’

Een robuust watersysteem

De tweede grote opbrengst in de afgelopen acht jaar vormt het Deltaplan Zoetwater. Nederland werkte al met de verdringingsreeks waarbij in droogte-periodes functies afgekoppeld worden om uiteindelijk de hoogste prioriteit in stand te houden: voorkomen dat dijken uitdrogen. Daarvoor bestond echter nog geen offensieve strategie. Nu liggen er plannen voor een robuust watersysteem dat water vasthoudt in de toenemende droge perioden, inclusief afspraken over een efficiënter gebruik van water.

Derde mijlpaal vormt het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Kuijken: ‘In de korte tijd van een halfjaar is dat met name door de inzet van de overheden onder leiding van de VNG en de Unie van Waterschappen tot stand gebracht. Dat gebeurde naar aanleiding van de confrontatie met enorme hoosbuien in de afgelopen jaren.’

 Niemand is de baas en dat werkt goed

Het bestuursakkoord dat nu gesloten is over klimaatadaptatie vormt de bezegeling van de financiering van dat deltaplan. Het Rijk trekt daarvoor 300 miljoen extra uit, evenals de gemeenten, provincies en waterschappen. ‘Die pot van 600 miljoen euro dekt niet alles, maar zorgt wel voor een goede start als we maatregelen gaan treffen in de komende jaren.’

Dat het is gelukt alle overheden te verbinden om Nederland veilig en leefbaar te houden, daar is Kuijken met name tevreden over. ‘Iedereen was bereid samen de doelen te erkennen, de feiten te onderzoeken en antwoorden te vinden op regionale en nationale vraagstukken. Dat is een groot goed. Ik ben trots op de overheden die met elkaar in de ritmiek van een jaarlijks programma, met concrete maatregelen voor de toekomst aan de slag gaan.’

Geld beschikbaar

Tijdens de afgelopen periode van droogte bleek dat het vertrouwen om samen tot oplossingen te komen, groot is. ‘In 1976 was er ook een droogteperiode en toen ontstonden er relatief gezien onrust en paniek. We zijn nu veel beter voorbereid en in staat om de juiste maatregelen te nemen omdat we nu acht jaar op deze manier samenwerken. Iedereen speelt daarbij een rol.’

Kuijken noemt het interessant om te zien dat als overheden samen maatregelen bedenken voor de toekomst, er ook geld voor beschikbaar is. Het Deltafonds heeft 1 miljard euro per jaar beschikbaar. Dat betekent dat er door de jaren heen behoorlijk wat geld is om de belangrijkste maatregelen in het programma te zetten. ‘Ieder jaar opnieuw kijken alle overheden zes jaar vooruit, niemand is de baas en dat werkt goed. We bieden daarbij transparantie richting de burgers en het bedrijfsleven. We maken het niet iedereen naar de zin, maar doen wel ons best om feiten te delen, mensen te betrekken bij oplossingen en helder te zijn over de te maken keuzes.’

Het Deltaprogramma is een groot interbestuurlijk programma waar iedereen volgens Kuijken graag aan meedoet omdat de doelen en de bijdragen daaraan helder zijn. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor waar ze over gaan en brengen het in het grote geheel in. ‘Dat is de grote vondst geweest, men praat mee over de richting die we opgaan. Er zijn nationale en regionale groepen ingedeeld waar alle overheden aan tafel zitten en nationale thema’s vertalen naar de regio en weer terug. Dat hebben de overheden zelf bedacht, net al het inrichten van een nationale stuurgroep die dilemma’s, keuzes en observaties bespreekt, zonder de klassieke vergaderdynamiek. Zitten we met een vraagstuk waar we niet uitkomen, dan komen dertig tot veertig bestuurders bij elkaar zonder agenda. Die laten zich inleiden door een specialist en bespreken vervolgens de te nemen maatregelen.’  

Vier scenario’s

In de klassieke aanpak zou er voor één scenario gekozen zijn, in het Deltaprogramma gebeurt dat niet. Er zijn vier scenario’s opgesteld door de planbureaus en het KNMI. Die schetsen plausibele toekomstbeelden met een zeespiegelstijging van 40 cm tot 1 meter in 2100. De scenario’s worden vertaald naar het werk dat moet gebeuren. Alles wat in de komende dertig jaar in het Deltaprogramma is geprogrammeerd, ondervangt al die scenario’s. Dat is wat betreft Kuijken uniek en wordt ook internationaal als interessant beschouwd. ‘Ondertussen blijven we meten waardoor over vijf jaar de gegevens weer preciezer zijn en zo zien we of we onze aanpak moeten aanpassen. We zijn adaptief en willen voorbereid zijn om zo mogelijk grotere ingrepen te doen. De Oosterscheldekering is ooit gebouwd voor tweehonderd jaar, dat zouden we nu niet meer doen want die toekomst is te onzeker. Het Deltaprogramma is ervoor bedoeld eerder te acteren en maatregelen voor te bereiden, ook voor na het midden van deze eeuw.’

