Regionale Energiestrategie voor gemeenten

Op 21 december zijn de opbrengsten van de sectortafels overhandigd aan minister Wiebes. De VNG ziet dit moment als een volgende stap in het proces om te komen tot een Klimaatakkoord. Net als bij de oplevering in 10 juli gaat het hier om tussenproduct dat nog wordt doorgerekend door het PBL. Voor een volledig overzicht van alle maatregelen kunt u terecht op www.klimaatakkoord.nl.

De Regionale Energiestrategie (RES) is stevig verankerd in het klimaatakkoord. Met de RES worden veel van de nationale afspraken in de praktijk gebracht, dit was ook de inzet van de VNG, IPO en UvW. Gemeenten zelf ruimte om op regionaal niveau invulling te geven aan energietransitie om daarmee de doelstelling van Parijs te behalen.

In de RES werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Dit doen zij voor besparing; de opwekking van duurzame elektriciteit (landelijke doelstelling voor 2030 is tenminste 35 TWh); de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen); en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. De borging van de afspraken vindt waar relevant plaats in het ruimtelijk beleid.

De focus van de RES ligt op de opgaven van de sectortafels Gebouwde omgeving en Elektriciteit. Wanneer dit de wens is van een regio kunnen ook opgaven van andere tafels worden meegenomen in de RES, zoals maatregelen voor duurzame mobiliteit, industrie of landbouw en landgebruik.

Wijze waarop de RES verwerkt is in de opbrengsten van de tafels

  • Vanaf 1 januari 2019 start het Nationaal Programma RES (NPRES, in oprichting). Dit programma vormt feitelijk het scharnierpunt tussen het Klimaatakkoord en de regio, en faciliteert regio’s met kennis en capaciteit om tot een gedragen RES te komen en de uitvoeringskracht te vergroten. Het nationaal programma is een samenwerking van regio’s, Rijk, koepels, energiepartijen en maatschappelijke partners en biedt een platform voor uitwisseling van kennis en ervaring kansen en knelpunten.
  • Medio maart levert het NPRES aan alle regio’s energie-analysekaarten waarin het huidig verbruik per regio, het te verwachten verbruik en theoretische potentie voor wind, zon, geothermie biomassa en aquathermie. Deze (praat)platen bieden basis om gesprek met stakeholders te gaan voeren over ambitie en inzet van regio op besparing enhernieuwbare energie.
  • De regio levert 6 maanden na definitieve ondertekening van het Klimaatakkoord (ongeveer eind mei 2019) een concept RES aan bij het NPRES en 12 maanden na het Klimaatakkoord een RES 1.0. De RES wordt 2-jaarlijks herijkt naar 2.0, 3.0, etc. versies.
  • Concept RES wordt doorgerekend door het PBL. De eventueel resterende opgave wordt door de regio’s onderling verdeeld en wordt vastgesteld door raden en staten in een RES 1.0
  • Het Rijk stelt voor 2019-2021 jaarlijks € 22,5 miljoen ter beschikking voor ondersteuning van het Nationale Programma RES. Daarvan wordt € 5 miljoen benut voor de programma-organisatie en de ontwikkeling van data-infrastructuur en kennis. € 15 miljoen is beschikbaar voor ondersteuning van de dertig regio’s. Verder is € 2,5 miljoen gereserveerd voor de participatiecoalitie (ODE, NMF, etc.) om concrete bijdragen te kunnen leveren aan de RES’en.