Samenwerken tegen wassend water in Maastricht en Gulpen-Wittem

VNG Magazine nummer 10, 15 juni 2018

Auteur: Annemarie Geleijnse | Beeld: © Aerophoto

Water trekt zich niets aan van grenzen. Een hoosbui in de Ardennen kan leiden tot natte voeten in Maastricht of in nabije gemeenten als Gulpen-Wittem. Stroomopwaarts valt er veel te winnen in het bestrijden van hoogwater. Maar zitten de Belgen wel op zo’n samenwerking te wachten? 

‘Water moet je de ruimte bieden’, stelt wethouder Gert-Jan Krabbendam (GroenLinks) op het stadhuis in Maastricht. ‘Hoe meer je het afknijpt, hoe hoger de rekening die je daarvoor betaalt.’ 
In 1993 en 1995 bleek volop hoe te veel water stroomopwaarts voor problemen kan zorgen stroomafwaarts. Na hevige regenval en smeltende sneeuw in de Belgische Ardennen overstroomden delen van Limburg. Na die overstromingen werd hard gewerkt aan noodkades, rivierverruimingen en dijkversterkingen. Dat bleek afdoende bij de laatste hoogwatergolf in 2011, maar klaar is het daarmee nog niet. De klimaatverandering die zorgt voor hevigere buien en de gestegen veiligheidsnormen vragen nieuwe maatregelen om de waterstand in de Maas te verlagen.
Gebeurt dat niet dan kan Maastricht zich alleen nog maar wapenen tegen het water door de kademuren langs de Maas te verhogen tot 1,80 meter. Krabbendam zou daar met zijn 1,92 meter lengte zelf nog net overheen kunnen kijken, maar heeft er weinig trek in om de kenmerkende Maas zo van de stad af te sluiten. ‘Waanzin.’ 

Ontwikkelvisie 
Het kan gelukkig ook anders. De Maas in de binnenstad verder uitdiepen bijvoorbeeld. Dat scheelt zo al 70 centimeter kademuur. Én: de aanleg van een geul, een zogenoemde groene rivier, als bypass voor extra waterafvoer ten oosten van Borgharen-Itteren; het verbreden van de Maas bij de Franciscus Romanusweg – waar de Maas een flessenhals vormt; het optimaliseren van de doorstroming bij het stuweiland Bosscherveld en bij de Pietersplas. Stuk voor stuk maatregelen die naast het verhogen en versterken van dijken vooral meer ruimte willen bieden aan het water.


Hoewel tegen een deel van die plannen veel weerstand is, zijn ze als kansrijk bestempeld in de Ontwikkelvisie Zuidelijk Maasdal 2050. De visie werd in maart aangenomen door de gemeenteraad en dient als plan waarmee nu bij overheid en provincie naar budget (284 miljoen euro) wordt gezocht. 
Opvallend: waar in een eerdere versie van de visie nog vrij uitgebreid werd gehamerd op internationale samenwerking is dat uit het uiteindelijke rapport grotendeels verdwenen. De eerder voorgestelde maatregel om water af te leiden via het Albertkanaal dat Luik met Antwerpen verbindt, is geschrapt, omdat hij als ‘minder kansrijk’ is bestempeld. In de door de gemeenteraad goedgekeurde versie wordt nog wel gewezen op het belang van samenwerken met de Belgen maar daarbij staat ook dat ‘de praktijk leert dat nationale belangen lang niet altijd overeenkomen’. En: ‘Concrete maatregelen lijken nu nog ver weg.’

Lange adem
Krabbendam, zelf nog maar een jaar op deze post, herkent het helemaal. Zowel het belang van samenwerken als de lange adem die daarvoor nodig is. ‘Als er een hoogwaterprobleem in de Maas ontstaat, komt dat niet door regen die hier valt maar door de regen en smeltende sneeuw in Noord-Frankrijk en de Ardennen. Er ligt een heel stuk Maas voor ons. Water trekt zich niets aan van grenzen en wij zijn volstrekt afhankelijk van de hoeveelheid water die we van stroomopwaarts ontvangen. Zouden de Belgen een groter deel van het water vasthouden in het eigen gebied dan zou dat een deel van het probleem in en rond Maastricht oplossen. Het maakt internationale samenwerking uiterst gewenst.’
Maar hij ziet ook dat samenwerken niet ‘per definitie gemakkelijk’ is. ‘We hebben in deze regio te maken met verschillende bestuurslagen, culturen en talen. Het gaat niet alleen om Vlamingen maar ook om Walen. De omstandigheden zijn anders in Wallonië, de cultuur is anders, de manier van politiek bedrijven en communiceren is anders, de veiligheidsnormen zijn anders.’ Hij wijst ook op de volstrekt andere omstandigheden aan beide zijden van de grens.  In Wallonië hebben ze de Maas grotendeels gekanaliseerd en is er sprake van natuurlijk verval waardoor er daar nauwelijks hoogwaterproblematiek speelt. 
Zeggen dat het water daardoor ‘lekker hard doorklettert’ naar Maastricht doet hij liever niet. ‘Dat is me te plat geformuleerd. Maar feit is wel dat zij niet ons probleem hebben. Voor de Walen staat de hoogwaterproblematiek veel minder hoog op de agenda.’