75 procent van de gemeenten is met stress-testen bezig

Kuijken is bij diverse overheden werkzaam geweest. Hij verwijst naar de tijd dat het Rijk beleid maakte waar gemeenten iets van mochten vinden. Zo werkt het niet meer. ‘Als gemeenten vanaf het begin mogen meepraten over de beleidsvorming en over de te onderzoeken feiten, komen ze in een heel andere rol en positie. Dan leveren ze vanuit kracht hun inbreng. Boek samen voortgang langs de weg van gelijkwaardigheid, niemand kan de grote vraagstukken alleen aan. Het biedt comfort als je gelijkwaardig bent en het vertrouwen hebt er samen uit te komen. Dat is een ervaring waarvan ik veel geleerd heb. Ik gun andere beleidsterreinen dezelfde ervaring.’

Stresstest

In het Deltaplan 2018 is vastgelegd dat elke gemeente uiterlijk in 2019 een stresstest op het gebied van klimaatbestendigheid moet hebben gedaan. Tijdens het VNG Jaarcongres eerder dit jaar zei Kuijken zich geen zorgen te maken over het beperkt aantal vingers in de zaal dat de lucht inging op de vraag wie er al bezig is met de stresstesten. ‘In de zaal zaten veel bestuurders die dat helemaal niet konden weten omdat ze nieuw waren. Ik had toen al een onafhankelijke meting laten doen waaruit blijkt dat 75 procent van de gemeenten in de een of andere vorm met die stresstesten bezig is.’

De stresstest zet de fysieke omgeving gesimuleerd onder druk met bijvoorbeeld een regenbui van 100 mm in een uur. Dan zien lokaal bestuurders wat er gebeurt wanneer plotseling veel water naar beneden valt. Die stresstest is er in vormen en maten geschikt voor alle gemeenten. Ook komt er een stresstest voor hittestress, droogte en overstromingen. Die standaarden zijn dit jaar klaar en begin 2019 is alles beschikbaar. Dat moet alle gemeenten inzichten opleveren wat te doen om weersextremen op te vangen. ‘Afgesproken is dat alle gemeenten dat doen, dus daar ga ik dan ook vanuit. En als ze het niet doen dan schrijven we dat op en sturen het naar de Tweede Kamer in het Deltaprogramma op Prinsjesdag.’

In alle regio’s zie je solidariteit ontstaan

De nieuwe Deltacommissaris Peter Glas bezoekt de komende jaren alle in de veertig regio’s verzamelde gemeenten om te praten over hun aanpak. Recent was Kuijken in het Land van Cuijk waar de vijf gemeenten, provincie en waterschap samenwerken aan het ruimtelijk adaptief maken van de regio. In de regio zit een hoogteverschil en vier van de vijf gemeenten helpen Cuijk droge voeten houden. ‘Dat is solidariteit en dat zie je in alle regio’s ontstaan.’

Ruimtelijke ambities

Het is aan de gemeenten om maatregelen tegen de wateroverlast te waarborgen en deze te combineren met ruimtelijke ambities. De Deltacommissaris is er absoluut van overtuigd dat lokaal bestuurders deze opgave op het netvlies hebben. Bouwen in een laaggelegen deel van Nederland is kostbaar als een wijk waterrobuust en klimaatbestendig moet zijn. Kuijken: ‘Je kunt niet bouwen en de kosten afwentelen op toekomstige generaties. Wees bij de locatiekeuze dus heel alert, de waterschappen helpen daarbij. Ook bij inbreiding is het heel belangrijk aandacht te hebben voor plekken om de gevolgen van extreem weer op te vangen. We zien dat steeds meer gemeenten daar rekening mee houden.’

Investeringen

Kuijken adviseert gemeenten investeringen te doen waarvan ze zeker weten dat die renderen op veranderingen in het klimaat. Het is wat hem betreft misschien verstandiger om meerdere investeringen voor de korte termijn te doen, en niet in een keer voor vele jaren zodat aanpassingen mogelijk zijn. De Deltacommissaris noemt flexibiliteit in de fysieke omgeving de belangrijkste waarde en opgave om extremen op te vangen. Zo is het IJsselmeerpeil flexibel gemaakt om bij droogte meer water vast te houden. ‘We hebben veel starre systemen, waterpeilen en kanalen flexibel gemaakt. Vervang stenen door groen. Dat hoeft niet morgen, maar wel in de komende tien jaar. Houd in de investeringsprogramma’s rekening met klimaatadaptatie. En ga ook in dialoog met de inwoners over wat ze zelf kunnen doen om de wijk klimaatbestendig te maken.’

De Deltacommissaris is degene die namens alle partijen een voorstel doet aan het kabinet en Tweede Kamer om maatregelen te nemen. Voor de komende dertig jaar zijn die maatregelen redelijk belegd in het Deltaprogramma. Kuijken sluit echter niet uit dat de extremen toenemen en dat er na 2050 nog grootschaliger maatregelen nodig zijn. ‘Dan is het aan de Deltacommissaris om die goed onderbouwde en wetenschappelijk gereviewde maatregelen voor te stellen aan de politiek. Dat is de essentie van het Deltaprogramma. Ik heb geen doorzettingsmacht, maar deze werkwijze is de ultieme manier om de politiek tot goede besluiten te brengen.’