Recensie: Over fietsen in mul zand, veranderfonteintjes en kreetsurfen

VNG Magazine nummer 5, 22 maart 2019

Auteur: Rogier van der Wal

Deze week presenteerde Thijs Homan de conclusies van het onderzoek dat hij in opdracht van het A+O fonds Gemeenten heeft gedaan heeft naar De veranderende gemeente. In zijn eindrapport geeft hij aan bewust niet voor te willen schrijven hoe dat veranderen zou moeten. In plaats daarvan is hij beschrijvend en analyserend op zoek gegaan naar wat er feitelijk in de praktijk gebeurt, om dat te duiden en beter te begrijpen. Daarbij treft hij bij gemeenten een grote hoeveelheid verandertrajecten aan, vaak gelijktijdig. Blijkbaar zijn de ambities best groot, maar de realiteit is moeizaam, Homan noemt het ‘fietsen in mul zand’. De dominante managementtaal suggereert greep, maar dat valt tegen. Homan gaat op zoek naar alternatieve benaderingen en komt uit bij legitimiteit als kernbegrip. Omdat gemeenten veel direct contact hebben met de buitenwereld, is de druk hoog en voelbaar en lopen de verwachtingen sterk uiteen. Om daar goed mee om te gaan, passen gemeenten de tactiek van bufferen en ontkoppelen toe. Dat gebeurt op verschillende manieren: door te variëren in boodschappen, door functionele traagheid en lange besluitvormingstrajecten, vooral bij onoplosbare, taaie vraagstukken. Maar ook door met veel bombarie formele verandertrajecten te starten die uiteindelijk intern weinig consequenties blijken te hebben, te ‘veranderen voor de bühne’. Een mooi voorbeeld is de ambtenaar die aangeeft ‘dat we weer wat moeten’ en dan maar gewoon meedoet, omdat hij weet: ‘Op een gegeven moment is het klaar en dan gaat het vanzelf weer over. Dan ligt het nieuwe visieboekje fraai opgemaakt en in kleuren gedrukt her en der in het gemeentehuis en dan kunnen we weer gewoon verder met ons werk’. 

Onder de radar

Echte veranderingen komen vaak van onderop, van individuen of kleine groepjes die Homan ‘veranderfonteintjes’ noemt. Zij blijven meestal in eerste instantie het liefst onder de radar en gaan intern op zoek naar steun. Omdat dit best vaak gebeurt, ontstaat er een heuse verandertrajectcompetitie waarbij wordt gestreden om de schaarse beschikbare middelen en om landingsrechten. Zo zit je op de machtszee boven op de golf, en zo beland je in een golfdal en zijn anderen succesvoller. Wat daarbij kan helpen, is wat Homan beeldend ‘kreetsurfen’ noemt: slim gebruikmaken van ideeën en bijbehorende kreten die managementgoeroes of externe adviseurs aanreiken. 

Veranderfonteintjes

De eerste elf hoofdstukken bevatten de samenvatting van Homans observaties, die hij gedurende het onderzoek steeds heeft verrijkt via tussenevaluaties en reflectiebijeenkomsten. De centrale termen zoals veranderfonteintjes en kreetsurfen worden in hoofdstuk twaalf nader uitgewerkt, waarvan op Homans website uitgebreidere versies komen te staan. Daar is ook de wetenschappelijke verantwoording te vinden. Het rapport sluit af met een aantal aandachtspunten en conclusies, maar bewust niet met aanbevelingen of adviezen. Daarvoor zijn de gemeentelijke praktijken te verschillend en wordt er al veel te vaak normatief voorgeschreven hoe er veranderd moet worden. Homan pleit voor een brede blik en niet te hoge verwachtingen van het managen van de verandering, met ruimte voor fouten en missers. Een waardevol rapport vol scherpe observaties, met een aangenaam nuchtere toon en welkome ‘debunking’ van overdreven pretenties.

Rogier van der Wal is docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden in Den Haag.