Droge voeten
Piet Franssen (Fractie Franssen), ten tijde van het interview nog wethouder water van de in het Maasdal gelegen gemeente Gulpen-Wittem, kan hierover meepraten. Hoe het mis kan gaan, zag hij in 2012 toen enorme hoosbuien in de Ardennen uitmondden in fikse overstromingen in zijn gemeente. Delen van het dorp Slenaken liepen totaal onder, auto’s spoelden weg, hotels en bedrijven stonden vol water. Alleen doordat het magazijn van de Gulpener Bierbrouwerij onbedoeld als waterberging diende, bleef het centrum van Gulpen zelf gespaard. Het gevolg: miljoenen euro’s schade. 
Maar ook: een groeiend bewustzijn dat er wat moest gebeuren. Franssen herinnert zich hoe gemeente, waterschap en provincie bij elkaar kwamen en de conclusie al snel was dat ze grensoverschrijdend te werk moesten gaan. ‘Er is toen een overleg gestart met de Belgische gemeente Voeren en de Belgische provincie Limburg.’
Door zijn gemeente stroomt de Gulp, een zijtak van de Geul die ten noorden van Maastricht uitmondt in de Grensmaas. Bovenstrooms komt het water uit België bij Slenaken Nederland binnen. Franssen: ‘Bij hevige regenval kunnen we dat water niet allemaal verwerken. Je moet proberen bovenstrooms het water op te vangen. Willen we droge voeten houden, dan hebben we de Belgen nodig.’

Dit krijg je alleen niet opgelost

Dat de belangen niet gelijk zijn, ziet Franssen deels als een praktisch probleem dat valt op te lossen. ‘Vanuit de gedachte “Wie baat heeft betaalt” kun je Nederlands geld aan Belgische zijde inzetten. Ook kun je aanspraak maken op subsidies uit Europa.’ Daarbij is hij van mening dat Nederland wel degelijk ook iets kan betekenen voor de Belgische hoogwaterproblematiek. ‘Als wij hier meer water opvangen, kan het bovenstrooms sneller weg en hebben zij minder last van opstuwing.’
Lastiger is wat hem betreft de organisatorische kant. Nederland heeft een duidelijke structuur met Rijkwaterstaat, provincie, gemeente en vooral ook het waterschap. België kent geen waterschappen en legt veel meer verantwoordelijkheid bij provincies en afzonderlijke gemeenten. ‘Het maakt het heel onduidelijk met wie je moet overleggen en wie uiteindelijk zeggenschap heeft.’
Het gevolg is dat er vooralsnog vooral wordt gezocht naar maatregelen aan de Nederlandse kant. Die stuitten soms op veel weerstand van natuurbeheerders en omwonenden, zoals ook gebeurde bij de plannen van een grote dam bij Slenaken. Belangrijk argument van tegenstanders: ‘Je moet maatregelen nemen in het Belgische deel. Dit krijg je alleen niet opgelost.’ 
Franssen maakt zich grote zorgen over de toekomst. ‘We zijn nu zes jaar verder en we zijn nog steeds geen stap verder. Als er weer zo’n bui komt dan zou het zomaar kunnen dat het hele centrum van Gulpen overstroomt.’
Als het aan hem ligt, komt die dam er in afgeslankte vorm wel. En volgen er in Nederland én België aanvullende natuurtechnische maatregelen. Op eigen grondgebied zou Franssen graag zien dat gronden die worden aangekocht voor het creëren van nieuwe natuur, ook worden ingezet voor het bereiken van de waterdoelen. Franssen: ‘Door natuur, recreatie en waterdoelen slim te koppelen, valt er veel te winnen. Ook in België.’
Hoopgevend zijn wat dat betreft de natuurtechnische maatregelen die de stichting ARK Natuurontwikkeling uitvoert op zowel het Belgische als Nederlandse gedeelte (zie kader). 

Huiswerk op orde
Op het stadhuis van Maastricht concentreert wethouder Krabbendam zich ondertussen vooralsnog vooral op de verdere uitwerking van de Ontwikkelvisie Zuidelijk Maasdal 2050. ‘We moeten eerst kijken wat we zelf kunnen doen, ons eigen huiswerk op orde hebben. Binnen Nederland is de belangrijkste opgave nu dat we het financiële plaatje rondkrijgen. Dan weten we of we verder kunnen met plannen die we hebben. Vervolgens is het belangrijk de contacten met de Vlamingen vast te houden en ze met de Walen te leggen, waar ze er nog niet zijn. Het zal een kwestie van lange adem zijn, maar daarmee kunnen we hopelijk een gemeenschappelijk gevoel van urgentie ontwikkelen.’
 

Gulpdal zonder grenzen
Het project Grenzenloos Gulpdal, veilig door natuur wordt uitgevoerd in het dal van het riviertje de Gulp in Wallonië, Vlaanderen en Nederlands Limburg. ARK Natuurontwikkeling werkt met partners aan natuurlijke oplossingen voor de wateroverlast. Het draait daarbij vooral om het vasthouden van water (bijvoorbeeld achter dammen van bevers), om het herstel van terrassen met dichte hagen op steile hellingen of om het bieden van meer ruimte aan de  Gulp zelf. De Postcode Loterij stelde onlangs twee miljoen euro beschikbaar voor dit project.